Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen, 29 juni 2007 · Belgische rechtspraak

Naar de tekst
Juriel

Rechtbank van eerste aanleg Antwerpen 29 juni 2007

Zoeken

Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen, 29 juni 2007Belasting over de toegevoegde waarde

https://juriel.be/nl/rechtspraak/rechtbank-antwerpen-2007-06-29-759f

Rechtscollege
Rechtbank van eerste aanleg
Zetel
Antwerpen
Datum
29 juni 2007

Over het document

Verzameling
Belgische rechtspraak
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

35 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Antwerpen d.d. 29.06.2007

Samenvatting niet beschikbaar

Tekst van het vonnis

Tekst van de beslissing

V O N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op negenentwintig juni tweeduizend zeven in openbare zitting van de 1F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :

P. W., enig rechter,

I.M., griffier.

Inzake : A.R. Nr. 02/6617/A

F. D. B.V.B.A.

ingeschreven in de kruispuntbank der ondernemingen onder het nummer …, met maatschappelijke zetel gevestigd te …, ….

EISENDE PARTIJ

- niet verschijnend.

tegen :

BELGISCHE STAAT

FOD Financiën, vertegenwoordigd door de heer Minister van Financiën, met kantoren te 1000 Brussel, Wetstraat 14, op vervolging en benaarstiging van de eerstaanwezend inspecteur van het BTW-Ontvangkantoor te Mechelen, met kantoren te 2800 Mechelen, Zwart­zustersvest 24 bus 32,

VERWERENDE PARTIJ

- verschijnende bij meester P. S., advocaat, kantoorhoudende te …, ….

Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer :

- het verzoekschrift neergelegd ter griffie op 12 november 2002,

- de conclusie van verwerende partij neergelegd ter griffie op 15 september 2005,

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.

Gehoord verwerende partij in haar middelen en gezegden ter zitting van 8 juni 2007.

Overwegende dat eisende partij, alhoewel behoorlijk opgeroepen bij gerechtsbrief overeenkomstig artikel 751 van het Gerechtelijk Wetboek, niet is verschenen, noch iemand voor haar.

Overwegende dat het voordeel van artikel 751 van het Gerechtelijk Wetboek werd gevorderd.


De vordering strekt ertoe het dwangbevel, uitgevaardigd op 7 oktober 2002 en uitvoerbaar verklaard op 8 oktober 2002, nietig te verklaren, minstens te zeggen voor recht dat eiseres niet gehouden kan zijn de som van … EUR aan BTW, de intresten van 0,8 % per maand over deze BTW en de boete van … EUR, alsmede de moratoire intresten op deze geldboete, te voldoen voor een definitieve beslissing is tussengekomen inzake de ingediende bezwaarschriften in de vennootschapsbelasting en verweerster te veroordelen tot alle kosten van het geding.

Beoordeling

Het staat ontegensprekelijk vast dat de boekhouding van eiseres niet bewijskrachtig is, zoals duidelijk blijkt uit het proces-verbaal van 4 juni 2002.

Bij gebrek aan bewijskrachtige boekhouding heeft de administratie de omzet terecht vastgesteld op basis van de forfaitaire regeling inzake BTW voor frituurexploitanten.

Het bestreden dwangbevel is voldoende gemotiveerd.

Beschikkend gedeelte

OM DEZE REDENEN

DE RECHTBANK

rechtdoende op tegenspraak ten opzichte van verweerder en rechtdoende bij vonnis dat overeenkomstig artikel 751 Ger.W. geacht wordt op tegenspraak te zijn gewezen ten opzichte van eiseres,

alle andere en strijdige conclusies verwerpend,

Verklaart de vordering toelaatbaar, doch ongegrond en wijst deze af.

Veroordeelt eiseres tot de kosten van het geding tot op heden door verweerder begroot op de rechtsplegingsvergoeding en door de rechtbank ambtshalve vereffend op … EUR rechtsplegingsvergoeding.

I. M. P. W.