Fiche van de FOD Financiën
Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Antwerpen d.d. 28.02.2011
Samenvatting niet beschikbaar
Tekst van het vonnis
Tekst van de beslissing
V O N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen op achtentwintig februari tweeduizend en elf in openbare zitting van de vierde F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, waar zetelden :
L. B., rechter,
N. V., griffier,
Inzake AR nr. 10/1337/A
BVBA T. A., ingeschreven in de kruispuntbank der ondernemingen onder nummer …, met zetel gevestigd te …, ….
eisende partij,
verschijnende bij meester M. B. loco meester E. P., advocaat, kantoorhoudende te …, ….
tegen :
de BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, vertegenwoordigd door de heer Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te Brussel, op vervolging en benaarstiging van de heer Gewestelijk Directeur van de BTW, Registratie en Domeinen te Antwerpen, in de persoon van de heer ontvanger-rekenplichtige van het derde BTW-Ontvangkantoor te Antwerpen, waarvan de burelen gevestigd zijn te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4 bus 4.
verwerende partij,
verschijnende bij meester F. V. loco meester F. D. R., advocaat, kantoorhoudende te …, ….
Gezien de stukken in het dossier van de rechtspleging, onder meer :
- het verzoekschrift neergelegd ter griffie op 24 februari 2010,
- de beschikking verleend overeenkomstig artikel 747, § 1 van het Gerechtelijk Wetboek op 19 maart 2010,
- de stukken van verwerende partij.
Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.
Gelet op de verordeningen van de Raad van ministers nummer 974/98 van 3 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.
Gehoord partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 31 januari 2011.
Een bevoegd ambtenaar verrichtte in 2009 BTW-controle ten aanzien van eiseres.
Het betreft de periode van januari 2007 tot en met september 2008.
Op de jaarrekening 1/1/07 - 30/9/08 was een bedrag 'correctie BTW' vermeld dat evenwel niet voorkwam in de aangiften voor de BTW.
Op deze basis werd een correctieopgave opgesteld.
Eiseres onderschreef de correctieopgave voor enkel de hoofdsom.
Zij deed zulks niet voor de toegepaste, conform KB 41 inzake BTW tot 20 % herleide, boete.
Na verrekening op een tegoed in rekening-courant bleef nog een verschuldigd saldo over.
De Ontvanger vaardigde voor dit saldo op 22 september 2009 dwangbevel uit.
Het werd op 24 september 2009 uitvoerbaar verklaard.
Het werd middels exploot van 12 januari 2010 betekend met bevel tot betalen.
Op 20 januari 2010 werd uitvoerend beslag op roerend goed gelegd.
Raadsman legde dan op 24 februari 2010 ter griffie-verzoekschrift op tegenspraak neer.
Afschrift van vermeld dwangbevel is aan het gedinginleidend verzoekschrift gehecht.
Verweerder concludeert tot onontvankelijk verklaring van de rechtsvordering, brengt evenwel daartoe geen argumenten aan.
Dit is dan ook niet ernstig.
Van ambtswege aan te voeren oorzaak tot ontoelaatbaar verklaring ligt daarnaast niet voor.
Het geschil behelst de toegepaste boete.
Conform vermeld KB 41 werd ze herleid tot 20 %.
Dit is evenredig met de feiten.
Eiseres is erin geslaagd op één periode een verschil tussen omzet en BTW-aangiften van een achtste, aldus meer dan aanmerkelijk, te doen ontstaan.
Zelfs al wijst dit niet echt op kwade trouw, dan is het toch meer dan bedenkelijk.
Zowel in verhouding als in absolute cijfers is het verschil meer dan aanzienlijk.
Het gegeven dat de cijfers konden worden teruggevonden op de jaarrekening wijzigt daaraan niets.
Het gaat niet op, zonder enige verklaring, een verschil losweg bij de cijfers in de jaarrekening te voegen om de cijfers te doen kloppen en dan te trachten met een "schone lei" voort te gaan in de BTW.
Eiseres incasseerde de met het verschil overeenstemmende aan de Staat verschuldigde BTW.
Wat eiseres overigens uitrichtte met de door haar aan de Staat verschuldigde BTW, wordt hier bovendien door haar niet verklaard en ze onderneemt daartoe niet eens enige poging en zwijgt erover in alle talen.
Ze gaf het verschil in BTW niet spontaan op aan de belastingdienst BTW.
Het werd vastgesteld bij uitoefening van een BTW-controle.
Ook dit is meer dan bedenkelijk in hoofde van eiseres.
Spontane aangifte had de boete bespaard.
Dit duidt erop dat eiseres speculeerde dat vermeld verschil uit het oog zou blijven mocht geen controle worden verricht en mocht er dan geen navordering komen.
De verantwoordelijkheid afwentelen op 'incompetente boekhouders' gaat evenmin op.
Eiseres draagt zelf volop de verantwoordelijkheid tegenover de belastingdienst.
Zich te dezen voordoen als ware zij slachtoffer kan dan ook geenszins.
In deze omstandigheden is de toegepaste boete van 20 % (slechts een tiende van de wettelijk bepaalde boete) eerder laag te noemen.
Op het verzoek van eiseres kan dan ook in genen dele worden ingegaan.
Partijen namen ieder voor zich standpunt in ter zake de rechtsplegingvergoeding.
Beschikkend gedeelte
OM DEZE REDENEN,
DE RECHTBANK,
Rechtdoende op tegenspraak,
Alle andere en strijdige conclusies verwerpend,
Verklaart de rechtsvordering toelaatbaar, maar ongegrond,
Veroordeelt eiseres tot de kosten,
Vereffent de kosten in hoofde van verweerder op 1.100,00 (elfhonderd) Euro bij wijze van rechtsplegingvergoeding.
N. V. L. B.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.