---
title: "Recht op aftrek, Toevallige belastingplichtige · Hof van Cassatie van België, 21 december 2012, F.11.0067.N"
description: "Recht op aftrek, Toevallige belastingplichtige, Nieuw opgericht gebouw. Hof van Cassatie van België, 21 december 2012, F.11.0067.N."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-toevallige-belastingplichtige-nieuw-cassatie-brussel-2012-12-21-edc5"
lang: "nl"
---

# Recht op aftrek, Toevallige belastingplichtige, Nieuw opgericht gebouw

**Rechtscollege**

Hof van Cassatie

**Rolnummer**

F.11.0067.N

**Datum**

21 december 2012

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

99 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

**Arrest van het Hof van Cassatie dd. 21.12.2012 (F.11.0067.N)**

*Btw - Recht op aftrek - Toevallige belastingplichtige - Nieuw opgericht gebouw - Verkoop van het vruchtgebruik*

## Samenvatting

Conclusie van advocaat-generaal T.

## Wettelijke basis

De artikelen 39 tot 42; artikel 44, § 3, 4° tot 10° en [artikel 45, § 1, van het Btw-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) en [artikel 4 van KB nr. 14](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-14-betrekking-vervreemdingen-gebouwen-gedeelten-bijhorende-39f4#ar14-art4) van 3 juni 1970.

**Volledige tekst**

### Tekst van de beslissing

**Arrest van het Hof van Cassatie dd. 21.12.2012**

F.11.0067.N

E.V.T., eiser, vertegenwoordigd door mr. … ,

tegen

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de gewestelijke directeur van de directie Belasting op de Toegevoegde Waarde, met kantoor te …, verweerder, vertegenwoordigd door mr. … .

## I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te … van 16 maart 2010.

Advocaat-generaal D. T. heeft op 24 juli 2012 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Verslag uitgebracht.

Geconcludeerd.

## II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

## III. BESLISSING VAN HET HOF

### Beoordeling

1\. Artikel 17.1 en 2, a), b) en c), Zesde Richtlijn 77/388/EEG van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lidstaten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag (hierna Zesde btw-richtlijn) bepaalt:

> "Ontstaan en omvang van het recht op aftrek
>
> 1\. Het recht op aftrek ontstaat op het tijdstip waarop de aftrekbare belasting verschuldigd wordt.
>
> 2\. Voor zover de goederen en diensten worden gebruikt voor belaste handelingen mag de belastingplichtige van de door hem verschuldigde belasting aftrekken:
>
> a) de belasting over de toegevoegde waarde, welke in het binnenland is verschuldigd of voldaan voor de door een andere belastingplichtige aan hem geleverde of te leveren goederen en voor de te zijnen behoeve verrichte of te verrichten diensten;
>
> b) de belasting over de toegevoegde waarde welke verschuldigd of voldaan is voor in het binnenland ingevoerde goederen;
>
> c) de belasting over de toegevoegde waarde welke overeenkomstig artikel 5, lid 7, onder a) , en artikel 6, lid 3, verschuldigd is".

Artikel 17.5, eerste lid, van dezelfde richtlijn bepaalt:

> "Voor goederen en diensten die door een belastingplichtige zowel worden gebruikt voor handelingen als bedoeld in de leden 2 en 3, waarvoor recht op aftrek bestaat, als voor handelingen waarvoor geen recht op aftrek bestaat, wordt aftrek slechts toegestaan voor dat gedeelte van de belasting over de toegevoegde waarde, dat evenredig is aan het bedrag van de eerstbedoelde handelingen (pro rata)."

2\. Uit deze bepalingen volgt dat de aftrek van btw op grond van het bestemmingsbeginsel enkel mogelijk is voor zover de belastingplichtige de door hem ontvangen goederen en diensten gebruikt voor het verrichten van belaste handelingen en dat, indien hij een gebouw opricht en bij een latere verkoop de naakte eigendom voor zichzelf voorbehoudt, hij slechts recht op aftrek heeft voor het gedeelte van de btw, dat evenredig is aan het bedrag van de handelingen waarvoor recht op aftrek bestaat.

3\. [Artikel 45, § 1, Btw-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) bepaalt:

> "Op de belasting die hij verschuldigd is, mag elke belastingplichtige in aftrek brengen de belasting geheven van de aan hem geleverde goederen en verleende diensten, van de door hem ingevoerde goederen en de door hem verrichte intracommunautaire verwervingen van goederen, in de mate dat hij die goederen en diensten gebruikt voor het verrichten van:
>
> 1\. belaste handelingen;
>
> 2\. handelingen vrijgesteld van de belasting krachtens de artikelen 39 tot 42;
>
> 3\. handelingen in het buitenland, waarvoor recht op aftrek zou ontstaan indien zij in het binnenland zouden plaatsvinden;
>
> 4\. handelingen bedoeld in artikel 44, § 3, 4° tot 10°, telkens wanneer de medecontractant buiten de Gemeenschap is gevestigd, of de genoemde handelingen, volgens door of vanwege de Minister van Financiën te bepalen voorwaarden, rechtstreeks samenhangen met goederen die bestemd zijn om te worden uitgevoerd naar een land buiten de Gemeenschap;
>
> 5\. diensten als makelaar of lasthebber bij in 4° bedoelde handelingen."

Volgens [artikel 4 KB nr. 14](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-14-betrekking-vervreemdingen-gebouwen-gedeelten-bijhorende-39f4#ar14-art4) van 3 juni 1970 met betrekking tot de vervreemdingen van gebouwen, de vestigingen van een zakelijk recht op een gebouw en de overdrachten en wederoverdrachten van dergelijk recht overeenkomstig het bepaalde in artikel 8 of in artikel 44, § 3, 1°, a, tweede streepje of b, tweede streepje, Btw-wetboek kan de toevallige belastingplichtige, die een gebouw vervreemdt of die een zakelijk recht vestigt onder de in artikel 8, § 2, of artikel 44, § 3, 1°, b, tweede streepje, Btw-wetboek gestelde voorwaarden, van de ter zake van die handeling verschuldigde belasting in aftrek brengen de belasting geheven van de handelingen die strekken of bijdragen, naargelang van het geval, tot de oprichting of de verkrijging van het gebouw dat wordt vervreemd of waarop het zakelijk recht wordt gevestigd, evenals de belasting geheven van de handelingen die rechtstreeks tot doel hebben het gebouw te vervreemden of het met het zakelijk recht te bezwaren.

4\. Uit deze bepalingen volgt dat de toevallige belastingplichtige die een zakelijk recht op een nieuw opgericht gebouw vestigt in de regel de belasting over de toegevoegde waarde die hij voor de oprichting of de aankoop van het gebouw betaald heeft, in aftrek kan brengen. Indien de verkoopprijs niet overeenstemt met de oprichtings- of aankoopprijs van het goed omwille van het feit dat slechts het vruchtgebruik van het onroerend goed wordt verkocht, dan is de aftrek van de betaalde belasting over de toegevoegde waarde beperkt volgens de verhouding van de prijs van het vruchtgebruik tot de aankoop- of de oprichtingsprijs van het gebouw in volle eigendom.

5\. De appelrechters stellen vast dat:

\- het vruchtgebruik van het onroerend goed bij notariële akte van 5 april 2005 voor een periode van 20 jaar werd verkocht aan de bvba H., mits de prijs van 260.000 euro, hetzij 194.147 euro voor de constructies en 65.583 euro voor de grond;

\- de verkoop op grond van [artikel 8, § 2, Btw-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-8) gebeurde als "toevallige oprichter" met toepassing van btw;

\- niet wordt betwist dat de oprichtingsprijs van het gebouw 300.593,45 euro bedraagt en dat de op de oprichting betaalde btw 63.124,62 euro bedraagt;

\- de verschuldigde btw op de verkoopprijs van het vruchtgebruik 40.770,87 euro bedraagt;

\- de verweerder weigert tot terugbetaling over te gaan van een bedrag van 22.353,75 euro, zijnde het verschil tussen 63.124,62 euro (betaalde btw op de oprichting) en 40.770,87 euro (ontvangen btw bij de verkoop van het vruchtgebruik);

\- de verweerder het recht op aftrek heeft beperkt volgens de verhouding oprichtingsprijs/verkoopprijs aangezien het opgerichte goed niet integraal bestemd was voor handelingen waarvoor het recht op aftrek geldt, met name de naakte eigendom die geen voorwerp uitmaakt van de overdracht en voorbehouden blijft aan de eiser.

6\. De appelrechters die op grond van deze vaststellingen oordelen dat de verweerder ingevolge de kenmerken eigen aan de aard van de handeling, namelijk een overdracht van vruchtgebruik voor een beperkte periode van 20 jaar, het recht op aftrek terecht heeft beperkt, verantwoorden hun beslissing naar recht.

Het middel kan niet worden aangenomen.

## Dictum

**Het Hof,**

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiser op 150,27 euro en voor de verweerder op 84,69 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit … .

\_\_\_\_\_\_\_\_\_\_\_\_\_\_\_\_\_\_\_\_

### Conclusie

Conclusie van advocaat-generaal D. Thijs:

1\. In deze zaak stelt zich de rechtsvraag of eiser, in zijn hoedanigheid van «toevallige belastingplichtige» in de zin van [artikel 8, § 2, btw-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-8), die onder bezwarende titel, ten voordele van de BVBA H., een vruchtgebruik heeft gevestigd op een gebouw dat hij heeft opgericht of laten oprichten, van deze met btw belaste handeling, overeenkomstig [artikel 45, § 1, btw-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45), de btw, geheven van de aan hem geleverde goederen en diensten die strekten of hebben bijgedragen tot de oprichting van dat gebouw, volledig in aftrek kon brengen.

Aangezien de vestiging van een vruchtgebruik op een onroerend goed slechts een gedeeltelijke overdracht van rechten met zich meebrengt, in de mate dat de eigenaar de naakte eigendom voor zich behoudt, oordeelde de administratie dat het door eiser opgerichte gebouw niet volledig wordt gebruikt voor het verrichten van belaste handelingen zodat het recht op aftrek van btw werd beperkt door vergelijking van de oprichtingsprijs van het gebouw in volle eigendom en de verkoopprijs van het vruchtgebruik.

Waar de verkoopprijs van het vruchtgebruik 65% bedroeg van de totale oprichtingsprijs van het gebouw, werd de aftrek derhalve in die mate beperkt.

2\. In het bestreden arrest bevestigen de appelrechters de zienswijze van de administratie dat het recht op aftrek van btw bij het vestigen van een vruchtgebruik dient te worden beperkt overeenkomstig voormelde verhouding.

3\. In het enig middel voert eiser aan dat deze beperking van het recht op aftrek strijdig is met het bestemmingsbeginsel en het neutraliteitsbeginsel van de Zesde btw-richtlijn (artikel 17), en dus ook met [artikel 45, § 1, btw-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45).

4\. [Artikel 45, § 1, btw-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) bepaalt dat de belastingplichtige het recht heeft, van de btw, verschuldigd over de door hem verrichte leveringen en diensten af te trekken, de btw die hij betaalde met betrekking tot de aan hem geleverde goederen en diensten, de door hem ingevoerde goederen en de door hem verrichte intracommunautaire verwervingen, «in de mate» dat hij die goederen en diensten gebruikt voor het verrichten van «belaste» handelingen.

De aftrekregeling, bepaald in [artikel 45 btw-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) en 17 van de Zesde btw-richtlijn, heeft tot doel de ondernemer geheel te ontlasten van de in het kader van al zijn economische activiteiten verschuldigde of betaalde btw. Het stelsel van belasting over de toegevoegde waarde waarborgt aldus een volstrekt neutrale fiscale behandeling van alle economische activiteiten, ongeacht het oogmerk of het resultaat van die activiteiten, mits die activiteiten op zich aan de heffing van btw zijn onderworpen (HvJ, 14 februari 1985, Rompelmann, 268/83, r.o. 19; HvJ, 15 januari 1998, Ghent Coal Terminal, [C-37/95](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-37-95-arrest), r.o. 15; HvJ, 21 maart 2000, Gabalfrisa e.a., [C-110/98](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-110-98-arrest) tot C-147/98, r.o. 44; HvJ, 8 juni 2000 Midland Bank, C-98-98, r.o.19; HvJ, 22 februari 2001, Abbey National, [C-408/98](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-408-98-arrest), r.o.24).

Uit de laatste zinsnede van [artikel 45, § 1, btw-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) volgt dat voor de uitoefening van het recht op aftrek vereist is dat de belastingplichtige de aan hem geleverde goederen en diensten, waarvan hij de btw wil aftrekken, voor welbepaalde handelingen gebruikt, meer bepaald voor handelingen die effectief belast zijn, dan wel van belasting zijn vrijgesteld wegens uitvoer of omdat zij in het buitenland plaatsvinden.

Indien deze goederen en diensten niet worden verhandeld onder voorwaarden die de btw opeisbaar maken, kan in verband met deze goederen en diensten geen recht op aftrek worden verleend en is de btw opeisbaar. Van handelingen die niet worden belast, kan men dus geen voorbelasting aftrekken. (VANDEBERGH, H., Het btw-Handboek, Gent, Mys&Breesch, 1999, 330-331, nr. 374).

Ik kan terzake verwijzen naar mijn conclusie bij het arrest van Uw Hof van 8 april 2011 in de zaak F.10.0013.N (AC 2011, nr. 255.).

5\. Ook uit het huidige [artikel 17, tweede lid, van de Zesde btw-richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-17), volgt dat de aftrek van de btw enkel mogelijk is mits aan twee cumulatieve voorwaarden is voldaan: ten eerste geldt de aftrek enkel voor de btw op goederen en diensten die door een belastingplichtige zijn ontvangen, ten tweede is de aftrek van deze btw enkel mogelijk «voor zover» de belastingplichtige de door hem ontvangen goederen of diensten gebruikt voor het verrichten van belaste handelingen (VANDENBERGHE, L., Aftrek en teruggaaf van btw, Antwerpen, Intersentia, 1998, 32-33).

Het recht op aftrek van de btw op de ontvangen goederen en diensten wordt dus gedetermineerd door hun bestemming (bestemmingsbeginsel), d.w.z. door de btw-onderworpenheid van de handelingen die de belastingplichtige met de door hem ontvangen goederen of diensten wil stellen (VANDENBERGHE, L., o.c., 33, nr. 15; zie ook de conclusies van het O.M. bij Cass. 8 april 2011, F.10.0013.N, AC 2011, nr. 255.).

6\. Het bestemmingsbeginsel geldt eveneens voor de aftrek van btw bij de vestiging van een zakelijk recht op een gebouw door een «toevallige belastingplichtige», overeenkomstig [artikel 8, § 2, btw-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-8).

[Artikel 4 van het KB nr. 14](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-14-betrekking-vervreemdingen-gebouwen-gedeelten-bijhorende-39f4#ar14-art4) van 3 juni 1970, met betrekking tot de vervreemdingen van gebouwen, de vestigingen van een zakelijk recht op een gebouw en de overdrachten en wederoverdrachten van dergelijk recht overeenkomstig het bepaalde in artikel 8 of in artikel 44, § 3, 1°, a, tweede streepje of b, tweede streepje, van het btw-wetboek, bepaalt dat de «toevallige belastingplichtige», die een zakelijk recht op een gebouw vestigt onder de in artikel 8, § 2, of 44, § 3, 1°, b, tweede streepje, van het Wetboek, gestelde voorwaarden, van de ter zake van die handeling verschuldigde belasting in aftrek kan brengen de belasting geheven van de handelingen die strekken of bijdragen, naargelang van het geval, tot de oprichting of de verkrijging van het gebouw dat wordt vervreemd of waarop het zakelijk recht wordt gevestigd, evenals de belasting geheven van de handelingen die rechtstreeks tot doel hebben het gebouw te vervreemden of het met het zakelijk recht te bezwaren.

7\. Voor goederen en diensten die door een belastingplichtige zowel worden gebruikt voor handelingen waarvoor recht op aftrek bestaat, als voor handelingen waarvoor geen recht op aftrek bestaat, preciseert [artikel 17, vijfde lid, eerste alinea, van de Zesde btw-richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-17) dat «aftrek slechts (wordt) toegestaan voor dat gedeelte van de belasting over de toegevoegde waarde, dat evenredig is aan het bedrag van de eerstbedoelde handelingen (pro rata)».

Volgens [artikel 17, vijfde lid, tweede alinea](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-17), van dezelfde richtlijn wordt «dit pro rata (...) overeenkomstig de bepalingen van artikel 19 bepaald voor het totaal van de door de belastingplichtige verrichte handelingen».

Op grond van artikel 17, vijfde lid, derde alinea, c), kunnen de lidstaten "de belastingplichtige toestaan of verplichten de aftrek toe te passen volgens het gebruik van de goederen en diensten of van een deel daarvan".

Overeenkomstig [artikel 1, § 2, eerste lid, van het KB nr. 3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-december-betrekking-aftrekregeling-toepassing-belasting-8aeb#ar3-art1) van 10 december 1969 met betrekking tot de aftrekregeling voor de toepassing van de btw, komt de belasting geheven van de goederen en diensten die een belastingplichtige bestemt voor privé-doeleinden of voor andere doeleinden dan deze van zijn economische activiteit, in geen geval voor aftrek in aanmerking.

Wanneer een goed of een dienst bestemd is om gedeeltelijk voor zulke doeleinden te worden gebruikt, is het recht op aftrek naar verhouding van dat gebruik uitgesloten. Die verhouding dient door de belastingplichtige te worden bepaald onder controle van de administratie (artikel 1, § 2, tweede lid, van voormeld KB nr. 3).

Uit voorgaande bepalingen volgt dat bij gemengd gebruik van goederen en diensten het bestemmingsbeginsel inhoudt dat de aftrek van belastingen proportioneel of evenredig is met de respectieve bestemmingen («in de mate dat», «pro rata», «voor zover»; WILLE, P., BORGER, F., en GOVERS,M., Handboek btw 2011-2012, Antwerpen-Cambridge, Intersentia, 2011, 335; STESSENS, E., Europees btw-recht in Hoofdlijnen, Antwerpen/Apeldoorn, Maklu, 2012, 487: voor de btw geheven op goederen en diensten die worden gebruikt voor de twee activiteiten waarvan slechts één recht op aftrek inhoudt, moet een bijzonder verhoudingsgetal worden vastgesteld).

Anders dan eiser onder het enig middel vooropstelt (p. 5, laatste alinea), wordt de toepassing van de proportionaliteitsregel wel degelijk verduidelijkt in het btw-wetboek, in het bijzonder in het KB nr. 3, alsook in de Zesde btw-richtlijn.

8\. Uit de aard van de vestiging van een vruchtgebruik op een onroerend goed, dat aan de vruchtgebruiker slechts tijdelijk een beperkt economisch gebruiksrecht verschaft (zie de artikelen 578 e.v. BW), volgt dat dit onroerend goed niet volledig kan worden bestemd voor handelingen onderworpen aan een economische activiteit.

Het eigendomsrecht (beschikkingsrecht) over het met vruchtgebruik bezwaard onroerend goed - met inbegrip van de daarbij horende rechten en verplichtingen - blijft immers exclusief toebehoren aan de naakte eigenaar, wat verhindert dat dit onroerend goed integraal, in volle eigendom, wordt bestemd voor het verrichten van handelingen in de uitoefening van een belaste activiteit.

Het vestigen van een vruchtgebruik op een onroerend goed in het kader van [artikel 8, § 2, btw-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-8), doet zich derhalve voor als een levering van een goed dat zowel wordt gebruikt voor handelingen waarvoor het recht op aftrek bestaat (vruchtgebruik), als voor handelingen waarvoor geen recht op aftrek bestaat (naakte eigendom), of m.a.w. als een levering van een goed die de belastingplichtige gedeeltelijk heeft bestemd voor privé-doeleinden of voor andere activiteiten dan deze van zijn economische activiteit.

In de mate dat de voorbelastingen, volgens de verhouding tussen de prijs van het zakelijk recht enerzijds en de oprichtingsprijs van het onroerend goed anderzijds, uitsluitend betrekking hebben op het vestigen van een eigendomsrecht op dit onroerend goed, met name van de naakte eigendom ervan, die ook het recht insluit op het toekomstig genot van dit onroerend goed, kan geen recht op aftrek worden toegestaan nu het opgerichte gebouw in die mate niet integraal voor belaste handelingen is bestemd.

Het gedeelte van de oprichtingsprijs van het gebouw, dat de naakte eigendom vertegenwoordigt, situeert zich aldus buiten het ondernemingsgebeuren van eiser en kan geen recht op aftrek genereren (GOVERS, M., "Gebruik van onroerende bedrijfsmiddelen onder het stelsel van de B.T.W. - Aftrek van voorbelasting", in Het onroerend goed in de praktijk, VIII.C.4., 6a, 554-556).

Terzake kan tevens verwezen worden naar het antwoord van de Minister van Financiën op een parlementaire vraag van volksvertegenwoordiger C. DE VLIES: "In onderhavig geval brengt de vestiging van een zakelijk recht op een onroerend goed slechts een gedeeltelijke overdracht van de rechten van de overdrager met zich mee. Het is dan ook normaal dat de belasting slechts aftrekbaar is tot beloop van de prijs met betrekking tot het gevestigde zakelijk recht" (Vr. en Antw., Kamer, 2005-2006, nr.125, 19 juni 2006, 24557 \[Vr. nr. 1276 C. DEVLIES dd. 8 mei 2006\]).

Slechts wanneer de prijs voor het vestigen van het vruchtgebruik volledig zou overeenstemmen met de oprichtingsprijs van het gebouw in volle eigendom, hetzij deze oprichtingsprijs sterk zou benaderen, kan de volledige aftrek van de voorbelasting wel worden aanvaard. In dat geval komt de maatstaf van heffing voor het vestigen van het vruchtgebruik immers volledig overeen met de maatstaf van heffing voor de oprichting van het gebouw en dient geen rekening te worden gehouden met het feit dat slechts een beperkte overdracht van rechten heeft plaatsgevonden (zie Vr. en Antw., Kamer, 2005-2006, nr.125, 19 juni 2006, 24558 \[Vr. nr. 1276 C. DEVLIES dd. 8 mei 2006\]; Vr. en Antw., Kamer, 1994-1995, nr. 129, 22 september 1993, 13.467 \[Vr. nr. 710 JP. DE CLIPPELE\]).

9\. In tegenstelling tot wat het enig middel aanvoert, kan uit het loutere feit dat het recht van vruchtgebruik als dusdanig wordt gevestigd op het volledige gebouw, niet volgen dat een onbeperkt recht van aftrek van de voorbelastingen moet worden toegestaan.

Een volledig recht van aftrek kan enkel worden toegekend wanneer er een rechtstreeks en onmiddellijk verband bestaat tussen de met btw belaste handelingen (HvJ, 6 april 1995, BLP Group, [C-4/94](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-4-94-arrest), r.o. 18 en 19; HvJ, 22 februari 2001, Abbey National, [C-408/98](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-408-98-arrest), r.o.25), welk verband in onderhavige zaak slechts voorhanden is tot beloop van het gedeelte van de oprichtingsprijs van het gebouw dat de waarde van het vruchtgebruik vertegenwoordigt.

10\. De verwijzing in de toelichting bij het enig middel naar het arrest Stevens Koeltechniek van Uw Hof (AC 2002, 2141) en naar het arrest van 21 september 1988 van het Hof van Justitie van de Europese Unie (nr.50/87, inzake Commissie t/ Frankrijk), lijkt mij niet pertinent.

Op grond van deze arresten kan geen analoge redenering worden opgebouwd voor de problematiek die in onderhavige zaak aan de orde is.

Zo stelde zich in het arrest Stevens Koeltechniek, in het kader van de problematiek van de herziening van de aftrek van btw op bedrijfsmiddelen (zie de artikelen [48, § 2](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-48), btw-wetboek en 6-11 van het KB nr. 3), specifiek de vraag of het onroerend goed waarop een vruchtgebruik was gevestigd, ook in hoofde van de naakte eigenaar als een bedrijfsmiddel kan worden beschouwd en of de verkoop van die naakte eigendom aanleiding diende te geven tot een herziening van de aftrek van btw op eerdere verbouwings- en uitrustingsuitgaven.

In het arrest van 21 september 1988 van het Hof van Justitie van de Europese Unie werd een nationale regeling, waarbij de (volledige) aftrek van btw op onroerende goederen die zijn verworven of gebouwd, beperkt werd in functie van de omvang van de vergoeding voor de rechten die erop worden toegestaan, als strijdig bevonden met [artikel 17 van de Zesde btw-richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-17).

In onderhavige zaak stond de toepassing van het bestemmingsbeginsel centraal en niet de toepassing van een specifieke nationale regeling die het recht op aftrek beperkt. Ook een herziening van de aftrek van btw op een bedrijfsmiddel was niet aan de orde.

11\. Het bestreden arrest stelde in casu vast dat eiser het vruchtgebruik van zijn gebouw had verkocht voor een beperkte periode van 20 jaar en voor een veel lagere prijs dan de oprichtingsprijs, met name 65% van de totale oprichtingsprijs, wat er volgens de appelrechters op wees dat eiser een hoge waarde heeft toegekend aan de naakte eigendom (arrest, p. 7., laatste alinea).

Vermits het opgerichte onroerend goed aldus niet integraal werd bestemd voor handelingen waarvoor het recht op aftrek geldt, nu de naakte eigendom niet het voorwerp uitmaakte van de overdracht, oordeelde het bestreden arrest dat de administratie op grond van [artikel 45, § 1, btw-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45), wettig het recht op aftrek had beperkt volgens de verhouding oprichtingsprijs/verkoopprijs (arrest, p. 8, eerste en tweede alinea).

Het bestreden arrest stond aldus de aftrek van btw slechts toe voor dat gedeelte dat evenredig is aan het bedrag van de handelingen waarvoor recht op aftrek bestaat.

Gelet op de hoger vermelde principes is deze beslissing in overeenstemming met zowel het bestemmingsbeginsel als het neutraliteitsbeginsel, evenals met de artikelen [45](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) btw-wetboek en 17 van de Zesde btw-richtlijn.

Het enig middel, dat uitgaat van een onjuiste rechtsopvatting, faalt naar recht.

Besluit: VERWERPING.

## Aangehaalde teksten

10

[WBTW art. 45](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) 9 voorkomens

[WBTW art. 8](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-8) 4 voorkomens

[Zesde richtlijn 77/388 art. 17](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-17) 4 voorkomens

[KB nr. 14 art. 4](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-14-betrekking-vervreemdingen-gebouwen-gedeelten-bijhorende-39f4) 3 voorkomens

[KB nr. 3 art. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-december-betrekking-aftrekregeling-toepassing-belasting-8aeb) 1 voorkomen

[WBTW art. 48](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-48) 1 voorkomen

[C-408/98, arrest van 22 februari 2001](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-408-98-arrest) 2 voorkomens

[C-110/98, arrest van 21 maart 2000](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-110-98-arrest) 1 voorkomen

[C-37/95, arrest van 15 januari 1998](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-37-95-arrest) 1 voorkomen

[C-4/94, arrest van 6 april 1995](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-4-94-arrest) 1 voorkomen

## Administratieve doctrine

10

[Voorafgaande beslissingen 10](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-toevallige-belastingplichtige-nieuw-cassatie-brussel-2012-12-21-edc5/documenten?type=voorafgaande-beslissingen)

« … in functie van de verhouding van de verkoopprijs van het zakelijk recht tot de oprichtings- of aankoopprijs van het betreffende gebouw in volle eigendom (19). -------- \[(19) Cass. 26.11.2015, T.F.R., 2017, afl. 516, 173, voortbouwend op de redenering in Cass. 21.12.2012 , T.F.R., 2013, afl. 440, 357; Btw-Commentaar, editie 01.07.2026, Boekwerk VI, Hoofdstuk 16, Afdeling 1, punt 11, titel B, subtitel c.\] -------- 42. In dit kader benadrukt de DVB dat enkel rekening kan worden gehouden met de vergoedingen die onherroepelijk … »

[Uitponden van vastgoed](https://juriel.be/nl/rulings/2026-0325-uitponden-vastgoed-levering-onroerende-goederen-ce0e) Voorafgaande beslissing 27.07.2026

[Bekijk de 10 documenten](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-toevallige-belastingplichtige-nieuw-cassatie-brussel-2012-12-21-edc5/documenten)

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Proportionele fiscale geldboeten, Beroepsmatig gebruik van de woning](https://juriel.be/nl/rechtspraak/proportionele-fiscale-geldboeten-beroepsmatig-gebruik-rechtbank-brussel-2021-05-03-5bda) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Passieve of actieve holding, Externe dienstverlening (managementadvies)](https://juriel.be/nl/rechtspraak/passieve-actieve-holding-externe-dienstverlening-rechtbank-nijvel-2022-07-01-69ab) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Belastingplichtige, Kwalificatie actieve en passieve holding, Recht op aftrek](https://juriel.be/nl/rechtspraak/belastingplichtige-kwalificatie-actieve-passieve-holding-rechtbank-2024-02-05-1892) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op teruggaaf, niet in België gevestigde belastingplichtigen, verjaring](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-teruggaaf-in-belgie-gevestigde-hof-van-beroep-brussel-2019-12-03-1e6c) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Belastingplichtige, aanvang belastingplicht](https://juriel.be/nl/rechtspraak/belastingplichtige-aanvang-belastingplicht-voornemen-maken-rechtbank-antwerpen-2018-11-02-1f2d) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Investeringsgoederen](https://juriel.be/nl/rechtspraak/investeringsgoederen-onroerend-goed-gebruikt-maatschappelijke-rechtbank-brussel-2017-04-19-2551) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-voorwaarden-oefenen-rechtstreeks-hof-van-beroep-luik-2020-03-24-ab9f) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Aftrek](https://juriel.be/nl/rechtspraak/aftrek-rechtstreeks-onmiddellijk-verband-tussen-cassatie-brussel-2010-02-26-b774) 3 gemeenschappelijke bepalingen
