Fiche van de FOD Financiën
Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Antwerpen d.d. 29.02.2008
Samenvatting niet beschikbaar
Tekst van het vonnis
Tekst van de beslissing
V 0 N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op negenentwintig februari tweeduizend en acht in openbare zitting van de 1F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :
P. W., enig rechter,
N. D., griffier.
Inzake : AR nr. 06/7322/A
BVBA E., ingeschreven in de kruispuntbank der ondernemingen onder het nummer …, met zetel gevestigd te …, ….
EISENDE PARTIJ OP HOOFDVORDERING
VERWERENDE PARTIJ OP TEGENVORDERING
verschijnende bij meester J. P., advocaat, kantoorhoudende te …, ….
tegen :
DE BELGISCHE STAAT,
A. Federale Overheidsdienst Financiën, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te 1000 Brussel, Koning Albert II-laan 33,
B. Federale Overheidsdienst Financiën, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, met burelen gevestigd te Brussel, Invordering - sector Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen te Antwerpen, in de persoon van de rekenplichtige van het derde BTW-ontvangkantoor te Antwerpen, met burelen gevestigd zijn te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4 bus 4.
VERWERENDE PARTIJ OP HOOFDVORDERING
EISENDE PARTIJ OP TEGENVORDERING
verschijnende bij meester L. A., advocaat, kantoorhoudende te …, ….
Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer :
- het exploot van rechtsingang, betekend door het ambt van gerechtsdeurwaarder P. D'H. te … (…) op 17 november 2006 voor wat betreft verwerende partij sub A en betekend door het ambt van plaatsvervangend gerechtsdeurwaarder M. B. in vervanging van gerechtsdeurwaarder E. S. te … op 17 november 2006 voor wat betreft verwerende partij sub B,
- de conclusie van verwerende partij neergelegd ter griffie op 7 december 2006,
- de conclusie van verwerende partij neergelegd ter griffie op 8 oktober 2007.
Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.
Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 van 03 mei 1998 en nummer 1103/97van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.
Gehoord de partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 1 februari 2008.
De hoofdvordering strekt ertoe het :
- dwangbevel Reg. 127/3171, uitgevaardigd op 11 juli 2006 en uitvoerbaar verklaard op 13 juli 2006;
- dwangbevel Reg. 127/3193, uitgevaardigd op 13 juli 2006 en uitvoerbaar verklaard op 27 juli 2006;
nietig te verklaren, in ondergeschikte orde te zeggen voor recht dat de opgelegde geldboeten dienen worden kwijtgescholden, minstens verminderd, en dat eiseres op hoofdvordering dient te worden kwijtgescholden van enige nalatigheidsintresten met betrekking tot eventueel verschuldigde BTW-schulden, verder in ondergeschikte orde en enkel in zoverre de rechtbank van oordeel zou zijn dat in hoofde van eiseres op hoofdvordering een BTW-schuld zou bestaan ten aanzien van verweerder op hoofdvordering ingevolge voormelde dwangbevelen te zeggen voor recht dat eiseres op hoofdvordering betalingsfaciliteiten dienen te worden toegekend, meer bepaald dat eiseres op hoofdvordering wordt toegelaten de desgevallend verschuldigde sommen met tien periodieke maandelijkse kortingen te voldoen en verweerder op hoofdvordering te veroordelen tot de kosten van het geding.
Bij conclusie, neergelegd ter griffie op 8 oktober 2007, heeft verweerder op hoofdvordering een tegenvordering gesteld die ertoe strekt eiseres op hoofdvordering te veroordelen tot betaling aan verweerder op hoofdvordering van een schadevergoeding van 1.000,00 EUR wegens tergend en roekeloos geding.
Beoordeling
Betreffende de hoofdvordering
De schuld inzake de hoofdvordering is door eiseres op hoofdvordering volledig afgelost, hetgeen op de terechtzitting van 1 februari 2008 door verweerder op hoofdvordering werd bevestigd.
Bijgevolg is de hoofdvordering dan ook zonder voorwerp.
Betreffende de tegenvordering
Een tergend en roekeloos geding onderstelt een bewust misbruik van het geding of een werkelijk onverschoonbare lichtzinnigheid bij het gebruik ervan hetgeen te dezen bewezen is nu eiseres op hoofdvordering een totaal ongegronde procedure in werking heeft gesteld en op kennelijk ondoordachte wijze deze vordering heeft ingesteld, hetgeen een schadevergoeding wegens tergend en roekeloos geding rechtvaardigt, die door de rechtbank naar billijkheid begroot wordt op 250,00 EUR.
Betreffende de uitvoerbaar verklaring bij voorraad
Krachtens artikel 92bis W.BTW schorsen de termijnen van verzet, hoger beroep en cassatie, alsmede het verzet, het hoger beroep en de voorziening in cassatie de tenuitvoerlegging van de gerechtelijke beslissing zodat huidig vonnis dan ook niet uitvoerbaar bij voorraad kan verklaard worden.
Beschikkend gedeelte
OM DEZE REDENEN,
DE RECHTBANK,
Rechtdoende op tegenspraak,
Alle andere en strijdige conclusies verwerpend,
Verklaart de hoofdvordering zonder voorwerp.
Verklaart de tegenvordering toelaatbaar en als volgt gegrond.
Veroordeelt eiseres op hoofdvordering tot betaling van de som van 250,00 EUR aan verweerder op hoofdvordering wegens tergend en roekeloos geding.
Veroordeelt eiseres op hoofdvordering tot de kosten van het geding tot op heden door verweerder op hoofdvordering begroot op 1.200,00 EUR rechtsplegingsvergoeding en door de rechtbank ambtshalve vereffend op 1.200,00 EUR rechtspleging vergoeding.
Wijst het meer en / of anders gevorderde af.
N. D. P. W.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.