---
title: "Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen, 11 december 2006"
description: "Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen (België), 11 december 2006."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/rechtbank-antwerpen-2006-12-11-a4e0"
lang: "nl"
---

# Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen, 11 december 2006 · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Antwerpen

**Datum**

11 december 2006

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

51 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Antwerpen d.d. 11.12.2006

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het vonnis**

### Tekst van de beslissing

**V O N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op elf december tweeduizend en zes in openbare zitting van de vierde F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :**

**L. B.**, enig rechter,

**N. D.**, griffier.

**In zake : AR nr. 04/197/A**

**BVBA F.**, ingeschreven in het handelsregister te Antwerpen onder het nummer …, met maatschappelijke zetel gevestigd te …, ….

**eisende partij,**

verschijnende bij meester **L. M.** loco meester **W. D. V.**, advocaat, kantoorhoudende te …, ….

**tegen :**

**DE BELGISCHE STAAT**, Federale Overheidsdienst Financiën, Sector BTW, Directie BTW, met kantoren gevestigd te 2000 Antwerpen, Frankrijklei 73.

**verwerende partij,**

verschijnende bij meester **D. V.** loco meester **R. L.**, advocaat, kantoorhoudende te …, ….

Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer :

\- het verzoekschrift neergelegd ter griffie op 9 januari 2004,

\- de besluiten van partijen.

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.

Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 van 03 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.

Gehoord de partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 13 november 2006.

---

Eiseres is blijkens de dossiergegevens maandaangever inzake BTW.

Controle 2 BTW Malle richtte op 7 oktober 2003 een aangetekende brief aan eiseres omdat ze op een of meer aangiftes de eruit volgende belasting niet had voldaan.

Aanleg van bijzondere rekening werd aangekondigd.

Deze werd aangelegd over periode 30 juni tot 30 september 2003.

Conform KB 41 inzake BTW werd ook een tot 10 % herleide geldboete gevorderd, in absolute cijfers 4.240,00 EUR (+ 25,00 EUR afzonderlijk forfaitair).

Eiseres richtte op 20 oktober 2003 een aangetekend verzoek aan vermelde Controle.

Zij stelde de boete niet te begrijpen, nu zij naar haar zeggen tevoren steeds eerst een schrijven ontving met melding dat een bijzondere rekening zou worden gehouden "als de toestand niet zou zijn geregulariseerd voor de 23 ste der maand".

Het verzoek werd verder ingekleed in die zin, ook meldend dat de andere sommen dan boete zouden zijn betaald voor de 23 ste der maand.

Controle 2 BTW Malle maakte het verzoek over aan Directie Antwerpen.

Deze antwoordde met brief van 13 november 2003 dat de boete het gevolg was van laattijdige betaling op aangifte, en dat in het verleden 'vaak intrest diende te worden aangerekend'.

De beslissing gaat als volgt verder :

> "U wacht blijkbaar met het betalen van de verschuldigde BTW tot U het schrijven nr.675 en 675.4 van de administratie hebt ontvangen. Op deze wijze fungeert de administratie als kredietverlener en worden de van uw klanten ontvangen BTW-bedragen aangewend voor andere doeleinden dan betaling van definitief opeisbare BTW".

Voorts werd gesteld dat reeds was aanvaard dat geen ontduikingsbedoeling voorlag, nu er herleiding van 200 % naar 10 % was gebeurd, conform KB 41.

Er werd tenslotte gesteld dat geen genademaatregel krachtens art. 9 Regentsbesluit 1831 kon worden genomen.

Raadsman voor eiseres legde op 9 januari 2004 ter griffie verzoekschrift op tegenspraak neer, met aangehecht afschrift van vermelde beslissing.

Toelaatbaarheid van de vordering staat niet in betwisting, ook niet desnoods ambtshalve aan te voeren.

De bijzondere rekening werd terecht aangelegd als gevolg van de niet tijdige betaling van de wettelijk verschuldigde, uit de aangiften blijkende, BTW.

Eiseres geeft toe dat zij in het verleden de BTW telkens pas voldeed nadat zij door middel van formuliermaningen was gemaand om zich in orde te stellen.

Zij overtrad daarbij patent de wet door niet spontaan de aangegeven BTW tijdig te voldoen.

Zulke wetsovertreding kon geenszins rechten 'op rechtszekerheid' doen ontstaan in hoo de van eiseres.

In tegendeel hadden met dat uitgangspunt krachtens de wet reeds vroeger boetes toegepast kunnen worden, uiteraard steeds conform KB 41 inzake BTW.

Lankmoedigheid in het verleden door de belastingdienst kan geen rechten scheppen ter zake wetsovertreding die hier bestaat in niet tijdige betaling van pertinent verschuldigde belasting.

Eiseres heeft die lankmoedigheid -·naar eigen zeggen - lang uitgeprobeerd, blijkbaar tot de te water gelaten kruik is gebarsten.

Waar eiseres ondergeschikt nog om beoordeling verzoekt der hoogte van de boete, blijkt de te dezen toegepaste boete (van slechts 10 %) volkomen in evenredigheid te staan met de aard van de overtreding, ongeacht hier het absolute bedrag ervan.

### Beschikkend gedeelte

## OM DIE REDENEN

**DE RECHTBANK,**

Rechtdoende op **tegenspraak**.

Alle andere en strijdige conclusies verwerpend.

Verklaart de vordering toelaatbaar, maar ongegrond,

Veroordeelt eiseres tot de kosten, deze aan elke zijde begroot in hun respectieve conclusies, en door de rechtbank in hoofde van verweerder vereffend op 182,20 EUR geactualiseerde rechtsplegingvergoeding.

**N. D.** **L. B.**
