---
title: "Recht op aftrek · Rechtbank van eerste aanleg te Brussel, 9 juni 2023"
description: "Recht op aftrek, Onnauwkeurige en onregelmatige facturen voor werken in onderaanneming. Rechtbank van eerste aanleg te Brussel (België), 9 juni 2023."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-onnauwkeurige-onregelmatige-facturen-rechtbank-brussel-2023-06-09-982e"
lang: "nl"
---

Tekst in het Frans

# Recht op aftrek

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Brussel

**Datum**

9 juni 2023

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Frans

**Nederlandse versie**

niet door de FOD gepubliceerd

**Strekking volgens de FOD**

gunstig voor de Belgische Staat

De tekst van dit document is in het Frans. De FOD publiceert er geen Nederlandse versie van.

## Tekst

277 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van eerste aanleg te Brussel d.d. 09.06.2023

WF 701-15-20/047374

\[Gunstig voor de Belgische Staat\]

*Belasting over de toegevoegde waarde — Recht op aftrek — Onnauwkeurige en onregelmatige facturen voor werken in onderaanneming — Werkelijkheid van gefactureerde leveringen en diensten — Bewijslast*

## Wettelijke bepalingen

[Artikel 45, § 1, WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45)

[Artikel 5 van het koninklijk besluit nr. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-6caa) van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde

Artikelen [2](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-december-betrekking-aftrekregeling-toepassing-belasting-8aeb#ar3-art2) en [3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-artikel-historiek-236d) van KB nr. 3 van 10 december 1969 met betrekking tot de aftrekregeling voort de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde

## Samenvatting

De belastingplichtige, eiseres, is ingeschreven voor btw voor een aangegeven activiteit van „Overige werkzaamheden in verband met afwerking van gebouwen”, onderworpen aan de normale regeling en de indiening van kwartaalaangiften.

Ingevolge een controle stelde de ambtenaar inbreuken vast op de aftrekregeling met betrekking tot handelingen die de belastingplichtige niet gebruikt voor het verrichten van de in [artikel 45, lid 1, van het WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) bedoelde handelingen. Deze inbreuken zijn opgenomen in het proces-verbaal, gevolgd door het innings- en invorderingsbericht.

De administratie is van mening dat de beroepsmatige realiteit van de geleverde en door facturen gestaafde prestaties niet met bewijsstukken is aangetoond. Tijdens de controle is de traceerbaarheid van de uitgevoerde werken (werflocatie, aantal uren, verrichte werkzaamheden, enz.) niet aangetoond en kon geen betalingsbewijs worden gevonden in de uittreksels van professionele rekeningen. Bovendien hebben sommige van deze leveranciers geen btw-aangifte of klantenlijst ingediend die de beroepsprestaties konden aantonen. Bijgevolg wordt de aftrek van de btw op deze facturen verworpen.

De rechtbank herinnert aan de draagwijdte van [artikel 45, lid 1, WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) en de artikelen [2](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-december-betrekking-aftrekregeling-toepassing-belasting-8aeb#ar3-art2) en [3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-artikel-historiek-236d) van koninklijk besluit nr. 3. Om aftrekbaar te zijn, moet de belasting wettelijk verschuldigd zijn. Het recht op aftrek strekt zich niet uit tot de belasting die uitsluitend verschuldigd is op grond van de vermelding ervan op de factuur (HvJEU, [C-342/87](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-342-87-arrest), 13 december 1989, z. dictum, Genius Holding B.V., https://eur-lex.europa.eu). Dus moet, naast het bezit van een geldige factuur, de belastingplichtige de echtheid van de aan hem gefactureerde handelingen aantonen (Gent, 24 juni 1988, Btw-Revue, nr. 84, blz. 37).

Met andere woorden, facturen vormen slechts een begin van bewijs van de prestaties, die moeten worden gestaafd met andere bewijzen die de belastingplichtige moet verstrekken.

Om de btw in aftrek te kunnen brengen, moet men niet enkel in het bezit zijn van een regelmatige, aan de hand waarvan de realiteit en de juistheid van de handelingen moet kunnen worden vastgesteld, maar moet men tevens , aan de hand van andere documenten of elementen (bestelbon, aankoopbon, leveringsbon, contract, bankdocument, betalingsbewijs, briefwisseling, telex, ramingen, notulen van algemene vergaderingen, besluiten van de raad van bestuur, enz.) de echtheid van de uitgevoerde handelingen en het gebruik ervan voor economische doeleinden aantonen.

In het onderhavige geval waren de verworpen facturen van onderaannemers niet enkel onregelmatig, maar kon eiseres de echtheid van de aan haar gefactureerde diensten niet aantonen.

Inzake de regelmatigheid, zijn de facturen waarop het geweigerde recht op aftrek is gebaseerd, te onnauwkeurig: het merendeel vermeldt enkel "diverse werkzaamheden op de werf", soms met vermelding van de naam van een stad; in twee gevallen vermelden zij "forfaitaire prestaties". Het is niet mogelijk vast te stellen welke werkzaamheden zijn uitgevoerd. Ze geven geen informatie over de aard of de hoeveelheid van de uitgevoerde werkzaamheden, waardoor het onmogelijk is om na te gaan of de werkzaamheden daadwerkelijk zijn uitgevoerd en of ze voor economische doeleinden zijn gebruikt.

De vordering is ongegrond.

## Opmerkingen

Tegenpartij heeft beroep ingesteld.

Volgens de vaste rechtspraak van het HvJEU strekt de uitoefening van het recht op aftrek zich niet uit tot belasting die uitsluitend is verschuldigd op grond van de vermelding ervan op de factuur (HvJEU, 13 december 1989, [C-342/87](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-342-87-arrest), in de zaak GENIUS HOLDING; HvJEU, 27 juni 2018, gevoegde zaken [C-459/17](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-459-17-arrest) en [C-460/17](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-459-17-arrest), in de zaak SGI en VALERIANE, https://eur-lex.europa.eu).

Het in [artikel 45 WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) verankerde potentiële recht op aftrek van de belasting is geen recht dat ontstaat door het enkele bezit van een factuur, maar is afhankelijk van de realiteit van de onderliggende handeling. Het belastbare feit en, bijgevolg, de verschuldigdheid ervan, kunnen slechts voortvloeien uit een werkelijke handeling waardoor de btw op grond van de wet verschuldigd wordt.

De essentiële voorwaarde voor het mogelijke bestaan van het recht op aftrek is het bestaan van het belastbare feit dat zich kennelijk heeft voorgedaan tussen de op de factuur vermelde partijen, waarbij de factuur het correlatieve instrument is dat noodzakelijk is voor de uitoefening van het recht op aftrek (HvJEU, 8.11.2001, [C-338/98](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-338-98-arrest), Commissie C.E./NEDERLAND, nrs. 71-75, https://eur-lex.europa.eu). De factuur, als instrumentum, volstaat slechts om het ontstaan van het recht op aftrek te bewijzen indien zij de controleerbare gegevens bevat (of het mogelijk maakt deze te identificeren) (HvJEU, 01.04.2004, zaak [C-90/02](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-90-02-arrest), BOCKEMÜHL, https://eur-lex.europa.eu).

In onderhavige zaak heeft de rechtbank vastgesteld dat de facturen uiterst onvolledig en onnauwkeurig zijn ten aanzien van [artikel 5 van koninklijk besluit nr. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-6caa) en deze het niet mogelijk maken vast te stellen welke werkzaamheden zijn verricht. De bewoordingen van de facturen bevatten geen enkel detail en maken het niet mogelijk de echteheid van de geleverde diensten te controleren. Bovendien stelde de rechtbank vast dat de belastingplichtige geen enkel bewijs heeft geleverd dat de bestaansgrond van het recht op aftrek heeft aangetoond.

**Tekst van het vonnis**

***Het vonnis wordt enkel gepubliceerd in de oorspronkelijke taal***

### Tekst van de beslissing

## Tribunal de première instante francophone de Bruxelles, Section Civile, 34ème chambre, Affaires civiles

Jugement du 09/06/2023

Rôle : 2020/4226/A

EN CAUSE DE :

Monsieur **I. S.**, N.N. 81...66, domicilié á ..., identifié á la TVA sous le numéro, BE 064...75,

**Demandeur**,

Représenté par Me V. loco Me N. H., avocat dont le cabinet est établi

á ..., (...@....be)

C0NTRE :

**L'ÉTAT BELGE**, représenté par le ministre des Finances, poursuites et diligences du conseiller général —directeur régional de Centre PME de Bruxelles 1, dont les bureaux sont établis á 1000 Bruxelles, boulevard du Jardin Botanique, 50, bte 3404,

**Défendeur**,

Comparaissant en personne, á l'intervention de M. X, attaché,

(X@minfin.fed.be);

En cette cause, tenue en délibéré le 17 mars 2022, le tribunal prononce le jugement suivant.

Vu les pièces de la procédure, et notamment :

· la requête contradictoire déposée au greffe du tribunal le 13 août 2020 ;

· les conclusions de synthèse déposées par le demandeur le 20 août 2021;

· les conclusions de synthèse déposées par le défendeur le 16 février 2022 ;

Entendu les parties ou leur conseil en leurs dires et moyens á l'audience publique du 17 mars 2022 ;

## 1. Objet de la demande

1.-

La demande est dirigée contre le procès-verbal de régularisation du 8 mai 2020, suivi de l'avis

de perception et recouvrement du 26 juin 2020 de 10.662,65 C:

· article 500...89

· TVA: 8.578,57€

· Amende : 850,00 €

· Intérêts : 1.234,08 €

2.-

Le demandeur invite le tribunal á :

\- mette á néant le procès-verbal de régularisation du 8 mai 2020 et l'avis de perception du 26 juin 2020 ;

condamner le défendeur au remboursement de toutes sommes qui auraient été indûment retenues, majorées des intérêts légaux;

condamner le défendeur aux dépens, liquidés á une indemnité de procédure de 1.430,00 €.

3.-

Le défendeur conclut au non fondement de la demande.

4.-

La demande, formulée dans les formes prévues par la loi, sera déclarée recevable.

## II. Faits

5.-

Le demandeur était assujetti á la TVA sous le numéro TVA BE064...75 depuis le 29 janvier 2016 pour une activité déclarée de « Autres travaux de finition » . II était soumis au régime normal et tenu au dépôt de déclarations trimestrielles.

6.-

A la suite d'un contrôle, effectué chez le comptable du demandeur, l'agent a relevé des infractions qu'il a consignées dans un procès-verbal du 8 mai 2020, libellé comme suit, pour ce qui est encore contesté :

«

***Infractions au régime de la déduction relatives aux opérations que l'assujetti n'utilise pas pour effectuer des opérations visées à l'***[***article 45, §1er CTVA***](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45)

### *Infractions au régime de la déduction relatives à l'obligation d'être en possession d'une facture réglementaire :*

*…*

Lors du contrôle, mon collègue Monsieur X et moi-même avons constaté que, pour les factures reprises ci-dessous, la réalité PROFESSIONNELLE des prestations effectuées n'a pas été prouvée par des documents probants. Aucune traçabilité des travaux effectués n'a été présentée lors du contrôle effectué (lieu du chantier, nombre de d'heure, travaux réalisés...,), ni aucune preuve de paiement n'a été constatée sur base des extraits de compte professionnels vérifiés. De plus, certains de ces fournisseurs n'ont déposé ni déclaration TVA ni listing client pouvant corroborer les prestations professionnelles.

Par conséquent Ia TVA déduite sur les factures reprises est rejetée des frais professionnels. Pour le fournisseur V. B., nous avons constaté que sur le total des factures déduites et des paiements émis, une différence de 1.040,00 € de base apparait, montant pour lequel la réalité professionnelle des prestations et du paiement n’est pas prouvée. La TVA déduite est donc rejetée.

|  | N° facturier entrée | Fournisseur |  | Nature |  | Base d'Impositio n | TVA payée | % usage pro | TVA déduite |  | TVA déductibl e |  | TVA á reverser |  |
| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- |
|  | 2017/034 | G. A. |  | Travaux indéterminés |  | 2.500,00 € | 525,00 € | 0,00% | 525,00 € |  | 0,00 € |  | 525,0&€ |  |
|  | 2017/104 | M. |  | Travaux i indéterminés |  | 1,990,00 € | 417,90 € | 0,00% | 417,90 € |  | 0,00 € |  | 417,90 € |  |
|  | 2017/143 | L.d. SPRL | Travaux indéterminés |  | 2.800,00 € |  | 588,00 € | 0,00% | 588,00 € |  | 0,00 € |  | 588,00 € |  |
|  | 2017/150 | L.d. SPRL | Travaux indéterminés |  | 2.200,00 € |  | 462,00 € | 0,00% | 462,00 € |  | 0,00 € |  | 462,00 € |  |
|  | 2017/164 | D. C. | Travaux indéterminés |  | 2.900,00 C |  | 609,00 € | 0,00% | 609,00 € |  | 0,00 € |  | 609,00 € |  |
|  | 2017/181 | C. E. | Travaux indéterminés |  | 2.160,00 € |  | 453,60 € | 0,00% | 453,60 € |  | 0,00 € |  | 453,60 C |  |
|  | 2017/182 | D. C. | Travaux indéterminés |  | 2,900,00 € |  | 609,00 € | 0,00% | 609,00 € |  | 0,00 € |  | 609,00 € |  |
|  | 2017/183 | D. A. | Travaux indéterminés |  | 2,000,00 € |  | 420,00 € | 0,00% | 420,00 € |  | 0,00 € |  | 420,00 € |  |
|  | 2017/184 | C. E. | Travaux Indéterminés |  | 2.090,00 € |  | 438,90 € | 0,00% | 438,90 € |  | 0,00 € |  | 438,90 € |  |
|  | 2017/195 | G. S. SNC | Travaux Indéterminés |  | 2.080,00 € |  | 436,80 € | 0,00% | 436,80 € |  | 0,00 € |  | 436,80 € |  |
|  | 2017/202 | G. S. SNC | Travaux indéterminés |  | 1.965,00 € |  | 412,65 € | 0,00% | 412,65 € |  | 0,00 € |  | 412,65 € |  |
|  | 2017/203 | D. C. | Travaux Indéterminés |  | 1,990,00 € |  | 417,90 € | 0,00% | 417,90 € |  | 0,00 € |  | 417,90 € |  |
|  | 2018/002 | N. I. | Travaux indéterminés |  | 2.470,00 € |  | 518,70 € | 0,00% | 518,70 € |  | 0,00 € |  | 518,70 € |  |
|  | 2018/005 | N. I. | Travaux indéterminés |  | 2.495,00 € |  | 523,95 € | 0,00% | 523,95 € |  | 0,00 € |  | 523,95 € |  |
|  | 2018/013 | N. I. | Travaux indéterminés |  | 2,490,00 € |  | 522,90 € | 0,00% | 522,90 € |  | 0,00 € |  | 522,90 € |  |
|  | 2018/014 | N. I. | Travaux indéterminés |  | 2.480,00 € |  | 520,80 € | 0,00% | 520,80 € |  | 0,00 € |  | 520,80 € |  |
|  | Différence | B. V. | Travaux indéterminés |  | 1,040,00 € |  | 218,40 € | 0,00% | 218,40 € |  | 0,00 € |  | 218,40 € |  |
|  |  |  |  |  |  |  | 0,00 € | 0,00%. | 0,00 € |  | 0,00 €. |  | 0,00 € |  |
|  |  |  |  |  |  |  |  |  |  | Total |  | 8.095,50 € |  |  |

7.-

Un avis de perception et recouvrement (n°500...89) a été envoyé au demandeur le 26 juin 2020.

## III. Discussion

8.-

Le droit á déduction des taxes portées en compte sur les factures d'entrée délivrées par les fournisseurs est réglé par l'[article 45 CTVA](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) et par l'arrêté royal n°3 du 10 décembre 1969, relatif aux déductions pour l'application de la TVA.

Conformément á l'article 45 §1' du Code TVA, « *tout assujetti peut déduire de la taxe dont il est redevable, les taxes ayant grevé les biens et les services qui lui ont été fournis, (...), dans la mesure où il les utilise pour effectuer (...) des opérations taxées ».*

L'[article 2 de l'arrêté royal n°3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-december-betrekking-aftrekregeling-toepassing-belasting-8aeb#ar3-art2) stipule que « *le droit à déduction prend naissance (...) pour la taxe grevant les biens et les services fournis à I ‘assujetti, à la date à laquelle la taxe est exigible en vertu des articles* [*17*](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-17) *et* [*22*](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-22) *du Code* ».

Pour pouvoir être déduite, la taxe doit être légalement due, la déduction ne s'étendant pas á la taxe qui est due exclusivement parce qu'elle est mentionnée sur la facture (CJCE, 13 décembre 1989, G. H. B.V.). Outre la possession d'une facture, I ‘assujetti doit donc démontrer la réalité des livraisons ou prestations qui lui ont été facturées (Gand, 24 juin 1988, Revue de la TVA, n°84, p. 37). Autrement dit, les factures ne constituent qu'un commencement de preuve des prestations, qui doit être étayé par d'autres éléments probatoires, que le contribuable doit apporter.

Par ailleurs, en vertu de l'[article 3, §1er, 1° de l'Arrêté royal n°3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-artikel-historiek-236d) du 10 décembre 1969 « *pour pouvoir exercer son droit à déduction, I ‘assujetti doit pour la taxe grevant les biens et les services qui lui ont été fournis, détenir une facture émise conformément aux articles* [*53, §2 et 53octies*](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53)*, du Code et contenant les mentions visées à l'*[*article 5, §1er, de l'Arrêté royal n°1*](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-6caa) *relatif aux mesures tendant à assurer le paiement de la taxe sur la valeur ajoutée* ».

L'[article 5, §1er de l'Arrêté royal n°1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-6caa) dispose que « *La facture et le document en tenant lieu visé à l'article 2 portent les mentions suivante : \[...\]*

*6° Les éléments nécessaires pour déterminer l'opération et le taux de la taxe, notamment la dénomination usuelle des biens livrées et des services fournis et leur quantité* ».

9.-

En bref, pour pouvoir déduire de la TVA, il faut non seulement détenir une facture régulière, qui doit aider á contrôler la réalité et I ‘exactitude des opérations qu'elle est censée constater, mais également démontrer, par tous autres documents ou éléments (bon de commande, bordereau d'achat, bon de livraison, contrat, document bancaire, preuve de paiement, correspondance, télex, devis, P.V. des assemblées générales, des décisions du conseil d'administration, etc.) la réalité des opérations réalisées et leur utilisation á des fins économiques.

10.-

Or, en l'espèce, non seulement les factures de sous-traitance rejetées ne sont pas régulières, mais en outre le demandeur ne démontre pas la réalité des prestations qui lui ont été facturées.

11.-

Quant á leur régularité, les factures qui fondent le droit á déduction rejeté sont trop imprécises : pour la plupart, elles n'indiquent que les mentions « travaux divers sur chantier > avec parfois le nom d'une ville (« B. > ou « Z. >) ; dans deux cas, il est précisé « prestations forfaitaires >.

Elles ne permettent pas de déterminer quels travaux ont été réalisés. Elles ne donnent aucune information sur la nature et la quantité des prestations effectuées, si bien qu'il est impossible de contrôler la réalité des prestations et leur utilisation á des fins économiques.

12.-

Quant á la réalité des prestations, le demandeur n'en rapporte par la preuve.

A l'inverse, outre le caractère lacunaire des factures, l'administration fiscale pointe le fait que les paiements sont effectués en liquide (les sous-traitants n'apparaissent pas dans le livre de caisse) et que la comptabilité du demandeur n'est pas probante.

### Beschikkend gedeelte

**PAR CES MOTIFS,**

**LE TRIBUNAL**, siégeant en premier ressort,

Statuant contradictoirement,

Vu la loi du 15 juin 1935 sur l'emploi des langues en matière judiciaire;

Déclare la demande recevable, mais non fondée ;

En déboute le demandeur;

Condamne le demandeur aux dépens de l'instance, mais constate ('absence dans le chef du défendeur ;

Laisse au demandeur la charge de la contribution au fonds budgétaire pour ('aide juridique de deuxième ligne de 20,00 €.

Ainsi jugé et prononcé á I ‘audience publique de la 34ème chambre du tribunal de première instance francophone de Bruxelles du **9 juin 2022**,

Où: étaient présents et siégeaient :...

## Aangehaalde teksten

11

[WBTW art. 45](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) 7 voorkomens

[KB nr. 1 art. 5](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-6caa) 5 voorkomens

[KB nr. 3 art. 2](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-december-betrekking-aftrekregeling-toepassing-belasting-8aeb) 4 voorkomens

[KB nr. 3 art. 3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-artikel-historiek-236d) 4 voorkomens

[WBTW art. 17](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-17) 1 voorkomen

[WBTW art. 22](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-22) 1 voorkomen

[WBTW art. 53](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53) 1 voorkomen

[342/87, arrest van 13 december 1989](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-342-87-arrest) 2 voorkomens

[C-338/98, arrest van 8 november 2001](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-338-98-arrest) 1 voorkomen

[C-459/17 en C-460/17, arrest van 27 juni 2018](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-459-17-arrest) 1 voorkomen

[C-90/02, arrest van 1 april 2004](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-90-02-arrest) 1 voorkomen

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Strafdossier, Inzage, Verjaring, Rechten van de verdediging, Aftrek, Neutraliteit](https://juriel.be/nl/rechtspraak/strafdossier-inzage-verjaring-rechten-verdediging-hof-van-beroep-luik-2020-04-24-5cae) 6 gemeenschappelijke bepalingen

[Laattijdig ingediende aangifte, Bijzondere rekening, Recht op aftrek](https://juriel.be/nl/rechtspraak/laattijdig-ingediende-aangifte-bijzondere-rekening-rechtbank-brussel-2022-09-22-016f) 6 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Voorwaarden van het recht op aftrek](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-voorwaarden-factuur-verminderde-rechtbank-brussel-2022-09-22-a437) 5 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Algemene onkosten, Diensten door onderaannemers](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-algemene-onkosten-diensten-rechtbank-brussel-2023-09-29-7487) 5 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-bewijs-bestaan-economische-rechtbank-brussel-2025-09-26-7672) 5 gemeenschappelijke bepalingen

[Fictieve factuur, recht op aftrek van Btw](https://juriel.be/nl/rechtspraak/fictieve-factuur-recht-aftrek-btw-rechtbank-brussel-2026-06-05-af2a) 5 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Facturen van management fees](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-facturen-management-fees-rechtbank-brussel-2023-09-29-d7df) 5 gemeenschappelijke bepalingen

[Intracommunautair handelsverkeer, Btw-boete](https://juriel.be/nl/rechtspraak/intracommunautair-handelsverkeer-btw-boete-rechtbank-brussel-2025-11-14-f437) 5 gemeenschappelijke bepalingen
