Fiche van de FOD Financiën
Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Antwerpen d.d. 13.03.2003
Samenvatting niet beschikbaar
Tekst van het vonnis
Tekst van de beslissing
BESCHIKKING gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op dertien maart. tweeduizend en drie, in openbare zitting van KORT GEDING van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, alwaar zetelden :
Dhr. F. V. d. M., Rechter, dd. Voorzitter der Rechtbank,
Mevr. M. D. R., Griffier;
In zake : ARK nr. 02/996/C
…, wonende te …, …
- woonplaats kiezend bij zijn raadsman, Meester R. L., advocaat, kantoorhoudende te …, …,
eisende partij,
- verschijnend bij Meester R. L., voornoemd;
tegen :
1. de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de Heer Minister van Financiën, op vervolging en benaarstiging van de Heer Gewestelijke Directeur van de Administratie van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, in de persoon van de Heer Eerstaanwezend Inspecteur van het derde BTW-Controlekantoor van Antwerpen, waarvan de kantoren gevestigd zijn te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4 bus 4,
2. de BELGISCHE STAAT, Administratie der Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen, in de persoon van de Heer Minister van Financiën, waarvan de burelen gevestigd zijn te 1000 Brussel, Bisschofsheimlaan 38, eerste verdieping,
verwerende partij,
verschijnend bij Meester A. v. L. d. J., advocaat, kantoorhoudende te …, …;
Gezien de stukken van het dossier van de rechtspleging zoals zij voorkomen op de inventaris ervan, ondermeer :
- de inleidende dagvaarding dd. 15 oktober 2002, betekend door gerechtsdeurwaarder J. V. te Antwerpen,
- de inleidende dagvaarding dd. 16 oktober 2002, betekend door gerechtsdeurwaarder J. L. te Elsene,
- het eensluidend afschrift van de beschikking gewezen op 25 oktober 2002 door de Voorzitter van de Rechtbank van Koophandel te Antwerpen, zetelend in Kort Geding, waarbij de zaak werd verzonden naar de Voorzitter van de Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen, zetelend in Kort Geding;
Gelet op de artikelen 2, 34, 36, 37 en 41 der Wet van 15 juni 1935;
Gehoord partijen in hun middelen ontwikkeld in de Nederlandse taal ter van 27 februari 2003 ;
Overwegende dat de registratie van eiser als BTW-belastingplichtige en de aflevering van een BTW-nummer door het Centraal BTW-kantoor voor buitenlandse belastingplichtige te Brussel dan wel door het derde BTW-Controlekantoor van Antwerpen afhankelijk is van de vraag of eiser al dan niet beschikt over een vaste inrichting in de zin van artikel 55 van het BTW-wetboek ;
Overwegende dat bij een onderzoek ter plaatse op het vestigingsadres van eiser door een bevoegde ambtenaar in een proces-verbaal dd. 28 augustus 2002 werd vastgesteld dat eiser niet aanwezig was en dat er geen burgerrechtelijk huurcontract doch slechts een dienstencontract met de BVBA Centrum voor Bedrijfsassistentie werd voorgelegd;
Overwegende dat het derde BTW-Controlekantoor van Antwerpen per brief dd. 1 oktober 2002 aan eiser meldde dat niet voldaan is aan de voorwaarden voor een vaste inrichting ;
Dat eiser voorhoudt dat hij een dienstencontract heeft afgesloten, waarbij, zelfs tijdens zijn afwezigheid, het beheer gevoerd wordt door een in de door hem gehuurde inrichting aanwezige persoon, die bekwaam is om zijn leveranciers en klanten te ontvangen;
Overwegende dat prima facie het voorgelegde dienstencontract aantoont dat de BVBA Centrum voor Bedrijfsassistentie enkel de ontvangst van bezoekers, correspondentie en andere boodschappen verzorgt en een domicilie en kantoorruimte ter beschikking stelt;
Overwegende dat uit het proces-verbaal tevens blijkt dat de verantwoordelijke van de BVBA Centrum voor Bedrijfsassistentie geheel onwetend is over de aard der handelsactiviteiten van eiser;
Dat aldus prima facie minstens niet voldaan is aan de voorwaarde dat een vaste inrichting ter plaatse beheerd moet worden door een persoon die bekwaam is om de in het buitenland gevestigde belastingplichtige te verbinden tegenover de leveranciers en de klanten, m.a.w. om contracten af te sluiten en betalingen te ontvangen;
Overwegende dat nu eiser prima facie niet lijkt te voldoen aan de voorwaarden de zin van een vaste inrichting in de zin van artikel 55 van het BTW-Wetboek, het Centraal BTW-kantoor voor buitenlandse belastingplichtigen te Brussel bevoegd is;
Dat de vordering derhalve ongegrond voorkomt;
Beschikkend gedeelte
OM DEZE REDENEN :
Wij, F. V. d. M., Rechter, dd. Voorzitter der Rechtbank van eerste aanleg, zitting houdende te Antwerpen, zetelend in KORT GEDING, bijgestaan door M. D. R., Griffier, uitspraak doende op tegenspraak;
Verklaren de vordering ontvankelijk doch ongegrond;
Wijzen eiser ervan af;
Veroordelen eiser tot de kosten van het geding, aan de zijde van verweerders begroot op … EUR rechtsplegingsvergoeding.
M. D. R. F. V. d. M.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.