---
title: "10 april 2020 · Recht op aftrek, Verwerping van het recht op aftrek · Rechtbank van eerste aanleg te Brussel"
description: "Recht op aftrek, Verwerping van het recht op aftrek, Diensten, Transportdiensten. Rechtbank van eerste aanleg te Brussel (België), 10 april 2020."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-verwerping-diensten-transportdiensten-rechtbank-brussel-2020-04-10-a057"
lang: "nl"
---

Tekst in het Frans

# Recht op aftrek, Verwerping van het recht op aftrek

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Brussel

**Datum**

10 april 2020

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Frans

**Nederlandse versie**

niet door de FOD gepubliceerd

**Strekking volgens de FOD**

gunstig voor de Belgische Staat

De tekst van dit document is in het Frans. De FOD publiceert er geen Nederlandse versie van.

## Tekst

121 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van eerste aanleg te Brussel d.d. 10.04.2020

WF 702-15-16/009561

\[Gunstig voor de Belgische Staat\]

*Btw – Recht op aftrek – Verwerping van het recht op aftrek – Diensten – Transportdiensten – Onderaanneming – Fictieve handeling – Verminderde fiscale geldboete – Geen strafrechtelijk karakter in de zin van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens – Herstel van de schade veroorzaakt door de inbreuk*

## Wettelijke bepalingen

[Artikel 45 van het Btw-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45)

Koninklijk besluit nr. 3 van 10 december 1969 met betrekking tot de aftrekregeling voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde

## Samenvatting

Eiseres, actief in de transportsector, stelde vrachtwagens ter beschikking van zijn klanten, die zij rechtstreeks beheerden. Naar eigen zeggen heeft eiseres, om haar cliënteel dat hoofdzakelijk uit grote bedrijven bestaat tevreden te stellen, beroep gedaan op verschillende leveranciers die haar vrachtwagens of bestelwagens ter beschikking stelden. Zij heeft de btw op de facturen van haar leveranciers in aftrek gebracht.

De administratie heeft evenwel vastgesteld dat de facturen uitgereikt door twee van haar leveranciers niet in overeenstemming waren met de bepalingen van [artikel 5 van Koninklijk Besluit nr. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-6caa) van 29 december 1992 en heeft andere verontrustende elementen vastgesteld, met name dat deze facturen contant werden betaald aan failliet verklaarde belastingplichtigen of die hun btw-verplichtingen niet nakwamen.

De administratie was van mening dat de vage formulering van deze facturen het onmogelijk maakte om de realiteit van de diensten te bewijzen of om aan te tonen dat de eiser deze diensten had gebruikt om belastbare handelingen te verrichten. Zij heeft het recht op aftrek van eiseres verworpen.

De rechtbank stelde vast dat de facturen geen enkel detail bevatten en dat eiseres niet in staat was relevante informatie, zoals (niet-limitatieve lijst) overeenkomsten, werkdocumenten, prijsoffertes, routekaarten waarmee de gefactureerde diensten kunnen worden gecontroleerd (precieze bestemmingen, aantal ritten per dag, prijzen, type vrachtwagens, identiteit van de chauffeurs), enz...., te verstrekken. Het wijst er ook op dat eiseres de leveranciers om meer gedetailleerde facturen had moeten vragen of op zijn minst om documenten die het mogelijk zouden maken om de plaats, de datum en de aard van de gefactureerde en betaalde handelingen precies vast te stellen en dit per factuur en per handeling.

Bovendien stelt de rechtbank vast dat bijna alle betwiste bedragen in contanten zijn betaald, hetgeen in strijd is met de handelsgebruiken. De rechtbank benadrukt dat de administratie er terecht aan herinnert dat de anti-witwaswet van 11 januari 1993, zoals gewijzigd op 29 maart 2012, betalingen in contanten beperkt tot een bedrag van EUR 5.000,00 voor de aankoop van goederen of diensten, en dit om de clandestiene economie, de sociale en fiscale fraude alsook het witwassen van geld tegen te gaan (noot: bovendien wordt deze limiet, vanaf 1 januari 2014, verder verlaagd tot EUR 3.000,00).

Het totale bedrag, dat aan de twee betwiste leveranciers werd betaald, overschrijdt echter ruimschoots de grens van 5.000,00 euro. In een zo gevoelige sector als de transportsector, waar "zwartwerk” veelvuldig voorkomt, spreekt het voor zichzelf dat enkel betalingen via de bank met zekerheid het bewijs van de betaling en de identiteit van de begunstigde kunnen leveren.

De rechter merkt ook op dat deze twee leveranciers, die failliet zijn verklaard, hun fiscale verplichtingen niet hebben gerespecteerd.

Eiseres heeft geen enkel bewijs geleverd van de echtheid van de betwiste handelingen. De betwiste facturen konden dus geen recht op aftrek doen ontstaan.

De rechter is van oordeel dat de tot 10% verminderde proportionele geldboete, gelet op de betwiste bedragen, geen strafrechtelijke en afschrikkende aard heeft in de zin van artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens. De betwiste geldboete is een vergoeding voor de schade die veroorzaakt is door de niet-nakoming van de fiscale verplichtingen en is geen straf.

Bijgevolg is de rechtbank, overeenkomstig het nationale recht, niet bevoegd om de boete te verlagen gezien het beginsel van de scheiding der machten eraan in de weg staat dat de rechter zich bemoeit met de keuzes van de administratie en zich dus voor zijn beoordeling van de strafmaat in de plaats stelt wanneer de wet de bevoegdheid van deze keuze heeft voorbehouden aan de administratie. De rechtbank heeft nog minder macht omdat de fiscale administratie in dit geval geen enkele speelruimte had.

## Opmerkingen

Het vonnis is in kracht van gewijsde gegaan.

Om aftrekbaar te zijn, moet de belasting wettelijk verschuldigd zijn. Het recht op aftrek strekt zich niet uit tot de belasting die uitsluitend verschuldigd is op grond van de vermelding ervan op de factuur (EHVJ, [C-342/87](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-342-87-arrest), 13 december 1989, Genius Holding B.V.). Dus moet, naast het bezit van een geldige factuur, de belastingplichtige de echtheid van de aan hem gefactureerde handelingen aantonen (Gent, 24 juni 1988, Revue de la TVA, nr. 84, blz. 37). Met andere woorden, facturen zijn slechts een begin van bewijs van de handelingen, die, door de belastingplichtige, met andere bewijsmiddelen moet worden gestaafd.

Met betrekking tot de opgelegde proportionele geldboete die is verminderd tot 10%, moet worden opgemerkt dat de rechter van oordeel is dat deze, gelet op de betwiste bedragen, geen strafrechtelijk en afschrikkend karakter heeft in de zin van artikel 6 EVRM. De betwiste boete vormt een vergoeding voor de schade die is veroorzaakt door de niet-nakoming van de fiscale verplichtingen, en is geen straf.

In verschillende andere rechterlijke beslissingen is reeds geoordeeld dat de lage btw-boetes die in verhouding tot de betwiste bedragen in een geschil, een schadeloosstellend karakter hebben. Zij zijn vergelijkbaar met de sancties die van toepassing zijn het burgerlijk en handelsrecht. Ze hebben dus geen penaal of afschrikkend karakter in de zin van artikel 6 EVRM (zie met name Burg. Brussel, 1 maart 2012, RG 2003/2657; Burg. Brussel, 3 oktober 2012, GS 2007/9036/A, gepubliceerd op Fisconetplus; zie ook Burg. Brussel, 25 februari 2009, GS 2003/15621 en 2006/986/A; Burg. Brussel, 25 februari 2009, GS 2006/1553 en 6176/A; Burg. Brussel, 12 september 2012, GS 2009/708/A; Burg. Brussel, 8 mei 2013, GS 2011/7615/A; Bergen 18 juni 2014, 2013/RG/260; Burg. Brussel, 26 april 2014, GS 2009/8553/A).

**Tekst van het vonnis**

***Het vonnis wordt enkel gepubliceerd in de oorspronkelijke taal***

### Tekst van de beslissing

**Tribunal de première instance francophone de Bruxelles, Section Civile, 34ème chambre, le 10 avril 2020**

Rôle : 18/5244/A

Jugement définitif Contradictoire TVA

EN CAUSE DE:

La **SPRL Q.M**., dont le siège social est établi à ..., inscrite à la BCE sous le numéro 0888...., Demanderesse, Représentée par Me ..., avocat dont le cabinet est établi à ...,

**CONTRE:**

**L'ÉTAT BELGE**, représenté par le ministre des Finances, poursuites et diligences du conseiller général, directeur du Centre PME de Bruxelles Il, dont les bureaux sont établis boulevard du Jardin Botanique 50/3408 à 1000 Bruxelles, Défendeur, Comparaissant en personne, à l'intervention de Mr ..., conseiller,

En cette cause, tenue en délibéré le 3 janvier 2020, le tribunal prononce le jugement suivant.

Vu les pièces de la procédure, et notamment:

• la requête contradictoire, et ses annexes, déposées au greffe du tribunal le 22 août 2018;

• les conclusions déposées par la demanderesse le 29 mars 2019;

• les conclusions de synthèse déposées par le défendeur le 9 octobre 2019 ;

Entendu les parties ou leur conseil en leur dires et moyens à l'audience publique du 3 janvier 2020;

## I. Objet de la demande

1.- La demande est dirigée contre la décision administrative rendue le 19 juillet 2018.

La demanderesse invite le tribunal à dire pour droit que la TVA, les intérêts et les amendes visés dans relevé de régularisation du 21 août 2015, puis dans le procès-verbal du 6 novembre 2015, ne sont pas dus. Elle sollicite le remboursement de toute somme encaissée de ce chef, majorée des intérêts moratoires, ainsi que la condamnation du défendeur au dépens.

Le défendeur conclut au non-fondement de la demande, et sollicite la condamnation de la demanderesse aux dépens.

2.- La demande, introduite dans les formes prévues pas la loi, sera déclarée recevable.

## Il. Faits

3.- La demanderesse expose qu'elle est active dans le secteur des transports (mise à disposition de camions en sous-traitance) et qu'elle disposait alors de trois licences, pour trois camions: dans ce cadre, elle mettait à disposition des clients des camions, que ceux-ci géraient directement.

Selon ses dires, depuis vingt ans, elle travaillait avec des sociétés importantes comme Gefco, Universal Express, Ziegler, Paris France Porteur, ... et que pour satisfaire l'ensemble de sa clientèle, elle faisait appel à divers fournisseurs qui mettaient à sa disposition des camions ou camionnettes.

4.- A la suite d'un contrôle, l'administration a dressé un relevé de régularisation le 21 août 2015, puis un procès-verbal le 6 novembre 2015, reprenant les constatations et infractions suivantes:

*« ...*

\- *Lors du contrôle de la comptabilité pour les années 2012 et 2013, j'ai constaté que*

\- *L'assujetti a repris dans son facturier d'entrée des factures de transport de 2 fournisseurs;*

\- *Le fournisseur BUSINESS CONFORT {TVA BE0885.675.623} et le fournisseur BMB SERVICES {TVA BE0881.114.049};*

\- *La TVA grevant ces prestations de transport a été déduite dans les déclarations TVA déposées par l'assujetti;*

\- *Les factures de BMB SERVICES mentionnent« camion et/ou camionnette, nombre de jours, parfois une localité »;*

\- *Les factures de BUSINESS CONFORT mentionnent« mise à disposition de véhicule avec chauffeur, nombre de jours »;*

\- *Suite aux vérifications dans la base de données mise à disposition par l'Administration, il s'avère que ces fournisseurs ne sont pas repris sur le listing fournisseurs de l'assujetti pour 2012 et 2013;*

*(Le listing des fournisseurs est établi par l'Administration reprenant tous les fournisseurs assujettis à la TVA ayant effectué des opérations taxées au cours de l'année civile écoulée);*

\- *Les factures établies en 2012 par le fournisseur BMB SERVICES pour un montant de 176.195,13 € ont été payées en grande partie par caisse, d'autres par banque. Au 31/12/2012, une opération diverse a été effectuée pour le transfert des paiements d'un montant de 69.967,57 € vers le compte de produits exceptionnels;*

\- *Les factures établies en 2013 par le fournisseur BMB SERVICES pour un montant de 46.169,49 € ont été payées par caisse sauf deux factures par banque;*

\- *Les factures établies en 2012 par le fournisseur BUSINESS CONFORT pour un montant de 78.779,48 € ont été payées par caisse sauf trois factures payées par banque. Au 31/12/2012, une opération diverse a été effectuée pour le transfert des paiements d'un montant de 19.839,87 € vers le compte de produits exceptionnels;*

\- *Le solde a été payé par caisse en 2013 et la société BUSINESS CONFORT n'a pas établi de factures pour l'assujetti en 2013;*

\- *Les montants transférés en produits exceptionnels n'ont pas fait l'objet d'une TVA acquittée;*

\- *Aucunes autres pièces justificatives se rapportant aux prestations reçues ne m'ont été présentées.*

*En outre, après consultation de la base de données de l'Administration, il s'avère que :*

\- *Le fournisseur BMB SERVICES n'a pas déposé de déclarations TVA pour le 1er et 4e trim. 2012; dans les déclarations TVA déposées pour le 2e et 3e trim. 2012, cette société a déclaré un chiffre d'affaires« NEANT». Elle n'a pas déposé de déclarations TVA pour 2013. La TVA grevant les factures établies n'a pas été versée à l'Etat;*

\- *Le fournisseur BUSINESS CONFORT a déclaré un montant dans la grille 01 (6%) de la déclaration du 1er trim.2012 et n'a pas déposé de déclarations TVA pour les 2e, 3e trim. et 4e trim. 2012; La TVA grevant les factures établies n'a pas été versée à l'Etat.*

\- *La société BMB SERVICES est en faillite depuis Je 16/07/2013;*

\- *La société BUSINESS CONFORT est en faillite depuis le 15/10/2012;*

*Vu les éléments qui précèdent, les factures litigieuses sont non conformes aux dispositions prévues par l'*[*art. 5 de l'arrêté royal n°1*](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-6caa) *du 29 décembre 1992 relatif aux mesures tendant à assurer Je paiement de la TVA, lequel exige que la facture mentionne « les éléments nécessaires pour déterminer l'opération et Je taux de la taxe, notamment la dénomination usuelle des biens livrés et des services fournis et leur quantité ainsi que l'objet des services ».*

*En outre, Je libellé vague de ces factures ne permet pas de prouver la réalité des prestations de services ni si ces services fournis sont destinés dans la mesure où l'assujetti les utilise pour effectuer des opérations taxées.*

*Dès lors, la TVA grevant ces factures et déduite à tort doit être reversée à l'Etat (voir annexes)*

### *Calcul de la TVA à reverser:*

\- *TVA déduite sur les factures BMB SERVICES: 38.592,22 €*

\- *TVA déduite sur les factures BUSINESS CONFORT: 13.672,48 €*

\- *TVA A REVERSER A L'ETAT: 38.592,22 + 13.672,48 = 52.264,70 EUR*

*Il résulte de ce qui précède que l'assujetti précité est redevable à l'Etat Belge, Administration générale de la FISCALITE:*

*1)* *à titre de taxe sur la valeur ajoutée, la somme de 52.264,70 EUR;*

*2)* *à titre d'amendes fiscales*

*AMENDE LEGALE: en vertu de l'article 70 par. 1 et par. 1bis du Code de la T.V.A., deux fois Je montant de la taxe due, soit 104.529,40 EUR;*

*AMENDES PROPORTIONNELLES*

*En cas d'infractions commises dans l'intention d'éluder ou de permettre d'éluder la taxe, les amendes légales ne sont pas réduites (art* [*1 er, dernier alinéa*](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-41-januari-vaststelling-bedrag-proportionele-fiscale-d48c#ar41-art1) *de l'A.R. n° 41 du 30 janvier 1987).*

*MOTIF*

*Opérations à l'entrée: AR 41 TABLEAU H: 10 %* *5.226,47 EUR TOTAL arrondi à 5.220,00 EUR ... »*

## Ill. Discussion

5.- La demanderesse allègue que le fournisseurs Business Confort et BMB Service ont bien presté des services de transport, comme en attestent les factures. Selon elle, s'agissant de prestations de transport, les factures pouvaient difficilement être plus détaillées.

Elle fait valoir :

\- qu'aucune disposition légale n'interdit de payer par caisse et qu'une partie des montants dus ont été payés par banque;

\- qu'il lui était impossible de découvrir que ces fournisseurs n'assumaient pas totalement leurs obligations fiscales;

\- que travaillant souvent dans l'urgence, dans ce secteur, on ne conclut pas de contrat; que depuis près de 40 ans de transport, elle n'a conclu de contrat qu'avec une société, la société « TNT».

La demanderesse ajoute que suivant la jurisprudence de la Cour de justice européenne, un assujetti ne peut se voir imposer de manière générale des vérifications qui ne lui incombent pas.

6.- Le droit à déduction des taxes portées en compte sur les factures d'entrée délivrées par les fournisseurs est réglé par l'[article 45 CTVA](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) et par l'arrêté royal n°3 du 10 décembre 1969, relatif aux déductions pour l'application de la TVA. Conformément à l'[article 45 §1er CTVA](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45), « *tout assujetti peut déduire de la taxe dont il est redevable, les taxes ayant grevé les biens et les services qui lui ont été fournis, (...}, dans la mesure où il les utilise pour effectuer (...) des opérations taxées ». Par ailleurs, l'*[*article 2 de l'arrêté royal n°3*](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-december-betrekking-aftrekregeling-toepassing-belasting-8aeb#ar3-art2) *stipule que « Je droit à déduction prend naissance (...) pour la taxe grevant les biens et les services fournis à l'assujetti, à la date à laquelle la taxe est exigible en vertu des articles* [*17*](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-17) *et* [*22*](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-22) *du Code*».

Pour pouvoir être déduite, la taxe doit être légalement due, la déduction ne s'étendant pas à la taxe qui est due exclusivement parce qu'elle est mentionnée sur la facture (CJCE, 13 décembre 1989, Genius Holding B.V.}. Ainsi, outre la possession d'une facture conforme, l'assujetti doit démontrer la réalité des livraisons ou prestations qui lui ont été facturées (Gand, 24 juin 1988, Revue de la TVA, n°84, p. 37}. Autrement dit, les factures ne constituent qu'un commencement de preuve des prestations, qui doit être étayé par d'autres moyens de preuve, que le contribuable doit apporter.

7.- En l'espèce, le tribunal relève :

\- que les factures ne reprennent aucune précision et que la demanderesse n'est pas en mesure de fournir des éléments pertinents, tels que (liste non-exhaustive), des conventions, documents de travail, offres de prix, feuilles de route permettant de contrôler les prestations facturées (destinations précises, nombre de tournées par jour, prix, type de camions, identité des chauffeurs), etc... La demanderesse aurait dû réclamer des factures plus détaillées, ou du moins des documents des fournisseurs permettant d'indiquer avec précision les lieux, dates et la nature des prestations facturées/payées, et ce par facture et par prestation.

\- que la quasi-totalité des montants litigieux ont été payés en liquide, ce qui est contraire aux usages commerciaux.

A cet égard, le défendeur rappelle opportunément que la loi anti-blanchiment du 11 janvier 1993, telle que modifiée le 29 mars 2012, limitait les paiements en espèces à un montant de 5.000,00 € pour l'achat de biens ou de services, et ce, dans le but de freiner l'économie clandestine, la fraude sociale, fiscale et également en vue de lutter contre le blanchiment d'argent. Or, les montants cumulés, versés aux deux fournisseurs litigieux, excèdent largement la limite de 5.000,00 €. Dans un secteur aussi sensible que celui du transport, où le travail « au noir» est fréquent, il est évident que seuls les paiements par banque permettent de rapporter la preuve certaine du paiement et de l'identité du bénéficiaire.

Par ailleurs, la demanderesse n'a pu fournir aucun livre de caisse - il aurait été détruit pas une inondation - et le journal de caisse repris dans le système informatique de la comptabilité ne permet d'établir aucun lien entre les retraits bancaires, les paiements en cash et les factures.

Quant à l'historique de ce compte, comme le relève le défendeur, lu avec l'historique fournisseurs des sociétés en cause, il fait apparaître plusieurs anomalies :

o au 31 décembre 2012, un montant de 69.967,57 € est transféré du compte fournisseurs BMB Services vers le compte« produits exceptionnels», réduisant ainsi le solde à payer du compte fournisseurs BMB fin 2012 à 9.821,94 € - aucune régularisation des taxes initialement déduites à partir des facturations ainsi« disparues» de la comptabilité à l'entrée n'a été effectuée;

o au 31 décembre 2012, un montant de 19.839,87 € est transféré du compte fournisseurs Business Confort vers le compte « produits exceptionnels», réduisant ainsi le solde à payer du compte fournisseurs Business Confort fin 2012 à 35.165,78 € - aucune régularisation des taxes initialement déduites à partir des facturations ainsi« disparues» de la comptabilité à l'entrée n'a été effectuée;

o le solde à payer du compte fournisseurs Business Confort fin 2012« adapté» de 35.165,78 € a été apuré par des paiements « cash» fractionnés au cours des mois de janvier à août 2013, alors que plus aucune facture de cette société n'a été enregistrée au cours de cette année;

o Enfin, les deux dernières factures 2013 de BMB Services, payées par virement bancaires n'ont pas été payées sur le compte indiqué sur les factures, mais sur le compte d'un tiers.

\- que les sociétés fournisseurs ne respectaient pas leurs obligations fiscales ou comptables et ont été déclarées en faillite, courant 2012 (Business Confort) et courant 2013 (BMB Services).

Eu égard à l'ensemble de ces éléments, c'est à raison que le défendeur conclut que la demanderesse n'apporte nullement la preuve de la réalité des prestations litigieuses. Les factures litigieuses ne pouvaient dès lors fonder un droit à déduction.

8.- Les amendes de 200 p.c., prévues par les articles [70](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70) à [72](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-72) CTVA sont encourues du seul fait de l'infraction, indépendamment de la bonne foi ou de l'erreur du contrevenant. Autrement dit, l'amende est valablement motivée par le détail des infractions commises par la demanderesse et le renvoi à l'[article 70, § 1bis CTVA](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70).

En l'espèce, cependant, comme cela ressort du procès-verbal, l'amende proportionnelle a été réduite, conformément à l'arrêté royal n°41 du 30 janvier 1987, en exécution de l'[article 84 CTVA](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-84), à 10 %, soit 5.220,00 €.

Même s'il s'agit d'une amende proportionnelle, elle ne présente pas, au vu des montants en litige, un caractère répressif et dissuasif, au sens de l'article 6 de la Convention européenne des droits de l'homme. (1) L'amende litigieuse constitue la réparation du préjudice lié au non­respect des obligations fiscales, et non une peine.

Par conséquent, conformément au droit interne, le tribunal n'a pas le pouvoir de réduire l'amende, puisque le principe de la séparation des pouvoirs s'oppose à ce que le juge s'immisce dans les choix de l'administration, et partant, qu'il substitue son appréciation du degré de la sanction lorsque la loi a réservé au fonctionnaire le pouvoir de choisir celui-ci. Le tribunal a

*(1)* *L'article 6, §1 er CEDH prévoit que « toute personne a droit à ce que sa cause soit entendue équitablement, publiquement et dans un délai raisonnable, par un tribunal indépendant et impartial, établi par la loi, qui décidera, soit de contestations sur ses droits et obligations de caractère civil, soit du bien-fondé de toute accusation en matière pénale dirigée contre elle».*

\- *La notion d'accusation en matière pénale présente dans cette convention un caractère autonome. La Cour des droits de l'homme utilise trois critères pour déterminer si une sanction peut être qualifiée de sanction pénale*

\- *la qualification donnée par le droit interne joue un rôle, mais il s'agit d'un simple point de départ qui permet de rechercher le dénominateur commun entre la législation interne des États signataires ; l'étendue du public visé;*

\- *la nature de l'infraction et le degré de sévérité de la sanction.*

d'autant moins de pouvoir qu'en l'espèce, l'administration fiscale ne disposait d'aucune marge de manœuvre.

### Beschikkend gedeelte

**PAR CES MOTIFS,**

LE TRIBUNAL, siégeant en premier ressort, Statuant contradictoirement,

Vu la loi du 15 juin 1935 sur l'emploi des langues en matière judiciaire; Déclare la demande recevable, mais non fondée;

En déboute, la demanderesse;

Condamne la demanderesse aux dépens de l'instance, non liquidés dans son chef; constate l'absence de dépens dans le chef du défendeur; délaisse à la demanderesse la charge de la contribution de 20,00 €;

Ainsi jugé et prononcé à l'audience publique extraordinaire de la 34ème chambre du tribunal de première instance francophone de Bruxelles le 10 avril 2020,

Où étaient présents et siégeaient

Mr J.-M. Dwelshauvers, juge unique Mme N. Denolf, greffier délégué

Signatures

## Aangehaalde teksten

10

[WBTW art. 45](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) 4 voorkomens

[KB nr. 1 art. 5](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-6caa) 2 voorkomens

[WBTW art. 70](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70) 2 voorkomens

[KB nr. 3 art. 2](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-december-betrekking-aftrekregeling-toepassing-belasting-8aeb) 1 voorkomen

[KB nr. 41 art. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-41-januari-vaststelling-bedrag-proportionele-fiscale-d48c) 1 voorkomen

[WBTW art. 17](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-17) 1 voorkomen

[WBTW art. 22](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-22) 1 voorkomen

[WBTW art. 72](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-72) 1 voorkomen

[WBTW art. 84](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-84) 1 voorkomen

[342/87, arrest van 13 december 1989](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-342-87-arrest) 1 voorkomen

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Recht op aftrek, Algemene onkosten, Diensten door onderaannemers](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-algemene-onkosten-diensten-rechtbank-brussel-2023-09-29-7487) 6 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Facturen van management fees](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-facturen-management-fees-rechtbank-brussel-2023-09-29-d7df) 6 gemeenschappelijke bepalingen

[Intracommunautair handelsverkeer, Btw-boete](https://juriel.be/nl/rechtspraak/intracommunautair-handelsverkeer-btw-boete-rechtbank-brussel-2025-11-14-f437) 6 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-rechtstreeks-onmiddellijk-verband-rechtbank-luxemburg-2022-10-12-cbcc) 5 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-bewijs-bestaan-economische-rechtbank-brussel-2025-09-26-7672) 5 gemeenschappelijke bepalingen

[Fictieve factuur, recht op aftrek van Btw](https://juriel.be/nl/rechtspraak/fictieve-factuur-recht-aftrek-btw-rechtbank-brussel-2026-06-05-af2a) 5 gemeenschappelijke bepalingen

[Grossierbedrijf;facturatie;geldboete, groothandel, facturering](https://juriel.be/nl/rechtspraak/grossierbedrijf-facturatie-geldboete-groothandel-hof-van-beroep-antwerpen-2005-02-08-618f) 5 gemeenschappelijke bepalingen

[Uitoefening van het recht op aftrek, Bewijs, Fiscale geldboeten](https://juriel.be/nl/rechtspraak/uitoefening-recht-aftrek-bewijs-fiscale-hof-van-beroep-luik-2016-09-12-f882) 5 gemeenschappelijke bepalingen
