---
title: "Recht op aftrek van Btw, Herziening van de Btw-aftrek · Hof van Cassatie van België, 23 mei 2025, F.21.0091.N"
description: "Recht op aftrek van Btw, Herziening van de Btw-aftrek, Onroerend bedrijfsmiddel, Recht van erfpacht. Hof van Cassatie van België, 23 mei 2025, F.21.0091.N."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-btw-herziening-onroerend-cassatie-brussel-2025-05-23-05f0"
lang: "nl"
---

# Recht op aftrek van Btw, Herziening van de Btw-aftrek · Recht op aftrek van Btw - Herziening van de Btw-aftrek - Onroerend bedrijfsmiddel - Recht van erfpacht - Btw-eenheid

**Rechtscollege**

Hof van Cassatie

**Zetel**

Brussel

**Rolnummer**

F.21.0091.N

**Datum**

23 mei 2025

## Procesverloop

2 stappen · 5 jaar 11 maanden

1. [Bestreden beslissing Hof van beroep te Antwerpen 04.06.2019](https://juriel.be/nl/rechtspraak/vestiging-recht-erfpacht-aftrek-herziening-hof-van-beroep-antwerpen-2019-06-04-fe32)
2. Weergegeven beslissing Hof van Cassatie van België 23.05.2025

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

**Strekking volgens de FOD**

ongunstig voor de Belgische Staat

## Tekst

56 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Arrest van het Hof van Cassatie d.d. 23.05.2025 (F.21.0091.N)

\[Ongunstig voor de Belgische Staat\]

*Belasting over de toegevoegde waarde – Erfpacht – Tréfonds – Herziening van de btw-aftrek*

## Wettelijke bepalingen

Artikelen 48,§2 en 53,§1, eerste lid, 2°,b WBTW

Artikelen [8](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-december-betrekking-aftrekregeling-toepassing-belasting-8aeb#ar3-art8) en [10](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-december-betrekking-aftrekregeling-toepassing-belasting-8aeb#ar3-art10) van KB nr. 3

## Samenvatting

1\. Feiten en voorgaande procedure

Aan de belastingplichtige werd een erfpacht verleend op een deel van een gebouw ( o.a. autostaanplaatsen) mits betaling van een periodieke vergoeding gedurende 27 jaar. Hiervoor werd een factuur uitgereikt ( voor de totale som van de periodieke vergoedingen) waarvan de belastingplichtige de btw in aftrek nam. Twee jaar later kocht de belastingplichtige de onverdeelde helft in de grond en de constructies belast met de erfpacht. Ook voor deze transactie werd een factuur met btw opgemaakt en werd deze in aftrek genomen door de belastingplichtige. De administratie was van mening dat de belastingplichtige de te veel in aftrek gebrachte btw ingevolge het gedeeltelijk verval van het erfpachtrecht had moeten herzien. Er 2015 werd een dwangbevel betekend, waarbij de btw en de boete werden ingevorderd. De belastingplichtige betwiste deze vordering voor de rechtbank van eerste aanleg, die oordeelde dat de herziening diende te gebeuren. De rechter in beroep verklaarde de vordering van belastingplichtige deels gegrond en oordeelde dat de herziening terecht was opgelegd maar dat het bedrag van deze herziening foutief was.

2\. Het arrest van het Hof van Cassatie

Eerste en enige middel

De belastingplichtige voert aan dat de appelrechters niet wettig hebben beslist dat zij had moeten overgaan tot een herziening van btw in toepassing van [artikel 10, §1, 4° KB nr.3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-december-betrekking-aftrekregeling-toepassing-belasting-8aeb#ar3-art10). Volgens haar is bij de beoordeling van de herziening van het recht op aftrek van de voorbelasting niet de juridische realiteit (beëindiging van het erfpachtrecht door vermenging) relevant, maar de economische realiteit, of nog, de vraag of de nauwe en rechtstreekse band wordt verbroken tussen het recht op aftrek van voorbelasting en het gebruik van de betrokken onroerende goederen.

Het Hof oordeelde dat uit geen enkele vaststelling van de appelrechters blijkt dat het economische gebruik van de onroerende goederen in kwestie wijzigde door of bij de aankoop van (de onverdeelde helft van) het tréfonds. Wel integendeel, de appelrechters stellen vast dat niet wordt betwist dat de belastingplichtige het kwestieuze onroerend goed, dat het voorwerp uitmaakt van het recht van erfpacht dat aan haar werd verleend bij voormelde notariële akte, volledig aanwendt voor de uitoefening van haar economische activiteit. Door niettemin te oordelen dat "het recht van erfpacht ingevolge vermenging \[ eindigt\]" en dat deze vermenging ertoe leidt dat "het recht van erfpacht (dat in hoofde van de houder van het erfpachtrecht dient beschouwd te worden als bedrijfsmiddel) als bedrijfsmiddel ophoudt in de onderneming te bestaan" zodat ten gevolge van de juridische vermenging had moeten overgegaan worden tot een herziening van de btw in toepassing van [artikel 10, § 1, 4°, van KB nr. 3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-december-betrekking-aftrekregeling-toepassing-belasting-8aeb#ar3-art10) van 10 december 1969, verantwoorden de appelrechters hun beslissing niet naar recht.

Het Hof vernietigt het bestreden arrest en verwijst de zaak naar het hof van beroep te Gent.

**Volledige tekst**

### Tekst van de beslissing

**Arrest van het Hof van Cassatie d.d. 23.05.2025 (nr. F.21.0091.N)**

L.W., advocaat, (…), in zijn hoedanigheid van curator over het faillissement van bv … , met zetel te …

eiser,

vertegenwoordigd door mr… , advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te …

tegen

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de adviseur-generaal, Centrumdirecteur van de Administratie KMO, Centrum Antwerpen, met kantoor te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4, bus 2,

verweerder,

vertegenwoordigd door … en …, advocaten bij het Hof van Cassatie, beiden met kantoor te …, waar de verweerder woonplaats kiest.

## I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het [hof van beroep te Antwerpen van 4 juni 2019](https://juriel.be/nl/rechtspraak/vestiging-recht-erfpacht-aftrek-herziening-hof-van-beroep-antwerpen-2019-06-04-fe32).

Advocaat-generaal … heeft op 13 februari 2025 en op 9 april 2025 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Raadsheer … heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal … heeft geconcludeerd.

## II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

## III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1\. Krachtens [artikel 10, § 1, 4°, Koninklijk Besluit nr. 3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-december-betrekking-aftrekregeling-toepassing-belasting-8aeb#ar3-art10) van 10 december 1969 met betrekking tot de aftrekregeling voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde is er aanleiding tot herziening wanneer het bedrijfsmiddel ophoudt in de onderneming te bestaan of wanneer het niet meer gebruikt wordt voor de btw-eenheid ingevolge de uittreding van één van haar leden, tenzij wordt aangetoond dat zulks het gevolg is van een handeling die recht op aftrek verleent of dat het bedrijfsmiddel vernietigd of ontvreemd werd.

Krachtens [artikel 11, § 3, 2°](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-artikel-11-550b), van hetzelfde koninklijk besluit wordt deze herziening in eenmaal verricht voor het jaar waarin de oorzaak van de herziening zich heeft voorgedaan en voor de nog te lopen jaren van het herzieningstijdvak tot beloop, volgens het geval, van een vijfde, een vijftiende of een vijfentwintigste per jaar, van het bedrag van de oorspronkelijk in aftrek gebrachte belasting.

In toepassing van deze bepalingen, in hun onderlinge samenhang, is er in beginsel aanleiding tot pro rata herziening van de btw-aftrek wanneer een onroerend bedrijfsmiddel binnen de vijftien jaar na ingebruikname ophoudt in de onderneming te bestaan.

2\. Met betrekking tot de artikelen [184](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-184) tot en met [192](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-192) van de Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde oordeelt het Hof van Justitie van de Europese Unie in het arrest van 27 maart 2019 in de zaak [C-201/18](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-201-18-arrest) dat “het daadwerkelijke of voorgenomen gebruik van de goederen of diensten bepalend is voor de omvang van de aanvankelijke aftrek waarop de belastingplichtige recht heeft en voor de omvang van eventuele herzieningen tijdens de daaropvolgende perioden”, dat het herzieningsmechanisme “een nauw en rechtstreeks verband \[beoogt\] te vestigen tussen het recht op aftrek van voorbelasting en het gebruik van de betrokken goederen of diensten voor belaste handelingen in een later stadium” derwijze dat een herziening zich slechts zal opdringen indien “de nauwe en rechtstreekse band wordt verbroken tussen het recht op aftrek van voorbelasting en het gebruik van de betrokken goederen en diensten voor in een later stadium belaste handelingen”.

Hieruit volgt dat wanneer het daadwerkelijke of voorgenomen gebruik van de goederen of diensten niet wijzigt, er geen reden is tot herziening van de ten aanzien van dat bedrijfsmiddel in aftrek gebrachte btw.

3\. De appelrechters stellen vast dat:

\- … bv op 5 februari 2010 een recht van erfpacht verkreeg op welbepaalde onroerende goederen, tegen betaling van een periodieke vergoeding van 15.000 euro per maand gedurende 27 jaar;

\- de wederpartij een ‘up front factuur’ heeft opgesteld ten bedrag van 702.173,32 euro in hoofdsom en 147.456,52 euro aan btw;

\- … bv deze btw in aftrek heeft gebracht;

\- het tussen partijen geen betwisting vormde dat … bv de onroerende goederen in kwestie volledig aanwendde voor de uitoefening van haar economische activiteit, zodat de initiële aftrek van de btw rechtsgeldig was;

\- … bv op 10 mei 2012 de onverdeelde helft in de onroerende goederen bezwaard met het erfpachtrecht kocht, zodat het erfpachtrecht ten belope van de helft verviel wegens vermenging.

4\. Uit geen enkele vaststelling van de appelrechters blijkt dat het daadwerkelijke gebruik van het bedrijfsmiddel wijzigde door of bij de aankoop door … bv van de onverdeelde helft in de onroerende goederen bezwaard met het erfpachtrecht.

De appelrechters stellen integendeel vast dat niet wordt betwist dat … … bv “het kwestieuze onroerend goed dat het voorwerp uitmaakt van het recht van erfpacht dat aan haar werd verleend bij voormelde notariële akte volledig aanwendt voor de uitoefening van haar economische activiteit”.

5\. Door niettemin te oordelen dat “het recht van erfpacht ingevolge vermenging \[eindigt\]” en dat deze vermenging ertoe leidt dat “het recht van erfpacht (dat in hoofde van \[de eiser\], de houder van het erfpachtrecht dient beschouwd te worden als bedrijfsmiddel) als bedrijfsmiddel ophoudt in de onderneming te bestaan”, zodat … bv ten gevolge van de juridische vermenging had moeten overgaan tot een herziening van de btw in toepassing van artikel 10, § 1, 4°, van het voormelde koninklijk besluit, verantwoorden de appelrechters hun beslissing niet naar recht.

Het middel is gegrond.

### Beschikkend gedeelte

## Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Gent.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit ….

### Nota van de FOD Financiën

## Referentie WF

Finaliti 53403869 WF 707-15-16/009140

## Aangehaalde teksten

6

[KB nr. 3 art. 10](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-december-betrekking-aftrekregeling-toepassing-belasting-8aeb) 5 voorkomens

[KB nr. 3 art. 8](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-december-betrekking-aftrekregeling-toepassing-belasting-8aeb) 2 voorkomens

[KB nr. 3 art. 11](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-artikel-11-550b) 1 voorkomen

[btw-richtlijn 2006/112 art. 184](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-184) 1 voorkomen

[btw-richtlijn 2006/112 art. 192](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-192) 1 voorkomen

[C-201/18, arrest van 27 maart 2019](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-201-18-arrest) 1 voorkomen

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Dienst, belastbare handeling, strafbepaling, administratieve geldboete, vervolging, geding](https://juriel.be/nl/rechtspraak/dienst-belastbare-handeling-strafbepaling-administratieve-hof-van-beroep-antwerpen-2009-06-02-ac09) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Neutraliteitsbeginsel, Recht op aftrek, Leaseovereenkomsten, Teruggaaf btw, Opmaak creditnota](https://juriel.be/nl/rechtspraak/neutraliteitsbeginsel-recht-aftrek-leaseovereenkomsten-teruggaaf-rechtbank-brussel-2022-01-24-3dac) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Herziening recht op aftrek](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-herziening-uitoefening-beroepswerkzaamheid-rechtbank-hasselt-2019-06-c4b4) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Vestiging recht van erfpacht, recht op aftrek](https://juriel.be/nl/rechtspraak/vestiging-recht-erfpacht-aftrek-herziening-hof-van-beroep-antwerpen-2019-06-04-fe32) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Vergissing factuur, teruggaaf, Btw-teruggave, teruggaaf bij vergissing gefactureerde belasting](https://juriel.be/nl/rechtspraak/vergissing-factuur-teruggaaf-btw-teruggave-cassatie-brussel-2025-06-20-52fc) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Herziening van het recht op aftrek](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-herziening-bedrijfsmiddelen-bewijslast-hof-van-beroep-antwerpen-2026-02-17-8101) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Faillissement, Faillissementsakkoord en gerechtelijk akkoord, Boedelschuld, Begrip](https://juriel.be/nl/rechtspraak/faillissement-faillissementsakkoord-gerechtelijk-akkoord-cassatie-brussel-1994-01-20-b967) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Misbruik, Gedeeltelijke belastingplichtige](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-misbruik-gedeeltelijke-belastingplichtige-hof-van-beroep-luik-2020-01-15-0361) 1 gemeenschappelijke bepalingen
