Fiche van de FOD Financiën
Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Antwerpen d.d. 12.03.2010
Samenvatting niet beschikbaar
Tekst van het vonnis
Tekst van de beslissing
V 0 N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op twaalf maart tweeduizend en tien in openbare zitting van de 1F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :
P. W., alleenzetelendbrechter,
N. V., griffier.
In zake : A.R. Nr. 07/6318/A
V. O. J., geïdentificeerd als BTW-plichtige onder nummer …, wonende te …, …,
eisende partij,
verschijnende bij meester S. V. B. loco meester J. R., advocaat, kantoorhoudende te …, ….
tegen :
de BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kantoren te 1000 Brussel, Wetstraat 14, op vervolging en benaarstiging van
1. de eerstaanwezend inspecteur van het BTW-Ontvangkantoor te Mechelen, met kantoren te 2800 Mechelen, Zwartzustersvest 24 bus 32,
2. de gewestelijk directeur van de Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de Ondememings- en Inkomensfiscaliteit, controlecentrum Mechelen-Lier, met kantoren te 2800 Mechelen, Zwartzustersvest 24 bus 35,
verwerende partij,
verschijnende bij meester P. S., advocaat, kantoorhoudende te …, ….
Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer :
- het verzoekschrift neergelegd ter griffie op 17 oktober 2007,
- de beschikking verleend overeenkomstig artikel 747, § 2 van het Gerechtelijk Wetboek op 29 mei 2009,
- de conclusies en stukken van partijen neergelegd ter griffie.
Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.
Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 van 03 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.
Gehoord de partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 12 februari 2010.
De vordering strekt ertoe te zeggen voor recht dat het dwangbevel Reg. 127/2947, uitgevaardigd op 30 november 2006 en uitvoerbaar verklaard op 1 december 2006, nietig is, de opgelegde geldboete tot nul te herleiden minstens substantieel te verminderen tot een redelijk niveau rekening houdend met de principiële aard van de discussie en verweerder te veroordelen tot de kosten van het geding.
Beoordeling
Betreffende het mandaat van de accountant
Volgens eiser had de accountant, die de correctieopgave van 22 september 2006 heeft ondertekend, geen mandaat om deze correctieopgave te ondertekenen.
Op 11 januari 1984 had eiser schriftelijke volmacht gegeven aan voornoemde accountant om :
- hem te vertegenwoordigen in alle betrekkingen met het beheer der rechtstreekse belastingen, de administratie van registratie en domeinen en met de gemeentebesturen;
- alle zaken te beslechten, inzage te nemen van alle stukken welke betrekking hebben op het belastingdossier, dit alles in de breedste zin des woords, bekrachtiging belovend aan de daden van zijn mandataris.
Op 17 mei 2006 werd bijna in dezelfde bewoordingen opnieuw schriftelijke volmacht gegeven aan voornoemde accountant om :
- eiser te vertegenwoordigen in alle betrekkingen met het beheer der directe belastingen, de administratie van registratie en domeinen, de BTW-administratie en met de gemeentebesturen, alsook aanvraag of wijzigingen met betrekking tot ondernemingsnummers;
- alle zaken te beslechten, inzage te nemen van alle stukken welke betrekking hebben op het belastingdossier, dit alles in de breedste zin des woords, bekrachtiging belovend aan de daden van zijn mandataris.
Niettegenstaande de schriftelijke volmacht van 17 mei 2006 niet werd ondertekend door eiser, doch wel door zijn zoon, en niettegenstaande volgens eiser hij hiervoor geen toestemming had verleend aan zijn zoon, blijkt uit geen enkel objectief element dat aan de lastgeving van 11 januari 1984 een einde werd gesteld.
Het staat dan ook ontegensprekelijk vast dat de door eiser ondertekende volmacht van 11 januari 1984 nog gold op het ogenblik dat de correctieopgave van 22 september 2006 werd ondertekend door zijn accountant.
Bijgevolg stelt zich de vraag of eiser door de schriftelijke volmacht van 11 januari 1984 ook volmacht heeft gegeven aan zijn accountant om namens hem correctieopgaven voor akkoord te ondertekenen.
Vooreerst dient te worden opgemerkt dat eiser uitdrukkelijk aan zijn accountant volmacht had gegeven om alle zaken te beslechten, dit alles in de breedste zin des woords, bekrachtiging belovend aan de daden van zijn mandataris.
Uit deze ruime schriftelijke volmacht van 11 januari 1984 en uit de hierna vermelde vaststaande en niet-betwiste feitelijke gegevens kan ongetwijfeld worden afgeleid dat eiser aan zijn accountant volmacht had gegeven om namens hem correctieopgaven voor akkoord te ondertekenen, namelijk :
- op grond van deze volmacht heeft zijn accountant op 20 juli 1993 een correctieopgave inzake BTW voor akkoord ondertekend (stuk 12 van verweerder);
- op grond van deze volmacht heeft zijn accountant op 5 december 1996 een regularisatieopgave inzake BTW voor akkoord ondertekend (stuk 14 van verweerder).
Het is ontegensprekelijk bewezen dat eiser volmacht had gegeven aan zijn accountant om correctieopgaven voor akkoord te ondertekenen zodat door de ondertekening van de correctieopgave op 22 september 2006 door zijn accountant dan ook een geldig akkoord werd gesloten.
Betreffende het gebrek aan motivering van het bestreden dwangbevel
Aangezien door ondertekening van de correctieopgave een geldig akkoord werd gesloten, diende de administratie het bestreden dwangbevel niet te motiveren.
Betreffende de gebondenheid door het akkoord
Nu het bewezen is dat de accountant van eiser op 22 september 2006 volmacht had om voor hem de correctieopgave voor akkoord te ondertekenen, is deze akkoordverklaring rechtsgeldig.
Eiser is dan ook gebonden door deze correctieopgave en hij kan hierop slechts terugkomen als hij het bewijs levert dat deze akkoord verklaring aangetast is door een wilsgebrek en/of een vergissing in rechte of in feite, hetgeen hij mag bewijzen door alle middelen van recht, met uitzondering van de eed.
Bijgevolg heeft eiser de bewijslast dat deze correctieopgave aangetast is door een wilsgebrek en/of een vergissing in rechte of in feite; loutere beweringen, die door geen controleerbare gegevens ondersteund worden, vormen vanzelfsprekend geen bewijs dat de correctieopgave aangetast is door een wilsgebrek en/of een vergissing in rechte of in feite.
Eiser levert niet het minste bewijs dat de correctieopgave van 22 september 2006 is aan- getast door een wilsgebrek en/of een vergissing in rechte of in feite en is aldus gebonden door deze akkoordverklaring.
Betreffende de willekeurigheid van de omzetverhoging
De omzet werd verhoogd overeenkomstig de rechtsgeldige correctieopgave zodat er geen sprake is van willekeurigheid.
Betreffende de geldboete
In de rechtsgeldige correctieopgave van 22 september 2006 verklaarde de accountant van eiser zich akkoord met de geldboete zodat eiser hieraan gebonden is en deze geldboete kan dan ook niet worden kwijtgescholden en evenmin worden verminderd.
Betreffende de rechtsplegingsvergoeding
Wat de rechtsplegingsvergoeding betreft, zijn beide partijen in hun conclusies akkoord met een bedrag van … EUR, waarvan de rechtbank akte kan verlenen.
Beschikkend gedeelte
OM DEZE REDENEN
DE RECHTBANK
rechtdoende op tegenspraak,
alle andere en strijdige conclusies verwerpend,
Verklaart de vordering toelaatbaar, doch ongegrond en wijst deze af.
Veroordeelt eiser tot de kosten van het geding tot op heden door verweerder begroot op en door de rechtbank vereffend op … EUR rechtsplegingsvergoeding.
N. V. P. W.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.