Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen, 7 mei 2004 · Belgische rechtspraak

Naar de tekst
Juriel

Rechtbank van eerste aanleg Antwerpen 7 mei 2004

Zoeken

Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen, 7 mei 2004Belasting over de toegevoegde waarde

https://juriel.be/nl/rechtspraak/rechtbank-antwerpen-2004-05-07-59c1

Rechtscollege
Rechtbank van eerste aanleg
Zetel
Antwerpen
Datum
7 mei 2004

Over het document

Verzameling
Belgische rechtspraak
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

55 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Antwerpen d.d. 07.05.2004

Samenvatting niet beschikbaar

Tekst van het vonnis

Tekst van de beslissing

V O N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op zeven mei tweeduizend en vier in openbare zitting van de 1F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :

P. W., enig rechter,

N. D., adjunct-griffier.

In zake : AR nr. 02/3883/A

BVBA M. M., ingeschreven in het handelsregister te Antwerpen onder het nummer ..., met zetel gevestigd te …, ...

eisende partij,

verschijnende bij meester C. D. M. loco meester I. C., advocaat, kantoorhoudende te …, ….

tegen :

DE BELGISCHE STAAT, Administratie van de BTW, registratie en domeinen, in de persoon van de Heer Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te Brussel, op vervolging en benaarstiging van de Heer Gewestelijke Directeur der Belasting over de Toegevoegde Waarde, registratie en domeinen te Antwerpen, in der persoon van de rekenplichtige van het tweede BTW-ontvangkantoor te Antwerpen, waarvan de burelen gevestigd zijn te Antwerpen, Italiëlei 4 bus 4.

verwerende partij,

verschijnende bij meester D. V. loco meester R. L., advocaat, kantoorhoudende te …, ….

En in zake : AR nr. 02/3884/A

BVBA M. M., ingeschreven in het handelsregister te Antwerpen onder het nummer … met zetel gevestigd te …, ….

eisende partij,

verschijnende bij meester C. D. M. loco meester I. C., advocaat, kantoorhoudende te …, ….

tegen :

DE BELGISCHE STAAT, Administratie van de BTW, registratie en domeinen, in de persoon van de Heer Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te Brussel, op vervolging en benaarstiging van de Heer Gewestelijke Directeur der Belasting over de Toegevoegde Waarde, registratie en domeinen te Antwerpen, in der persoon van de rekenplichtige van het tweede BTW-ontvangkantoor te Antwerpen, waarvan de burelen gevestigd zijn te Antwerpen, Italiëlei 4 bus 4.

verwerende partij,

verschijnende bij meester D. V. loco meester R. L., advocaat, kantoorhoudende te …, ….


Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer :

In zake : AR nr. 02/3883/A

- het verzoekschrift neergelegd ter griffie op 28 juni 2002,

- de beschikking verleend overeenkomstig artikel 747, § 2 van het Gerechtelijk Wetboek op 15 oktober 2003,

- de besluiten van partijen.

In zake : AR nr. 02/3884/A

- het verzoekschrift neergelegd ter griffie op 28 juni 2002,

- de beschikking verleend overeenkomstig artikel 747, § 2 van het Gerechtelijk Wetboek op 15 oktober 2003,

- de besluiten van partijen.

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.

Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 van 03 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.

Gehoord de partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 9 april 2004.


Inzake AR 02/3883/A

De vordering strekt ertoe de nietigheid minstens ongegrondheid uit te spreken van het dwangbevel, uitgevaardigd op 14 mei 2002 en uitvoerbaar verklaard op 27 mei 2002, en verweerder te veroordelen tot de kosten van het geding.

Inzake AR 02/3884/A

De vordering strekt ertoe de nietigheid minstens ongegrondheid uit te spreken van het dwangbevel, uitgevaardigd op 3 april 2002 en uitvoerbaar verklaard op 3 mei 2002, en verweerder te veroordelen tot de kosten van het geding.

Samenvoeging

Deze 2 zaken, gekend onder AR 02/3883/A en AR 02/3884/A, zijn nauw samenhangend en worden omwille van een goede rechtsbedeling samengevoegd zodat de rechtbank uitspraak doet in één vonnis.

Beoordeling

Het staat ontegensprekelijk vast dat eiseres niet voldaan heeft aan de verplichting

- tot het voorleggen van de nodige boeken en stukken (AR 02/3883/A),

- tot het indienen van de periodieke aangifte (AR 02/3884/A),

waardoor eiseres ingevolge voornoemde dwangbevelen een geldboete verschuldigd werd van respectievelijk 2.478,94 EUR en 991,57 EUR.

Eiseres heeft de vrije keuze van boekhouder en moet dan ook de gevolgen dragen van deze keuze en van de mogelijke fouten en nalatigheden van haar boekhouder.

Voornoemde geldboeten zijn wettig en staan in redelijke verhouding met de gepleegde inbreuken en met de ernst van de feiten.

OM DIE-REDENEN,

Beschikkend gedeelte

DE RECHTBANK,

Rechtdoende op tegenspraak.

Alle andere en strijdige conclusies verwerpend.

Voegt de beide zaken, gekend onder AR 02/3883/A en AR 02/3884/A, samen wegens samenhang en in het belang van een goede rechtsbedeling en doet uitspraak in één vonnis.

Verklaart de vorderingen toelaatbaar, doch ongegrond en wijst deze af.

Veroordeelt eiseres tot de kosten van het geding tot op heden door verweerder begroot op tweemaal 167,31 EUR rechtsplegingsvergoeding en door de rechtbank ambtshalve vereffend op éénmaal 171,05 EUR rechtsplegingsvergoeding voor beide samengevoegde zaken.

N. D. P. W.