---
title: "Recht op aftrek, Onroerende verhuur · Hof van beroep te Antwerpen, 6 februari 2024"
description: "Recht op aftrek, Onroerende verhuur, Terbeschikkingstelling stalling van rijtuigen. Hof van beroep te Antwerpen (België), 6 februari 2024."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-onroerende-verhuur-terbeschikkingstelling-hof-van-beroep-antwerpen-2024-02-06-08cf"
lang: "nl"
---

# Recht op aftrek, Onroerende verhuur, Terbeschikkingstelling stalling van rijtuigen

**Rechtscollege**

Hof van beroep

**Zetel**

Antwerpen

**Datum**

6 februari 2024

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

88 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Arrest van het hof van beroep van Antwerpen d.d. 06.02.2024

## Titel van het document

Arrest van het hof van beroep van Antwerpen dd. 06.02.2024 - 2022/AR/1189

Gunstig arrest

## Trefwoorden geschillen

*Belasting over de toegevoegde waarde – Recht op aftrek - Onroerende verhuur – Terbeschikkingstelling stalling van rijtuigen – Terbeschikkingstelling van een bergruimte*

*Wettelijke bepalingen*

*Artikelen 18 § 1, 8°, 44 § 3, 2°, 44 § 3, 2°, a en 45 § 1 WBTW*

## Samenvatting van het vonnis / het arrest

1\. Feiten en voorgaande procedure

De betwisting heeft betrekking op de vraag of de belastingplichtige recht op aftrek heeft op de btw op basis van haar terbeschikkingstelling van een onroerend goed. Zij meent aanspraak te kunnen maken op de toepassing van artikel 44, 3, 2°, a WBTW ( stalling van rijtuigen dan wel terbeschikkingstelling van bergruimte) waardoor haar dienstprestaties bijgevolg onderworpen zijn aan btw met recht op aftrek. Zij meent dat voor de bepaling van de functie/gebruik van het verhuurde goed enkel rekening moet gehouden worden met de bepalingen die zijn opgenomen in het verhuurcontract. De rechter in eerste aanleg oordeelde dat uit de vaststellingen van de administratie blijkt dat het in dit geval gaat om een algemene vrijgestelde onroerende verhuur zonder recht op aftrek.

De belastingplichtige meent ook dat het vertrouwens- en gelijkheidsbeginsel geschonden was. De rechter oordeelde dat in dit geval geen sprake was van enige schending.

Tegen dit vonnis heeft de belastingplichtige hoger beroep ingesteld.

2\. Het arrest van het hof van beroep

Het hof heeft het vonnis bevestigd en geoordeeld dat, om de functie van het onroerend goed te bepalen, niet enkel de bestemming van het goed opgenomen in het verhuurcontract van belang is, doch dient nagegaan te worden wat het werkelijke gebruik ervan is. De werkelijke bestemming en het werkelijke gebruik hebben voorrang op de bewoordingen van de overeenkomst.

Verder heeft het hof ook bevestigd dat het vertrouwens- en gelijkheidsbeginsel niet is geschonden.

**Volledige tekst**

### Tekst van de beslissing

G.L. BV, ON 04…83, met zetel te …,

eiseres in hoger beroep,

vertegenwoordigd door mr. V.C;, advocaat te …

tegen het vonnis van de 11A kamer van de rechtbank van eerste aanleg Limburg, afdeling Hasselt van 31 maart 2022, gekend onder rolnummer 20/…/A

tegen

**BELGISCHE STAAT - FOD FINANCIÈN,** ON 03…59, in de persoon van de minister van financiën, met kabinet te 1000 BRUSSEL, Wetstraat 12, handelend ten verzoeke van de **ADVISEUR-GENERAAL — DIRECTEUR VAN HET KMO CENTRUM HASSELT,** ON 02…51, met diensten te 3500 HASSELT, Voorstraat 43 Postbus 106,

verweerder in hoger beroep,

vertegenwoordigd door mr. B.B., advocaat te …

## I. Procedure

Gelet op de door de wet vereiste processtukken in behoorlijke vorm overgelegd waaronder het bestreden vonnis van de rechtbank van eerste aanleg Limburg, afdeling Hasselt van 31 maart 2022, waarvan geen akte van betekening wordt voorgelegd, alsmede het verzoekschrift tot hoger beroep, neergelegd ter griffie van het hof van beroep te Antwerpen op 21 juni 2022, waarbij een naar vorm en termijn regelmatig en ontvankelijk hoger beroep werd ingesteld;

## II. Feiten

Eiseres in hoger beroep is geregistreerd als btw-belastingplichtige voor de activiteit van "verhuur en exploitatie van eigen of geleased niet-residentieel onroerend goed, exclusief terreinen".

Eiseres in hoger beroep is eigenaar van een onroerend goed gelegen te ... Op basis van een "huurovereenkomst bedrijfsruimte — autostalling" gaf eiseres in hoger beroep dit onroerend goed sinds 2016 in huur aan bv C.C. aan een maandelijkse huurprijs van 5.000,00 euro.

Eiseres in hoger beroep bracht in haar btw-aangiftes voor 2016 en 2017 btw in aftrek die zij had betaald in het kader van de oprichting van het onroerend goed.

De belastingadministratie voerde een controle uit in het kader van de btw over de periode van 1 januari 2016 tot en met 31 december 2017. Ze stelde op 6 december 2019 een proces-verbaal van regularisatie op. Hierin werd opgenomen dat eiseres in hoger beroep in de kalenderjaren 2016 en 2017 ten onrechte btw met betrekking tot de oprichting van het gebouw in aftrek had genomen aangezien de verhuring door eiseres in hoger beroep aan bv C.C. volgens de administratie een passieve onroerende verhuur betrof die vrijgesteld is van btw. Volgens de administratie was er sprake van een bedrag van 130.017,59 euro aan terug te storten btw. Er was tevens een geldboete verschuldigd van 10%. Deze bedragen werden op 18 december 2019 opgenomen in het innings- en invorderingsregister (schuldnummer 500221303149) hetgeen uitvoerbaar verklaard werd op 19 december 2019.

Eiseres in hoger beroep tekende bezwaar aan hetgeen werd afgewezen bij administratieve beslissing van 15 september 2020.

Op 26 oktober 2020 legde eiseres in hoger beroep een verzoekschrift neer bij de rechtbank van eerste aanleg Limburg, afdeling Hasselt.

## III. Vorderingen eerste aanleg en bestreden vonnis

1 Voor de eerste rechter vorderde eiseres in hoger beroep haar vordering ontvankelijk en gegrond te verklaren en dienvolgens te zeggen voor recht dat de opname van de schuld in het innings- en invorderingsregister nietig dient te worden verklaard en geen enkel rechtsgevolg kan hebben en de Belgische Staat te veroordelen tot de kosten van het geding.

2 De Belgische Staat verzocht de vordering van eiseres in hoger beroep ontvankelijk maar ongegrond te verklaren en eiseres in hoger beroep te veroordelen tot de gevorderde bedragen vermeld in het proces-verbaal van regularisatie en het innings- en invorderingsregister

3 De eerste rechter verklaarde de vordering van eiseres in hoger beroep ontvankelijk maar ongegrond en veroordeelde eiseres in hoger beroep tot de kosten van het geding, in hoofde van verweerder in hoger beroep begroot op 0,00 euro.

De eerste rechter wees erop dat er slechts sprake is van een recht op aftrek van btw met betrekking tot kosten die gemaakt werden voor het stellen van belastbare handelingen. Verder verwees de eerste rechter naar [artikel 44 § 3 btw-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) dat bepaalt dat van de belasting vrijgesteld is de verhuur van onroerende goederen met uitzondering van de terbeschikkingstelling van stalling voor rijtuigen. De eerste rechter was van oordeel dat uit de vaststellingen van de administratie bleek dat het in dit geval niet ging om de specifieke terbeschikkingstelling van stallingen voor voertuigen maar om de algemene vorm van verhuur van een onroerend goed dat in werkelijkheid werd gebruikt als handelsruimte, in het bijzonder gelet op de publiek toegankelijke toonzaal. In de mate er ruimtes zouden aanwezig zijn in het onroerend goed die louter werden gebruikt om voertuigen te stallen, dan waren deze nauw verbonden met de handel in voertuigen die plaatsvond in de toonzaal. Net ging aldus om een vrijgestelde verhuur van onroerende goederen en niet om een terbeschikkingstelling van stalling waardoor eiseres in hoger beroep geen recht op aftrek had. Er was volgens de eerste rechter terzake geen sprake van een schending van het vertrouwens- en gelijkheidsbeginsel.

## IV. Vorderingen in hoger beroep

**1** Eiseres in hoger beroep vraagt het hoger beroep ontvankelijk en gegrond te verklaren, het bestreden vonnis te hervormen en te zeggen voor recht dat de in het proces-verbaal van regularisatie vervatte belastingschuld niet verschuldigd is. Ze verzoekt de Belgische Staat te veroordelen tot de kosten van het geding.

2 De Belgische Staat vraagt het hoger beroep ontvankelijk maar ongegrond te verklaren, het bestreden vonnis te bevestigen en eiseres in hoger beroep te veroordelen tot de kosten van het geding.

## V. Beoordeling

1 De voorliggende betwisting heeft betrekking op de vraag of eiseres in hoger beroep recht op aftrek heeft op basis van de verhuring van het onroerend goed aan C.C. bv. Eiseres in hoger beroep stelt dat haar dienstverlening in wezen betrekking heeft op de terbeschikkingstelling van stalling voor rijtuigen ([art. 44 § 3, 2°, a) Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44)) dan wel de terbeschikkingstelling van bergruimten voor het opslaan van goederen ([art. 44 § 3, 2°, a) Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44)) zodat haar dienstprestaties niet vrijgesteld zijn van belasting maar onderworpen zijn aan btw met recht op aftrek van voorbelasting.

De Belgische Staat stelt dat het in casu gaat om een verhuur van onroerende goederen die vrijgesteld is van btw.

2 Aftrek van btw is een recht dat op grond van [artikel 45 Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) wordt toegekend aan iedere belastingplichtige die werkelijk deze hoedanigheid bezit en niet is vrijgesteld op grond van [artikel 44 Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44). [Artikel 45 Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) bepaalt immers dat er slechts sprake is van een recht op aftrek van btw met betrekking tot belasting geheven van de aan hem geleverde goederen en verleende diensten, van de door hem ingevoerde goederen en de door hem verrichte intracommunautaire verwervingen van goederen, in de mate dat hij die goederen en diensten gebruikt voor het verrichten van belaste handelingen.

[Artikel 44 § 3 Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) zoals van toepassing op voorliggend geschil stelt dat van de belasting zijn vrijgesteld:

> *"(... )2° de verpachting en de verhuur van uit hun aard onroerende goederen, met*
>
> *uitzondering van:*
>
> ***a)*** *de volgende diensten:*
>
> *-* *de terbeschikkingstelling van stalling voor rijtuigen;*
>
> *-* *de terbeschikkingstelling van bergruimte voor het opslaan van goederen; (.9"*

De verhuur van onroerende goederen is een activiteit die van de btw is vrijgesteld krachtens [art. 44 § 3, 2° Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44). De btw die wordt betaald bij de aankoop van of de oprichting van een onroerend goed kan dan ook niet in aftrek worden gebracht behalve indien het zou gaan om de terbeschikkingstelling van stalling voor rijtuigen of bergruimte voor het opslaan van goederen.

3 Eiseres in hoger beroep stelt dat de functie/het gebruik van het verhuurde onroerend goed louter dient bepaald te worden op basis van de gegevens zoals opgenomen in de huurovereenkomst.

Om na te gaan wat precies de functie/het gebruik is van het verhuurde onroerend goed dient evenwel niet enkel rekening te worden gehouden met de bestemming zoals opgenomen in de huurovereenkomst doch dient nagegaan te worden wat het werkelijk gebruik is dat van het verhuurde onroerend goed wordt gemaakt. De werkelijke bestemming en het werkelijke gebruik hebben immers voorrang op de bewoordingen van de overeenkomst.

Ten overvloede merkt het hof op dat zelfs indien de bewoordingen van de huurovereenkomst bepalend zouden zijn, - quod non - op basis van de huurovereenkomst overigens niet blijkt dat het louter ging om een stalling/berging voor rijtuigen. In artikel 1 van de voorliggende huurovereenkomst met C.C. bv d.d. 10 juni 2016 is immers sprake van een "toonzaal-garage-opslagplaats" die wordt verhuurd aan C.C. bv.

4 Het hof is van oordeel dat het op basis van de vaststellingen zoals gedaan door de

administratie vaststaat dat het in casu niet ging om de terbeschikkingstelling van stalling voor rijtuigen doch om een handelsruimte/showroom bestemd voor de verkoop van voertuigen. Het hof verwijst terzake naar de volgende vaststellingen:

de ruimte is voor publiek toegankelijk

de aanwezige wagens zijn voorzien van een nummerplaat met hierop "C.C."

de ruimte is voorzien van een bar en er is drinken verkrijgbaar de wagens zijn zo opgesteld dat ze allen individueel goed te bezichtigen zijn op de website van C.C. bv wordt er melding gemaakt van een toonzaal en zijn er foto's opgenomen onder de rubriek "aanbod" van de wagens die te koop worden aangeboden;

op 15 maart 2016 werd er een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd door de dienst stedenbouwkundige vergunningen en handhaving van de stad Genk voor het "verbouwen en uitbreiden van een vrijstaand pand, tot autoshowroom met berging, op het perceel gelegen …, GENK"

Deze vaststellingen hebben bewijskracht tot bewijs van het tegendeel ([artikel 59 Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-59)). Het tegendeel wordt niet bewezen door eiseres in hoger beroep. Een loutere algemene vermelding dat deze vaststellingen niet correct zouden zijn, is terzake onvoldoende als tegenbewijs. Door eiseres in hoger beroep wordt evenmin bewezen dat het louter zou gaan om een autoverzameling van haar zaakvoerder zoals in besluiten wordt voorgehouden.

Het hof is van oordeel dat het op basis van de voorliggende gegevens waaronder in het bijzonder de vaststellingen door de administratie, vaststaat dat het verhuurde onroerend goed in werkelijkheid als een handelsruimte/toonzaal werd gebruikt, bestemd voor de verkoop van de voertuigen. Dit vormt de essentiële functie/hoofdbestemming van het onroerend goed. Zelfs indien er in het verhuurde onroerend goed ruimtes zouden aanwezig zijn die louter gebruikt worden voor een andere functie, meer bepaald om voertuigen te stallen, hetgeen overigens niet bewezen is op basis van de voorliggende gegevens, zijn deze nauw verbonden met de verkoop van voertuigen die plaatsvindt in de showroom en maakt dit één economische activiteit uit. Dit maakt aldus deel uit van de hoofdbestemming van het onroerend goed, namelijk een handelsruimte, bestemd voor de verkoop van voertuigen.

Het gaat aldus om een vrijgestelde verhuur van onroerende goederen en niet om een terbeschikkingstelling van stalling voor rijtuigen.

Om dezelfde redenen als hierboven vermeld, kan eiseres in hoger beroep evenmin gevolgd worden waar deze stelt dat het gaat om de terbeschikkingstelling van een bergruimte voor het opslaan van goederen.

Eiseres in hoger beroep had aldus geen recht op aftrek van de btw die zij had betaald in het kader van de oprichting van het onroerend goed.

Gelet op voorgaande wijst het hof de overige argumenten van eiseres in hoger beroep dienaangaande af als niet ter zake dienend en/of overbodig.

5 Eiseres in hoger beroep haalt aan dat er sprake zou zijn van een schending van het

vertrouwens-en gelijkheidsbeginsel. Ze verwijst terzake naar de situatie van Immo Investo bv met betrekking tot een pand gelegen te Genk, Bosdel 78 bus 1 21 waaromtrent de administratie wel zou aanvaard hebben dat om een terbeschikkingstelling van stalling voor rijtuigen ging.

Het hof is van oordeel dat er hieromtrent geen sprake kan zijn van gerechtvaardigde verwachtingen in hoofde van eiseres in hoger beroep. Deze situatie heeft immers betrekking op een andere onderneming, namelijk Immo Invest() bv, en op een ander pand. Op basis van het vertrouwensbeginsel kan een belastingplichtige geen gedragsregel afdwingen die de belastingadministratie heeft ten toon gespreid ten aanzien van een andere belastingplichtige.

Bovendien dient te worden opgemerkt dat niet blijkt dat het terzake om een gelijkaardig geval ging. De administratie zet uiteen dat het om een verschillende feitelijke situatie ging, meer bepaald om een loutere opslagplaats en geenszins om een handelsruimte. De administratie verwijst dienaangaande naar de huurovereenkomst (stuk 12 bundel verweerder in hoger beroep) en de vaststellingen zoals gedaan door de fiscale ambtenaar dienaangaande. Op basis van de ter plaatse gedane vaststellingen was de administratie van oordeel dat het niet ging om een gebouw waar wagens tentoongesteld werden om verkocht te worden. Het tegendeel wordt niet bewezen door eiseres in hoger beroep. Het standpunt van eiseres in hoger beroep kan terzake dan ook niet gevolgd worden.

6 Het hoger beroep wordt afgewezen als ongegrond. Het bestreden vonnis wordt bevestigd.

Rekening houdende met het procedureresultaat wordt eiseres in hoger beroep veroordeeld tot de kosten van het geding in hoger beroep.

Het hof vereffent de kosten van het geding in hoger beroep in hoofde van verweerder in hoger beroep op 7.500,00 euro (rechtsplegingsvergoeding hoger beroep).

De kosten van het geding in hoofde van eiseres in hoger beroep blijven te haren laste.

Het hof stelt vast dat onderhavige zaak vrij is van rolrecht overeenkomstig art. 279 1, 1°, juncto 162, 4° W.Reg..

### Beschikkend gedeelte

## VI. Uitspraak

Het hof doet uitspraak bij arrest op tegenspraak.

De rechtspleging verliep in overeenstemming met de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van de taal in gerechtszaken.

Het hoger beroep van G.L. bv is ontvankelijk maar ongegrond.

Het bestreden vonnis wordt bevestigd in al zijn beschikkingen.

Het hof wijst het anders en/of meer gevorderde af. Het hof veroordeelt G.L. bv tot de kosten van het hoger beroep. Deze worden in hoofde van G.L. bv niet begroot aangezien ze te haren laste blijven. In hoofde van de Belgische Staat worden deze begroot op 7.500,00 euro (rechtsplegingsvergoeding hoger beroep).

Dit arrest werd uitgesproken in de openbare zitting van 06 februari 2024 door

K. L., Raadsheer

E. C., Griffier

### Nota van de FOD Financiën

## Referentie WF

WF 711-15-20/014722

## Aangehaalde teksten

3

[WBTW art. 44](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) 6 voorkomens

[WBTW art. 45](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) 2 voorkomens

[WBTW art. 59](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-59) 1 voorkomen

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Recht op aftrek, Uitgaven zonder bedrijfskarakter, Gebouw, Gedeeltelijk beroepsgebruik](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-uitgaven-zonder-bedrijfskarakter-hof-van-beroep-luik-2020-09-04-17c5) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Werken in onroerende staat, Beroepsmatige bestemming, Onroerende verhuur, Onderverhuur](https://juriel.be/nl/rechtspraak/werken-in-onroerende-staat-beroepsmatige-hof-van-beroep-bergen-2022-11-25-3f6a) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Bakkerij, Verhuur, Gemengde belastingsplichtige, onroerende verhuur](https://juriel.be/nl/rechtspraak/bakkerij-verhuur-gemengde-belastingsplichtige-bakker-rechtbank-2025-11-06-cde0) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, onroerende werken, onroerende verhuur, vrijgestelde handeling](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-onroerende-werken-verhuur-hof-van-beroep-brussel-2015-10-15-c01b) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Laattijdige BTW-aangifte, Verlegging van heffing, Slecht gevoerde boekhouding](https://juriel.be/nl/rechtspraak/laattijdige-btw-aangifte-verlegging-heffing-hof-van-beroep-antwerpen-2020-01-21-586c) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Bergruimte voor opslaan van goederen -motivering van het vonnis](https://juriel.be/nl/rechtspraak/bergruimte-opslaan-goederen-motivering-vonnis-hof-van-beroep-antwerpen-2020-01-21-e2d9) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Verkrijgen belastbare inkomsten, Recht van aftrek](https://juriel.be/nl/rechtspraak/verkrijgen-belastbare-inkomsten-recht-aftrek-hof-van-beroep-brussel-2001-06-21-f062) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Facturen van onderaannemers, Verplichte vermeldingen](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-facturen-onderaannemers-verplichte-rechtbank-bergen-2019-04-09-0896) 2 gemeenschappelijke bepalingen
