---
title: "Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen, 5 mei 2006"
description: "Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen (België), 5 mei 2006."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/rechtbank-antwerpen-2006-05-8ce1"
lang: "nl"
---

# Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen, 5 mei 2006 · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Antwerpen

**Datum**

5 mei 2006

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

39 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Antwerpen d.d. 05.05.2006

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het vonnis**

### Tekst van de beslissing

**V O N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op vijf mei tweeduizend en zes, in openbare zitting van de 1F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :**

**P. W.**, enig rechter,

**N. D.**, adjunct-griffier.

In zake : A.R. nr. **03/4140/A**

**D'H. E.**, voorheen wonende te …, …, thans wonende te …, ….

**eisende partij,**

\- niet verschijnend.

**tegen :**

**DE BELGISCHE STAAT**, Administratie der BTW, Registratie en Domeinen, vertegenwoordigd door de Minister van de Federale Overheidsdienst Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te Brussel, op vervolging en benaarstiging van de Gewestelijke directeur der belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen te Antwerpen, in de persoon van de Rekenplichtige van het derde BTW-ontvangkantoor te Antwerpen, met burelen gevestigd te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4 bus 4.

**verwerende partij,**

verschijnende bij meester **D. V.** loco meester **R. L.**, advocaat, kantoorhoudende te …, ….

Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer :

\- het verzoekschrift neergelegd ter griffie op 23 juni 2003,

\- de conclusie van verwerende partij neergelegd ter griffie op 14 november 2003.

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.

Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 van 03 mei 1998 en nummer 1103/97 van 1 7 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.

Gehoord verwerende partij in haar middelen en gezegden ter zitting van 7 april 2006.

Overwegende dat eisende partij, alhoewel behoorlijk opgeroepen bij gerechtsbrief overeenkomstig artikel 751 van het Gerechtelijk Wetboek, niet is verschenen, noch iemand voor haar.

Overwegende dat het voordeel van artikel 751 van het Gerechtelijk Wetboek werd gevorderd.

---

De vordering strekt ertoe de opgelegde boete in te trekken.

## Beoordeling

## Betreffende de nietigheid van het verzoekschrift

Het inleidend verzoekschrift vermeldt noch het hoofdberoep van eiser noch zijn inschrijving in het handelsregister of ambachtsregister zodat - volgens verweerder - dit verzoekschrift nietig is.

De niet-inachtneming van de in artikel 1034ter, 2° Ger. W., op straffe van nietigheid, voorgeschreven verplichting om "het beroep" en "zijn inschrijving in het handelsregister of ambachtsregister" te vermelden, is geen verzuim of onregelmatigheid in de zin van artikel 862, § 1 Ger. W.

Krachtens artikel 861 Ger. W. vloeit de nietigheid van de akte daaruit slechts voort indien de belangen worden geschaad van de partij die de exceptie inroept.

Het is geenszins bewezen dat de belangen van verweerder werden geschaad door het aangeklaagde verzuim of de aangeklaagde onregelmatigheid zodat dit verzuim of deze onregelmatigheid niet tot nietigheid kan leiden en de vordering dan ook toelaatbaar is.

## Betreffende de opgelegde boete

Vooreerst dient te worden opgemerkt dat eiser de vrije keuze heeft van boekhouder en dar ook de gevolgen moet dragen van deze keuze en van de mogelijke fouten en nalatigheden van zijn boekhouder.

De administratie heeft de boete wettelijk toegepast en de rechtbank is van oordeel dat deze boete in redelijke verhouding staat met de gepleegde inbreuk en met de ernst van de feiten.

### Beschikkend gedeelte

## 0M DIE REDENEN

**DE RECHTBANK,**

Rechtdoende op tegenspraak ten opzichte van verweerder en rechtdoende bij vonnis dat overeenkomstig artikel 751 Ger.W. geacht wordt op tegenspraak te zijn gewezen ten opzichte van eiser.

Alle andere en strijdige conclusies verwerpend.

Verklaart de vordering toelaatbaar, doch ongegrond en wijst deze af.

Veroordeelt eiser tot de kosten van het geding tot op heden door verweerder begroot op … EUR rechtsplegingsvergoeding en door de rechtbank ambtshalve vereffend op … EUR rechtsplegingsvergoeding.

**N. D.** **P W.**
