Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen, 26 november 2007 · Belgische rechtspraak

Naar de tekst
Juriel

Rechtbank van eerste aanleg Antwerpen 26 november 2007

Zoeken

Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen, 26 november 2007Belasting over de toegevoegde waarde

https://juriel.be/nl/rechtspraak/rechtbank-antwerpen-2007-11-26-3068

Rechtscollege
Rechtbank van eerste aanleg
Zetel
Antwerpen
Datum
26 november 2007

Procesverloop

2 stappen · 1 jaar 3 maanden
  1. Weergegeven beslissingRechtbank van eerste aanleg te Antwerpen26.11.2007
  2. Beslissing in beroepHof van beroep te Antwerpen10.03.2009

Over het document

Verzameling
Belgische rechtspraak
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

26 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Antwerpen d.d. 26.11.2007

Samenvatting niet beschikbaar

Tekst van het vonnis

Tekst van de beslissing

V O N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op zesentwintignovember tweeduizend en zeven in openbare zitting van de vierde F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :

L. B., enig rechter,

N. D., griffier.

In zake : AR nr. 04/4558/A

NV S.L.C., ingeschreven in de kruispuntbank der ondernemingen onder het nummer …, met maatschappelijke zetel gevestigd te …, ….

eisende partij,

verschijnende bij meester A. C. loco meester J.-P. V., advocaat, kantoorhoudende te …, ….

tegen :

DE BELGTSCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te Brussel, op vervolging en benaarstiging van de Gewestelijk Directeur van de Administratie van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen te Antwerpen in de persoon van de eerstaanwezend inspecteur van het tweede BTW-ontvangkantoor te Antwerpen, met burelen gevestigd te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4 bus 4.

verwerende partij,

verschijnende bij meester A. v. L. d. J., advocaat, kantoorhoudende te …, ….

Ten gronde stelt eiseres dat, te dezen, de in de regularisatieopgave toegepaste omzetverhoging niet bewezen zou zijn.

Zij stoot daarbij evenwel op de onvoorwaardelijk gedane akkoordverklaring op die opgave.

Zij toont niet aan dat de akkoordverklaring is aangetast door enig wilsgebrek.

Ten overvloede bleek eiseres voor de betrokken controleperiode niet te beschikken over een bewijskrachtige, lees controleerbare, boekhouding.

Uit de overtuigingsstukken van eiseres blijkt al evenmin onjuistheid van bepaaldelijk de door haar onderschreven omzet.

Beschikkend gedeelte

OM DEZE REDENEN,

DE RECHTBANK,

Rechtdoende op tegenspraak,

Alle andere en strijdige conclusies verwerpend,

Verklaart de vordering toelaatbaar, maar ongegrond,

Veroordeelt eiseres tot de kosten, deze aan elke zijde begroot in de respectieve conclusies, en door de rechtbank in hoofde van verweerder vereffend op, ambtshalve, 185,92 EUR bij wijze van geactualiseerde rechtsplegingvergoeding.

N. D. L. B.