---
title: "20 november 2018 · Recht op aftrek, uitoefening recht op aftrek · Hof van beroep te Antwerpen"
description: "Recht op aftrek, uitoefening recht op aftrek, verwerping van het recht op aftrek, proces-verbaal. Hof van beroep te Antwerpen (België), 20 november 2018."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-uitoefening-verwerping-proces-hof-van-beroep-antwerpen-2018-11-20-e700"
lang: "nl"
---

# Recht op aftrek, uitoefening recht op aftrek

**Rechtscollege**

Hof van beroep

**Zetel**

Antwerpen

**Datum**

20 november 2018

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

**Strekking volgens de FOD**

gunstig voor de Belgische Staat

## Tekst

77 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Arrest van het Hof van beroep te Antwerpen d.d. 20.11.2018

WF 707-15-15/059243

\[Gunstig voor de administratie\]

*Belasting over de toegevoegde waarde – recht op aftrek – uitoefening recht op aftrek – verwerping van het recht op aftrek - proces-verbaal – nietigheid van het proces verbaal*

## Wettelijke bepalingen

[Art. 45 §1 en §2 WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45); [art. 59, §1 WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-59)

Artikel 2 van het Besluit van 17 juni 2015 van de Voorzitter van het directiecomité (FOD Financiën) houdende de oprichting van de diensten van de Administratie Grote Ondernemingen (GO)

Artikel 11 van het Besluit van 9 december 2015 tot oprichting van de Administratie Kleine en Middelgrote Ondernemingen (KMO)

## Samenvatting

## 1)Feiten en procedure in eerste aanleg

De belastingplichtige is geregistreerd voor de activiteit van 'adviesbureau op het gebied van bedrijfsbeheer en bedrijfsvoering'. Het geschil betreft een dwangbevel waarbij een btw-bedrag, intresten en geldboeten worden gevorderd ingevolge de betwiste gedeeltelijke verwerping van het recht op aftrek ten aanzien van aankoop- en onderhoudskosten van een oldtimer en inrichtings- en andere kosten met betrekking tot de maatschappelijke zetel van belastingplichtige.

Bij verzoekschrift op tegenspraak vorderde de belastingplichtige het bestreden dwangbevel te vernietigen, minstens onwettig te verklaren. De eerste rechter verklaarde de vordering toelaatbaar doch ongegrond. Tegen dit vonnis werd hoger beroep ingesteld bij verzoekschrift.

## 2)Procedure voor het hof van beroep

## *a)Nietigheid van het dwangbevel:*

De belastingplichtige stelt dat het bestreden dwangbevel nietig zou zijn omdat het proces-verbaal, dat ter motivering aan het bestreden dwangbevel is gehecht, werd opgesteld door een ambtenaar, die tijdens de redactie ervan was verbonden aan de Administratie Grote Ondernemingen, terwijl de belastingplichtige niet als een grote onderneming kan worden gekwalificeerd.

Art. 2 van het Besluit van 17 juni 2015, waarbij de Administratie Grote Ondernemingen (GO) werd opgericht, bepaalt dat GO bij voorrang bevoegd is voor grote ondernemingen, doch niet uitsluitend. Dit impliceert dat zij ook bevoegd is voor andere dan grote ondernemingen en derhalve ook kleine en middelgrote ondernemingen. Zulks geldt in het bijzonder nu de Administratie KMO pas opgericht werd bij Besluit van 9 december 2015, na redactie van het betwiste proces-verbaal. Art. 11 van dit laatste besluit bepaalt bovendien dat de diensten die operationeel waren de dag voor de inwerkingtreding van het besluit hun territoriale en materiële bevoegdheden behouden, waardoor de bevoegdheid van de Administratie Grote Ondernemingen ook voor KMO’s wordt bevestigd. Noch het proces-verbaal, noch het bestreden dwangbevel zijn nietig.

## *b)Verwerping van het recht op aftrek*

Het hof stelt vast dat de belastingplichtige niet het bewijs levert dat de aangekochte goederen en diensten wel degelijk voor beroepsdoeleinden werden aangewend. Stukken worden ter zake niet voorgelegd. De loutere beweringen volstaan hoegenaamd niet. Tevens wordt de aftrek verworpen van een oldtimer. De belastingplichtige stelde dat deze zou zijn aangekocht met de bedoeling over een opvallend vervoermiddel te beschikken om reclame te maken, zonder dat zulks echter wordt ondersteund door objectieve en controleerbare stukken. Op de wagen blijkt geen publiciteit te zijn aangebracht. Enig beroepsgebruik werd niet aangetoond, zodat ook de beperkte aftrek voor 50% in toepassing van [art. 45, §2 WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) niet kan worden toegestaan.

Het hoger beroep is ontvankelijk doch ongegrond.

**Tekst van het arrest**

### Tekst van de beslissing

**Arrest van het Hof van beroep te Antwerpen d.d. 20.11.2018**

Rol: 2017/AR/632

**V. W. & P. BVBA**, met maatschappelijke zetel te …, …, ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen onder het ondernemingsnummer …

-eiseres in hoger beroep

-vertegenwoordigd door **mr. K. H.**, advocaat te …, …

tegen het vonnis van kamer AFi4 van de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen van 18 januari 2017, aldaar gekend onder rolnummer …

**tegen**

**DE BELGISCHE STAAT**, in de persoon van de Minister van Financiën, van wie de kantoren gevestigd zijn te BRUSSEL, Wetstraat 12, handelend ten verzoek van de adviseur-generaal-directeur van het centrum KMO Antwerpen, met kantoor te …, …

-verweerder in hoger beroep

-vertegenwoordigd door **mr. A. V. L. d. J.**, advocaat te …, … (referte: BTW 2200)

Gelet op de door de wet vereiste processtukken in behoorlijke vorm overgelegd waaronder een eensluidend afschrift van het bestreden vonnis van de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 18 januari 2017 alsmede het verzoekschrift tot hoger beroep, neergelegd ter griffie van het hof van beroep te Antwerpen op 30 maart 2017, waarbij een naar vorm en termijn regelmatig en ontvankelijk hoger beroep wordt ingesteld.

## 1.Feitelijke en· procedurele retroacta

1.1.Huidige betwisting heeft betrekking op. het dwangbevel nr. … uitgevaardigd op 26 oktober 2015 en geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 28 oktober 2015 waarbij een bedrag van … EUR als B.T.W., geldboeten en intresten wordt nagevorderd voor de periode van 1 januari 2012 tot 31 december 2013. In het bijzonder betreft de betwisting de gedeeltelijke verwerping van het recht op aftrek ten aanzien van onder meer aankoop- en onderhoudskosten van een oldtimer en inrichtings- en andere kosten met betrekking tot de maatschappelijke zetel van eiseres in hoger beroep.

Lastens eiseres in hoger beroep werd een B.T.W.-controle aangevat over de periode van 1 januari 2012 tot 30 juni 2014. Op 6 augustus 2015 gebeurde een plaatsbezoek op de maatschappelijke zetel van eiseres in hoger beroep, waarvan een proces-verbaal van vaststelling werd opgesteld op 4 september 2015. Naar aanleiding van de vaststelling van enkele inbreuken op de aftrekregeling werd op dezelfde datum een correctieopgave verzonden. Eiseres in hoger beroep verklaarde zich bij brief d.d. 25 september 2015 van haar gevolmachtigde gedeeltelijk akkoord met de vooropgestelde wijzigingen.

Een aangepaste correctieopgave, die enkel betrekking had op de wijzigingen waarmee akkoord was gegaan, werd verzonden bij brief van 7 oktober 2015. Deze werd voor een bedrag van … EUR voor akkoord ondertekend op 13 oktober 2015.

Voor de wijzigingen waarvoor geen akkoord was bereikt, werd op. 21 oktober 2015 een proces-verbaal opgesteld, ingevolge waarvan een bedrag van … EUR als B.T.W. verschuldigd zou zijn. Op 16 november 2015 werd eiseres in hoger beroep kennisgegeven van het bestreden dwangbevel nr...

1.2.Bij verzoekschrift op tegenspraak, neergelegd ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen op 23 november 2015, vorderde eiseres in hoger beroep het verzoekschrift ontvankelijk en gegrond te verklaren, het bestreden dwangbevel te vernietigen, minstens onwettig te verklaren, voor recht te zeggen dat eiseres in hoger beroep de in het bestreden dwangbevel gevorderde sommen niet verschuldigd is, derhalve de uitvoering van het dwangbevel te verbieden en de terugbetaling te bevelen van alle ten onrechte betaalde of ingehouden sommen, meer moratoriumintresten en de Belgische Staat te veroordelen tot de kosten van het geding.

De eerste rechter verklaarde de vordering van eiseres in hoger beroep toelaatbaar doch ongegrond en veroordeelde eiseres in hoger beroep tot de kosten van het geding, niet begroot en niet vereffend.

De eerste rechter stelde vast dat het proces-verbaal van 21 oktober 2015 werd opgesteld door een ambtenaar verbonden aan een administratie, bevoegd inzake B.T.W. en dat deze toepassing heeft gemaakt van de controle- en onderzoeksbevoegdheden voorzien in de B.T.W.-wetgeving. Het proces-verbaal dient niet nietig te worden verklaard.

Ten gronde oordeelde de eerste rechter dat voor geen van de goederen waarvoor het recht op aftrek was verworpen, is aangetoond dat deze effectief werden gebruikt voor het stellen van belaste handelingen of andere handelingen die op basis van artikel 45, §1 W.B.T.W. recht geven op B.T.W.-aftrek.

Tegen dit vonnis heeft eiseres in hoger beroep bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het hof op30 maart 2017, hoger beroep ingesteld.

## 2.De vorderingen en standpunten in hoger beroep

2.1.Eiseres in hoger beroep vordert het hoger beroep ontvankelijk en gegrond te verklaren, het bestreden vonnis te vernietigen, opnieuw rechtdoende, de oorspronkelijke vordering ontvankelijk en gegrond te verklaren, het bestreden dwangbevel te vernietigen, minstens onwettig te verklaren, voor recht te zeggen dat eiseres in hoger beroep de in het bestreden dwangbevel gevorderde sommen niet verschuldigd is, derhalve de uitvoering van het dwangbevel. te verbieden en de terugbetaling te bevelen van alle ten onrechte betaalde of ingehouden sommen, meer moratoriumintresten en de Belgische Staat te veroordelen tot de kosten van het geding, begroot op de rechtsplegingsvergoeding.

Eiseres in hoger beroep stelt dat het proces-verbaal werd opgesteld door een onbevoegd ambtenaar en derhalve onwettig is.

Ten gronde wordt de gedeeltelijke verwerping van het recht op aftrek betwist ten aanzien van onder meer de B.T.W. op de aankoop en het onderhoud. van een oldtimer en diverse inrichtingswerken en kosten met betrekking tot de maatschappelijke zetel van eiseres in hoger beroep.

2.2. Verweerder in hoger beroep, de Belgische Staat, vordert het hoger beroep ontvankelijk maar ongegrond te verklaren, het bestreden vonnis en de bestreden aanslagen te bevestigen en eisers in hoger beroep te veroordelen tot de kosten.

De Belgische Staat stelt dat de heer **M.** bevoegd was tot het opstellen van het proces-verbaal lastens eiseres in hoger beroep.

Het is de belastingplichtige die gebruik wenst te maken van het recht op aftrek die de bewijslast ter zake draagt. Eiseres in hoger beroep haalt echter niets aan dat het recht op aftrek kan bewijzen.

## 3.Bespreking

3.1.Eiseres in hoger beroep stelt dat het bestreden dwangbevel nietig zou zijn omdat het proces-verbaal, dat ter motivering aan het bestreden dwangbevel is gehecht, werd opgesteld door de heer **M.**, die tijdens de redactie ervan was verbonden aan de Federale Overheidsdienst Financiën, Algemene Administratie van de Fiscaliteit, Administratie Grote Ondernemingen, Centrum Grote Ondernemingen Antwerpen, terwijl eiseres in hoger beroep niet als een grote onderneming kan worden gekwalificeerd.

De Belgische Staat besluit tot de bevoegdheid van de heer **M.** voor de opstelling van het proces-verbaal op grond van artikel 59 W.B.T.W. en artikel 2 van het besluit van 17 juni 2015 van de Voorzitter van het directiecomité houdende de oprichting van de diensten van de Administratie Grote Ondernemingen·(BS. 26juni. 2015).

Het hof stelt vast dat artikel 59; §1 W.B.T.W. bepaalt dat *"iedere overtreding of elk misbruik van de bepalingen van dit Wetboek of van de ter uitvoering ervan gegeven regelen, alsmede feiten die de opeisbaarheid van de. belasting of van een geldboete aantonen of ertoe bijdragen die aan te tonen, (...) door de administratie· (kunnen) worden bewezen volgens .de regelen en door alle middelen. van het gemene recht, getuigen en vermoedens inbegrepen, doch uitgezonderd de eed, en daarenboven door de processen-verbaal van de ambtenaren van de Federale Overheidsdienst Financiën”*.

Partijen betwisten niet dat de heer **M.** op het moment van de redactie van het proces-verbaal deel uitmaakte van de Federale Overheidsdienst Financiën en bevoegd was inzake B.T.W. Eiseres in hoger beroep betwist de bevoegdheid van de heer **M.**, als adviseur eerstaanwezend inspecteur verbonden aan de Administratie Grote Ondernemingen, om vaststellingen te doen en processen-verbaal op te stellen inzake B.T.W. in hoofde van kleine en middelgrote ondernemingen zoals eiseres in hoger beroep.

Ingevolge artikel 5 van het K.B. van 19 juli 2013 tot vaststelling van het organiek reglement van de Federale Overheidsdienst Financiën en van de bijzondere bepalingen die van toepassing zijn op het statutair personeel (B.S. 2 augustus 2013) bevat de Algemene Administratie van de Fiscaliteit de Administratie Particulieren, de Administratie Kleine en Middelgrote Ondernemingen en de Administratie Grote Ondernemingen.

De Administratie Grote Ondernemingen werd opgericht bij Besluit d.d. 17 juni 2015 van de Voorzitter van het directiecomité houdende de oprichting van de diensten van de Administratie Grote Ondernemingen van de Algemene Administratie van de Fiscaliteit en tot vaststelling van de zetel en de materiële en territoriale bevoegdheid van deze diensten. De Administratie Kleine en Middelgrote Ondernemingen werd opgericht bij Besluit d.d. 9 december 2015 van de Voorzitter van het Directiecomité tot oprichting van de KMO Centra en het Centrum Buitenland binnen de Administratie Kleine en Middelgrote Ondernemingen van de Algemene Administratie van de Fiscaliteit en tot vaststelling van hun zetel en hun materiële en territoriale bevoegdheid. De Administratie Kleine en Middelgrote ondernemingen was derhalve nog niet opgericht op datum van de redactie van het proces-verbaal d.d. 21 oktober 2015 en dit in tegenstelling tot de Administratie .Grote Ondernemingen waarvan de heer **M.** deel uitmaakte.

Artikel 2 van het Besluit van 17 juni 2015 waarbij de Administratie Grote Ondernemingen werd opgericht, bepaalt dat deze diensten *''bij voorrang maar niet exclusief bevoegd (zijn) voor de vennootschappen en rechtspersonen gekwalificeerd als 'grote ondernemingen’"*'.

Artikel 2 omschrijft de materiële bevoegdheid van de Administratie Grote Ondernemingen en spreekt zich niet uit over de bevoegdheid van andere administraties. In tegenstelling tot wat eiseres in hoger beroep voorhoudt, houdt het gebruik van de woorden 'bij voorrang. maar niet exclusief’ dan ook niet in dat ook andere administraties mogelijks bevoegd zouden zijn voor grote ondernemingen. .Waar artikel 2 bepaalt dat de Administratie Grote Ondernemingen bij voorrang bevoegd is voor grote ondernemingen, doch niet uitsluitend, impliceert dit daarentegen dat zij ook bevoegd is voor andere dan grote ondernemingen en derhalve ook voor kleine en middelgrote ondernemingen. Zulks geldt in het bijzonder nu de Administratie Kleine en Middelgrote Ondernemingen pas bij Besluit van 9 december 2015 werd opgericht, na redactie van het proces-verbaal in casu. Artikel 11 van dit laatste besluit bepaalt bovendien dat de diensten die operationeel waren de dag voor de inwerkingtreding van het besluit hun territoriale en materiële bevoegdheden behouden, waardoor de bevoegdheid van de Administratie Grote Ondernemingen ook voor KMO's wordt bevestigd.

De heer **M.** was dan ook materieel bevoegd tot redactie van het proces-verbaal d.d. 21 oktober 2015 lastens eiseres in hoger beroep. De rechtspraak die door eiseres in hoger beroep in conclusie wordt aangehaald, heeft betrekking op andere feitelijke omstandigheden en andere administraties, en is dan ook niet ter zake dienend.

Noch het proces-verbaal, noch het bestreden dwangbevel zijn nietig.

3.2.In toepassing van artikel 45, §1 W.B.T.W. mag elke belastingplichtige op de belasting die hij verschuldigd is, de belasting in aftrek brengen, geheven op de aan hem geleverde goederen en verleende diensten in de mate dat hij die goederen en diensten gebruikt voor het verrichten van belaste handelingen, handelingen vrijgesteld van belasting krachtens de artikelen 39 tot 42 W.B.T.W., handelingen in het buitenland waarvoor recht op aftrek zou ontstaan indien zij in het binnenland zouden plaatsvinden, handelingen bedoeld in artikel 44, § 3, 4° tot 10° W.B.T.W. of diensten als makelaar bij voorgaande handelingen.

Eiseres in hoger beroep die het recht op aftrek inroept, dient het bewijs te leveren dat zij zich in de vereiste voorwaarden bevindt om het recht op aftrek te kunnen uitoefenen.

In casu werd de B.T.W. voor een bedrag van … EUR, naar oordeel van de administratie, ten onrechte in aftrek gebracht omdat de goederen en diensten volledig bestemd waren voor privédoeleinden of voor andere doeleinden dan de economische activiteit van eiseres in hoger beroep. Tevens werden inbreuken vastgesteld op de aftrekregeling ten aanzien van goederen en diensten die betrekking hebben op het appartement te Antwerpen, dat in vruchtgebruik toebehoort aan eiseres in hoger beroep en in blote eigendom aan de heer en mevrouw **V. W.**, en die gedeeltelijk bestemd zijn voor privédoeleinden of voor andere doeleinden dan de economische activiteit van eiseres in hoger beroep en dit voor een bedrag van … EUR.

Het hof stelt met de administratie vast dat eiseres in hoger beroep niet het bewijs levert dat de goederen en diensten vermeld in de tabel op pagina 2, 3 en 4 van het proces-verbaal voor een bedrag van … EUR wel degelijk werden aangewend voor het verrichten van handelingen onderworpen aan de B.T.W. Het betreffen onder meer aankopen bij Vanden Borre NV, Makro. NV, Top Interieur NV, een stripwinkel, de betalingen van sports consulting en training fees, kosten voor bureelinrichting waar de offerte wijst op de aankoop van onder meer een slaapzetel en tapijt voor.de eetplaats, en de aankoop van verlichting, ventilator en airco, zonder dat door eiseres in hoger beroep op enigerlei wijze wordt aangetoond dat deze goederen en diensten minstens te dele bestemd waren voor het verrichten van belastbare handelingen of betrekking hadden op het beroepsgedeelte van het appartement waarin de maatschappelijke zetel van eiseres in hoger beroep was ondergebracht. Stukken worden ter zake niet voorgelegd. De loutere beweringen van eiseres in hoger beroep volstaan hoegenaamd niet.

Tevens wordt terecht de aftrek verworpen van de B.T.W. op de aankoop en het onderhoud van een oldtimer. Eiseres in hoger beroep stelt dat deze zou zijn aangekocht met de bedoeling over een opvallend vervoermiddel te beschikken om reclame te maken, zonder dat zulks echter wordt ondersteund door objectieve en controleerbare stukken. Althans blijkt geen publiciteit te zijn aangebracht op de oldtimer, zoals namens eiseres in hoger beroep ter zitting werd verklaard. Enig gebruik voor beroepsdoeleinden wordt niet aangetoond, zodat ook de aftrek voor 50 % in toepassing van artikel 45, §2 W.B.T.W. niet kan worden toegestaan.

Het hof treedt ook het standpunt van de administratie bij wat betreft de beperking van het recht op aftrek van de B.T.W. op goederen en diensten die betrekking hebben op het appartement te Antwerpen dat deels voor privédoeleinden en deels voor beroepsdoeleinden wordt aangewend. Het beroepsmatig gebruik van het appartement werd aan de hand van het plan van het onroerend goed terecht bepaald op 10,69 %. Dat de oppervlakte van de traphal ten onrechte tweemaal in rekening zou zijn gebracht ter berekening van de totale oppervlakte van het appartement slaat nergens op. Dat ook keuken, zitplaats, WC en slaapplaats voor beroepsdoeleinden zou zijn aangewend, wordt op geen enkele wijze aangetoond, zelfs niet aannemelijk gemaakt. Stukken worden niet voorgelegd. Enig gebruik door personeel van **NV L. S.**, indien reeds aangetoond -quod non-, wijst nog niet op enig gebruik door eiseres in hoger beroep zelf. Dat eiseres in hoger beroep managementdiensten voor **NV L. S.** verricht, bewijst niet dat het appartement voor beroepsdoeleinden werd aangewend door eiseres in hoger beroep .voor **NV L. S.**, die overigens in hetzelfde gebouw is gevestigd. Ook het gebruik van het appartement door klusjesman **M.** of de terbeschikkingstelling aan **BVBA TMC A.** blijkt nergens uit.

Ook de beperking van de aftrek van de B.T.W. op de wandkasten tot 50 % acht het hof terecht, gelet op de vaststellingen ter plaatse waaruit een gedeeltelijk privégebruik bleek. De administratie bezondigde zich aldus niet aan een verboden opportuniteitsbeoordeling.

De vordering van eiseres in hoger beroep dient te worden afgewezen. Het bestreden vonnis verdient bevestiging.

Het hoger beroep van eiseres in hoger beroep is ontvankelijk doch ongegrond en het bestreden vonnis dient te worden bevestigd.

Partijen begroten de rechtsplegingsvergoeding op … EUR voor een in geld waardeerbare vordering. Het hof begroot de rechtsplegingsvergoeding in hoger beroep op … EUR en legt deze ten laste van eiseres in hoger beroep als de in het ongelijk gestelde partij.

### Beschikkend gedeelte

## 4.Beslissing

Het hof beslist bij arrest op tegenspraak.

De rechtspleging verliep in overeenstemming met de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van de taal in gerechtszaken.

Het hof verklaart het hoger beroep van eiseres in hoger beroep ontvankelijk doch ongegrond.

Het hof bevestigt het bestreden vonnis.

Het hof veroordeelt eiseres in hoger beroep tot de kosten van het hoger beroep, in hoofde van verweerder in hoger beroep begroot op en door het hof vereffend op … EUR rechtsplegingsvergoeding in hoger beroep.

Dit arrest werd uitgesproken in de openbare zitting van **20 november 2018** door …

Ondertekeningen

## Aangehaalde teksten

2

[WBTW art. 45](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) 3 voorkomens

[WBTW art. 59](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-59) 2 voorkomens

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Recht op aftrek, Facturen van onderaannemers, Verplichte vermeldingen](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-facturen-onderaannemers-verplichte-rechtbank-bergen-2019-04-09-0896) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Percentage van het beroepsmatig gebruik](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-percentage-beroepsmatig-gebruik-hof-van-beroep-bergen-2023-05-31-09c2) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Uitgaven zonder bedrijfskarakter, Gebouw, Gedeeltelijk beroepsgebruik](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-uitgaven-zonder-bedrijfskarakter-hof-van-beroep-luik-2020-09-04-17c5) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Fiscale controle, Proces-verbaal](https://juriel.be/nl/rechtspraak/fiscale-controle-proces-verbaal-rechten-rechtbank-namen-2021-06-23-191f) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Gerechtelijke procedure, Kracht van gewijsde, Vaststellingen](https://juriel.be/nl/rechtspraak/gerechtelijke-procedure-kracht-gewijsde-vaststellingen-hof-van-beroep-bergen-2021-10-20-32fc) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Werken in onroerende staat, Beroepsmatige bestemming, Onroerende verhuur, Onderverhuur](https://juriel.be/nl/rechtspraak/werken-in-onroerende-staat-beroepsmatige-hof-van-beroep-bergen-2022-11-25-3f6a) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Verjaringen, Innings- en invorderingsregister, Uitvoerbare titel, Delegatie](https://juriel.be/nl/rechtspraak/verjaringen-innings-invorderingsregister-uitvoerbare-titel-hof-van-beroep-gent-2023-06-13-3f97) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Strafdossier, Inzage, Verjaring, Rechten van de verdediging, Aftrek, Neutraliteit](https://juriel.be/nl/rechtspraak/strafdossier-inzage-verjaring-rechten-verdediging-hof-van-beroep-luik-2020-04-24-5cae) 2 gemeenschappelijke bepalingen
