---
title: "Recht op aftrek, Gebouw · Rechtbank van eerste aanleg te Brugge, 27 maart 2000"
description: "Recht op aftrek, Gebouw, recht op aftrek van Btw, onroerend goed. Rechtbank van eerste aanleg te Brugge (België), 27 maart 2000."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-gebouw-btw-onroerend-rechtbank-brugge-2000-03-27-90d9"
lang: "nl"
---

# Recht op aftrek, Gebouw, recht op aftrek van Btw

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Brugge

**Datum**

27 maart 2000

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

70 paragrafen

### Tekst van de beslissing

**Vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brugge dd. 27.03.2000**

*Recht op aftrek - Gebouw*

De B.T.W.-belastingplichtige had een gebouw aangekocht met het oog op het uitoefenen van de apotheek-activiteit in de brede betekenis van het woord. Bij controles door de B.T.W.-administratie wordt vastgesteld dat bepaalde ruimtes van het gebouw niet worden gebruikt voor de economische activiteit van de vennootschap (leegstaande ruimtes), een privé-karakter hebben (aanwezigheid van een bed) of geen recht op aftrek verlenen (bestemd voor de ontvangst van cliënten). Derhalve wordt de B.T.W. geheven van het gebouw betwist en door de rechtbank aanvaard. De rechtbank gaat akkoord met de berekeningswijze van de B.T.W.-administratie waarbij de aftrek van B.T.W. wordt gecorrigeerd op basis van de oppervlakte van de onderscheiden ruimten.

**Vierde kamer**

Alleenrechtsprekend rechter: *Dhr. N. Haemers*

Gedelegeerd adjunct-griffier: *Mevr. N. Lhoëst*

Partij: B.v.b.a. Apotheek Vedastus t. De Belgische Staat

Rolnr.: 98/1127/A

I

RECHTSPLEGING

Gelet op de inleidende dagvaarding houdende verzet de dato 1 april 1998.

De Rechtbank nam kennis van het dossier van de rechtspleging en van de door partijen overgelegde bundels.

Partijen werden gehoord in hun middelen bij monde van hun raadsman in de openbare terechtzitting van 28 februari 2000.

Artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden in acht genomen.

II

BIJZONDERSTE GEGEVENS VAN DE ZAAK

2.1.

Eiseres is sedert 1.02.1980 gekend en ingeschreven als BTW-plichtige onder het BTW-registratienummer BE419.988.422 ingevolge de door haar uitgeoefende activiteit van apotheker.

Op 22 juni 1992 werd door de heer Christian *Verstuyf* , destijds controleur bij de administratie van de BTW, registratie en domeinen, verbonden aan het vierde controlekantoor van de BTW te Brugge, een controle gestart bij eiseres. Naar aanleiding van dit toezicht werden een aantal overtredingen op de wetgeving en de reglementering inzake de belasting over de toegevoegde waarde vastgesteld.

Bij gebrek aan een akkoordverklaring over de BTW-aftrek in verband met de opgerichte woning in de Vedastusstraat, 30, te 8490 Jabbeke, werd door de heer *C. Verstuyf* voornoemd en door *A. Vandenberghe* , destijds hoofdcontroleur bij de administratie van de BTW, registratie en domeinen, verbonden aan het vierde controlekantoor van de BTW te Brugge, op 19 maart 1993, een proces-verbaal opgemaakt waarin de door eiseres begane overtredingen werden geacteerd (zie stuk 1 verweerster).

Tengevolge van dit proces-verbaal werd van eiseres een bedrag gevorderd van 598.868,- Bf. aan BTW en een bedrag van 59.000,- Bf. aan geldboeten en intresten.

Op 5 april 1993 werd een bedrag van 797.036,- Bf. door eiseres onder voorbehoud betaald. Verweerster heeft deze betaling op 8 april 1993 ontvangen.

Teneinde de verjaring te stuiten werd door de heer *J. Decoster* , destijds ontvanger van het BTW-ontvangkantoor te Brugge, overeenkomstig [artikel 85 § 1 van het WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-85)., op 29 maart 1993 een dwangbevel uitgevaardigd dat op 1 april 1993 werd geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de heer Paul *Amez* , inspecteur bij de BTW te Brugge (zie stuk 2 verweerster).

Dit dwangbevel werd op 5 april 1993 bij aangetekende brief aan eiseres betekend (zie stuk 3 verweerster).

2.2.

De vordering van eiseres strekt ertoe:

\- te horen zeggen voor recht dat verweerster gehouden is aan eiseres terug te betalen de som van 797.036,- Bf., hoofdens ten onrechte geïnde en gevorderde belasting over de toegevoegde waarde, intresten en boeten, meer de fiscaalrechtelijke intresten, meer de kosten van het geding, met inbegrip van de geïndexeerde rechtsplegingsvergoeding.

\- het tussen te komen vonnis uitvoerbaar te horen verklaren, niettegenstaande elke voorziening, zonder borgstelling en met uitsluiting van kantonnement.

2.3.

Verweerster vraagt dat de vordering van eiseres als ongegrond wordt afgewezen en dat eiseres wordt veroordeeld tot de kosten van het geding.

III

BEOORDELING

1

nopens het recht op aftrek

3.1.1.

Eiseres houdt voor dat vennootschappen alleen maar een bedrijfspatrimonium hebben. Er is derhalve een feitelijk vermoeden dat al hun ontvangen goederen en diensten bestemd zijn voor dit doel. De investeringen door een handelsvennootschap vertonen dus steeds en noodzakelijkerwijze een beroepsmatig karakter zodat zij in beginsel steeds recht geven op aftrek.

3.1.2.

Het recht op aftrek is overeenkomstig [artikel 45, § 1 WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45). alleen en uitsluitend verbonden aan handelingen die binnen de werkingssfeer van het WBTW. vallen. De voorbelasting in verband met handelingen buiten de werkingssfeer is van iedere aftrek uitgesloten, met uitzondering van het bepaalde in artikel 45, § 1 4° en 5° ten aanzien van sommige handelingen van verzekeraars, financiële instellingen en wisselagenten.

Overeenkomstig [artikel 1 § 2 van het koninklijk besluit nr. 3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-december-betrekking-aftrekregeling-toepassing-belasting-8aeb#ar3-art1) van 10 december 1969 met betrekking tot de aftrekregeling voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde komt voor de aftrek in geen geval in aanmerking de belasting geheven van de goederen en diensten die een belastingplichtige bestemt voor privédoeleinden of voor andere doeleinden dan die van zijn economische activiteit.

Het beroepsmatig karakter van een investering door een handelsvennootschap is dus geen criterium voor de aftrek van de BTW. Het enige criterium is het feit of het gebouw volledig wordt aangewend voor handelingen onderworpen aan de BTW. De aftrekbaarheid van de BTW vindt m.a.w. zijn oorsprong in de mate dat het bedrijfsmiddel (gebouw) aangewend wordt voor beroepsdoeleinden die handelingen zijn die onderworpen zijn aan de BTW.

In casu dient dus te worden nagegaan welke delen van het gebouw werden aangewend voor beroepsdoeleinden.

3.1.3.

Op grond van het bestemmingsbeginsel is de BTW aftrekbaar van de investeringen en kosten waarvan de vermoedelijke bestemming de aanwending is voor het verrichten van handelingen bedoeld in artikel 45, § 1° tot 5° WBTW.. Overeenkomstig het arrest *Rompelman* van het Europees Hof van Justitie dient verweerster niet automatisch aan te nemen dat het gebouw waarin een gedeelte is dat zich niet leent voor commerciële exploitatie en door een vennootschap werd opgericht, moet beschouwd worden als een bedrijfsgebouw. De belastingdienst kan steeds verlangen dat de wilsverklaring wordt ondersteund door objectieve gegevens, zoals de omstandigheden dat de onderworpen ruimtes zich specifiek lenen voor commerciële exploitatie.

3.1.4.

Uit het bestemmingsprincipe van [artikel 45 § 1 WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45). volgt dat de belastingplichtige zelf het bewijs moet leveren dat het door hem uitgeoefende recht op aftrek bestaat. Het is met andere woorden eiseres, en niet verweerster, die de bewijslast draagt dat de voorwaarden van het recht op aftrek vervuld zijn.

3.1.5.

In de processen-verbaal opgesteld op 12 november 1992 en op 19 maart 1993 werden de vaststellingen opgenomen die door de verbalisanten werden verricht bij hun plaatsbezoeken op 22 juni 1992, 13 augustus 1992, 23 oktober 1992 en 30 december 1992.

Bij de 3 eerste onaangekondigde plaatsbezoeken werd vastgesteld dat de apotheekofficina met bureau in gebruik was genomen. De living was niet bemeubeld en stond leeg. De garage en de bergruimte op de verdieping werden gebruikt als stapelplaats voor allerhande voor de apotheek bestemde goederen. De keuken werd volgens de verklaringen van mevrouw *Deruwe C.* sporadisch gebruikt om medische potten af te wassen, koffie te zetten of iets op te warmen. De inkomhal was leeg. In 1 slaapkamer lag een matras op de grond, de andere slaapkamers waren volledig leeg. De nachthal op de verdieping stond leeg.

Bij het laatste aangekondigde plaatsbezoek op 30.12.1992 werd er vastgesteld dat er in 2 slaapkamers een aantal dozen met medicatie en met documenten van de apotheek waren gestapeld. In de andere slaapkamer stond een eenpersoonsbed. In de nachthal bevond zich een kinderbedje.

Op basis van de verrichte vaststellingen heeft de administratie aangenomen dat de apotheekofficina met bureau, de garage met bergruimte, de WC., deels de keuken met eetruimte en de bergruimte gelegen op de verdieping bestemd waren om gebruikt te worden voor beroepsdoeleinden. De andere ruimten waren niet in gebruik genomen en werden niet gebruikt voor beroepsdoeleinden zodat, volgens de administratie, de BTW ten onrechte in aftrek werd gebracht.

3.1.6.

Volgens eiseres is het door haar opgerichte gebouw volledig en alleen bestemd voor het uitbaten van een apotheek en de handel in de producten welke opgesomd zijn in de statuten. Alle ruimten waarvoor volgens verweerster de BTW ten onrechte is afgetrokken, zijn volgens eiseres opslagplaatsen.

De Rechtbank stelt vast, gelet op de benaming van het plan, gelet op de inrichting van de lokalen en gelet op de gedane vaststellingen tijdens de plaatsbezoeken dat het hier duidelijk gaat om een apotheek met woongedeelte.

Dat de living zou gebruikt worden als bergplaats voor artikelen wordt door niets gestaafd. Uit de inrichting van de living (open haard, grote schuiframen tot op de grond) blijkt niet dat zij geconcipieerd is als bergplaats. Bovendien werd tijdens de 4 plaatsbezoeken vastgesteld dat de living bijna volledig leeg was. De bewering van eiseres dat de living gebruikt wordt als bergplaats is een loutere bewering die geen tegenbewijs kan vormen tegen de vaststellingen gedaan door verweerster.

Eiseres beweert verder dat de keuken gebruikt wordt voor het reinigen van bereidingstoestellen en het zetten van koffie. De rechtbank stelt vast dat het zetten van koffie geen aanleiding kan geven tot aftrek van de BTW. Ofwel wordt deze koffie gebruikt voor de uitbater van de apotheek en heeft zij een privé karakter ofwel wordt zij aangeboden aan andere personen en dan zijn het kosten van onthaal welke overeenkomstig [artikel 45 § 3, 4° WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45). niet aftrekbaar zijn. Verder stelt de rechtbank vast dat verweerster met betrekking tot de keuken een beroepsmatig gebruik van 50% heeft aanvaard.

De Rechtbank stelt verder vast dat er slechts bij het vierde aangekondigde bezoek er in de slaapkamers een aantal dozen en een bed werden geplaatst. Gelet op de vaststellingen tijdens de vorige plaatsbezoeken is het duidelijk dat deze ruimten niet werden gebruikt voor beroepsdoeleinden. Bovendien stelt de rechtbank vast dat er in de bergruimte, die als beroepsmatig werd aanvaard door verweerster, nog plaats was om deze dozen op te bergen. Ook het feit dat er een bed aanwezig was in de slaapkamer is niet van aard om te besluiten dat deze ruimte een beroepsmatig karakter heeft.

In de laatste neergelegde besluiten voegt eiseres er nog een nieuwe bestemming aan toe. De ruimten zouden tevens ontworpen zijn voor het onthaal van de klant. Overeenkomstig [artikel 45 § 3, 4° WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45). komt de BTW ter zake van kosten van onthaal niet in aanmerking voor aftrek. Dus indien het gedeelte van het gebouw waarop de administratie de aftrek verwerpt inderdaad zou gebruikt worden of bestemd is voor het onthaal van de klanten, wat niet bewezen is, dan werd de aftrek op grond van [artikel 45 § 3, 4° WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) terecht verworpen.

Uit de vaststellingen opgenomen in de processen-verbaal is duidelijk gebleken dat een gedeelte van het gebouw niet werd aangewend en niet was bestemd voor beroepsdoeleinden. Aangezien eiseres er niet in slaagt om het tegenbewijs te leveren is de BTW geheven voor de oprichting van dit gedeelte niet aftrekbaar.

2

nopens de vaststelling van het aftrekbaar gedeelte

Eiseres beweert dat het door verweerster berekende aftrekbaar gedeelte op basis van de vloeroppervlakte onhoudbaar is.

De Rechtbank stelt vast dat verweerster, teneinde het aftrekbare gedeelte vast te stellen, de verhouding genomen heeft tussen de totale oppervlakte van het gebouw en deze van de oppervlakte van de ruimten waarvoor de aftrek terecht is gebeurd. Deze berekeningsmethode op basis van het oppervlaktecriterium is in de rechtspraak meermaals aanvaard.

De vordering van eiseres dient dan ook als ongegrond te worden afgewezen.

### Beschikkend gedeelte

OM DEZE REDENEN,

De Rechtbank,

Wijzende in eerste aanleg en op tegenspraak.

Alle verdere middelen van partijen verwerpende als niet dienend.

Verklaart het fiscaal verhaal ontvankelijk doch wijst het af als ongegrond.

Veroordeelt eiseres tot de gedingkosten, aan haar zijde niet te begroten aangezien ze haar ten laste blijven, aan de zijde van verweerster begroot op 12.600,- Bf., uit hoofde van de rechtplegingsvergoeding.

Verklaart onderhavig vonnis uitvoerbaar bij voorraad, spijts alle verhaal en zonder borgstelling.

## Aangehaalde teksten

3

[WBTW art. 45](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) 5 voorkomens

[KB nr. 3 art. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-december-betrekking-aftrekregeling-toepassing-belasting-8aeb) 1 voorkomen

[WBTW art. 85](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-85) 1 voorkomen

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Recht op aftrek, Aanwending voor de beroepsactiviteit, Bewijslast](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-aanwending-beroepsactiviteit-bewijslast-hof-van-beroep-luik-2021-01-18-0480) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Verjaringen, Innings- en invorderingsregister, Uitvoerbare titel, Delegatie](https://juriel.be/nl/rechtspraak/verjaringen-innings-invorderingsregister-uitvoerbare-titel-hof-van-beroep-gent-2023-06-13-3f97) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Bijzondere rekening, Overeenstemming met het unierecht](https://juriel.be/nl/rechtspraak/bijzondere-rekening-overeenstemming-unierecht-rechtbank-brussel-2022-12-21-5d36) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-rechtstreeks-onmiddellijk-verband-rechtbank-luxemburg-2022-10-12-cbcc) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-afstand-verlopen-tijd-hof-van-beroep-antwerpen-2025-01-21-006b) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Bewijslast, Projectontwikkeling](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-bewijslast-projectontwikkeling-kosten-hof-van-beroep-antwerpen-2026-01-06-088b) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Personenwagen van het merk Lamborghini, Beroepsgebruik](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-personenwagen-merk-lamborghini-rechtbank-brussel-2025-01-29-2c51) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Schuldenaar van de vordering, Verjaring, Handeling onder bezwarende titel](https://juriel.be/nl/rechtspraak/schuldenaar-vordering-verjaring-handeling-onder-hof-van-beroep-antwerpen-2024-03-05-3cdb) 2 gemeenschappelijke bepalingen
