Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen, 1 oktober 2010 · Belgische rechtspraak

Naar de tekst
Juriel

Rechtbank van eerste aanleg Antwerpen 1 oktober 2010

Zoeken

Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen, 1 oktober 2010Belasting over de toegevoegde waarde

https://juriel.be/nl/rechtspraak/rechtbank-antwerpen-2010-10-01-4b10

Rechtscollege
Rechtbank van eerste aanleg
Zetel
Antwerpen
Datum
1 oktober 2010

Over het document

Verzameling
Belgische rechtspraak
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

52 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Antwerpen d.d. 01.10.2010

Samenvatting niet beschikbaar

Tekst van het vonnis

Tekst van de beslissing

V 0 N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op één oktober tweeduizend en tien in openbare zitting van de 1F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :

P. W., alleen zetelend rechter,

N. V., griffier.

In zake : AR nr. 09/440/A

1. L. R., zelfstandige, ingeschreven in de kruispuntbank der ondernemingen onder nummer …,

en

2. I. J., loontrekker,

- beiden wonende te …, ….

eisende partijen,

- verschijnende bij meester A. V. R. in eigen naam en loco meester D. C., advocaten, kantoorhoudende te …, …,

- eisende partij sub 1 tevens in persoon aanwezig.

tegen :

DE BELGISCHE STAAT,

a. Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit - controlecentrum Herentals, met kantoren gevestigd zijn te 2300 Herentals, ToekomstIaan 50,

b. Administratie van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, registratie en domeinen, in de persoon van de rekenplichtige van het BTW-ontvangkantoor te Mechelen, waarvan de kantoren gevestigd zijn te 2800 Mechelen, Zwartzustervest 24 bus 32.

verwerende partij,

a. verschijnende bij mevrouw E. V. B., in hoedanigheid van adjunct-controleur,

b. verschijnende bij meester F. D. R. advocaat, kantoorhoudende te …, ….


Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer :

- het verzoekschrift neergelegd ter griffie op 20 januari 2009,

- de beschikking verleend overeenkomstig artikel 747, § 1 van het Gerechtelijk Wetboek op 6 maart 2009,

- de besluiten en stukken van partijen.

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.

Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 van 03 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.

Gehoord de partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 3 september 2010.


Inzake personenbelasting

Gelet op de aanslag in de personenbelasting voor het aanslagjaar 2007, kohierartikel …, supplement aan kohierartikel …, uitvoerbaar verklaard op 22 mei 2008 en verzonden aan de belastingplichtige op 26 mei 2008.

Gelet op het bezwaarschrift tijdig toegekomen bij de bevoegde directeur der directe belastingen.

Gelet op de bestreden beslissing van de ambtenaar gedelegeerd door de directeur van het controlecentrum Herentals van 27 oktober 2008 en op dezelfde datum aangetekend verzonden aan de belastingplichtige, waarbij het bezwaarschrift werd afgewezen.

Gelet op het verzoekschrift tijdig neergelegd ter griffie van deze rechtbank op 20 januari 2009 waarbij een afschrift van de bestreden beslissing was gevoegd.

De vordering beoogt de bestreden aanslag te herberekenen zonder meeromzet en het verschil in belastingen als niet verschuldigd te verklaren, dienvolgens verweerder te veroordelen tot terugbetaling van de onverschuldigde belastingen, vermeerderd met de overeenkomstige moratoriumintresten en de kosten van het geding.

Inzake BTW

De vordering beoogt de BTW als vastgesteld op de meeromzet over het jaar 2006 onverschuldigd te verklaren, meer de aanhorigheden, boeten en nalatigheidsintresten, dienvolgens verweerder te veroordelen tot teruggaaf van de ten onrechte betaalde BTW in hoofdsom met aanhorigheden en de administratieve boete, zoals deze gevorderd werd door correctieopgave en zoals betaald werd, vermeerderd met de overeenkomstige moratoriumintresten en de kosten van het geding.

Beoordeling

Inzake personenbelasting werd een akkoordverklaring en inzake BTW werd een correctie-opgave voor akkoord ondertekend.

Eisers hebben dan ook de bewijslast dat deze akkoorden aangetast zijn door een wilsgebrek en/of door een vergissing in rechte of in feite; loutere beweringen, die door geen controleerbare gegevens ondersteund worden, vormen vanzelfsprekend geen bewijs dat de akkoorden aangetast zijn door een wilsgebrek en lof een vergissing in rechte of in feite.

Vooreerst dient te worden opgemerkt dat de administratie de akkoorden heeft besproken met eerste eiseres en haar fiscaal gevolmachtigde en het is dan ook totaal ongeloofwaardig dat deze akkoorden niet met kennis van zaken werden gesloten.

Verder dient te worden opgemerkt dat de akkoorden geenszins tot stand zijn gekomen op grond van het forfait van de frituuruitbaters, dat zoals de fiscaal gevolmachtigde ongetwijfeld wist op eerste eiseres immers niet van toepassing is, zodat de argumenten van eisers dienaangaande totaal niet ter zake doen.

De akkoorden zijn met kennis van zaken tot stand gekomen op basis van brutowinst-percentages, die in overleg met eerste eiseres zelf én haar gevolmachtigde werden vastgesteld, en op basis van de impliciete erkenning dat de boekhouding niet bewijskrachtig was en dat niet alle ontvangsten/omzet werden aangegeven zodat de verhogingen dan ook verantwoord zijn.

Eerste eiser wist ongetwijfeld dat deze verhogingen reëel waren en deze akkoorden werden ongetwijfeld met kennis van zaken afgesloten.

Eisers leveren niet het minste bewijs dat de akkoorden aangetast zijn door een wilsgebrek en/of een vergissing in rechte of in feite en falen dan ook in hun bewijslast zodat zij bijgevolg gebonden zijn door deze akkoorden.

De loutere beweringen van eisers, dat de akkoorden aangetast zijn door een wilsgebrek en/of een vergissing in rechte of in feite, worden door geen controleerbare gegevens ondersteund en volstaan dan ook niet.

Beschikkend gedeelte

OM DEZE REDENEN

DE RECHTBANK,

rechtdoende op tegenspraak,

alle andere en strijdige conclusies verwerpend,

Verklaart de vorderingen toelaatbaar, doch ongegrond en wijst deze af.

Veroordeelt eisers tot de kosten van het geding tot op heden door verweerder begroot op 650,00 EUR rechtsplegingsvergoeding en door de rechtbank vereffend op 650,00 EUR rechtsplegingsvergoeding.

N. V. P. W.