---
title: "Recht op aftrek, Boetes · Rechtbank van eerste aanleg te Gent, 11 maart 2014"
description: "Recht op aftrek, Boetes, Fraude, recht op aftrek van Btw, factuur. Rechtbank van eerste aanleg te Gent (België), 11 maart 2014."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-boetes-fraude-btw-rechtbank-gent-2014-03-11-64c8"
lang: "nl"
---

# Recht op aftrek, Boetes, Fraude

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Gent

**Datum**

11 maart 2014

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

**Strekking volgens de FOD**

gunstig voor de Belgische Staat

## Tekst

94 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

**Vonnis van de Rechtbank van eerste aanleg te Gent dd. 11.03.2014**

**(12/524/A)**

*Belasting over de toegevoegde waarde - Recht op aftrek - Boetes - Fraude*

## Samenvatting

De administratie heeft terecht in de toepassing van artikel 45 en 79 W.BTW geoordeeld dat de eiseres geen recht op aftrek heeft voor de in het proces-verbaal vermelde facturen.

## Vonnis van de Rechtbank van eerste aanleg te Gent dd. 11 maart 2014

AR 12/524/A

Volledige tekst

### Tekst van de beslissing

In de zaak van:

De BVBA **Z.**, met maatschappelijke zetel te …, ingeschreven in de Kruispuntbank der Ondernemingen (Register der Rechtspersonen Dendermonde) onder het nummer…,

**EISERES**, hebbende als raadsman Mter. **S. S.**, advocaat te…;

**Tegen:**

**BELGISGHE STAAT**, Federale Overheidsdienst Financiën, vertegenwoordigd door de heer Minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12,

**BELGISGHE STAAT**, Federale Overheidsdienst Financiën, vertegenwoordigd door de heer Minister van Financiën Algemene Administratie van de inning en de invordering, in de persoon van de Eerstaanwezend Inspecteur/rekenplichtige van het BTW-Ontvangkantoor Aalst, waarvan de burelen gevestigd zijn te 9300 Aalst, Graanmarkt, 1, vertegenwoordigd door dhr **J.D.B.**, Attaché Inspecteur bij een fiscaal bestuur verbonden aan de Cel Geschillen BBl Gent, waarvan de burelen gevestigd zijn te 9050 Gent (Ledeberg), Gaston Crommenlaari, 6 bus 801;

**VERWEERDER**;

Vonnist de rechtbank als volgt:

## 1. De rechtspleging

De partijen werden gehoord in hun middelen op de openbare terechtzitting van 10 februari 2014 waarna het debat gesloten werd en de zaak in beraad genomen. Het dossier van de rechtspleging en de overtuigingsstukken werden ingezien in het bijzonder het gedinginleidend verzoekschrift d.d. 18 januari 2012.

## 2. De vordering

De eiseres verhaalt zich tegen het dwangbevel dat op 25 november 2011 is uitgevaardigd door de eerstaanwezend inspecteur a.i./rekenplichtige van het BTW-ontvangkantoor van Aalst, en dat geviseerd en uitvoerbaar verklaard werd op 30 november 2011. Dit dwangbevel werd per aangetekende brief aan de eiseres ter kennis gebracht op 2 december 2011.

De eiseres vordert de vernietiging van dit dwangbevel en te zeggen voor recht dat de erin vermelde BTW, geldboeten en intresten niet verschuldigd zijn.

In ondergeschikte orde vordert de eiseres de gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van de opgelegde boete, minstens de tenuitvoerlegging ervan uit te stellen.

De eiseres vordert de terugbetaling van de op grond van dwangbevel geïnde bedragen, en de veroordeling van de Belgische Staat tot de kosten van het geding.

De eiseres vordert tenslotte de uitvoerbaarheid bij voorraad van het vonnis.

## 3. De releante feiten en het geschil

De eiseres is een vennootschap actief in de vleesverwerkende industrie en geregistreerd onder het BTW-nummer …

Naar aanleiding van een BTW-controle heeft de fiscaal deskundige bij de eiseres overtredingen vastgesteld die zijn opgenomen in een proces-verbaal van 22 november 2011.

Volgens de administratie is vastgesteld dat de eiseres in de periode 1 januari 2008 tot eind 2010 de BTW met betrekking tot tientallen facturen van zeven leveranciers in aftrek bracht terwijl deze laatste diezelfde BTW niet voldeden aan de Schatkist. Volgens de administratie werden tevens ten onrechte privékosten in aftrek gebracht.

De eiseres betwist de middels het proces-verbaal gestelde vordering. Op 25 november 2011 werd het voornoemd bestreden dwangbevel uitgevaardigd, dat aangetekend aan de eiseres werd toegezonden op 2 december 2011.

De eiseres tekende tegen dit dwangbevel verzet aan middels het gedinginleidend verzoekschrift.

## 4. Beoordeling

### 4.1. Artikel 45 en 79 W.BTW

Krachtens [artikel 45 § 1 BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) mag elke belastingplichtige op de belasting die hij verschuldigd is in aftrek brengen de belasting geheven van de aan hem geleverde goederen, van de door hem verrichte intracommunautaire verwervingen van goederen, in de mate dat hij die goederen en diensten gebruikt voor het verrichten van onder meer belaste handelingen.

Overeenkomstig [artikel 79, §2, lid 2 van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-79) is de persoon die de BTW in aftrek heeft gebracht, geheven van de goederen en de diensten die hem worden geleverd, van de goederen die hij heeft ingevoerd en van de intracommunautaire verwervingen die hij heeft verricht, .er toe gehouden de aldus afgetrokken bedragen aan de Staat terug te storten als hij, op het tijdstip waarop hij deze handeling heeft verricht, wist of moest weten dat de verschuldigde BTW, in de ketting van de handelingen, niet werd of zal worden gestort aan de Staat met de bedoeling de belasting te ontduiken.

**4.2.**

4.2.1. Concrete beoordeling.

De rechtbank stelt vast dat de administratie in het proces-verbaal van taxatie op uitvoerige wijze de redenen weergeeft op grond waarvan de BTW-aftrek op de facturen uitgereikt door **BVBA P. L.**, **BVBA O.**, **BVBA K. C.**, **BVBA N.**, **E. BVBA**, **B. SPRL** en **BVBA S.S.** wordt verworpen, namelijk op grond van

(1) de waarachtigheid van de onderliggende leveringen / dienstverrichtingen niet is aangetoond,

(2) de eiseres wist of behoorde te weten dat de BTW niet zou worden doorgestort door de leveranciers en

(3) de facturen belangrijke formele tekortkomingen hebben die, mede gelet op het feit dat de waarachtigheid van de diensten en leveringen niet is aangetoond, op zich reeds het recht op aftrek uitsluiten.

De administratie heeft in het proces-verbaal d.d. 22 november 2011 en in de conclusies in deze zaak op omstandige wijze de volgende (door de rechtbank samengevatte) concrete vaststellingen gemaakt met betrekking tot de onderaannemingen en de verwerping van het recht op aftrek op de

desbetreffende facturen.

4.2.2. De leveranciers van de eiseres.

De leveranciers betreffen nieuw opgerichte vennootschapen, hetzij vennootschappen die werden overgenomen kort voor er aan eiseres werd gefactureerd.

Deze voornoemde leveranciers waren onderhevig aan voortdurende wissels van zaakvoerders -en/of vennotenwissels.

De leveranciers vervielen relatief kort nadien allemaal in faillissement of gerechtelijke ontbinding. Ze hebben een levensduur gekend tussen minimaal twee (**BVBA 0.** en **BVBA S.S.**) en maximaal zeven jaar.

De uitgereikte facturen over prestaties met betrekking tot het slachten hebben voor meerdere van deze leveranciers geen uitstaans met de aangegeven BTW-werkzaamheid : **BVBA P.L.** (verhuisbedrijf), **BVBA 0.** (oppervlaktebehandeling metalen), **BVBA E.** (eetgelegenheid met beperkte bediening) en **BVBA S.S.** (gevelreiniging), **B. SPRL** (detailhandel in vlees in gespecialiseerde winkels die facturen voor slachtprestaties uitreikt).

De leveranciers hebben ofwel geen BTW-aangiften ofwel enkel nihil-aangiften ingediend in de periode waarin er werd gefactureerd aan de eiseres.

4.2.3. De inlichtingen van de boekhouder

Uit informatie van de boekhouder van de eiseres blijkt dat er onderlinge verwevenheid was tussen de verschillende firma's daar dezelfde contactpersonen optraden. De administratie merkt op basis van deze vaststelling terecht op dat de eiseres niet onwetend kan zijn van de onderlinge verbondenheid tussen deze leveranciers:

\- **K. D.** was contactpersoon voor **BVBA O.** en **BVBA E**.

\- **B. H.** en **A. K.** waren contactpersoon voor **BVBA K.C.** en **BVBA N.**

4.2.4. De vorm en inhoud van de facturen

De facturen zijn onvoldoende gedetailleerd om een werkelijke controle mogelijk te maken. Er zijn geen contracten. Er is geen opgave van de gepresteerde uren en het aangerekende uurloon.

Er werd met betrekking tot deze facturen telkens een verkeerde BTW-tarief van 21 % toegepast. De eiseres kan nochtans evenmin onwetend zijn dat de betrokken activiteit krachtens [artikel 38 §4 BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-38) onderworpen is aan het tarief van 6%.

Quasi enkel deze geviseerde facturen, ten bedrage van gemiddeld 5.000,00 EUR, werden in contanten betaald, terwijl dit niet gebeurt bij andere dergelijke inkomende facturen. Naast het gegeven dat de vleessector een fraudegevoelige sector is, zijn ook betalingen in contanten voor omvangrijke sommen zeer fraudegevoelig.

De lay-out van de facturen en de handgeschreven vermeldingen van de facturen, uitgereikt door nochtans verschillende firma's, vertonen gelijkenissen.

Er is vastgesteld dat de facturen van deze leveranciers elkaar chronologisch opvolgen in factuurreeksen van deze nochtans verschillende firma's.

Zo is verder onder meer vastgesteld dat in de voetnoot van de facturen van de **BVBA K.C.** is het registratienummer … vermeld. Dit nummer werd op 21 juni 2004 door de registratiecommissie inzake aannemers aan de **BVBA K.C.** toegekend, en werd door dezelfde registratiecommissie geschrapt op 3 juni 2009. Ditzelfde registratienummer is vermeld in de voetnoot van de facturen opgemaakt op naam van **N. BVBA**, terwijl deze firma bij de registratiecommissie in de periode 21 augustus 2008 tot 31 augustus 2009 was ingeschreven onder het nummer …

**4.3. Conclusie.**

Op grond van de omstandig in het proces-verbaal opgenomen vaststellingen en de voormelde gegevens is aangetoond dat de eiseres wist of minstens hoorde te weten dat de BTW op de hiervoor bedoelde facturen BTW die ze in aftrek bracht niet zou worden doorgestort door bedoelde leveranciers;

Zij wist of had moeten weten dat :

\- de facturen niet voldoen aan de wettelijke bepalingen ter zake zoals opgelegd bij [artikel 5, §1 van het Koninklijk Besluit nr.1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-6caa) (onvoldoende gedetailleerd);

\- de handelingen inzake vleesverwerking haar systematisch werden gefactureerd tegen het foutieve BTW-tarief van 21 %. Aldus kon de BTW-fraude gemaximaliseerd worden 21%;

\- facturen aangaande prestaties die met verlegging van de heffing dienen te gebeuren (KB 1, art. 20) geen BTW mogen vermelden en deze niet in aftrek mag worden gebracht;

\- zij voortdurend veranderde van leverancier - onderaannemer, die slechts korte tijd factureerden aan haar om niet lang daarna in faling gaan. De facturen van de diverse onderaannemers volgden elkaar zelfs chronologisch op, zonder tijdsonderbrekingen;

\- dezelfde personen achter de verschillende firma's zaten, ook al nu zij steeds cash betalingen deed aan deze, zogenaamde contactpersonen;

\- er zonder contracten werd gewerkt en steeds cash werd betaald voor omvangrijke sommen aan ondernemingen die uit het niets opduiken (pas opgericht of overgenomen), die dus niet gekend waren in de sector van bedrijvigheid, maar gekend waren voor andere activiteiten die geen uitstaans hadden met de vleesverwerking;

\- ze alle facturen van deze onderaannemers uit kas betaalde, terwijl nagenoeg alle andere inkomende facturen per bankoverschrijving werden voldaan;

\- er treffende gelijkenissen zijn in de lay-out / handgeschreven vermeldingen.

Met betrekking tot de facturen uitgereikt door **BVBA K.C.** en **BVBA N.** werd vastgesteld dat, in de mate dat de gepresteerde diensten bestaan uit werk in onroerende staat (reiniging van werkplaatsen), de facturen dienden opgemaakt worden met toepassing van het Koninklijk Besluit nr.1, artikel 20, en ze niet het tarief, noch het bedrag van de verschuldigde BTW mochten vermelden. De schuldenaar van de BTW is in dit geval de afnemer van de diensten, met name eiseres.

De administratie heeft terecht in toepassing van artikel 45 en 79 W.BTW geoordeeld dat de eiseres geen recht op aftrek heeft voor de in het procesverbaal vermelde facturen. Er wordt door de eiseres geen betwisting gevoerd met betrekking tot de in het proces-verbaal opgenomen rechtzettingen inzake de onterechte aftrek van privé-uitgaven.

**4.4. Met betrekking tot de opgelegde boete.**

De voornoemde en uitvoerig in het proces-verbaal weergegeven vaststellingen laten toe te besluiten dat de eiseres opzettelijk heeft meegewerkt aan een fraude.

De oplegging van de boete van 200% dient, gelet op de omvang en de zwaarte ervan, te worden beschouwd als een administratieve geldboete met een repressief karakter, zodat de uit artikel 6 EVRM voortvloeiende rechtswaarborgen van toepassing zijn bij de oplegging daarvan. De rechter mag de wettelijkheid van die sanctie onderzoeken. Hij mag in het bijzonder nagaan of de feitelijke en wettelijke voorwaarden vervuld zijn voor die sanctie en of die sanctie verzoenbaar is met de dwingende eisen van internationale verdragen en van het interne recht, met inbegrip van de algemene rechtsbeginselen.

De rechter kan in voorkomend geval, op grond van de genoemde normen, de opgelegde straf opheffen of verminderen (Cass. 24 januari2002, F.00.0099.N, op http://jure.juridat.just.fgov.be)

De rechtbank is van oordeel dat de door de wetgever voorziene boete van 200% van toepassing is in een geval, zoals thans voorliggend, waarbij de eiseres wetens en willens heeft meegewerkt aan de fraude in een sector waarvan de eiseres goed beseft dat deze zeer fraudegevoelig is. De rechtbank meent dat geen redenen zijn om de boete kwijt te schelden of te verminderen, noch om er een (gedeeltelijk) uitstel voor te verlenen, hetgeen niet in de wet is voorzien, doch waarvoor de rechtbank evenmin enige maatregel van gelijkaardige werking aangewezen acht. Deze zware sanctie beoogt een repressieve en preventieve werking.

**4.5. Met betrekking tot de gerechtskosten.**

De eiseres dient, als de in het ongelijk gestelde partij, in de kosten te worden verwezen (art. 1017, eerste lid Gerechtelijk Wetboek).

In toepassing van de artikelen 279 en 162, 4° van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten is geen rolrecht verschuldigd.

Aangezien de Belgische Staat niet wordt vertegenwoordigd door een advocaat, is

evenmin een rechtsplegingsvergoeding verschuldigd.

### Beschikkend gedeelte

**OM DEZE REDENEN,**

**DE RECHTBANK,**

Recht doende op tegenspraak.

Melding makende van het feit dat de bepalingen van artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden nageleefd.

Alle meeromvattende en strijdige conclusies verwerpend als niet terzake

dienend.

Verklaart de vordering ontvankelijk doch ongegrond.

Veroordeelt de eiseres *tot* de kosten van het geding.

Begroot deze kosten als volgt: 0 EUR.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting door de zesde fiscale kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Gent, op elf maart tweeduizend veertien, waar aanwezig waren:

de heer **S. R.**, rechter, voorzitter van deze kamer,

mevrouw **G.L.**, griffier.

## Aangehaalde teksten

4

[KB nr. 1 art. 5](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-6caa) 1 voorkomen

[WBTW art. 38](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-38) 1 voorkomen

[WBTW art. 45](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) 1 voorkomen

[WBTW art. 79](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-79) 1 voorkomen

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Nieuw gebouw, Renovatie, Werk in onroerende staat](https://juriel.be/nl/rechtspraak/nieuw-gebouw-renovatie-werk-in-hof-van-beroep-gent-2019-01-08-7a5c) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Voorwaarden, Bewijslast](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-voorwaarden-bewijslast-inbreuk-hof-van-beroep-brussel-2016-04-28-2c2d) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Aanwending voor de beroepsactiviteit, Bewijslast](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-aanwending-beroepsactiviteit-bewijslast-hof-van-beroep-luik-2021-01-18-0480) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Facturen van onderaannemers, Verplichte vermeldingen](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-facturen-onderaannemers-verplichte-rechtbank-bergen-2019-04-09-0896) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Uitgaven zonder bedrijfskarakter, Gebouw, Gedeeltelijk beroepsgebruik](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-uitgaven-zonder-bedrijfskarakter-hof-van-beroep-luik-2020-09-04-17c5) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Aftrek van de voorbelasting, Bewijslast, Diensten, Management-fees, Wederkerig contract](https://juriel.be/nl/rechtspraak/aftrek-voorbelasting-bewijslast-diensten-management-rechtbank-2020-11-30-1f06) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Btw-carrousel, Deelname, Weigering van de aftrek](https://juriel.be/nl/rechtspraak/btw-carrousel-deelname-weigering-aftrek-hof-van-beroep-brussel-2020-09-10-35f7) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Strafdossier, Inzage, Verjaring, Rechten van de verdediging, Aftrek, Neutraliteit](https://juriel.be/nl/rechtspraak/strafdossier-inzage-verjaring-rechten-verdediging-hof-van-beroep-luik-2020-04-24-5cae) 2 gemeenschappelijke bepalingen
