Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen, 30 mei 2003 · Belgische rechtspraak

Naar de tekst
Juriel

Rechtbank van eerste aanleg Antwerpen 30 mei 2003

Zoeken

Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen, 30 mei 2003Belasting over de toegevoegde waarde

https://juriel.be/nl/rechtspraak/rechtbank-antwerpen-2003-05-30-40c8

Rechtscollege
Rechtbank van eerste aanleg
Zetel
Antwerpen
Datum
30 mei 2003

Over het document

Verzameling
Belgische rechtspraak
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

59 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Antwerpen d.d. 30.05.2003

Samenvatting niet beschikbaar

Tekst van het vonnis

Tekst van de beslissing

V O N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op dertig mei tweeduizend en drie in openbare zitting van de 1F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :

P. W., enig rechter,

N. D., adjunct-griffier.

In zake : A.R. Nr. 03/883/A

BVBA M. H., met BTW-nummer …, ingeschreven in het handelsregister te Antwerpen onder het nummer …, waarvan de vennootschapszetel gevestigd is te …, …,

eisende partij

- verschijnende bij meester P. D. F., advocaat, kantoorhoudende te …, ….

tegen :

DE BELGISCHE STAAT,

Administratie van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, vertegenwoordigd door de Heer Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te Brussel, op vervolging en benaarstiging van de heer Gewestelijke Directeur van de Administratie van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen te Antwerpen, in de persoon van de Eerstaanwezend inspecteur van het eerste BTW-ontvangkantoor te Antwerpen, Italiëlei - bus 4.

verwerende partij

- verschijnende bij meester A. v. L. d. J., advocaat, kantoorhoudende te …, ….

In zake : A.R. Nr. 03/1571/A

BVBA M. H.,

ingeschreven in het handelsregister te Antwerpen onder het nummer …, waarvan de vennootschapszetel gevestigd is te …, ….

eisende partij

- verschijnende bij meester P. D. F., advocaat, kantoorhoudende te …, ….

tegen :

DE BELGISCHE STAAT,

Administratie van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, vertegenwoordigd door de Heer Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te Brussel, op vervolging en benaarstiging van de heer Gewestelijke Directeur van de Administratie van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen te Antwerpen, in de persoon van de Eerstaanwezend inspecteur van het eerste BTW-ontvangkantoor te Antwerpen, Italiëlei 4 bus 4.

verwerende partij

- verschijnende bij meester A v. L. d. J., advocaat, kantoorhoudende te …, ….


Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer :

In zake : A.R. Nr. 03/883/A

- het exploot van rechtsingang, betekend door het ambt van gerechtsdeurwaarder M. B. te … op 11 februari 2003,

- de conclusie van verwerende partij neergelegd ter griffie op 27 februari 2003.

In zake : A.R. Nr. 03/1571/A

- het exploot van rechtsingang, betekend door het ambt van gerechtsdeurwaarder M. B. te … op 4 maart 2003,

- de besluiten van partijen.

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.

Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 van 03 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.

Gehoord de partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 2 mei 2003.


Inzake A.R. 03/883/A

De vordering strekt ertoe verweerder te veroordelen tot voorlegging van berekeningswijze van het bedrag van … EUR, zoals opgenomen in het dwangbevel van 13 september 2002, de stavingsstukken bij te brengen, alsmede de aanrekening van alle door eiseres geëffectueerde betalingen vanaf het tijdvak dat begint op 31 oktober 2001, dienvolgens de vordering vervat in voornoemd dwangbevel nietig te verklaren en verweerder te veroordelen tot de kosten van het geding.

Inzake A.R. 03/1571/A

De vordering strekt ertoe verweerder te veroordelen tot voorlegging van de berekeningswijze van het bedrag van … EUR, zoals opgenomen in het dwangbevel van 16 januari 2003, de stavingsstukken bij te brengen, alsmede de aanrekening van alle door eiseres geëffectueerde betalingen vanaf het tijdvak dat begint op 31 oktober 2001, dienvolgens de vordering vervat in voornoemd dwangbevel nietig te verklaren en verweerder te veroordelen tot de kosten van het geding.

Samenvoeging

Beide zaken zijn nauw samenhangend en worden omwille van een goede rechtsbedeling samengevoegd zodat de rechtbank uitspraak doet in één vonnis.

Beoordeling

Eiseres erkent dat zij bij herhaling opmerkingen heeft dienen te formuleren omtrent de wijze waarop baar boekhouding werd bijgehouden en de administratieve formaliteiten werden vervuld door haar accountant.

Eiseres heeft de vrije keuze van accountant en moet dan ook de gevolgen dragen van deze keuze en van de mogelijke fouten en nalatigheden van haar accountant.

Zonder voorafgaandelijk inlichtingen in te winnen bij de administratie omtrent haar toestand heeft eiseres verweerder ineens gedagvaard.

Bovendien dient te worden opgemerkt dat de administratie eiseres elk kwartaal op de hoogte bracht van baar toestand door het verzenden van een uittreksel van de rekening­courant.

De door verweerder voorgelegde berekeningswijze bewijst ontegensprekelijk dat - op het ogenblik van het uitvaardigen van de dwangbevelen - de aldaar vermelde bedragen verschuldigd waren.

Voor de beoordeling van huidige betwistingen en van de dwangbevelen is het niet relevant dat de thans verschuldigde bedragen lager zijn ingevolge de toerekening door de administratie van latere betalingen en BTW-tegoeden.

Eiseres levert geenszins het bewijs dat andere betalingen en BTW-tegoeden dienen toegerekend worden op de in deze dwangbevelen vermelde bedragen.

Betreffende de uitvoerbaar verklaring bij voorraad

Krachtens artikel 92bis W.BTW schorsen de termijnen van verzet, hoger beroep en cassatie, alsmede het verzet, het hoger beroep en de voorziening in cassatie de tenuitvoerlegging van de gerechtelijke beslissing zodat huidig vonnis dan ook niet uitvoerbaar bij voorraad kan verklaard worden.

OM DlE REDENEN,

Beschikkend gedeelte

DE RECHTBANK,

Rechtdoende op tegenspraak.

Alle andere en strijdige conclusies verwerpend.

Voegt de beide zaken, gekend onder A.R. 03/883/A en A.R. 03/1571/A, samen wegens samenhang en in het belang van een goede rechtsbedeling en doet uitspraak in één vonnis.

Verklaart de vorderingen inzake A.R. 03/883/A en A.R. 03/1571/A toelaatbaar, doch ongegrond en wijst deze af.

Veroordeelt eiseres tot de kosten van het geding tot op heden door verweerder begroot op tweemaal … EUR rechtsplegingsvergoeding en door de rechtbank ambtshalve vereffend op éénmaal … EUR rechtsplegingsvergoeding voor beide samengevoegde zaken.

N.D. P. W.