---
title: "Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen, 8 september 2004"
description: "Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen (België), 8 september 2004."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/rechtbank-antwerpen-2004-09-08-a9b4"
lang: "nl"
---

# Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen, 8 september 2004 · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Antwerpen

**Datum**

8 september 2004

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

44 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Antwerpen d.d. 08.09.2004

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het vonnis**

### Tekst van de beslissing

**V O N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op acht september tweeduizend en vier in openbare zitting van de vierde F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :**

**L. B.**, enig rechter,

**N. D.**, adjunct-griffier.

**B. J.**,

garagehouder, handeldrijvende onder de benaming **A. M.**, ingeschreven in het handelsregister te Turnhout onder het nummer …,

**R. M.**,

zonder gekend beroep,

\- beiden wonende te …, ….

## EISENDE PARTIJEN

\- verschijnende bij meester **G. S.** loco meester **F. V.**, advocaat, kantoorhoudende te …, ….

**tegen :**

**DE BELGISCHE STAAT,**

**A.** Administratie der Belastingen over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen, in de persoon van de Heer Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te 1000 Brussel, Wetstraat 12,

**B.** Administratie der Belastingen over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen, in de persoon van de Heer Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te 1000 Brussel, in de persoon van de Heer Gewestelijk Directeur der Belastingen over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen te Antwerpen, in de persoon van de Rekenplichtige, eerstaanwezend inspecteur van het derde Btw-ontvangkantoor te Antwerpen, wiens burelen gevestigd zijn te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4 bus 4.

**VERWERENDE PARTIJ**

\- verschijnende bij meester **A. v. L. d. J.**, advocaat, kantoorhoudende te …, ….

---

Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer :

\- het exploot van rechtsingang, betekend door het ambt van plaatsvervangend gerechtsdeurwaarder **J. V.** in vervanging van gerechtsdeurwaarder **P. V.** te … op 7 mei 2002 voor wat betreft verwerende partij sub A. en betekend door het ambt van gerechtsdeurwaarder **J. D. M.** te … op 7 mei 2002 voor wat betreft verwerende partij sub B.,

\- de besluiten van partijen.

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.

Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 van 03 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.

Gehoord de partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 23 juni 2004.

---

## Gegevens en voorgaande

Huidig eerste eiser is als “kleinhandelaar in voertuigen, garagist en hersteller van voertuigen” kwartaalaangever inzake BTW en heeft in die hoedanigheid begin 1997 controle ge­ kregen ter zake de jaren 1994 en 1995.

In een proces-verbaal van 20 oktober 1998 (stuk 1 verweerder) heeft een ambtenaar van de AOIF omzetverhogingen berekend aan de hand van forfaitaangiften van huidig eerste eiser inzake de directe belastingen over dezelfde periode.

Na een vergeefs betalingsverzoek van 14 december 1998 heeft de ontvanger op 8 april 1999 een dwangbevel (stuk 2 verweerder) uitgevaardigd, dat op 12 april 1999 uitvoerbaar verklaard werd en dat met exploot van gerechtsdeurwaarder van 18 april 1999 betekend werd aan zowel huidig eerste eiser als huidig tweede eiseres (stuk 3 verweerder).

Op 27 maart 2002 is ten laste van beide huidig eisers uitvoerend roerend beslag gelegd (stuk 4 verweerder), waarna eisers hebben laten dagvaarden in betwisting van de fiscale vordering.

## Onderzoek en beoordeling

Hoewel tweede eiseres geen BTW-belastingplichtige blijkt te zijn, blijkt vermeld dwangbevel desondanks aan haar te zijn betekend, klaarblijkelijk wegens haar huwelijk met eerste eiser in het stelsel van algehele gemeenschap.

Verweerder betwist niet dat tweede eiseres zowel belang als hoedanigheid heeft om in rechte te vorderen, ook al is zij geen Btw-belastingplichtige, nu zij als deelhebster in de tot betaling aangesproken algehele gemeenschap dezelfde excepties kan laten gelden als eerste eiser.

Over de toelaatbaarheid van de vordering van eerste eiser loopt er (eveneens) geen betwisting.

Uit het hoger vermelde proces-verbaal inzake BTW blijkt dat de Btw-schuld van eerste eiser bij wijze van feitelijk vermoeden werd afgeleid uit zijn deel in de aangifte van beide eisers in de inkomstenbelastingen.

Verder werd specifiek wat de verkochte brandstof betreft, blijkens het proces-verbaal inzake BTW een correctie op het bedrag berekend op basis van door eerste eiser aan de verbalisant verstrekte gegevens.

Eerste eiser draagt bijgevolg de tegenbewijslast, die hij niet invult door zijn verwijzing naar fiches ter zake “onproductieve prestaties” door hemzelf “en zijn personeelslid”, en naar “gratis verstrekte wisselstukken” (zijn stukken 3 en 4), waarvan hij overigens bewijsloos stelt dat de aan zichzelf verrichte en ingeboekte facturatie (zijn stuk 14) dan gedeeltelijk in compensatie zou moeten komen met de in het proces-verbaal vastgestelde omzet.

### Beschikkend gedeelte

## OM DIE REDENEN

**DE RECHTBANK,**

Rechtdoende op tegenspraak.

Alle andere en strijdige conclusies verwerpend.

Verklaart de vordering van beide eisers toelaatbaar, maar ongegrond,

Veroordeelt eisers tot de kosten, deze aan elke zij de begroot, en door de rechtbank in hoofde van verweerder vereffend op … EUR bij wijze van geactualiseerde rechtsplegingsvergoeding.

**N. D.** **L. B.**
