---
title: "Recht op aftrek · Rechtbank van eerste aanleg, 22 november 2023"
description: "Recht op aftrek, Materiële voorwaarden voor de uitoefening van het recht op aftrek. Rechtbank van eerste aanleg (België), 22 november 2023."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-materiele-voorwaarden-uitoefening-rechtbank-2023-11-22-af55"
lang: "nl"
---

# Recht op aftrek

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Datum**

22 november 2023

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

**Strekking volgens de FOD**

gunstig voor de Belgische Staat

## Tekst

105 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen d.d. 22.11.2023

WF 713-15-20/054349

\[Gunstig voor de Belgische Staat\]

*Belasting over de toegevoegde waarde – Recht op aftrek – Materiële voorwaarden voor de uitoefening van het recht op aftrek*

## Wettelijke bepalingen

[Art. 45, §1 WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45)

[Art. 1, §2 KB nr. 3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-december-betrekking-aftrekregeling-toepassing-belasting-8aeb#ar3-art1) van 10 december 1969

## Samenvatting

## 1. Feiten en voorgaande procedure

In deze zaak heeft eiseres, sinds 2014 als btw-plichtige geregistreerd voor de activiteit van advocaat, haar recht op aftrek van de btw uitgeoefend met betrekking tot prestaties die aan haar geleverd werden door een advocatenkantoor in het kader van de invordering van een betwiste factuur, alsook met betrekking tot vier facturen voor de levering van stookolie.

Naar aanleiding van een btw-controle op de maatschappelijke zetel van eiseres in 2018, werd een proces-verbaal van regularisatie verstuurd ten bedrage van 30.071,72 euro aan btw voor de periode 2015 en 2016. Hiertegen is eiseres in bezwaar gegaan dat gedeeltelijk werd aanvaard en waardoor de verschuldigde btw herleid werd tot 23.593,21 euro. Op 18 februari 2022 stelde eiseres alsnog een vordering in rechte in.

## 2. Het vonnis

De rechtbank stelt vast dat de gemaakte kosten betrekking hebben op de invordering van een factuur gerelateerd aan prestaties verricht in een periode waarin eiseres geen btw-plichtige was, en dat de dienst van het advocatenkantoor dan ook niet gebruikt werd voor het verrichten van belaste handelingen voor btw-doeleinden. Het in [artikel 45 WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) vereiste causale verband tussen de afgenomen diensten en de voor btw-doeleinden belaste handelingen wordt bijgevolg niet aangetoond door eiseres. Bijgevolg wordt er niet voldaan aan de voorwaarden van [artikel 45 WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) en werd de aftrek van de btw terecht geweigerd.

Hetzelfde geldt met betrekking tot de kosten van stookolie. De rechtbank stelt vast dat de stukken die eiseres bijbrengt ter staving van het 100% beroepsmatig gebruik van de geleverde stookolie niet afdoende zijn als bewijs. Volgens de rechter heeft de belastingadministratie dan ook terecht het beroepsmatig gebruik van de stookolie geraamd op 70% en heeft zij de aftrek van de btw terecht gedeeltelijk verworpen.

**Tekst van het vonnis**

### Tekst van de beslissing

## Rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen, sectie burgerlijke rechtbank, Kamer AFi4

Vonnis van 22/11/2023

Rol: 22/776/A

Inzake :

**G. BV****,** met maatschappelijke zetel te …, …, KBO : …,

**eiseres,**

de heer **V. H. L.**, bestuurder, persoonlijk aanwezig,

**tegen :**

**DE BELGISCHE STAAT****,** Federale Overheidsdienst Financiën, Algemene Administratie van de Fiscaliteit, vertegenwoordigd door de Adviseur-generaal, Directeur van het KMO Centrum Mechelen, met kantoren gevestigd te 2800 MECHELEN, Zwartzustervest 24 bus 20, KBO : …,

**verweerder,**

\- vertegenwoordigd ter zitting door mevrouw **X**, in hoedanigheid van rijksambtenaar voor de Federale Overheidsdienst Financiën,

\- vertegenwoordigd ter zitting door de heer **X**, in hoedanigheid van rijksambtenaar voor de Federale Overheidsdienst Financiën.

Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer:

\- het verzoekschrift toegekomen ter griffie op 18 februari 2022, ingeschreven ter griffie op 21 februari 2022;

\- de beschikking gewezen overeenkomstig artikel 747, § 1, Ger. W. op 25 maart 2022, waarbij de conclusietermijnen en de rechtsdag werden bepaald;

\- de wijzigende beschikking gewezen overeenkomstig artikel 747, § 1, Ger. W. op 29 maart 2023, waarbij de conclusietermijnen en de rechtsdag werden bepaald;

\- de besluiten van partijen.

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.

Ter zitting van 10 mei 2023 werd de zaak in voortzetting gesteld naar de zitting van 25 oktober 2023.

Gehoord partijen in hun middelen en gezegden, op 25 oktober 2023.

## 1. Feiten en procedurele voorgaanden

Eiseres is sinds 1 januari 2014 als BTW-belastingplichtige geregistreerd voor haar activiteit als advocaat en sinds 27 februari 2018 voor haar activiteit van overige rechtskundige dienstverlening (stuk 12 administratief dossier).

Op 18 september 2018 kondigde verweerder een BTW-controle aan op de maatschappelijke zetel van eiseres. Op 24 oktober 2018 verzond verweerder een correctieopgave aan eiseres (stuk 7 administratief dossier). Hierop kwam geen reactie.

Op 22 november 2018 verstuurde de belastingadministratie een proces-verbaal van regularisatie voor de periode van 1 januari 2015 t.e.m. 31 december 2016 (stuk 1 administratief dossier). Uit het proces-verbaal d.d. 22 november 2018 blijkt dat ingevolge de vastgestelde inbreuken op de BTW-wetgeving eiseres de volgende sommen verschuldigd zou zijn aan de Belgische Staat :

\- 30.071,72 euro aan BTW;

\- 3.000,00 euro aan geldboete bij toepassing van artikel 70, § 1bis W.BTW en tabel H van de bijlage bij het KB nr. 41;

\- meer de intresten op grond van artikel 91, § 1 W.BTW vanaf 21 januari 2017.

De schuld van eiseres werd opgenomen in het innings-en invorderingsregister onder het artikelnummer ….

Op 25 september 2020 diende eiseres bezwaar in tegen deze vordering (stuk 3 administratief dossier).

Bij administratieve beslissing van 6 juli 2021 — na een hoorzitting van 28 mei 2021 - werd het bezwaar van eiseres gedeeltelijk aanvaard, waardoor de verschuldigde bedragen werden herleid naar 23.593,21 euro BTW en 2.350,00 euro geldboete (stuk 2 administratief dossier).

Bij verzoekschrift neergelegd ter griffie op 18 februari 2022 stelde eiser een vordering in rechte in. Afschrift van de beslissing is aan het geding inleidend verzoekschrift gehecht.

### 2.Vorderingen van partijen

Eiseres verzoekt de rechtbank :

\- de vordering ontvankelijk en gegrond te verklaren;

\- alvorens recht te doen conform artikel 877 Ger. Wb. verweerder te bevelen om de stukken in verband met de BTW-aftrek van de facturen van de BV D. W. & C. en BV A. S. W. voor de BV P. D. S. - ADVOCAAT met betrekking tot hun prestaties in het kader van de dading van de BV P. D. S. - ADVOCAAT met 'A. L. I.' voor te leggen, meer specifiek de BTW-aangiftes van de BV P. D. S. - ADVOCAAT met betrekking tot aftrek van de facturen van de BV D. W. & CO A.en BV A. S. W. alsook het standpunt van verweerder omtrent deze aangiftes;

\- de beslissing van verweerder van 6 juli 2021, het PV van regularisatie van 22 november 2018, alsook de navolgende saldoberichten van 30 april 2022, 5 juli 2022 en 12 september 2022 te vernietigen;

\- in ieder geval te zeggen voor recht dat zij de BTW voor een bedrag van 23.593,21 euro terecht in aftrek heeft gebracht en bijgevolg ook niet gehouden is tot betaling van enige geldboete t.b.v. 2.350 euro en/of nalatigheidsintresten met betrekking tot voormeld bedrag van 23.593,21 euro aan verweerder;

\- verweerder te veroordelen tot betaling van de gerechtskosten, begroot op 22,00 euro kosten en op 3.000,00 euro rechtsplegingsvergoeding.

Verweerder verzoekt de rechtbank het verzoekschrift van eiseres ontvankelijk maar ongegrond te verklaren, de vordering van eiseres af te wijzen en haar schuldenaar te horen verklaren van de bedragen zoals vastgesteld middels het proces-verbaal van regularisatie d.d. 22 november 2018 (dwangbevel uitgevaardigd op 28 november 2018 - ter kennis gebracht op 5 december 2018), en verminderd ingevolge de administratieve beslissing d.d. 6 juli 2021 (schuldartikel …), zijnde :

\- 23.593,21 euro aan BTW;

\- 2.350,00 euro aan proportionele geldboete;

\- nalatigheidsintresten p.m. (vanaf 21 januari 2017).

## 3. Ontvankelijkheid

De ontvankelijkheid van de vordering van eiseres wordt door verweerder niet betwist. Er zijn evenmin ambtshalve aan te voeren bezwaren betreffende de ontvankelijkheid.

De vordering van eiseres is dan ook ontvankelijk.

## 4. Beoordeling

### *4.1. Voorafgaand — verzoek tot voorlegging van stukken*

Voorafgaand verzoekt eiseres om verweerder te bevelen om de stukken in verband met de BTW-aftrek van de facturen van de BV D. W. & CO A. en BV A. S. W. voor de BV P. D. S. – A. met betrekking tot de prestaties in het kader van de dading van de BV P. D. S. - ADVOCAAT met A. L. I. voor te leggen, meer specifiek de BTW-aangiftes van de BV P. D. S. – A. met betrekking tot aftrek van de facturen van de BV D. W. & CO A. en BV A. S. W..

Eiseres stelt dat de prestaties geleverd aan de BV P. D. S. - ADVOCAAT kaderen in dezelfde discussie en vraagt zich af of verweerder in dat geval wel de aftrek heeft toegestaan.

De rechtbank stelt vast dat eiseres verzoekt dat verweerder stukken overmaakt, zonder specifiek duidelijk te maken welk stuk precies wordt beoogd en zonder te onderbouwen in welke mate dit zou bijdragen om tegemoet te komen aan de bewijslast die op eiseres rust.

De rechtbank kan niet ingaan op een niet onderbouwd verzoek dat erin bestaat om een onbepaald deel van een BTW-aangifte van een andere belastingplichtige bij te brengen.

De vordering is in die mate ongegrond.

### *4.2. Met betrekking tot de aftrekbaarheid van de BTW*

Huidige betwisting betreft de aftrekbaarheid van de betaalde BTW door eiseres.

Overeenkomstig artikel 45, §1 W.BTW mag de belastingplichtige de betaalde BTW in aftrek nemen wanneer een aantal voorwaarden zijn voldaan, onder meer wanneer en in de mate dat zij de aan haar geleverde goederen en verleende diensten heeft gebruikt voor het verrichten van belaste handelingen.

[Artikel 1, § 2 KB nr. 3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-december-betrekking-aftrekregeling-toepassing-belasting-8aeb#ar3-art1) van 10 december 1969 bepaalt verder :

> *"Voor aftrek komt in geen geval in aanmerking de belasting geheven van de goederen en diensten die een belastingplichtige bestemt voor privé-doeleinden of voor andere doeleinden dan die van zijn economische activiteit.*
>
> *Wanneer een goed of een dienst bestemd is om gedeeltelijk voor zulke doeleinden te worden gebruikt, is het recht op aftrek naar verhouding van dat gebruik uitgesloten. Die verhouding dient door de belastingplichtige te worden bepaald onder controle van de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde."*

De bewijslast van het bestaan van een recht op aftrek ligt bij de belastingplichtige.

i) Betreffende de aftrek van de BTW op de prestaties van de BV A. H. & V.

Eiseres haalt aan dat zij in de periode vóór 1 januari 2014 prestaties had verricht voor A. L. I. (hierna : A. L.). Het mandaat voor A. L. werd beëindigd op 11 april 2013. Na de beëindiging van het mandaat ontstond er tussen eiseres en A. L. een discussie m.b.t. de facturatie van de erelonen. In maart 2024 werd er bijstand gevraagd aan BV A. H. & V.. Deze laatste heeft prestaties geleverd in het kader van de invordering van de betwiste factuur in de periode van maart 2014 tot 2016. Uiteindelijk werd er op 29 februari 2016 een dading gesloten met A. L. voor een forfaitair bedrag van 1.285.000,00 euro. Bijgevolg hebben de prestaties van BV A. H. & V. betrekking op het finaal bekomen van de betaling door A. L., wat volgens eiseres zonder enige twijfel kadert in de bedrijfsactiviteiten van eiseres.

De prestaties geleverd door BV A. H. & V. dateren van na 1 januari 2014 en zijn dus onderworpen aan de BTW-plicht. Volgens eiseres kan niet betwist worden dat de prestaties van BV A. H. & V. werden gebruikt voor het verrichten van belaste handelingen. Eiseres wijst er op dat de prestaties van BV A. H. & V. hebben geleid tot een belastbare grondslag in 2015 van 1.285.000,00 euro in de inkomstenbelasting. Bijgevolg is de BTW m.b.t. de factuur van de BV A. H. & V. aftrekbaar.

Verweerder haalt aan dat de inkomende handelingen van BV A. H. & V. niet bestemd waren voor de in [artikel 45, § 1 van het BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) bedoelde handelingen in hoofde van eiseres. De betreffende kosten houden direct en uitsluitend verband met vrijgestelde uitgaande handelingen en werden niet gemaakt ten behoeve van en met het oog op belastbare handelingen van eiseres. Bijgevolg zijn de materiële voorwaarden voor het uitoefenen van het recht op aftrek van BTW zoals bepaald in artikel 45, § 1 W.BTW voor de betreffende inkomende handelingen niet vervuld.

De rechtbank stelt vast dat de gemaakte kosten betrekking hebben op de invordering van een factuur gerelateerd aan prestaties verricht in een periode waarin eiseres geen BTW-plichtige was. Bijgevolg oordeelt de rechtbank vooreerst dat het geen algemene kosten betreffen die in een rechtstreeks en onmiddellijk verband staan met de door eiseres als onderneming verrichte economische activiteit, maar uitsluitend gerelateerd is aan de invordering van een betwiste schuldvordering ten aanzien van A. L. P..

Op basis van artikel 45 W.BTW mag de betaalde BTW op de factuur van BV A. H. & V. enkel in aftrek worden genomen indien de verleende dienst door A. H. & V. werd gebruikt voor het verrichten van belaste handelingen.

In dit geval werd de dienst evenwel niet gebruikt voor het verrichten van belaste handelingen voor BTW-doeleinden. De dienst van BV A. H. & V. is rechtstreeks gerelateerd met een van BTW vrijgestelde handeling (zijnde de handelingen ten aanzien van A. L.). Het in artikel 45 W.BTW vereiste causale verband tussen de afgenomen diensten en de voor BTW-doeleinden belaste handelingen wordt bijgevolg niet aangetoond door eiseres.

Bijgevolg wordt er niet voldaan aan de voorwaarden van artikel 45 W.BTW en werd de aftrek van de BTW terecht geweigerd.

Eiseres haalt bovendien aan dat er in een gelijkaardige situatie mogelijks wel een aftrek van BTW werd toegestaan ten aanzien van een andere BTW-plichtige, zijnde BV P. D. S. – A., maar maakt dit geenszins concreet.

Bovendien haalt eiseres aan dat er haar wel een aftrek is toegestaan m.b.t. een factuur van BV A. B. & V., maar beperkt zich tot het aanbrengen van betreffende factuur en onderbouwt geenszins dat het om een gelijkaardige situatie zou gaan.

De vordering van eiseres is ongegrond.

ii) Betreffende de aftrek van de BTW op de facturen van C. L. m.b.t. de levering van stookolie

Verweerder betwist 70 % van de BTW-aftrek van 4 facturen met betrekking tot de levering van stookolie. Verweerder haalt aan dat naar aanleiding van een controle werd vastgesteld dat er verschillende toegangswegen zijn tot het parkdomein 'R.'. Zowel de M. als R. gaven toegang tot het domein waarop er zich verschillende gebouwen bevinden. De maatschappelijke zetel van eiseres was gevestigd te …, … en de privéwoning was gevestigd te …, …. Volgens de kadastrale gegevens waren de gebouwen in (vrucht)gebruik van eiseres zowel gekend op het adres … als op het adres … en …. De aftrek van de BTW werd voor 70 % aanvaard aangezien eiseres niet heeft aangetoond dat de betreffende leveringen van huisbrandolie voor meer dan 70 % bestemd waren voor doeleinden van de economische, belastbare activiteit van eiseres.

Eiseres haalt aan dat de facturen integraal verbonden zijn aan professioneel verbruik en bijgevolg 100 % aftrekbaar zijn. Eiseres wijst er op dat haar maatschappelijke zetel zich bevond te …, … en de privéwoning van de zaakvoerder zich bevond te …, ….

Samen met verweerder dient de rechtbank vast te stellen dat de stukken die eiseres bijbrengt ter staving van het 100 % beroepsmatig gebruik van de geleverde stookolie niet afdoende zijn als bewijs. Verweerder heeft terecht de aftrek van de BTW gedeeltelijk verworpen, mede gelet op :

\- de vaststelling dat het adres van de maatschappelijke zetel en het adres van de privéwoning minstens kadastraal verweven zijn;

\- voor geen enkele factuur wordt aangetoond dat de brandstofolie 100 % bestemd was voor doeleinden van de economische, belastbare activiteit van eiseres; verweerder bij herhaling heeft gemeld dat een kopie van een privé-aankoop inzake verwarming een indicatie zou kunnen zijn, maar dat nooit enig bewijsstuk werd voorgelegd.

Gelet op al deze elementen heeft de belastingadministratie dan ook terecht het beroepsmatig gebruik van de stookolie geraamd op 70 %.

De vordering van eiseres is derhalve ongegrond.

## 5. Kosten van het geding

Eiseres dient als de in het ongelijk gestelde partij te worden veroordeeld tot de kosten van het geding.

Aangezien verweerder niet wordt vertegenwoordigd of wordt bijgestaan door een raadsman, dient er geen rechtsplegingsvergoeding te worden bepaald.

### Beschikkend gedeelte

## OM DEZE REDENEN

**DE RECHTBANK**

Rechtdoende op **tegenspraak**.

Alle andere en strijdige conclusies verwerpend.

Verklaart de vordering van eiseres ontvankelijk maar ongegrond.

Veroordeelt eiseres tot de kosten van het geding, in hoofde van de Belgische Staat niet begroot en door de rechtbank vereffend op 0,00 euro.

Dit vonnis werd uitgesproken op **tweeëntwintig november tweeduizend drieëntwintig** in openbare zitting van de Kamer AFi4, die samengesteld was uit:

T. C., rechter;

C. L., griffier

## Aangehaalde teksten

2

[WBTW art. 45](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) 5 voorkomens

[KB nr. 3 art. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-december-betrekking-aftrekregeling-toepassing-belasting-8aeb) 3 voorkomens

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Recht op aftrek, Herziening recht op aftrek](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-herziening-uitoefening-beroepswerkzaamheid-hof-van-beroep-antwerpen-2021-02-0056) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Vaste termijn, Verjaringstermijn, Vordering tot teruggaaf](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-vaste-termijn-verjaringstermijn-rechtbank-luik-2022-04-25-02bf) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Aanwending voor de beroepsactiviteit, Bewijslast](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-aanwending-beroepsactiviteit-bewijslast-hof-van-beroep-luik-2021-01-18-0480) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Facturen van onderaannemers, Verplichte vermeldingen](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-facturen-onderaannemers-verplichte-rechtbank-bergen-2019-04-09-0896) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Percentage van het beroepsmatig gebruik](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-percentage-beroepsmatig-gebruik-hof-van-beroep-bergen-2023-05-31-09c2) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Materiële voorwaarde](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-materiele-voorwaarde-btw-cassatie-brussel-2021-01-29-0dbd) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Teruggaaf, ongerechtvaardigde verrijking, teveel afgedragen btw, teruggave, aangerekende Btw](https://juriel.be/nl/rechtspraak/teruggaaf-ongerechtvaardigde-verrijking-teveel-afgedragen-hof-van-beroep-gent-2023-01-17-13de) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Verhoudingsgetal, Financiële handelingen](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-verhoudingsgetal-financiele-handelingen-rechtbank-hasselt-2021-02-04-167c) 1 gemeenschappelijke bepalingen
