---
title: "Recht op aftrek, Beroepsmatig gebruik van het gebouw · Rechtbank van eerste aanleg te Bergen, 15 oktober 2020"
description: "Recht op aftrek, Beroepsmatig gebruik van het gebouw, Beroepsmatig gebruik van vervoermiddelen. Rechtbank van eerste aanleg te Bergen (België), 15 oktober 2020."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-beroepsmatig-gebruik-gebouw-rechtbank-bergen-2020-10-15-3d88"
lang: "nl"
---

Tekst in het Frans

# Recht op aftrek, Beroepsmatig gebruik van het gebouw

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Bergen

**Datum**

15 oktober 2020

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Frans

**Nederlandse versie**

niet door de FOD gepubliceerd

**Strekking volgens de FOD**

gunstig voor de Belgische Staat

De tekst van dit document is in het Frans. De FOD publiceert er geen Nederlandse versie van.

## Tekst

207 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van eerste aanleg van Henegouwen, Afdeling Bergen d.d. 15.10.2020

WF 705-15-19/011063

\[Gunstig voor de Belgische Staat\]

*Belasting over de toegevoegde waarde – Recht op aftrek – Beroepsmatig gebruik van het gebouw – Beroepsmatig gebruik van vervoermiddelen – Forfait voor beroepsmatig gebruik - Kosten zonder rechtstreeks en onmiddellijk verband met de belaste activiteit - Restaurantkosten – Gemengde belastingplichtige – Vrijstelling – Recht op aftrek – Algemeen verhoudingsgetal – Geen aanvraag om te opteren voor de aftrek volgens het werkelijk gebruik – Uitgaande handelingen – Verschuldigdheid van de btw – Overeenkomst tussen de belastingplichtige en het ziekenhuis – Niet-tegenstelbaarheid aan de administratie – Proportionele geldboeten – Geen schending van het evenredigheidsbeginsel – Opschorting*

## Wettelijke bepalingen

Artikelen [44, § 1, 1°](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44), [45 § 1 en §3, 3°](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45), [46](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-46) en [70](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70) WBTW

Koninklijk besluit nr. 41 van 30.01.1987

## Samenvatting

De activiteit van eiseres is de uitoefening van de geneeskunde en meer in het bijzonder de esthetische chirurgie. In de statuten van eiseres is bepaald dat zij roerende, onroerende of burgerlijke handelingen kan verrichten als bijkomstige activiteit, met uitsluiting van elke handelsactiviteit. De chirurgische ingrepen worden zowel op het adres van de zaakvoerders van eiseres als in het ziekenhuis uitgevoerd.

De medische vrijstelling van btw wordt met ingang van 01.01.2016 opgeheven voor de prestaties die betrekking hebben op ingrepen en behandelingen met een esthetisch karakter die niet voorkomen in de RIZIV-nomenclatuur of die, als ze toch in de RIZIV-nomenclatuur voorkomen, niet beantwoorden aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor tegemoetkoming (terugbetaling).

De administratie heeft voorzien in een realistische overgangsregeling die verschillende modaliteiten bevat (zie Beslissing Btw nr. E.T. 127.740 van 22.03.2016). Tevens werd beslist dat de vanaf 01.03.2016 verrichte handelingen die niet van voormelde overgangsregeling zouden kunnen genieten, zonder enige sanctie wegens laattijdigheid, nog kunnen worden aangegeven in de btw-aangifte met betrekking tot de handelingen van juni 2016 (maandaangevers) of van het tweede kwartaal 2016 (kwartaalaangevers).

Op 30 mei 2016 heeft eiseres een aanvraag tot identificatie voor btw-doeleinden ingediend voor op de activiteit van uitoefening van cosmetische chirurgie. Zij blijkt vanaf 1 juli 2016 btw te hebben geheven op niet-vrijgestelde handelingen.

Ingevolge een btw-controle in 2018 heeft de administratie een regularisatieopgave opgesteld en bij gebrek aan akkoord van eiseres werd een dwangbevel uitgevaardigd, bekrachtigd en uitvoerbaar verklaard.

*1. Betreffende de motivering van de regularisatie-opgave*

Eiseres stelt ten onrechte dat de regularisatieopgave niet regelmatig is gemotiveerd en om die reden nietig moet worden verklaard.

De rechtbank stelt inderdaad vast dat de opgave zes regularisatieposten bevat, dat voor elke post de wetgeving volledig wordt weergegeven, dat het detail van elke factuur wordt vermeld en dat de reden voor de rechtzetting duidelijk vermeld wordt aan de hand van betrokken wetgeving.

Uit de regularisatieopgave blijkt duidelijk dat de controle verschillende maanden heeft geduurd, gedurende welke de partijen bijeen zijn gekomen en hun respectievelijke argumenten naar voren hebben kunnen brengen. De rechtbank ziet niet in wat de eiseres nog meer zou hebben gewild.

*2. Wat betreft het beroepsmatig gebruik van het gebouw*

Partijen zijn het niet eens over het percentage van het beroepsmatig gebruik van het gebouw dat zowel wordt gebruikt als woning van de bestuurders als voor de bedrijfsactiviteiten van eiseres. De administratie weerhoudt 42 % beroepsgebruik, eiseres wil 45 %. De partijen zijn het oneens over de keuken en de garage.

Eiseres stelt dat de garage volledig aan haar beroepsactiviteit is toegewezen omdat daarin medisch materiaal en haar voertuigen zijn ondergebracht. Zij voert derhalve aan dat 100 procent van deze oppervlakte voor beroepsdoeleinden wordt gebruikt. Eiseres betwist evenwel niet dat de voertuigen aan haar bestuurders ter beschikking worden gesteld. Deze voertuigen worden derhalve niet enkel beroepsmatig gebruikt door eiseres.

In het btw-commentaar worden de methodes uiteengezet voor de vaststelling van het percentage beroepsmatig gebruik van het vervoermiddel: hetzij op basis van het aantal afgelegde kilometers per dag (methode 1), hetzij op basis van het woon-werkverkeer (methode 2), hetzij op basis van een forfaitair percentage van 35 % (methode 3).

In onderhavig geval heeft de administratie een forfaitair tarief van 35 % voor beroepsmatig gebruik toegepast op de oppervlakte van de garage onder verwijzing naar het forfaitaire tarief voor het gebruik van de voertuigen van eiseres. Aangezien niet wordt betwist dat de voertuigen van eiseres voor privédoeleinden van haar bestuurders ter beschikking worden gesteld, maakt eiseres ten onrechte aanspraak op 100 % beroepsmatig gebruik van de garage. De administratie heeft terecht het forfaitaire tarief van 35% toegepast bij gebrek aan een andere schaal.

Betreffende de keuken, voert eiseres aan dat deze wordt gebruikt om maaltijden voor de patiënten te bereiden en om het personeel, met name de verpleegster en de anesthesist, te ontvangen.

De btw op de kosten van logies, spijzen en dranken is echter in de regel niet aftrekbaar krachtens [artikel 45, §3, 3° van het WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45).

Er is niet aangetoond dat eiseres maaltijden aan de patiënten in rekening heeft gebracht, noch dat deze maaltijden ter plaatse werden bereid. De administratie heeft dus terecht de oppervlakte van de keuken niet meegerekend in het percentage beroepsmatig gebruik en het percentage beroepsmatig gebruik van het gebouw vastgesteld op 42%.

*3. Betreffende de aftrek van voorbelasting op basis van de algemeen verhoudingsgetal of volgens het werkelijk verbruik*

Eiseres is vanaf 1 juli 2016 een gemengd belastingplichtige geworden omdat zij uitsluitend handelingen verricht die binnen de werkingssfeer van de btw vallen, maar die enerzijds handelingen zijn die recht op aftrek verlenen en anderzijds handelingen zijn die geen recht op aftrek verlenen.

De administratie heeft het algemene verhoudingsgetal berekend overeenkomstig de artikelen [12](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-december-betrekking-aftrekregeling-toepassing-belasting-8aeb#ar3-art12) tot en met [18](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-december-betrekking-aftrekregeling-toepassing-belasting-8aeb#ar3-art18) van Koninklijk Besluit nr. 3, krachtens hetwelk de berekening is gebaseerd op de in de loop van het kalenderjaar verrichte handelingen.

Eiseres betwist deze berekening omdat cosmetische chirurgische ingrepen pas vanaf 1 juli 2016 aan btw werden onderworpen. Eiseres heeft haar aftrekpercentage berekend op basis van de omzet die zij heeft behaald vanaf 1 juli 2016, de datum waarop zij is begonnen met het factureren met btw op de handelingen die voorheen van btw waren vrijgesteld. Verzoekster heeft de btw op sinds 1 april 2016 verrichte handelingen op basis van dit percentage in aftrek gebracht.

Volgens de algemene regel wordt de toepassing van het algemeen verhoudingsgetal vastgesteld per kalenderjaar. [Artikel 46 van het btw-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-46) is de omzetting van de artikelen [173](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-173) en [174](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-174) van Richtlijn 2006/112/EG ([artikel 17, lid 5, eerste alinea, van de zesde btw-richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-17)). De berekening van het algemene verhoudingsgetal per kalenderjaar is gebaseerd op de verhouding tussen het bedrag van de omzet met betrekking tot handelingen waarvoor recht op aftrek bestaat en het bedrag van de omzet met betrekking tot handelingen waarvoor geen recht op aftrek bestaat. Er wordt gebruik gemaakt van boekhoudgegevens waartoe alle belastingplichtigen vlot toegang hebben, en het is in beginsel mogelijk om het uiteindelijk aftrekbare bedrag eerlijk en redelijk nauwkeurig te berekenen.

Eiseres heeft nooit formeel verzocht om toepassing van de aftrek op basis van het werkelijk gebruik, hoewel daartoe een vergunning verleend door de administratie, vereist is. Bovendien is niet voorzien in een overgang van het ene stelsel naar het andere, naargelang dat stelsel al dan niet voordeliger is voor dat boekjaar.

De rechter kan de berekening op basis van het werkelijk gebruik niet toestaan wanneer bij de administratie niet formeel om een afwijking van de algemene verhoudingsgetal-regel is verzocht. De administratie paste twee beperkingen regelmatig toe, ten eerste het percentage van het beroepsmatig gebruik en vervolgens het algemene verhoudingsgetal.

Het verzoek is derhalve op dit punt ongegrond.

De administratie weigert de btw-aftrek op bepaalde aankoopfacturen omdat de goederen of diensten bestemd waren voor privédoeleinden of voor andere doeleinden dan de economische activiteit van eiseres.

Krachtens [artikel 45, § 1, WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) mag elke belastingplichtige de door hem verschuldigde belasting geheven van de aan hem geleverde goederen en verleende diensten in aftrek brengen, in de mate dat hij die goederen en diensten gebruikt voor het verrichten van belaste handelingen;

De betwiste facturen betreffen tuinonderhoudskosten (maaien, snoeien van heggen, onderhoud van de maairobot, maaien, enz.), abonnementskosten voor het tijdschrift "Bourse au quotidien", bagagekosten, kosten van horecamateriaal en expertisekosten. Eiseres heeft 80% van de btw op deze facturen in aftrek gebracht.

In principe moet er een rechtstreeks en onmiddellijk verband bestaan tussen een in eerder stadium belaste handeling en in later stadium belaste handeling die recht geeft op aftrek.

Op basis van deze algemene regel heeft de administratie terecht de aftrek geweigerd van abonnementsgelden op tijdschriften, expertisekosten, bagagekosten en kosten van horecamateriaal. Er bestaat immers geen enkel verband tussen deze facturen en uitgaande facturen met betrekking tot de cosmetische ingrepen.

De btw op de factuur voor de aankoop van wijn is terecht afgewezen, omdat het geen verwerving betrof die rechtstreeks en onmiddellijk verband hield met de chirurgische activiteit van eiseres ([artikel 45, § 1, WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45)).

Ook de aftrek van de restaurantkosten werd terecht verworpen op grond van [artikel 45, § 3 WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45), dat de aftrek van btw op de kosten van logies, dranken en spijzen verbiedt.

De administratie heeft de aftrek van de betwiste btw eveneens terecht geweigerd wanneer de overgelegde facturen niet gedetailleerd waren en niet toelieten na te gaan of zij betrekking hadden op aankopen die rechtstreeks en onmiddellijk verband hielden met de btw-plichtige activiteit van eiseres.

In het proces-verbaal wordt vermeld dat eiseres in vak 62 het bedrag van de correctie van de historische btw op de investeringsgoederen heeft vermeld. Het is aan de eiseres om zijn recht op aftrek aan te tonen.

De tabel in het proces-verbaal vermeldt voor elke factuur het betaalde btw-bedrag.

Eiseres voert dus ten onrechte aan dat niet is aangetoond dat zij de btw tegen een tarief van 21% heeft afgetrokken, terwijl dit in werkelijkheid 6% was.

Voor het overige legt eiseres de facturen waarop de aftrek van btw wordt afgewezen, niet voor, zodat de rechter niet kan beoordelen of de btw al dan niet aftrekbaar is.

Betreffende de uitgaande handelingen, houdt de administratie staande dat eiseres de btw over de in het ziekenhuis verrichte operaties niet heeft betaald. Eiseres betoogt dat het ziekenhuis de btw diende te betalen. Er bestaat inderdaad een overeenkomst waarin bepaald wordt dat het ziekenhuis de vergoedingen int en de btw aan de administratie voldoet. Deze overeenkomst tussen eiseres en het ziekenhuis is echter niet tegenstelbaar aan de administratie. Eiseres bewijst ook niet dat de betwiste btw is betaald.

Op dit punt is het verzoek ongegrond.

De geldboeten worden voor elk betwist punt gemotiveerd met een verwijzing naar de wettelijke bepaling. Deze precieze vermelding voldoet aan de verplichting tot motivering van de bestuurshandeling. Er is geen enkele reden om deze geldboetes, die overeenstemmen met de wettelijke schaal en niet onevenredig zijn, te verlagen of kwijt te schelden. In de veronderstelling dat de mogelijkheid om uitstel te verlenen zou kunnen worden toegekend, zou er nog steeds geen reden zijn om deze toe te kennen.

## Opmerkingen

De tegenpartij heeft tegen dit arrest hoger beroep ingesteld.

De uitoefening van een recht op aftrek van btw onder de in de btw-wetgeving gestelde voorwaarden en het bewijs van de gegrondheid van deze uitoefening vormen één van de grondslagen van de toepasselijke btw-wetgeving.

**Tekst van het vonnis**

***Het vonnis wordt enkel gepubliceerd in de oorspronkelijke taal***

### Tekst van de beslissing

**Tribunal de première instance du Hainaut, Division de Mons, Section civile, Trente-sixième chambre**

Jugement du 15 OCTOBRE 2020

Rôle : 19/478/A

En cause de:

**AAA**, anciennement dénommée T.V., société à responsabilité limitée dont le siège social est à ..., BCE 081...55, Demanderesse, Représentée par Maître ..., avocat à ...,

**Contre:**

**L’ETAT BELGE**, représenté par Monsieur le Ministre des Finances, AGPR TEAM RECOUVREMENT PERSONNES MORALES TOURNAI 1, dont les bureaux sont à 7500 Tournai, rue du Chateau, 49, Défendeur, Représenté par X, conseiller.

Vu la loi du 15 juin 1935 sur l'emploi des langues ; Le Tribunal prononce le jugement suivant :

Vu les pièces de procédure dont :

✓ La requête;

✓ La fixation de la cause sur base de l'article 747 du code judiciaire ;

✓ Les conclusions et les dossiers des parties.

Entendu les parties à l'audience du 17 septembre 2020 à laquelle les débats furent clos et la cause prise en délibéré.

## Les faits et I'objet du litige

La demanderesse a pour activité l'exercice de la médecine et plus particulièrement les opérations de chirurgie esthétique.

Ses gérants sont les docteurs T. et V. lesquels sont mariés.

Les statuts de la demanderesse prévoient qu'elle peut réaliser des opérations mobilières, immobilières ou civiles à titre accessoire à l'exclusion de tout acte commercial.

L'activité chirurgicale est exercée tant au domicile des gérants de la demanderesse qu'en hôpital.

Depuis le 1er janvier 2016, en vertu de l'[article 44, § 1er, 1°, du code de la TVA](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44), l'exemption de TVA en matière médicale n'est plus applicable aux prestations à vocation esthétique si ces opérations ne sont pas reprises dans la nomenclature INAMI ou si ces prestations sont reprises dans la nomenclature INAMI mais ne sont pas remboursées.

Cette modification du code de la TVA est intervenue en vertu d'une loi du 26 décembre 2015 applicable à partir du 1er janvier 2016.

A titre de mesure transitoire l'administration a décidé :

> *« Etant donné que le présent commentaire a été publié après l'entrée en vigueur de la modification législative, l'administration a décidé que les demandes d'identification à la TVA ou de modification d'identification à la TVA des assujettis concernés (médecins, sociétés de médecins, hôpitaux, cliniques privées) seront considérées comme effectuées à temps si el/es ont lieu au plus tard le 31.05.2016.*
>
> *Afin de respecter la sécurité juridique et le principe d'égalité, la réception d'une demande d'identification {604 A) ou d'une demande de modification (604 B) sera constatée, par l'office de contrôle TVA compétent, au moyen de la délivrance d'un accusé de réception de ces demandes.*
>
> *Dans le cadre des préoccupations exprimées par la profession, il est prévu un régime transitoire réaliste qui contient les modalités suivantes.*
>
> *Les opérations visées, effectuées par les médecins et les établissements hospitaliers, continuent à être exemptées de la TVA si les deux conditions suivantes sont, simultanément, remplies:*
>
> *✓* *un contrat, concernant l'exécution de l'intervention ou du traitement à une date bien précise, est conclu avec le patient, au plus tard le 29.02.2016;*
>
> *✓* *Ie traitement/!'intervention est, effectivement, effectué(e), au plus tard le 30.06.2016.*
>
> *NOTE: la date à laquelle ces opérations sont payées n'influe, nullement, sur cette mesure transitoire.*
>
> *Pour ces raisons, il a été, également, décidé que les opérations effectuées à partir du 01.03.2016, qui ne pourraient pas bénéficier de la mesure transitoire précitée, peuvent encore être mentionnées dans la déclaration à la TVA, relative aux opérations de juin 2016 (déposants mensuels) ou du deuxième trimestre 2016 (déposants trimestriels) et ce, sans aucune sanction due à un retard »*

Le 30 mai 2016, la demanderesse a introduit une demande d'identification à la TVA lors du commencement d'une activité en visant l'activité de chirurgie esthétique.

Elle semble avoir facturé la TVA sur les opérations non exemptées à partir du 1er juillet 2016.

Suite à un contrôle TVA tenu au cours de l'année 2018, l'administration a établi le 11 décembre 2018 un relevé de régularisation en invitant la demanderesse à y répondre dans le délai de quinze jours.

A défaut d'accord de la demanderesse, la contrainte n° 500/.../...77 fut décernée le 31 janvier 2019 et fut visée et rendue exécutoire le 1er février 2019.

Il est dû en vertu de cette contrainte la somme de 73.855,26€ à titre de TVA, la somme de 8.140,00€ à titre d'amende et les intérêts de retard et les frais à dater du 21 janvier 2017.

La demanderesse sollicite l'annulation de la contrainte à titre principal. A titre subsidiaire, la demanderesse sollicite de dire pour droit que :

✓ La TVA afférente aux factures reprises aux point 1, 111 et IV du relevé de régularisation est déductible;

✓ Le prorata général de déduction s'élève à 80%;

✓ La quotité professionnelle du bâtiment de 42% est erronée;

✓ La révision historique de la TVA est régulière;

✓ Aucune TVA n'est due pour les honoraires afférents à l'activité prestée au CHWAPI (Centre hospitalier de Wallonie picarde};

✓ En conséquence d'accorder le dégrèvement de la TVA afférente à ces postes;

✓ De dégrever ou annuler les amendes ou d'accorder le sursis.

Outre la condamnation de l'Etat beige aux dépens.

## Discussion

## *1.* *Quant à la motivation du relevé de régularisation*

C'est à tart que la demanderesse soutient que le relevé de régularisation n'est pas régulièrement motivé et doit pour ce motif être annulé.

Le tribunal constate en effet, que ce relevé reprend six postes de régularisation, que pour chaque poste la législation est reproduite in extenso, que le détail de chaque facture est mentionné et que le motif du redressement est clairement précisé au regard de la législation visée.

Ce relevé précise en outre que

✓ La communication de la comptabiiité fut demandée par mail du 19 janvier 2018;

✓ Un controle s'est tenu au SPF FINANCES le 26 février 2018 au cours duquel il fut constaté que le comptable n'était pas en possession des factures relatives à la révision historique;

✓ Le 21 mars 2018, s'est tenue une visite sur place;

✓ Le 4 mai 2018, le comptable de la demanderesse a souhaité un rendez-vous afin de discuter de la répartition des surfaces professionnelles et de communiquer les. documents demandés par l'admînistration,

✓ Un relevé de régularisation fut établi le 8 octobre 2018 ;

✓ Après avoir obtenu un délai de réponse jusqu'au 12 novembre 2018, la demanderesse a répondu ne pas être d'accord avec le relevé de régularisation sur lequel elle reviendrait plus amplement ensuite;

✓ Vu cette situation, l'.administration a établi un procès-verbal le 11 décembre 2018 lequel fut joint ·à la contrainte fitigieuse.

Il résulte de ce· qui précède que le contrôle a duré plusieurs mais au cours desquels les parties se sont rencontrées et ont pu chacune faire valoir leurs thèses.

Le tribunal n'aperçoit pas ce que la demanderesse aurait voulu de plus.

## *2.* *Quant à l'affectation professionne!!e du bâtiment*

Les parties ne sont pas d'accord quant au pourcentage d'affectation professionnelle du bâtiment sis .... Le bâtiment sert en effet tant à l'habitation des administrateurs de la demanderesse qu'à l'exercice de l'activité de la demanderesse.

L'administration retient 42% d'affectation professionnelle contre 45% de la part de la demanderesse.

Les parties ne sont pas d'accord quant à la cuisine et quant au garage.

La- demanderesse soutient que le garage est totalement affecté à son activité professionnelle car, il abrite du matériel médical ainsi que ses véhicules. Elle revendique donc 100% d'affectation professionnelle pour cette superficie.

Cependant, la demanderesse ne conteste pas que les véhicules sont mis à la disposition privée de ses administrateurs. Ces véhicules ne sont donc pas totalement affectés à l'activité de la demanderesse.

Le commentaire de la TVA détermine les méthodes permettant de déterminer le pourcentage d'affectation professionnelle des moyens de transport:

✓ Soit sur base du kilométrage journalier (méthode 1);

✓ Soit sur base dli trajet domicile travail (méthode 2};

✓ Soit sur base d'un forfait de 35% (méthode 3).

En l'espèce, l'administration a appliqué un forfait d'utilisation professionnelle de 35% à la surface du garage par référence au forfait d'utilisation des véhicules de la demanderesse.

Dès lors qu'il n'est pas contesté que les véhicules de la demanderesse sont mis à la disposition de ses administrateurs à des fins privées, c'est à tort que la demanderesse revendique 100% d'affectation professionnelle du garage.

C'est à bon droit que l'administration a appliqué le forfait de 35% à défaut d'autre grille.

Pour la cuisine, la demanderesse soutient y préparer des repas pour les patients et y recevoir le personnel, soit notamment l'infirmière et l'anesthésiste. Cependant, la TVA relative aux frais de logement, de nourriture et de boissons n'est en règle pas déductible en vertu de l'[article 45, § 3, 3°, du code de la TVA](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45). Et il n'est établi que la demanderesse a facturé des repas aux patients ni que ces repas étaient préparés sur place.

C'est dès lors à bon droit que la superficie de la cuisine ne fut pas retenue dans le pourcentage d'affectation professionnelle.

Il résulte de ce qui précède que c'est à bon droit que l'administration a fixé le pourcentage d'affectation professionnelle de l'immeuble à 42%.

## *3.* *Quant à la déduction de la TVA en amant sur base du prorata général ou de l'affectation réel/e (poste Il du procès-verbal)*

La demanderesse est devenue assujettie mixte à partir du 1er juillet 2016 car elle effectue exclusivement des opérations tombant dans le champ d'application de la TVA mais qui concernent d'une part des opérations exemptées à la TVA n'ouvrant pas le droit à déduction en amant et des opérations non exemptées ouvrant en principe le droit •à déduction en amont.

L'[article 46 du code de la TVA](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-46) prévoit:

> *« § 1er.Lorsque l'assujetti effectue dans l'exercice de son activité économique tant des opérations permettant la déduction sur base de l'artic/e 45 que d'autres opérations, les taxes ayant grevé les biens et les services qu'il utilise pour cette activité sont déductibles au prorata du montant des premières opérations par rapport au montant total des opérations qu'il effectue.*
>
> *§ 2.Par dérogation au § 1er, le Ministre des Finances au son délégué peuvent autoriser l'assujetti, à sa demande, à opérer la déduction suivant l'affectation réel/e de tout au partie des biens et des services. lis peuvent l'obliger à procéder de la sorte lorsque l'application du prorata visé au§ 1er aboutit à créer des inégalités dans l'application de la taxe».*

L'administration a calculé le prorata général de déduction conformément aux articles 12 à 18 de l'arrêté royal numéro 3 en vertu desquels le calcul se fait sur base des opérations effectuées au cours de l'année civile.

Sur base des prestations effectuées par la demanderesse au cours de l'année 2016, l'administration a déterminé le prorata général comme suit:

✓ C.A. soumis à la TVA= 563.100,72€

✓ C.A. total (soumis et non soumis à la TVA): 1.027.787,51€

✓ PRORATA GÉNÉRAL: 563.100,72/1.027.787,51, soit 54,78 arrondis à 55%.

La demanderesse conteste ce calcul car les opérations de chirurgie esthétiques ne furent soumises à la TVA qu'à partir du 1er juillet 2016.

Le calcul du prorata général établi par l'administration lui est donc défavorable.

La demanderesse a quant à elle calculé son pourcentage de déduction sur base du chiffre d'affaires réalisé à partir du 1er juillet 2016, date à laquelle elle a commencé à facturer avec TVA les opérations auparavant exemptées de TVA:

✓ C.A. soumis à la TVA: 563.100,72€;

✓ C.A. total depuis le 1er juillet 2016 : 717.221,53€;

✓ AFFECTATION RÉELLE: 563.100,72/717.221,53, soit 78,51% arrondis à 80%.

La demanderesse a déduit la TVA sur les opérations à 1'entrée depuis le 1er avril 2016 sur base de ce pourcentage.

La règle générale est l'application du prorata général calculé sur l'année civile.

L'[article 46 du code de la TVA](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-46) est la· transposition des articles [173](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-173) et [174](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-174) de la directive 2006/112/CE ([article 17, paragraphe 5, premier alinéa, de la Sixième directive TVA](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-17)).

Le calcul du prorata général par année civile est « fondé sur la corrélation qui existe entre les chiffres d'affaires réalisés au moyen des opérations ouvrant droit à déduction et de celles qui n'ouvrent pas un tel droit. Ce calcul utilise des données comptables aisément accessibles à tous les assujettis et permet, en principe, un calcul équitable du montant déductible définitif présentant un degré d'exactitude raisonnable ».

Il résulte du dossier de pièces de la demanderesse qu'elle a appliqué la règle du prorata général pour les exercices suivants.

La demanderesse n'a jamais demandé formellement l'application de la déduction sur base de l'affectation réelle alors qu'il faut une autorisation spéciale de l'administration.

De plus, il n'est pas prévu de passer d'un système à l'autre selon que le régime est ou non avantageux au gré des exercices comptables.

Notre tribunal ne peut autoriser le calcul en fonction de l'affectation réelle alors qu'aucune dérogation à la règle du prorata général ne fut formellement demandée à l'administration.

L'administration a régulièrement appliqué les deux limitations, la quotité d'affectation professionnelle d'abord et le prorata général ensuite.

Dès lors, la demande n'est pas fondée sur ce point.

***4.*** ***Poste I du procès-verbal.***

L'administration refuse la déduction de la TVA grevant certaines factures d'achat au motif que les biens ou services étaient destinés à des fins privées ou à des fins autres que l'activité économique de la demanderesse.

En vertu de l'[article 45, § 1er, du code de la TVA](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45), tout assujetti peut déduire de la taxe dont il est redevable, les taxes grevant les biens des opérations taxées. et les services fournis s'il les utilise pour effectuer

Les factures litigieuses concernent des frais de jardinage (tante, taille de haies, entretien du robot de tante, taupier, ...) des frais d'abonnement à la revue «La bourse au quotidien», des frais de bagage, des frais de matériel Horeca, et des frais d'expertise.

La demanderesse a déduit 80% de la TVA grevant ces factures.

En règle il doit exister un lien direct et immédiat entre une opération en amant et une au plusieurs opérations en aval ouvrant droit à la déduction.

Sur base de cette règle générale, c'est à bon droit que l'administration a refusé la déduction des frais d'abonnement à la revue, des frais d'expertise, des frais de bagage, des frais de matériel Horeca.

En effet, il n'existe aucun lien entre ces factures et les opérations de chirurgie esthétiques facturées à la sortie.

La demanderesse affirme que les frais d'expertise concernent des immeubles qu'elle envisageait d'acheter.

La facture ne donne cependant aucun détail. Le tribunal n'est dès lors pas en mesure de vérifier le lien entre les frais et l'activité immobilière de la demanderesse.

Les frais de jardinage ne peuvent être considérés comme des frais généraux car la demanderesse n'établit pas que ces frais sont en tant que tels constitutifs du prix des biens et services fournis par elle.

✓ Poste III du procès-verbal: infractions au régime de la déduction des frais de logement de nourriture et de boissons

L'administration admet à présent la déduction de la TVA afférente à la facture EVENTIME, s'agissant d'un congrès.

C'est à bon droit que la TVA grevant la facture d'achat de vins (LA CAVE SAINT JACQUES) a été rejetée car il ne s'agit pas d'une acquisition en lien direct et immédiat avec l'activité de chirurgie de la demanderesse ([article 45, § 1er, du code de la TVA](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45)).

Et c'est à bon droit que la déduction des frais de restaurant (LA BELLE ASSIETTE) fut rejetée sur base de l'[article 45, § 3, du code de la TVA](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) lequel interdit la déduction de la TVA relative aux frais de logement, de boisson et de nourriture.

## *5.* *Poste IV du procès-verbal: infractions au régime de déduction-*[*article 45 § 1er, du code de la TVA*](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45)

C'est à bon droit que l'administration a refusé la déduction de la TVA litigieuse.

En effet, les factures produites ne sont pas détaillées et ne permettent pas de vérifier si elles concernent des acquisitions en lien direct et immédiat avec l'activité soumise à la TVA de la demanderesse.

## *6.* *Poste V du procès-verbal: inscriptions à la case 62, droit à la déduction de la TVA historique*

Le procès-verbal indique qu'en case 62, la demanderesse a indiqué le montant de 72.854,01€ à titre de régularisation de la TVA historique grevant les biens d'investissements.

Le procès-verbal précise que

✓ La demanderesse a calculé la TVA sur les factures à régulariser au taux de 21% alors que la TVA fut acquittée au taux de 6% pour les travaux de rénovation;

✓ Le pourcentage d'affectation professionnelle était de 42%;

✓ Il fallait aussi tenir compte du prorata général de 55% au lieu de 80%;

✓ La TVA grevant certaines factures étant rejetée pour absence de pièces ou pour violation de l'[article 45 du code de la TVA](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45);

✓ D'ou un montant déductible de 20.630,26€.

Il appartient à la demanderesse d'établir son droit à déduction.

Le tableau figurant dans le procès-verbal indique pour chaque facture le montant payé à titre de TVA.

C'est dès lors de manière erronée que la demanderesse soutient qu'il n'est pas établi qu'elle a déduit de la TVA au taux de 21% alors qu'il s'agissait en réalité du taux de 6%: le tableau reprend exactement la TVA payée.

Il a été exposé ci-dessus que le taux du prorata général fut régulièrement calculé à 55%

Pour le reste, la demanderesse ne produit pas les factures dont la déduction de la TVA est rejetée de sorte que le tribunal ne peut apprécier le caractère déductible ou non de la TVA.

## *7.* *Quant aux opérations à la sortie (poste VI}*

L'administration soutient que la demanderesse n'a pas versé la TVA afférente aux interventions chirurgicales pratiquées au CHWAPI.

La demanderesse soutient qu'il appartenait à l'hôpital de verser la TVA.

Il existe en effet une convention en vertu de laquelle l'hôpital perçoit les honoraires et verse la TVA à l'administration.

Cependant, cette convention entre la demanderesse et l'hôpital n'est pas opposable à l'administration.

Et la demanderesse ne prouve pas que la TVA litigieuse fut payée. Sur ce point, la demande n'est pas fondée.

## *8.* *Quant aux amendes*

Contrairement à ce que soutient la demanderesse, les amendes sont justifiées pour chaque poste litigieux par la référence à la disposition légale.

Cette référence précise est suffisante au regard de l'obligation de motivation de l'acte administratif.

Le taux de 10% fut appliqué sauf pour les opérations non déclarées à la sortie pour lesquelles le taux de 20% fut appliqué.

Il n'existe aucun motif de réduire ou supprimer ces amendes lesquels correspondent au barème légal et ne sont pas disproportionnées.

A supposer que le sursis puisse être accordé, encore est-il qu'il n'y aurait pas lieu de l'accorder. En conséquence, la demande n'est que très partiellement fondée.

Les dépens seront compensés.

### Beschikkend gedeelte

**Par ces motifs,**

**Le Tribunal,**

Statuant contradictoirement et en premier ressort,

Vu les dispositions de la loi du 15 juin 1935 dont il a été fait application ;

Donnant acte aux parties de leurs dires, dénégations et réserves, rejetant toutes conclusions plus amples ou contraires ;

Déclare la demande recevable,

Déclare la demande fondée dans la mesure suivante,

Dit que la TVA relative à la facture EVENTIME, poste III, d'un montant de 108,36€ est déductible,

Réduit en conséquence à due concurrence en principal, amende et intérêts le montant de la contrainte n° 500/.../...77 décernée le 31 janvier 2019 visée et rendue exécutoire le 1 er février 2019, Compense les dépens.

Ainsi jugé et prononcé en langue française et en audience publique au Palais de justice de Mons, province de Hainaut, les jour, mais et an que dessus, par la trente-sixième chambre fiscale du tribunal susdit ou siégeaient :

Signatures

## Aangehaalde teksten

9

[WBTW art. 45](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) 12 voorkomens

[WBTW art. 46](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-46) 5 voorkomens

[WBTW art. 44](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) 3 voorkomens

[WBTW art. 70](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70) 2 voorkomens

[Zesde richtlijn 77/388 art. 17](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-17) 2 voorkomens

[btw-richtlijn 2006/112 art. 173](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-173) 2 voorkomens

[btw-richtlijn 2006/112 art. 174](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-174) 2 voorkomens

[KB nr. 3 art. 12](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-december-betrekking-aftrekregeling-toepassing-belasting-8aeb) 1 voorkomen

[KB nr. 3 art. 18](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-december-betrekking-aftrekregeling-toepassing-belasting-8aeb) 1 voorkomen

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Voetbalclub, Gemengde belastingplichtige, Werkelijk gebruik](https://juriel.be/nl/rechtspraak/voetbalclub-gemengde-belastingplichtige-werkelijk-gebruik-hof-van-beroep-antwerpen-2021-09-21-28a1) 7 gemeenschappelijke bepalingen

[Aftrek](https://juriel.be/nl/rechtspraak/aftrek-rechtstreeks-onmiddellijk-verband-tussen-cassatie-brussel-2010-02-26-b774) 5 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, gedeeltelijke belastingplicht, algemeen verhoudingsgetal, complexe dienst](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-gedeeltelijke-belastingplicht-algemeen-rechtbank-brussel-2017-12-08-c460) 5 gemeenschappelijke bepalingen

[Proportionele fiscale geldboeten, Beroepsmatig gebruik van de woning](https://juriel.be/nl/rechtspraak/proportionele-fiscale-geldboeten-beroepsmatig-gebruik-rechtbank-brussel-2021-05-03-5bda) 4 gemeenschappelijke bepalingen

[Passieve of actieve holding, Externe dienstverlening (managementadvies)](https://juriel.be/nl/rechtspraak/passieve-actieve-holding-externe-dienstverlening-rechtbank-nijvel-2022-07-01-69ab) 4 gemeenschappelijke bepalingen

[Gemengde belastingplichtige, Aftrek, Werkelijk gebruik](https://juriel.be/nl/rechtspraak/gemengde-belastingplichtige-aftrek-werkelijk-gebruik-rechtbank-luxemburg-2022-05-11-e285) 4 gemeenschappelijke bepalingen

[Belastingplichtige, Kwalificatie actieve en passieve holding, Recht op aftrek](https://juriel.be/nl/rechtspraak/belastingplichtige-kwalificatie-actieve-passieve-holding-rechtbank-2024-02-05-1892) 4 gemeenschappelijke bepalingen

[Proportionele geldboete, Kwijtschelding, proportionele fiscale geldboete](https://juriel.be/nl/rechtspraak/proportionele-geldboete-kwijtschelding-fiscale-hof-van-beroep-brussel-2025-10-09-2444) 4 gemeenschappelijke bepalingen
