Procesverloop
2 stappen · 1 jaar 6 maanden- Weergegeven beslissingRechtbank van eerste aanleg te Antwerpen27.03.2009
- Beslissing in beroepHof van beroep te Antwerpen19.10.2010
Fiche van de FOD Financiën
Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Antwerpen d.d. 27.03.2009
Samenvatting niet beschikbaar
Tekst van het vonnis
Tekst van de beslissing
V 0 N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op zevenentwintig maart tweeduizend en negen, in openbare zitting van de 1F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :
P. W., enig rechter,
N. D., griffier.
In zake : AR nr. 01/4552/A
R. G., zaakvoerder, wonende te …, ….
eisende partij,
verschijnende bij meester S. G., loco meester E. G., advocaat, kantoorhoudende te …, ….
tegen :
DE BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te Brussel, op vervolging en benaarstiging van de Gewestelijk Directeur van de Administratie van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen te Antwerpen in de persoon van de eerstaanwezend inspecteur van het tweede BTW-ontvangkantoor te Antwerpen, met burelen, gevestigd te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4 bus 4.
verwerende partij,
verschijnende bij meester L. A., advocaat, kantoorhoudende te …, …,
Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer :
- het verzoekschrift neergelegd ter griffie op 27 juli 2007;
- de beschikking verleend overeenkomstig artikel 747, § 2 van het Gerechtelijk Wetboek op 14 maart 2008,
- de besluiten van partijen.
Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.
Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 van 03 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.
Gehoord de partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 27 februari 2009.
De vordering strekt ertoe het dwangbevel Reg. 127/7640, uitgevaardigd op 11 juli 2007 en uitvoerbaar verklaard op dezelfde datum, te vernietigen/van nul en generlei waarde te verklaren, dienvolgens teruggave te bevelen van de bedragen die door eiser ten onrechte zouden zijn betaald en/of ten onrechte lastens hem zouden zijn ingehouden, bedragen die moeten worden vermeerderd met de wettelijke en de gerechtelijke intresten vanaf de datum van betaling of inhouding en met de kosten van het geding.
Beoordeling
Huidige betwisting heeft betrekking op de vraag of de werken aan een woning dienen aangemerkt te worden als omvormingswerken (BTW-tarief : 6 % - standpunt eiser) dan wel als nieuwbouwwerken (BTW-tarief : 21 % - standpunt verweerder).
De woning was vóór de werken samengesteld uit een kelder, een gelijkvloers en een ingerichte zolderverdieping onder de dakconstructie.
Op het gelijkvloers werden de voor- en achtergevel gelijkgetrokken, wat resulteerde in drie kleine uitbreidingen, en werd een nieuwe garage aangebouwd.
De funderingen met alle keldermuren werden behouden en er werden funderingen bijgeplaatst op de plaats waar de nieuwe buitenmuren voor de garage en de uitbreiding van het gelijkvloers werden opgetrokken; sommige bestaande funderingen werden verzwaard om de hierna omschreven nieuwe constructies op de eerste verdieping en op de zolderverdieping te kunnen dragen.
De dakconstructie werd volledig verwijderd en op de plaats van de vroegere zolder werd op de bestaande betonplaat een volwaardige eerste verdieping opgetrokken; hierbij dient te worden opgemerkt dat op deze verdieping er voorheen geen opgaande muren waren zodat alle buitenmuren en ook de volledige binnenindeling van de eerste verdieping nieuw zijn.
Vervolgens werd op de eerste verdieping een nieuw halfrond dak geplaatst die een nieuwe bewoonbare zolderverdieping vormt, zijnde één grote open ruimte geflankeerd door twee terrassen.
Door de volledige afbraak van de dakconstructie en door op de bestaande betonplaat een volledig nieuwe eerste verdieping en een volledig nieuwe bewoonbare zolderverdieping te hebben gebouwd, staat het ontegensprekelijk vast dat dit nieuwbouwwerken betreffen waardoor het BTW-tarief van 21 % van toepassing is.
Wat de rechtsplegingsvergoeding betreft, zijn beide partijen in hun conclusies akkoord met een bedrag van 1.200,00 EUR.
Beschikkend gedeelte
OM DEZE REDENEN,
DE RECHTBANK,
Rechtdoende op tegenspraak,
Alle andere en strijdige conclusies verwerpend,
Verklaart de vordering toelaatbaar, doch ongegrond en wijst deze af.
Veroordeelt eiser tot de kosten van het geding tot op heden door verweerder begroot op en door de rechtbank vereffend op 1.200,00 EUR rechtsplegingsvergoeding.
N. D. P. W.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.