---
title: "23/525/A · 23 mei 2024 · Recht op aftrek, Economische activiteit · Rechtbank van eerste aanleg te Gent"
description: "Recht op aftrek, Economische activiteit, Rechtstreeks en onmiddellijk verband, Bewijslast. Rechtbank van eerste aanleg te Gent (België), 23 mei 2024, 23/525/A."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-economische-activiteit-rechtstreeks-rechtbank-gent-2024-05-23-2908"
lang: "nl"
---

# Recht op aftrek, Economische activiteit, Rechtstreeks en onmiddellijk verband

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Gent

**Rolnummer**

23/525/A

**Datum**

23 mei 2024

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

257 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de rechtbank van eerste Aanleg te Gent d.d. 23.05.2024 (23/525/A)

\[ Gemengd vonnis \]

*Belasting over de toegevoegde waarde – Recht op aftrek – Economische activiteit – Rechtstreeks en onmiddellijk verband – Bewijslast – Wettelijke geldboete van 200%*

## Wettelijke bepalingen

Artikelen [45, §1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) en [70, §1bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70) WBTW

## Samenvatting van het vonnis

1\. Feiten en vonnis in eerste aanleg

Eiseres is als btw-belastingplichtige geregistreerd voor de verhuur en lease van schepen. In 2016 wordt het statutair doel uitgebreid met ‘het uitbaten van een Formula Racing Team en het opleiden, trainen, coachen van aspirant Formula en race piloten,…’ (niet limitatief). Daarnaast werd haar economische activiteit uitgebreid met een reclame-, marketing- en sponsoringactiviteit. Vanaf dat moment nam eiseres allerhande kosten ten laste met betrekking tot de autosportactiviteiten van de twee kinderen van haar bestuurder.

Naar aanleiding van een fiscale controle voor de periode van 1 januari 2018 tot en met 30 september 2020 heeft de administratie inbreuken op de aftrekregeling vastgesteld. Volgens de administratie wordt het verband tussen de uitgaven voor de racingactiviteit en de belastbare activiteit van eiseres niet voldoende bewezen. Deze inbreuken werden opgenomen in een proces-verbaal van regularisatie waarin de wettelijke geldboete van 200% werd opgelegd.

Tegen dit proces-verbaal werd door eiseres een administratief beroep ingesteld. Bij beslissing van 19 januari 2023 werd het bezwaar met betrekking tot de inbreuk op de aftrekregeling afgewezen.

Op 22 februari 2023 maakte eiseres de zaak aanhangig bij de rechtbank. De eerste rechter verklaarde de vordering van eiseres inzake de racinguitgaven ontvankelijk en gegrond. Gelet op twijfels omtrent de goede trouw van eiseres achtte de eerste rechter evenwel een gedeeltelijke kwijtschelding aangewezen en herleidde hij de geldboete van 200% tot 50%.

De administratie tekende hoger beroep aan tegen dit vonnis. Eiseres stelde incidenteel hoger beroep in tegen de beslissing van de eerste rechter tot gedeeltelijke vernietiging van de btw-schuld.

**Volledige tekst**

### Tekst van de beslissing

**RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG OOST-VLAANDEREN,**

**afdeling GENT**

## *FISCAAL - ZESDE BURGERLIJKE KAMER* OPENBARE TERECHTZITTING VAN 23 MEI 2024

**In de zaak van :**

**cie1,** KBO ..., met zetel te ...,

***eisende partij,*** hebbende als raadslieden mr. VERCAUTEREN VINCENT, advocaat te 2600 Antwerpen, Grotesteenweg 214 bus 4, en mr. ANIL TAYFUN, advocaat te 1000 Brussel, Havenlaan 86 C bus 419;

**Tegen:**

**De BELGISCHE STAAT,** FOD Financiën — Stafdienst Logistiek - Koning Albert Il laan 33 bus 971 te 1030 Brussel, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, op vervolging en benaarstiging van de Algemene Administratie van de Fiscaliteit, handelend ten verzoeke van de Adviseur-generaal, KMO Centrum Aalst— Expertise 2, met kantoor te 9100 Sint-Niklaas, Driekoningenstraat 4, KBO 0308.357.159,

***verwerende partij,*** voor wie optreedt V.B., attaché bij een fiscaal bestuur;

beslist de rechtbank als volgt :

## I. DE RECHTSPLEGING

De rechtbank hoorde partijen in hun argumenten op de openbare terechtzitting van 25 april 2024. Vervolgens sloot de rechtbank het debat en nam de zaak in beraad. De rechtbank zag het dossier van de rechtspleging in en het gedinginleidende verzoekschrift van 22 februari 2023, de stavingsstukken en de conclusies van partijen.

## II. DE VORDERING

**Eiseres** vordert in \`syntheseconclusie' de vordering ontvankelijk en gegrond te verklaren:

> *"De samenhang overeenkomstig artikel 30 Ger.W te willen bevestigen met de zaak hangende voor Uw Zetel, aldaar gekend onder het rolnummer 22/2724/A;*
>
> *De vordering van \[eiseres\] ontvankelijk én gegrond te willen verklaren;*
>
> *Dienvolgens het door \[eiseres\] op 7 februari 2022 ingediende administratief bezwaarschrift tegen de vermeend verschuldigde belasting over de toegevoegde waarde, gevestigd onder het R.C.I.V.-artikelnummer ..., ontvankelijk en gegrond te willen verklaren;*
>
> *De beslissing d.d. 19 januari 2023 van A.D., Attaché bij Centrum KMO Aalst Expertise 2, met als kenmerk ... geheel te horen vernietigen dan wel van onwaarde te horen willen verklaren (Stuk 1);*
>
> *Het proces-verbaal d.d. 17 november 2021 opgesteld door Y.A., fiscaal deskundige bij Centrum KMO Aalst Controle 10, geheel te horen vernietigen dan wel van onwaarde te horen willen verklaren (Stuk 2);*
>
> *Te horen zeggen voor recht dat \[eiseres\] de in het proces-verbaal gevorderde bedragen niet verschuldigd is en verweerster te horen veroordelen om alle ten onrechte ingehouden betaalde en/of alle ten onrechte op de bestreden vordering aangerekende bedragen aan \[eiseres\] terug te betalen, meer de moratoriuminteresten.*
>
> *En tot slot, de Belgische Staat te veroordelen tot de betaling van alle kosten van het geding, daarin begrepen het betaalde bedrag aan het Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand en de rechtsplegingsvergoeding, thans begroot op 22.500,00 EUR cfr. artikel 1022 Ger. W. juncto het KB d.d. 26 oktober 2007 (BS 9 november 2007), en zoals van toepassing vanaf 1 november 2022."*

**Verweerster** vordert in 'synthesebesluiten' de vordering ontvankelijk en ongegrond te verklaren:

> *"De vordering van eiseres af te wijzen;*
>
> *De verschuldigde bedragen voortvloeiend uit het proces-verbaal van 17/11/2021, verminderd met de bedragen die reeds werden ingewilligd in de directoriale beslissing van 19/01/2023 en gekend onder het artikelnummer ..., te bevestigen;*
>
> *Eiseres tot de kosten van het geding te veroordelen."*

## III. RELEVANTE FEITEN EN GESCHIL

1.Bij notariële akte dd. 01/03/2010 (B.S. 18/03/2010) wordt de vennootschap door de heer M.V.H. opgericht onder de benaming cie1\_old, met maatschappelijke zetel te .... De heer M.V.H. wordt aangesteld als niet-statutaire zaakvoerder. Het doel van de vennootschap bestaat uit de aan- en verkoop en verhuur van boten.

2.Tijdens het eerste boekjaar, op 5/11/2010, wordt het ontslag van de heer M.V.H. als zaakvoerder ter kennis gebracht en wordt de heer F.C., woonachtig te ..., aangeduid als zaakvoerder.

De maatschappelijke zetel verhuist naar diens laatstgenoemd persoonlijk adres.

3.De vennootschap is sinds 01/06/2010 geregistreerd als btw-belastingplichtige onder het nummer ... voor de economische activiteit van: periode 01/06/20210 tot en met 09/08/2020:

 Verhuur en lease van schepen, als hoofdactiviteit;

 Overige sportactiviteiten niet eerder genoemde, als nevenactiviteit.

 periode vanaf 10/08/2020: zelfstandig werkende sportbeoefenaars, als hoofdactiviteit.

4\. Bij notariële akte van 17/05/2016 wordt:

 de benaming van de vennootschap gewijzigd in cie1;

 het statutair doel uitgebreid met \`het uitbaten van een Formula Racing Team en het opleiden, trainen, coachen van aspirant Formula en race piloten, ...'.

5.Vanaf midden 2016 neemt de vennootschap verschillende kosten ten laste die te maken hebben met de lancering van twee kinderen van de heer F.C. in de autosport. Het betreft G.C. (°...) en A.C. (...).

6.Op 27/01/2020 wordt een fiscale controle uitgevoerd en worden de boekhoudkundige data van eiseres bij wijze van e-mail opgevraagd bij de fiscale mandataris.

7.Op 17/11/2021 wordt een proces-verbaal opgesteld waarin de volgende inbreuken op de toepasselijke btw-regelgeving voor de periode 1 januari 2018 tot en met 30 september 2020 werden vastgesteld:

 Inbreuken op de aftrekregeling ten aanzien van de verplichting in het bezit te zijn van de documenten zoals voorzien in [artikel 3, § 1 van het KB nr. 3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-artikel-historiek-236d) voor een bedrag van 420,00 EUR btw;

 Inbreuken op de aftrekregeling ten aanzien van handelingen die de belastingplichtige niet gebruikt voor het verrichten van in artikel 45, § 1 W.BTW bedoelde handelingen en inbreuken op de aftrekregeling ten aanzien van goederen en/of diensten die volledig of gedeeltelijk bestemd zijn voor privédoeleinden of voor andere doeleinden dan die van de economische activiteit voor een bedrag van 547.951,32 EUR btw.

Voor de eerste inbreuk werd een verminderde boete opgelegd overeenkomstig Tabel H van de bijlage bij het KB nr. 41 tot 5 procent van de verschuldigde belasting.

Voor de tweede inbreuk werd de wettelijke geldboete op grond van artikel 70 §ibis W.BTW opgelegd, hetzij tweemaal het bedrag van de verschuldigde btw (stuk 1 verwerende partij).

4.Op 01/12/2021 werd een e-mail ontvangen van Tiberghien Advocaten inzake een niet-akkoord met het proces-verbaal en de vraag of een verklaring tot afstand van verjaring kon worden overgemaakt (stuk 2 verwerende partij).

5.Op 02/12/2021 werd de verklaring tot afstand van verjaring overgemaakt bij e-

mail aan eiseres.

6.Tegen het proces-verbaal van 07/11/2021 wordt op 07/02/2022 een

administratief bezwaarschrift ingediend.

7.Op 19/01/2023 werd het administratief bezwaarschrift ingewilligd voor de eerste inbreuk (Inbreuk op de aftrekregeling ten aanzien van de verplichting in het bezit te zijn van de documenten zoals voorzien in [artikel 3, § 1 van het KB nr. 3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-artikel-historiek-236d)). Voor de tweede inbreuk, opgenomen in het proces-verbaal van 17/11/2021, wordt het bezwaarschrift afgewezen (Inbreuken op de aftrekregeling ten aanzien van handelingen die de belastingplichtige niet gebruikt voor het verrichten van in artikel 45, § 1 W.BTW bedoelde handelingen en inbreuken op de aftrekregeling ten aanzien van goederen en/of diensten die volledig of gedeeltelijk bestemd zijn voor privédoeleinden of voor andere doeleinden dan die van de economische activiteit) (stuk 5 verwerende partij).

8.Op 01/12/2021 werd een betaalbericht aangaande het schuldnummer... verstuurd naar eiseres.

9.De schuld werd op 28/12/2021 opgenomen in het innings- en invorderingsregister, dat uitvoerbaar werd verklaard op 29/12/2021, onder schuldnummer ....

Op 06/01/2022 werd een uittreksel uit voormeld innings- en invorderingsregister naar eiseres verzonden (stuk 19 verwerende partij).

14\. Op 22/02/2023 legde eiseres een verzoekschrift neer ter griffie van deze

rechtbank.

## IV. BEOORDELING

### 1. Ontvankelijkheid

Verweerster voert geen redenen aan die tot de onontvankelijkheid van de vordering kunnen leiden. Nu de rechtbank evenmin middelen van onontvankelijkheid, die zij ambtshalve zou moeten opwerpen, vaststelt is de vordering ontvankelijk.

### 2. Samenhang

2.1.

Artikel 30 Ger.W. stelt dat rechtsvorderingen als samenhangende zaken kunnen worden behandeld, wanneer zij onderling zo nauw verbonden zijn dat het wenselijk is ze samen te behandelen en te berechten, teneinde oplossingen te vermijden die onverenigbaar kunnen zijn wanneer de zaken afzonderlijk worden berecht.

2.2.

Eiseres verwijst naar andere geschillen tussen dezelfde partijen met betrekking tot een gelijkaardige betwisting als de thans in het huidige geschil betwiste aanslag. De rechtbank stelt vast dat deze zaken op dezelfde zitting worden behandeld en waarvan het vonnis op dezelfde datum wordt uitgesproken.

Aangezien deze zaken betrekking hebben op verschillende belastingen en belastbare feiten enerzijds, en de rechtbank anderzijds kennis heeft van deze zaken zodat een tegenstrijdige rechtspraak wordt vermeden, dringt de samenvoeging van deze zaken zich niet op.

### 3. Ten gronde

*Inzake de aftrekregeling ten aanzien van goederen en/of diensten die volledig of gedeeltelijk bestemd zijn voor privédoeleinden of voor andere doeleinden dan die van de economische activiteit*

3.1.

Eiseres werpt op dat de racingactiviteit een economische activiteit is die bovendien onlosmakelijk verbonden is met haar marketing- en sponsoringactiviteit.

3.2.

Overeenkomstig artikel 45, § 1, van het W.BTW, mag elke belastingplichtige, op de belasting die hij verschuldigd is, in aftrek brengen de belasting geheven van de aan hem geleverde goederen en verleende diensten, van de door hem ingevoerde goederen en de door hem verrichte intracommunautaire verwervingen van goederen, in de mate dat hij die goederen en diensten gebruikt voor het verrichten van:

1° belaste handelingen;

2° handelingen vrijgesteld van de belasting krachtens de artikelen 39 tot 42;

3° handelingen in het buitenland, waarvoor recht op aftrek zou ontstaan indien zij in het binnenland zouden plaatsvinden;

4° handelingen bedoeld in artikel 44, § 3, 4° tot 10°, telkens wanneer de medecontractant buiten de Gemeenschap is gevestigd, of genoemde handelingen, volgens door of vanwege de Minister van Financiën te bepalen voorwaarden, rechtstreeks samenhangen met goederen die bestemd zijn om te worden uitgevoerd naar een land buiten de Gemeenschap;

5° diensten als makelaar of lasthebber bij in 4° bedoelde handelingen.

Op grond van het hierboven genoemde artikel en van [artikel 1, § 2 van het KB nr. 3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-december-betrekking-aftrekregeling-toepassing-belasting-8aeb#ar3-art1) van 10 december 1969, komt in geen geval voor aftrek in aanmerking, de btw geheven op de goederen en diensten die een belastingplichtige bestemt voor privédoeleinden of voor andere doeleinden dan die van zijn economische activiteit.

Wanneer een goed of een dienst bestemd is om gedeeltelijk voor zulke doeleinden te worden gebruikt, is het recht op aftrek naar verhouding van dat gebruik uitgesloten.

3.3.

De rechtbank stelt vast dat A.C. en G.C. in het betreffende boekjaar 2018 veelbelovende talenten waren in het racen op professioneel niveau. Zij hebben blijkbaar hun professionele carrière in de racingsport aangevat in respectievelijk 2016 en 2017.

Zo heeft G.C. o.m. deelgenomen aan volgende racing-competities

(stuk 7 en stuk 27 eisende partij):

2023 Porsche Carrera Cup Germany (2de plaats overall, 2

overwinningen, 7 podiumplaatsen);

2023 Porsche Supercup;

 2023 Porsche GT3 Cup Challenge Middle East — Overall;

 2022 Porsche Sprint Challenge Middle East — Overall;

 2022 Porsche Carrera Cup Benelux (3de plaats overall, 1 overwinning, 6 podiumplaatsen);

 2022 Porsche Mobil 1 Supercup;

2021 Porsche Carrera Cup Benelux (1 podiumplaats);

 2017 Formula Renault 2.0 Eurocup;

 2016 TCR BeNeLux Touring Car Championship;

 2016 Formula Renault 2.0 NEC;

2016 Formula Renault 2.0 Eurocup;

2016 V d V Challenge Monoplace.

A.C. heeft o.m. deelgenomen (of neemt deel) aan volgende competities (stuk 8 en stuk 28 eisende partij):

 2024 FIA Formula 2 Championship;

 Diverse testritten in 2023 voor deelname aan de Formule 1; 2023 FIA Formula 2 Championship;

 2022 FIA Formula 2 Championship;

2021 FIA Formula 3 Championship;

2020 F3 Asian Championship Certified by FIA;

 2020 Castrol Toyota Racing Series;

 2020 Formula Renault Eurocup;

 2019 Asian Winter Series;

2019 Formula Renault Eurocup;

 2018 Italian F4 Championship Powered by Abarth;

 2018 ADAC Formel 4;

 2018 SMP F4 NEZ Championship Certified by FIA (2 overwinningen, 4 podiumplaatsen); 2018 F4 Spanish Championship (1ste plaats overall, 4 overwinningen, 12 podium plaatsen);

 2017 Formula 4 United Arab Emirates (UAE) Championship (1 overwinning, 3 podiumplaatsen);

 2017 Championnat de France F4.

Op basis van de hierboven genoemde palmares van A.C. en G.C. staat vast dat beiden als coureurs actief zijn op hoog niveau in de racingwereld. De beoefening van de racingsport gebeurt via eiseres in een professionele context.

3.4.

Uit de omzethistoriek blijkt dat er reeds in januari 2017 sponsoropbrengsten werden geboekt door eiseres, o.m. vanwege de derde vennootschap cie2. Met de racingactiviteit wordt dan ook een omzet gerealiseerd in hoofde van eiseres waarbij een rechtstreeks en oorzakelijk verband is tussen bepaalde uitgaven en de economische activiteit.

Het is verder een algemene bekendheid dat de marketing binnen de racingsport een belangrijke factor voor de groep is om potentiële klanten te werven en relaties met klanten op te bouwen en te versterken. Zo kunnen zakenrelaties worden aangeknoopt en zakendeals besproken, voorbereid en zelfs worden gesloten in het kader van de F3-, F2- en F1-competities.

De zienswijze van eiseres, dat zij netwerkopportuniteiten faciliteert ten behoeve van diverse aanbrenggenieters van de C.-groep, in de rand van F1-, F2- en/of F3-races, die de aanbrenggenieters toelaten om commerciële contacten in een informele setting te ontmoeten, commerciële mogelijkheden te bespreken en contracten in concept te sluiten, wordt bijgetreden door deze rechtbank. Eiseres wordt immers door de aanbrenggenieters beloond in functie van de waarde van de contracten die tot stand (zijn ge)komen in het kader van voormelde netwerkopportuniteiten.

De "aanbrengfees" werden aangerekend in het kader van succesvol uitgevoerde projecten. Dit wordt door verweerster niet betwist. Hieronder worden de aanbrengfees opgelijst per boekjaar:

\- Voor het boekjaar 2018

•Dossier Alma Square Zaventem (waarbij de gefactureerde klant géén groepsvennootschap was, t.w. cie4);

•Aanbrengfee huurder cie13 in … Antwerpen;

•Projectbegeleiding opdrachtenpakket DOC Roermond;

•Successfee verkoop cie13;

•Aanbrengfee DC Rieme.

\- Voor het boekjaar 2019

•Aanbrengfee voor het project Atlantis;

•Aanbrengfee voor project Nautilus 2de fase te Anderlecht;

•Aanbrengfee voor zwembad Middelkerke.

\- Voor het boekjaar 2020

•Aanbrengfee voor Brederodestraat;

•Aanbrengfee voor KBP te Kortrijk;

•Aanbrengfee zwembad Aalst.

In dit verband legt eiseres, bij wijze van voorbeeld, een gedetailleerde aanwezigheidslijst bij van de VIP-evenementen in de marge van het F1-weekend ter gelegenheid van de finale van de Belgische Grand Prix (Spa- Francorchamps) die plaatsvond op 28, 29 en 30 juli 2023 (stuk 23).

3.5.

De rechtbank is van oordeel dat eiseres, als \`marketingtoot' van de C.-bouwgroep, de kinderen als veelbelovende coureurs sponseren om het aanzien, de naam en de reputatie van de bouwgroep als een innovatief bouwbedrijf te doen groeien. Zij gebruikt hierbij een netwerk op het gebied van marketing- en sponsoringopportuniteiten dat door eiseres wordt uitgebouwd. Op deze wijze is zij wel degelijk beroepsactief bezig én niet louter 'persoonlijk'.

Dat de racingactiviteit geen economische beroepsactiviteit zou zijn, althans volgens verweerster, wordt door haar niet afdoende gemotiveerd nu blijkt dat eiseres de volgende omzet, sedert boekjaar 2018, heeft gerealiseerd:

Boekjaar 30/09/2019: 1.667.920,00 EUR omzet:

 1.667.920,00 EUR aan aanbrengfees;

Boekjaar 30/09/2020: 1.179.724,00 EUR omzet:

 1.107.500,00 EUR aan aanbrengfees;

Boekjaar 30/09/2021: 2.353.634,00 EUR EUR omzet:

 1.750.000,00 EUR aan aanbrengfees;

 142.555,00 EUR aan sponsorinkomsten;

Boekjaar 30/09/2022: 4.450.978,00 EUR omzet:

 4.102.166,00 EUR aan aanbrengfees;

 415.649,00 EUR aan sponsorinkomsten.

3.6.

Voor de rechtbank staat dan ook vast dat A.C. en G.C. op hoog professioneel niveau racen en dat eiseres belastbare omzet verwerft uit deze activiteit middels de aanbreng- en sponsorinkomsten.

De rechtbank merkt op dat verweerster, nu de werkelijkheid van de prestaties vaststaat, niet de opportuniteit van de kosten kan beoordelen. Dit zou immers wijzen op een verboden opportuniteitsoordeel.

3.7.

De rechtbank stelt verder vast dat in het boekjaar 2018 een omzet in hoofde

van eiseres werd gerealiseerd voor een bedrag van 2.190.000,00 EUR.

In dit verband legt eiseres stuk 18 voor waaruit blijkt dat eiseres afdoende handelt in overeenstemming met het winstoogmerk, met name dat zij de verkrijging van (btw-belaste) omzet beoogt. Het betreft o.m. een overeenkomst d.d. 6 februari 2022 tussen eiseres en de cie3 met een aanbrengfee waarin de rol van eiseres wordt beschreven (stuk 18 eisende partij):

> *"(A) cie1 is de vennootschap waarin de heren A.C. en G.*
>
> *C. in een professionele context de racingsport beoefenen. De heer A.C. nam in 2021 deel aan het FIA Formula 3 kampioenschap en zal in 2022 uitkomen in het FIA Formula 2 kampioenschap. De races van het FIA Formula 3 en Formula 2 kampioenschap volgen de kalender van het wereldwijd gerenommeerde Formula 1 kampioenschap. De heer G.C. nam in 2021 deel aan de Porsche Carrera Cup Benelux alsook aan de Sprint Challenge Middle East. Ook in 2022 komt de heer G.C. uit in de Porsche Carrera Cup Benelux.*
>
> *(B)* *cie1 faciliteert netwerkopportuniteiten ten behoeve van de Aanbrenggenieter, in de rand van F1-, F2-, F3-races en/of Porsche Carrera Cup Benelux races, die de Aanbrenggenieter toelaten om interessante contacten in een ongedwongen, informele setting te ontmoeten, commerciële mogelijkheden te bespreken en contracten in concept te sluiten.*
>
> *(C)* *De Aanbrenggenieter wenst cie1 te belonen in functie van de waarde van de contracten die tot stand komen in het kader van voormelde netwerkopportuniteiten.*
>
> *(D)* *Partijen hebben hieromtrent reeds eerder mondelinge afspraken gemaakt, afspraken die zij in onderhavige Overeenkomst (hierna de "Overeenkomst") schriftelijk wensen te bevestigen."*

3.8.

De rechtbank is van oordeel dat verweerster, betreffende het feit dat deze kosten gemaakt door eiseres gedurende meerdere jaren de opbrengsten overtreffen, niet afdoende bewijst dat deze kosten onredelijk zijn. Verweerster kan deze kosten niet louter verwerpen omdat deze niet hoger zijn dan de boekhoudkundige opbrengsten. Voor de rechtbank is het niet ongewoon dat de ondernemingsactiviteit bij de aanvang en de opstart meer kosten dan inkomsten oplevert. Des te meer daar de inkomsten van de activiteit sinds de opstart in 2016 jaarlijks zijn toegenomen.

De zienswijze van verweerster, dat de kosten niet gemaakt zouden zijn om btw belastbare omzet te realiseren, wordt niet weerhouden door de rechtbank. Uit het geheel van de feiten blijkt de opzet om een racingactiviteit uit te bouwen,

zodat sponsor-, aanbreng- en marketinginkomsten gerealiseerd kunnen worden.

Zo sponseren ook derde partijen, zoals de cie2, de cie5, de cie6, de cie7, de cie8, de cie9 en de cie10, de rijders verbonden aan eiseres (zie stuk 29 eisende partij: "sponsorovereenkomst d.d. 21 juni 2023 tussen eiseres en cie10" ). De omzet is dus niet enkel afkomstig van "groepsvennootschappen". Alhoewel dit niet betrekking heeft op het boekjaar 2018 blijkt hieruit duidelijk de groeiende beroepsactiviteit van eiseres (zie ook lijst van verschillende sponsorinkomsten en "sponsor file" voor G.C. en A.C., respectievelijk stukken 20 en 21 eisende partij).

3.9.

Verder stelt de rechtbank vast dat eiseres partij is bij coureursovereenkomsten en zij recht had op eventuele prijzengelden, bijvoorbeeld overeenkomstig het protocolakkoord met cie12 d.d. 13 maart 2017 voor deelname van de heer A.C. aan het Championnat de France F4 (stuk 17 eisende partij).

Daarnaast verwijst de rechtbank in dit verband naar een aantal overeenkomsten waarbij eiseres partij was en recht had op eventuele prijzengelden:

 De 2020 Castrol Toyota Racing Series Championship Agreement d.d. 24 september 2019 met cie11 voor de deelname van A.C. aan de "2020 Castrol Toyota Racing Series" (stuk 13 eisende partij);

 De overeenkomst m.b.t. FIA F3 d.d. 20 januari 2021 voor de deelname van A.C. aan de 2021 FIA Formula 3 Championship (stuk 14 eisende partij);

 De race- en testdagafnameovereenkomst d.d. 24 maart 2021 voor deelname van G.C. aan de Porsche GT3 Cup Challenge Benelux 2021 (zie tevens de race- en testdagafnameovereenkomsten voor 2022 en 2023; stuk 15 eisende partij);

 V De overeenkomst m.b.t. FIA F2 d.d. 2 december 2021 voor deelname van de heer A.C. aan de Formule 2-competitie (stuk 16 eisende partij);

 V De overeenkomst m.b.t. FIA F2 d.d. 9 november 2022 voor deelname van A.C. aan de Formule 2-competitie (stuk 19 eisende partij).

De (eventuele) prijzengelden die toekomen aan A.C. en G.

C. komen toe aan eiseres (artikel 4 van de

dienstverleningsovereenkomsten d.d. 30 maart 2021, stuk 24 eisende partij).

3.10.

De rechtbank is van oordeel dat de materiële voorwaarden voor de uitoefening van het recht op btw-aftrek vervuld zijn en dat eiseres de inkomende handelingen bestemt voor btw-belaste handelingen.

De rechtbank merkt wel op dat rekening moet worden gehouden met hetgeen zij heeft beslist in de zaak met rolnummer 22/2724/A. Zo werden bepaalde kosten in de vennootschapsbelasting niet aanvaard als aftrekbare beroepskosten (omdat niet voldaan werd aan artikel 49 WIB92) hetgeen implicaties kan teweeg brengen op het vlak van de btw-aftrekbeperking (kosten betreffende de algemene onderaanneming voor marketing- en sponsoringactiviteit voor een bedrag van 208.000,00 EUR en kosten betreffende de boot \`La Petite Princesse').

De rechtbank besluit dat verweerster onterecht, behoudens bepaalde kosten (cfr. zaak 22/2724/A), de aftrek heeft geweigerd vermits voldaan aan de voorwaarden vervat in artikel 45, §1 W.BTW.

De grief van eiseres is gedeeltelijk gegrond.

*Inzake de proportionele geldboete*

3.11.

Eiseres werpt op dat verweerster in gebreke blijft om het materiële en intentionele element — ter rechtvaardiging van de weerhouden belastingverhoging van 50% — aan te tonen. Om evidente redenen, volgens

eiseres, is een algemene en gestandaardiseerde argumentatie geen verklaring waarom er — op basis van de feiten in dit dossier — een belastingverhoging wordt weerhouden. Bij gebrek aan afdoende motivering kan de belastingverhoging van 50% niet worden weerhouden.

Aangezien de fiscale administratie op geen enkele manier enige frauduleuze intentie in hoofde van eiseres heeft aangetoond, dient a fortiori te worden beslist dat de opgelegde proportionele geldboete onevenredig is met de overtreding.

Eiseres vraagt, indien de tweede inbreuk wordt weerhouden, en er geen sprake is van enig recht op aftrek, om de proportionele geldboete kwijt te schelden of minstens gedeeltelijk kwijt te schelden.

3.12.

Hieronder worden de wettelijke bepalingen weergegeven inzake de

proportionele geldboete.

Overeenkomstig artikel 70 §1 W. BTW bedraagt de fiscale geldboete tweemaal het bedrag van de rechten.

Artikel 84, derde lid W.BTW bepaalt:

Binnen de door de wet gestelde grenzen, wordt het bedrag van de proportionele fiscale boeten vastgesteld in dit Wetboek of in de ter uitvoering ervan genomen besluiten, bepaald volgens een schaal waarvan de trappen door de Koning worden vastgesteld.

In uitvoering van de artikelen 70 en 84 W.BTW werd het Koninklijk Besluit nr. 41 van 30 januari 1987 tot vaststelling van het bedrag van de proportionele fiscale geldboeten op het stuk van de BTW getroffen.

[Artikel 1 van het Koninklijk Besluit nr. 41](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-41-januari-vaststelling-bedrag-proportionele-fiscale-d48c#ar41-art1) van 30 januari 1987 tot vaststelling van het bedrag van de proportionele fiscale geldboeten op het stuk van de BTW luidt:

De schaal voor de vermindering van de proportionele fiscale geldboeten op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde is bepaald :

1° voor overtredingen begaan v66r 1 november 1993 in tabel A, en voor overtredingen begaan na 31 oktober 1993 in tabel G van de bijlage bij dit besluit, ten aanzien van overtredingen beoogd in [artikel 70, § 1, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70);

2° tot 6° (..)

De in de tabellen A tot J van de bijlage bij dit besluit opgenomen schaal is echter niet van toepassing ten aanzien van overtredingen begaan met het oogmerk de belasting te ontduiken of de ontduiking ervan mogelijk te maken.

[Artikel 4, § 1 van het Koninklijk Besluit nr. 41](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-41-januari-vaststelling-bedrag-proportionele-fiscale-d48c#ar41-art4) van 30 januari 1987 tot vaststelling van het bedrag van de proportionele fiscale geldboeten op het stuk van de BTW bepaalt dat het totale bedrag van de geldboeten wordt afgerond naar de lagere EUR of het tiental EUR naargelang het kleiner of groter is dan 250 EUR.

Tabel G, eerste afdeling, rubriek I, punt 2, A) van de bijlage bij het Koninklijk Besluit nr. 41 van 30 januari 1987 stelt het bedrag van de proportionele fiscale geldboeten op het stuk van de BTW vast.

3.13.

De rechtbank stelt vast dat de fiscale geldboeten niet werden verminderd omdat de overtredingen volgens verweerster werden begaan met het oogmerk de belasting te ontduiken. Zo heeft eiseres, volgens verweerster, een kunstmatige omzet gecreëerd, met het oog op het valoriseren van de uit hoofde van de racingactiviteiten gedane kosten.

3.14.

De rechter die gevraagd wordt een administratieve sanctie te controleren die een strafrechtelijk karakter heeft in de zin van artikel 6 EVRM moet de wettigheid van die sanctie nagaan en kan meer bepaald onderzoeken of die sanctie verenigbaar is met de dwingende vereisten van de internationale verdragen en van het interne recht, met inbegrip van de algemene rechtsbeginselen. Dat controlerecht biedt de rechter de mogelijkheid om, met in aanmerkingneming van alle omstandigheden van de zaak, te onderzoeken of de straf niet buiten verhouding staat tot de overtreding, zodat hij kan onderzoeken of de administratie redelijkerwijs een administratieve sanctie van die omvang mocht opleggen. In dat opzicht kan de rechter inzonderheid rekening houden met de ernst van het misdrijf, het bedrag van de reeds opgelegde sancties en de wijze waarop uitspraak is gedaan in soortgelijke zaken. Dit controlerecht houdt niet in dat de rechter, louter om opportuniteitsredenen en in strijd met de wettelijke regels, geldboeten kan kwijtschelden of verminderen (zie ook Cass. 18 april 2013, [F.11.0142.F](https://juriel.be/nl/rechtspraak/fiscale-geldboeten-vermindering-kwijtschelding-geldboete-cassatie-brussel-2013-04-18-5d60), www.cass.be).

Gelet op de volle rechtsmacht die deze rechtbank heeft inzake administratieve boetes die een strafrechtelijk karakter hebben in de zin van artikel 6 EVRM, is deze rechtbank van oordeel dat zij bevoegd is om de opgelegde geldboete te verminderen of zelfs kwijt te schelden. Artikel 70 W.BTW moet in grondwettelijke zin worden geïnterpreteerd (zie ook GwH 15 mei 2008, nr. 79/2008).

3.15.

De rechtbank stelt vast dat verweerster een proportionele geldboete heeft opgelegd van 200%, hetzij een bedrag van 1.095.062,64 EUR (tweede inbreuk), overeenkomstig artikel 70, *§ibis* W.BTW omwille van een overtreding met het oogmerk de btw te ontduiken.

3.16.

Uit de omstandigheden en de gedane vaststellingen blijkt dat het voorliggende geschil niet louter een principekwestie is. Voor bepaalde activiteiten kan eiseres niet aantonen dat hier een werkelijke met btw belastbare economische activiteit tegenover staat (o.a. kosten betreffende de boot 'La Petite Princesse'). Anderzijds heeft de rechtbank niet de volledige omzet als 'frauduleus' beschouwd in tegenstelling tot verweerster, die ervan uitging dat vanaf het boekjaar 2017-2018 een kunstmatige omzet is gerealiseerd met het oog op het valoriseren van de uit hoofde van de racingactiviteiten gedane kosten.

Nu de fiscale administratie een geldboete van 200% heeft opgelegd in het voorliggende geschil is dit disproportioneel met de begane btw-inbreuken. In het voorliggende geschil werd een geldboete van 1.095.062,64 EUR (tweede inbreuk) opgelegd. Alhoewel er getwijfeld kan worden aan de 'goede' bedoelingen van eiseres is de rechtbank van oordeel dat een gedeeltelijke kwijtschelding opportuun is.

3.17.

De rechtbank heeft redenen om in het voorliggende geschil de administratieve geldboete van 200% te milderen tot 50%. Op deze wijze is het proportionaliteitsprincipe gewaarborgd en is de opgelegde boete evenredig met de inbreuken en met het doel van een administratieve geldboete.

Zelfs indien de wet zou voorzien in de mogelijkheid om de boete met uitstel op te leggen, dan nog zijn er volgens de rechtbank geen redenen om dit uitstel te verlenen. Alleen een werkelijke sanctie, geldboete aan 50%, kan het gewenste doel bereiken.

*Inzake nalatigheidsinteresten*

3.18.

Eiseres argumenteert dat het opleggen van nalatigheidsintresten á rato van 9,6% volkomen onevenredig is in vergelijking met de geldende marktrentes. Zij vraagt om de interesten kwijt te schelden of te verminderen.

3.19.

Op grond van artikel 91, §1 W.BTW zijn in voorkomend geval intresten verschuldigd: 0,8% per maand te berekenen over 549.979,67 EUR afgerond naar het lager tiental in EUR naar 549.970,00 EUR vanaf 21/10/2020.

3.20.

De nalatigheidsintresten op de verschuldigde btw zijn van rechtswege

verschuldigd en worden berekend overeenkomstig artikel 91 §1 W.BTW.

3.21.

De rechtbank is van oordeel dat deze interesten geen sanctiemaatregel uitmaken doch eerder een schadeloosstelling zijn voor de door de Schatkist gederfde inkomsten ten gevolge van het uitblijven van tijdige betaling.

De rechtbank merkt op dat de interest inzake btw enerzijds een vergoedende functie heeft en anderzijds de belastingplichtige ertoe moet aanzetten de verschuldigde btw tijdig aan de Schatkist over te maken, waarbij dient te worden voorkomen dat de belastingplichtige zichzelf ten nadele van de Schatkist krediet toekent door de verschuldigde btw niet door te storten.

Een interestvoet inzake btw van 0,8% per maand, zoals bepaald in artikel 91, §1 W.BTW is niet onevenredig met het door de wetgever nagestreefde doel.

3.22.

Nu de rechtbank in het voorliggende geschil de zienswijze van verweerster grotendeels niet heeft gevolgd betreffende te BTW-inbreuken, dienen de nalatigheidsinteresten ook aangepast te worden.

*Besluit*

3.23.

De rechtbank besluit op basis van de hierboven gemaakte overwegingen de vordering van eiseres gedeeltelijk gegrond te verklaren waarbij de administratieve geldboete dient te worden herleid tot 50% (zie randnummer 3.17.), en verder dient verweerster rechtzettingen van de btw te doen overeenkomstig het bepaalde in de randnummers 3.10. en 3.22.

Alle meeromvattende en strijdige conclusies worden verworpen als niet ter zake dienend.

## V. GERECHTSKOSTEN

1\. De kosten omvatten in de onderliggende zaak de bijdrage voor de oprichting van een Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand (artikel 1018, 8° van het Gerechtelijk Wetboek) en de rechtsplegingsvergoeding (artikel 1018, 6° juncto artikel 1022 Ger. W.).

In toepassing van de artikelen 279 en 162,4° van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten is geen rolrecht verschuldigd.

2\. Wanneer de partijen wederzijds lastens elkaar in het ongelijk werden gesteld, kan de rechtbank de kosten omslaan, zo zij dit raadzaam acht (art. 1017, eerste lid Gerechtelijk Wetboek).

Gelet op de bovenstaande beoordeling, waarbij eiseres deels in het gelijk wordt gesteld en deels in het ongelijk, komt het passend voor te zeggen voor recht dat elk van de partijen de eventuele kosten, gevallen aan de eigen zijde, definitief voor eigen rekening zal dragen, derwijze dat partijen uit dien hoofde aan elkaar niets meer verschuldigd zullen zijn.

### Beschikkend gedeelte

**OM DEZE REDENEN,**

**BESLIST DE RECHTBANK,** recht doende op tegenspraak,

met inachtneming van de artikelen 2 en 37 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken:

 alle meeromvattende en strijdige conclusies te verwerpen als niet ter zake dienend;

 de vordering van eiseres ontvankelijk en (deels) gegrond te verklaren in volgende mate;

 de administratieve geldboete (van 200%) te herleiden tot 50%,

 de herberekening te bevelen van de bedragen opgenomen in het proces­verbaal van 17 november 2021 (alsook de btw-invordering aan te passen) overeenkomstig het bepaalde in de randnummers 3.10. en 3.22. rekening houdend met de hierboven vermelde elementen;

 voor het overige de btw-invordering met RCIV-nummer ... te bevestigen;

 de terugbetaling te bevelen van alle op grond van voormelde navordering ten onrechte geïnde sommen, vermeerderd met de moratoriumintrest;- de vordering van eiseres voor het overige ongegrond te verklaren;

 te zeggen voor recht dat iedere partij zijn eigen kosten draagt, in hoofde van eiseres te begroten op de kosten voor het bijdragefonds voor een bedrag van 24,00 EUR en in hoofde van verweerster te begroten op 00,00 EUR rechtsplegingsvergoeding.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting door de **zesde burgerlijke kamer** van de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, op donderdag **23 mei 2024,** waar aanwezig waren :

 Thierry Loquet, rechter, voorzitter van deze kamer,

 Twiggy De Zutter, griffier.

## Aangehaalde teksten

6

[WBTW art. 70](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70) 3 voorkomens

[KB nr. 3 art. 3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-artikel-historiek-236d) 2 voorkomens

[WBTW art. 45](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) 2 voorkomens

[KB nr. 3 art. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-december-betrekking-aftrekregeling-toepassing-belasting-8aeb) 1 voorkomen

[KB nr. 41 art. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-41-januari-vaststelling-bedrag-proportionele-fiscale-d48c) 1 voorkomen

[KB nr. 41 art. 4](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-41-januari-vaststelling-bedrag-proportionele-fiscale-d48c) 1 voorkomen

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Recht op aftrek, Aanwending voor de beroepsactiviteit, Bewijslast](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-aanwending-beroepsactiviteit-bewijslast-hof-van-beroep-luik-2021-01-18-0480) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Facturen van onderaannemers, Verplichte vermeldingen](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-facturen-onderaannemers-verplichte-rechtbank-bergen-2019-04-09-0896) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Fiscale controle, Proces-verbaal](https://juriel.be/nl/rechtspraak/fiscale-controle-proces-verbaal-rechten-rechtbank-namen-2021-06-23-191f) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Btw-carrousel, Deelname, Weigering van de aftrek](https://juriel.be/nl/rechtspraak/btw-carrousel-deelname-weigering-aftrek-hof-van-beroep-brussel-2020-09-10-35f7) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Verjaringen, Innings- en invorderingsregister, Uitvoerbare titel, Delegatie](https://juriel.be/nl/rechtspraak/verjaringen-innings-invorderingsregister-uitvoerbare-titel-hof-van-beroep-gent-2023-06-13-3f97) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Valse facturen, factuur, valse factuur, fraude](https://juriel.be/nl/rechtspraak/valse-facturen-factuur-fraude-rechtbank-luik-2019-12-16-60c7) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Uitoefening van het recht op aftrek](https://juriel.be/nl/rechtspraak/uitoefening-recht-aftrek-facturen-aankoop-hof-van-beroep-brussel-2019-10-17-7b1b) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, recht op aftrek van Btw](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-boete-btw-fiscale-hof-van-beroep-antwerpen-2021-01-19-8d4d) 3 gemeenschappelijke bepalingen
