Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen, 12 mei 2006 · Belgische rechtspraak

Naar de tekst
Juriel

Rechtbank van eerste aanleg Antwerpen 12 mei 2006

Zoeken

Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen, 12 mei 2006Belasting over de toegevoegde waarde

https://juriel.be/nl/rechtspraak/rechtbank-antwerpen-2006-05-12-4bd9

Rechtscollege
Rechtbank van eerste aanleg
Zetel
Antwerpen
Datum
12 mei 2006

Over het document

Verzameling
Belgische rechtspraak
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

36 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Antwerpen d.d. 12.05.2006

Samenvatting niet beschikbaar

Tekst van het vonnis

Tekst van de beslissing

V O N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op twaalf mei tweeduizend en zes in openbare zitting van de 1F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :

P. W., enig rechter,

N. D., adjunct-griftier.

In zake : AR nr. 05/597/A

VZW D., ingeschreven in de kruispuntbank der ondernemingen onder het nummer …, gekend onder nummer van vereniging …, met maatschappelijke zetel gevestigd te …, ….

eisende partij,

verschijnende bij meester D. C. loco meester A. V. R., advocaat, kantoorhoudende te …, ….

tegen :

DE BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de BTW, registratie en domeinen, in de persoon van de rekenplichtige van het BTW-ontvangkantoor te Turnhout, waarvan de burelen gevestigd zijn te 2300 Turnhout, Spoorwegstraat 22.

verwerende partij,

verschijnende bij meester C. D. loco meester T. V., advocaat, kantoorhoudende te …, ….

Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer :

- het verzoekschrift neergelegd ter griffie op 25 januari 2005,

- de akkoordconclusie van partijen neergelegd ter griffie op 6 oktober 2005.

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.

Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974198 van 03 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.

Gehoord de partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 21 april 2006.


De vordering strekt ertoe het dwangbevel van 24 december 2004 met aangehecht proces­verbaal van nul en generlei waarde te verklaren, dienvolgens eiseres te ontslaan van de betwiste BTW ten bedrage van 4.763,57 EUR in hoofdsom met alle aanhorigheden, inbegrepen de administratieve boete ten bedrage van 9.527,14 EUR, verweerder te veroordelen tot de terugbetaling van de ten onrechte betaalde en geïnde BTW met aanhorigheden, vermeerderd met de moratoriumintresten en de kosten van het geding.

Partijen verzoeken akte te verlenen van de overeenkomst die zij gesloten hebben ter oplossing van het geschil en waarvoor zij op 6 oktober 2005 akkoordconclusies hebben neergelegd.

De rechtbank kan akte verlenen van deze overeenkomst.

Beschikkend gedeelte

OM DIE REDENEN,

DE RECHTBANK,

Rechtdoende op tegenspraak

Alle andere en strijdige conclusies verwerpend.

Verleent akte aan de partijen van de overeenkomst die zij gesloten hebben.

Verklaart de vordering ontvankelijk en als volgt gegrond.

Zegt voor recht dat de uiteindelijk door eiseres verschuldigde BTW wordt aangepast en bepaald op 1.481,07 EUR waardoor eiseres enkel verschuldigd is :

- BTW voor een bedrag van 1.481,07 EUR,

- een boete verminderd en afgerond voor een bedrag van 510,00 EUR.

- een intrest van 0,8 % per maand vanaf 21 januari 2001 over een bedrag van 1.480,00 EUR,

- de moratoire intresten over de boeten vanaf de betekening van het dwangbevel.

Legt de kosten van het geding. met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding, voor de helft ten laste van elk van beide partijen.

N. D. P. W.