Fiche van de FOD Financiën
Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Antwerpen d.d. 26.02.2010
Samenvatting niet beschikbaar
Tekst van het vonnis
Tekst van de beslissing
V 0 N N I S gewezen en uitgesproken in bet gerechtsgebouw te Antwerpen, op zesentwintig februari tweeduizend en tien in openbare zitting van de 1F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :
P. W., alleenzetelend rechter,
N. V., griffier.
In zake: AR nr. 08/2656/A
de NV J., ingeschreven in de kruispuntbank der ondernemingen onder nummer …, met maatschappelijke zetel gevestigd te …, ….
eisende partij,
verschijnende bij Meester H. V., advocaat, kantoorhoudende te …, ….
tegen :
DE BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de Ondernemings-en inkomensfiscaliteit, Sector BTW, in de persoon van de heer Minister van Financiën, wiens kabinet gevestigd is te 1000 Brussel, Wetstraat 12, vertegenwoordigd door de eerstaanwezend inspecteur van het BTW-Controlekantoor Mechelen, met kantoren te 2800 Mechelen, Zwartzustersvest 24 bus 21-23.
verwerende partij,
verschijnende bij Meester Q. B. loco Meester P. S., advocaat, kantoorhoudende te …, ….
Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer :
- Het verzoekschrift neergelegd ter griffie op 22 april 2008,
- de beschikking verleend overeenkomstig artikel 747, § 2 van het Gerechtelijk Wetboek op 27 juni 2008,
- de conclusies en stukken van partijen.
Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.
Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 van 03 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.
Gehoord de partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 27 januari 2010.
De vordering strekt ertoe de terugbetaling te bevelen van het bedrag van 244.591,64 EUR, verhoogd met de intresten vanaf 1 april 2008, minstens de vordering van verweerder wat betreft boetes en intresten af te wijzen, desgevallend prejudiciële vragen te stellen aan het Europees Hof van Justitie, en verweerder te veroordelen tot de kosten van het geding.
Beoordeling
Betreffende de vordering tot teruggaaf
Eiseres is een reisbureau en verkoopt reizen
Bij de verkoop van de reizen waren de klanten dossierkosten verschuldigd en uit de facturen blijkt dat op deze dossierkosten BTW werd aangerekend.
Verweerder betwist niet dat op deze dossierkosten ten onrechte BTW werd aangerekend.
Verweerder betwist evenmin dat alzo bij de verkoop van 103.792 reizen in totaal 222.361,64 EUR ten onrechte BTW werd aangerekend, zijnde aldus gemiddeld circa 2,10 EUR per klant.
Eiseres heeft in haar BTW-aangifte van november 2007 teruggaaf gevraagd van het bedrag van 222.361,64 EUR, zijnde het totaalbedrag van de op de dossierkosten ten onrechte aangerekende BTW.
Volgens verweerder heeft eiseres deze vordering tot teruggaaf echter ten onrechte uitgeoefend omdat zij niet voldaan heeft aan de wettelijke formaliteiten en voorwaarden waaraan de teruggaaf onderworpen is.
Om de vordering tot teruggaaf te kunnen uitoefenen mogen de door de lidstaten gestelde formaliteiten en voorwaarden niet verder gaan dan ter bereiking van de doelstellingen noodzakelijk is en deze formaliteiten en voorwaarden mogen niet op zodanige wijze worden aangewend, dat zij afbreuk zouden doen aan de neutraliteit van de BTW, een basisbeginsel van het bij de desbetreffende gemeenschapsregeling ingevoerde gemeenschappelijke BTW-stelsel.
De door de Belgische wetgeving gestelde formaliteiten en voorwaarden hebben tot doel om de controle door de administratie mogelijk te maken dat :
- de gevraagde teruggaaf rechtmatig is;
- de belastingplichtige de te veel aangerekende BTW aan zijn klanten heeft terugbetaald (althans volgens het standpunt van verweerder);
- de medecontractant de BTW aan de Staat heeft teruggestort in de mate waarin hij deze BTW oorspronkelijk in aftrek heeft gebracht.
Het staat ontegensprekelijk vast dat eiseres bij de verkoop van 103.792 reizen in totaal 222.361,64 EUR ten onrechte BTW heeft aangerekend, hetgeen trouwens door verweerder niet wordt betwist, zodat de gevraagde teruggaaf dan ook rechtmatig is.
Uit de bestelbons blijkt dat tussen eiseres en de klanten een prijs werd overeengekomen zonder vermelding van BTW en dat in deze prijs de BTW was inbegrepen; op de prijslijst van de dossierkosten werd bovendien vermeld "BTW inbegrepen 21 % (indien van toepassing)"; hieruit blijkt ontegensprekelijk dat de overeengekomen prijs niet verandert naar gelang er al dan niet BTW verschuldigd is op de dossierkosten.
Niettegenstaande op de dossierkosten ten onrechte BTW werd aangerekend, is er dan ook geen sprake van dat eiseres haar klanten te veel BTW heeft aangerekend.
Indien geen BTW van toepassing was op de dossierkosten, zoals te dezen, hadden de klanten contractueel dan ook geen enkel recht om deze BTW terug te vorderen van eiseres.
Het loutere feit, dat op de facturen het bedrag van de BTW op de dossierkosten wel afzonderlijk werd vermeld, doet geen afbreuk aan het feit dat de prijzen, BTW inbegrepen, werden overeengekomen en dat de klanten contractueel geen enkel recht hadden om deze BTW terug te vorderen van eiseres.
Bijgevolg was eiseres contractueel niet verplicht deze BTW terug te betalen aan haar klanten en geen enkele fiscale bepaling kan eiseres verplichten om, in strijd met de overeenkomsten, toch deze BTW terug te betalen aan haar klanten.
Er is dan ook geen sprake van ongerechtvaardigde verrijking in hoofde van eiseres ten nadele van haar klanten.
Hierbij dient nog te worden opgemerkt dat eiseres volledig ter goeder trouw ten onrechte BTW heeft aangerekend op de dossierkosten.
Verder staat het vast dat eiseres verkochte reizen zowel aan particulieren,·als aan rechtspersonen, zelfstandigen en bedrijven heeft gefactureerd.
Particulieren zijn geen BTW-belastingplichtigen en konden de BTW op de dossierkosten dan ook niet in aftrek brengen.
Rechtspersonen, zelfstandigen en bedrijven daarentegen zijn wel BTW-belastingplichtigen en konden aldus deze BTW wel in aftrek brengen.
Aangezien eiseres niet voldaan heeft aan de door de Belgische wetgeving gestelde formaliteiten en voorwaarden waaraan de teruggaaf onderworpen is en aangezien eiseres onder meer geen verbeterende stukken heeft opgemaakt, hebben de rechtspersonen, zelfstandigen en bedrijven ongetwijfeld de BTW op de dossierkosten niet teruggestort in de mate waarin zij deze BTW oorspronkelijk allicht in aftrek hebben gebracht en kon de administratie dit bovendien onmogelijk controleren.
Aangezien eiseres niet verplicht was deze BTW terug te betalen aan haar klanten en aangezien particulieren de BTW op de dossierkosten niet in aftrek konden brengen, staat het vast dat de administratie de door de Belgische wetgeving gestelde formaliteiten en voorwaarden inzake de facturen aan particulieren op zodanige wijze heeft aangewend dat zij verder gaan dan ter bereiking van de doelstellingen noodzakelijk is nu de gevraagde teruggaaf immers rechtmatig is.
Bijgevolg verlangt het beginsel van de neutraliteit van de BTW dat inzake de facturen aan particulieren de door eiseres aan de Staat ten onrechte betaalde BTW wordt teruggegeven zonder dat deze teruggave afhankelijk kan worden gesteld van voornoemde formaliteiten en voorwaarden.
Inzake de facturen aan rechtspersonen, zelfstandigen en bedrijven daarentegen heeft de administratie de door de Belgische wetgeving gestelde formaliteiten en voorwaarden niet verder aangewend dan ter bereiking van de doelstellingen noodzakelijk is zodat de vordering tot teruggaaf dienaangaande terecht werd verworpen.
Betreffende de boete-en de intresten
Aangezien eiseres ingevolge de akte van inhouding geen teruggaaf heeft verkregen, heeft de administratie geen BTW moeten ontberen zodat eiseres de opgelegde proportionele boete en de opgelegde intresten niet verschuldigd is.
Beschikkend gedeelte
OM DEZE REDENEN,
DE RECHTBANK
Rechtdoende op tegenspraak,
Alle andere en strijdige conclusies verwerpend,
Verklaart de vordering toelaatbaar en als volgt gegrond.
Beveelt dat inzake de facturen aan particulieren de door eiseres aan de Staat ten onrechte betaalde BTW wordt teruggegeven, vermeerderd met de moratoriumintresten overeenkomstig artikel 91 W.BTW.
Zegt voor recht dat eiseres geen boete en geen intresten verschuldigd is.
Veroordeelt eiseres tot 1/5 en verweerder tot 4/5 van de kosten van het geding tot op heden door :
- eiseres begroot op 5.000,00 EUR rechtsplegingsvergoeding en door de rechtbank ambtshalve vereffend op 4/5 van 5.000,00 EUR rechtsplegingsvergoeding;
- verweerder begroot op de rechtsplegingsvergoeding en door de rechtbank ambtshalve vereffend op 1/5 van 5.000,00 EUR rechtsplegingsvergoeding.
Wijst het meer en/of anders gevorderde af.
N. V. P. W.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.