---
title: "Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen, 17 maart 2008"
description: "Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen (België), 17 maart 2008."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/rechtbank-antwerpen-2008-03-17-168f"
lang: "nl"
---

# Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen, 17 maart 2008 · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Antwerpen

**Datum**

17 maart 2008

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

48 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Antwerpen d.d. 17.03.2008

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het vonnis**

### Tekst van de beslissing

**BESCHIKKING gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op zeventien maart tweeduizendacht, door de BR. kamer, in openbare zitting van de BESLAGRECHTER in de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, alwaar zetelden :**

**N. V.**, beslagrechter,

**I. M.**, griffier.

In zake : A.R. nr. **08/399/A**

**D. J.-M.**, geboren te … op 13 mei 1955, laatst wonende te …, …, aldaar ambtelijk geschrapt sedert 30 juli 2007 en sedert 14 september 2007, adreswijziging gevraagd naar …, …;

**eisende partij,**

verschijnend bij Meester **J. A.** loco **J. V.**, advocaat, kantoorhoudend te …, …;

**tegen :**

**DE BELGISCHE STAAT**, FOD Financiën, Administratie van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, vertegenwoordigd door de heer Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te Brussel, op vervolgingen benaarstiging van de Heer Gewestelijke Directeur van de Administratie van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen te Antwerpen, in de persoon van de Eerstaanwezend Inspecteur van het eerste BTW-Ontvangkantoor 1 Antwerpen, waarvan de burelen gevestigd zijn te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4 bus 4

**verwerende partij,**

verschijnend bij Meester **A. v. L. d. J.**, advocaat, kantoorhoudende te …, …;

Gezien de stukken van het dossier van de rechtspleging zoals zij voorkomen op de inventaris ervan, ondermeer :

\- de dagvaarding d.d. 10 januari 2008;

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in rechtszaken;

Gehoord partijen in hun middelen en besluiten, ter zitting van 25 februari 2008;

Gezien de door partijen neergelegde stukken en conclusies;

---

Bij exploot van 7 december 2007 van plaatsvervangend gerechtsdeurwaarder, **P. v. L.** loco **M.-R. P.**, gerechtsdeurwaarder te Antwerpen, werd uitvoerend beslag op roerende goederen gelegd op verzoek van verwerende partij op het adres … te …. Het beslag werd gelegd in uitvoering van twee geviseerde uitvoerbaar verklaarde dwangbevelen, die betekend werden aan eisende partij bij exploten van gerechtsdeurwaarder **G. C.** te ….

Thans wordt verzet ingesteld tegen dit beslag en vordert eisende partij de nietigheid ervan gelet op het feit dat eisende partij uitvoerend beslag bij derden heeft gelegd zonder hiervoor toelating te vragen van de beslagrechter conform de bepalingen van artikel 150 Ger.W.

Verder wenst eisende partij te horen zeggen voor recht dat de openbare verkoop van vrijdag 11 januari 2008 niet mag doorgaan en vordert zij dat verwerende partij veroordeeld wordt tot alle kosten van deze verkoop met inbegrip van de kosten van huidig verzet.

## Voorgaanden

Eisende partij was laatst ingeschreven op het adres te … (…), … en werd aldaar sedert 30 juli 2007 ambtelijk geschrapt. Hij stelt dat hij sedert 14 september 2007 adreswijziging heeft gevraagd naar het adres … te ….

Uit het verslag van de lokale politie te Brasschaat, gericht aan de instrumenterende gerechtsdeurwaarder in antwoord op een brief van deze gerechtsdeurwaarder d.d. 31 oktober 2007, blijkt dat eisende partij woonachtig is te …, … residentie ….

Dat eisende partij weigert zich te laten inschrijven op bovenvermeld adres en dat de politiediensten hem niet meer ambtshalve inschrijven gelet op het feit dat de eigenaar van deze woning een vonnis heeft bekomen bij de vrederechter te Brasschaat teneinde eisende partij uit deze woning te laten uitdrijven omdat hij geen huishuur betaalde.

De politie bevestigt dat de meubelen, die zich op het bovenvermeld appartement aan de … te … bevinden, van eisende partij zijn.

Vervolgens werd uitvoerend beslag op roerend goed gelegd op bovenvermeld adres aan de … te …, waartegen huidig verzet gerecht is.

## Beoordeling

Zoals verwerende partij terecht stelt is de bij artikel 1503 Ger. W. opgelegde verplichting om voor het beslag bij derden vooraf toelichting te vragen niet op straffe van nietigheid voorgeschreven (Beslagr. Antwerpen 11 mei 1998, R.W.1998-99, 787).

De miskenning van dit voorschrift raakt de openbare orde niet. Voormeld artikel beschermt immers niet de belangen van de schuldenaar doch wel die van de derde en kan hoogstens leiden tot een schadevergoeding voor die derde.

In casu werd er zelfs geen beslag gelegd bij een derde vermits eisende partij wel degelijk woonachtig was op dit adres en een huurovereenkomst had afgesloten met de eigenaar van voormeld appartement, zoals blijkt uit het voorgelegde verslag van de politiediensten te Brasschaat. Eisende partij was thuis op het moment dat het beslag werd gelegd.

Uit dit verslag blijkt zelfs dat eisende partij weigerde zich te laten inschrijven op voormeld adres, vermoedelijk om zijn schuldeisers te verschalken.

In ondergeschikte orde stelt eisende partij dat verwerende partij geenszins aantoont dat de goederen waarop beslag werd gelegd zijn eigendom zouden zijn.

Gelet op het bovenvermelde is het duidelijk dat er geen beslag bij derden werd gelegd el dat er derhalve het vermoeden van artikel 2279 BW wel degelijk Van toepassing is.

De goederen die in bezit van eisende partij werden aangetroffen, worden derhalve vermoed zijn eigendom te zijn.

Bijgevolg is de vordering van eisende partij volstrekt ongegrond.

## Rechtsplegingsvergoeding

De eis betreft de opheffing van een uitvoerend beslag zodat het gaat om een niet in geld waardeerbare zaak en de desbetreffende tarieven van toepassing zijn.

Eisende partij vordert een vermindering van de basisvergoeding tot een bedrag van … EUR, omwille van de lage financiële draagkracht van verliezende partij. Hij legt echter geen enkel stuk voor met betrekking tot zijn inkomenssituatie en baseert zich op zijn schuld bij verwerende partij.

Uit de voorgelegde stukken en conclusies blijkt geenszins dat er redenen zijn om de basisvergoeding te verlagen. Deze eis is dan ook niet gegrond.

### Beschikkend gedeelte

## OM DEZE REDENEN

**Wij, beslagrechter,**

rechtdoende op tegenspraak :

Verklaren de eis toelaatbaar maar ongegrond en wijzen ervan af.

Veroordelen eisende partij tot de kosten van het geding aan de zijde van verwerende part begroot op … EUR (rechtsplegingsvergoeding).

Wijzen het meer- en/of anders gevorderde af.

**I.D.** **N. V.**
