Fiche van de FOD Financiën
Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Antwerpen d.d. 17.10.2005
Samenvatting niet beschikbaar
Tekst van het vonnis
Tekst van de beslissing
V O N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op zeventien oktober tweeduizend en vijf in openbare zitting van de vierde F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :
L. B., enig rechter,
N. D., adjunct-griffier.
In zake : AR nr. 00/6919/A
A.G. NV, ingeschreven in het handelsregister te Antwerpen onder het nummer …, met BTWnummer BE …, met maatschappelijke zetel gevestigd te …, ….
eisende partij,
verschijnende bij meester N. M. loco meester W. H., advocaat, kantoorhoudende te …, ….
tegen :
DE BELGISCHE STAAT, Administratie der BTW, Registratie en Domeinen, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te Brussel, op vervolging en benaarstiging van de Gewestelijk Directeur der BTW, Registratie en Domeinen, in de persoon van de Rekenplichtige van het derde BTW-ontvangkantoor, met burelen gevestigd te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4 bus 4.
verwerende partij,
verschijnende bij meester D. V. loco meester R. L., advocaat, kantoorhoudende te …, ….
In zake : AR nr. 02/2398/A
A. G. NV, ingeschreven in het handelsregister te Antwerpen onder het nummer …, met BTWnummer BE …, met maatschappelijke zetel gevestigd te …, ….
eisende partij,
verschijnende bij meester N. M. loco meester W. H., advocaat, kantoorhoudende te …, ….
tegen :
DE BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, in de persoon van de Rekenplichtige Eerstaanwezend Inspecteur van het derde BTW-ontvangkantoor, met burelen gevestigd te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4 bus 4.
verwerende partij,
verschijnende bij meester D. V. loco meester R. L., advocaat, kantoorhoudende te …, ….
Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer :
In zake : AR nr. 00/6919/A
- het verzoekschrift neergelegd ter griffie op 24 november 2000,
- de beschikking verleend overeenkomstig artikel 750, § 2 van het Gerechtelijk Wetboek op 14 januari 2004,
- de beschikking verleend overeenkomstig artikel 750, § 2 van het Gerechtelijk Wetboek op 10 januari 2005,
- de besluiten van partijen.
In zake: AR nr. 02/2398/A
- het exploot van rechtsingang, betekend door het ambt van gerechtsdeurwaarder M. B. te … op 19 april 2002,
- de beschikking verleend overeenkomstig artikel 750, § 2 van het Gerechtelijk Wetboek op 14 januari 2004,
- de beschikking verleend overeenkomstig artikel 750, § 2 van het Gerechtelijk Wetboek op 10 januari 2005,
- de besluiten van partijen.
Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.
Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 van 03 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de Wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.
Gehoord de partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 19 september 2005.
De rechtsvorderingen onder AR 00/6919/A en AR 02/2398/A hebben hetzelfde onderwerp en hetzelfde voorwerp.
Het verschil is gelegen in de wijze van inleiding, waar zulks in het eerste geval gebeurde via verzoekschrift en in het tweede geval via dagvaarding.
Het past tot samenvoeging over te gaan, gelet op samenhang (art. 30 Gerechtelijk Wetboek).
Inzake AR 00/6919/A werpt verweerder terecht ontoelaatbaarheid op, nu de wet ter zake de vordering geen inleiding met verzoekschrift toeliet ten dage van neerlegging ervan.
Inzake AR 02/2398/A staat toelaatbaarheid van de vordering niet in betwisting, ook niet zo nodig ambtshalve aan te voeren.
Verweerder heeft in laatst vermeld rolnummer in hoofdorde verzocht de beoordeling op te schorten tot er definitief geoordeeld is in een strafvordering te Brussel ten laste van een derde.
Ter zitting hebben partijen eensgezind verklaard dat die strafvordering inmiddels is beslecht door het Hof van Beroep te Brussel met een arrest van 7 maart 2005, zulks door vrijspraak.
Verweerder dringt als gevolg daarvan ten gronde niet verder aan op afwijzing van huidig voorliggende vordering.
Deze vordering beoogt onwettigverklaring van de fiscale vordering die staat verwoord in een dwangbevel van de Ontvanger Derde BTW-Ontvangkantoor Antwerpen van 16 oktober 2000, aan eiseres ter kennis gegeven met aangetekende brief van 26 oktober 2000.
Laatst vermelde betwisting van de fiscale vordering komt gegrond voor.
Beschikkend gedeelte
OM DIE REDENEN
DE RECHTBANK,
Rechtdoende op tegenspraak.
Alle andere en strijdige conclusies verwerpend.
Voegt de zaken onder AR 00/6919/A en AR 02/2398/A samen en beoordeelt ze in een en hetzelfde vonnis,
Verklaart de vordering onder AR 00/6919/A ontoelaatbaar,
Verklaart de vordering onder AR 02/2398/A toelaatbaar en gegrond,
Verklaart het dwangbevel (Reg.127/211/2000), uitgevaardigd op 16 oktober 2000 door de Ontvanger van het Derde BTW-Ontvangkantoor Antwerpen, uitvoerbaar verklaard op 20 oktober 2000, aan eiseres ter kennis gebracht met aangetekende brief van 26 oktober 2000, onwettig en verbiedt er de uitvoering van,
Veroordeelt inzake AR 00/6919/A eiseres, en inzake AR 02/2398/A verweerder, tot de kosten, deze telkenmale door partijen begroot, en door de rechtbank vereffend op ambtshalve 178,48 EUR bij wijze van geactualiseerde rechtsplegingvergoeding in AR 00/6919/A en vereffend op 82,52 EUR dagvaardingskost en 178,48 EUR bij wijze van geactualiseerde rechtsplegingvergoeding in AR 02/2398/A.
N. D. L. B.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.