Fiche van de FOD Financiën
Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Antwerpen d.d. 05.11.2004
Samenvatting niet beschikbaar
Tekst van het vonnis
Tekst van de beslissing
VONNIS gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op vijf november tweeduizend en vier in openbare zitting van de 1F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, alwaar zetelden :
P. W., enig rechter,
N. D., adjunct-griffier.
Inzake : A.R. Nr. 02/4818/A
N.V. S.,
ingeschreven in de Kruispuntbank voor ondernemingen onder het nummer …, ingeschreven in het handelsregister te Antwerpen onder het nummer … (volgens inleidende dagvaarding doch ingeschreven in het handelsregister te Antwerpen onder het nummer … volgens eigen conclusie), met zetel gevestigd te 2060 Antwerpen, Kalverstraat 16.
EISENDE PARTIJ
- verschijnende bij meester W. H. loco meester M. V. B., advocaat, kantoorhoudende te …, ….
tegen :
DE BELGISCHE STAAT,
A. Administratie der Belastingen over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen, in de persoon van de Heer Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd te 1000 Brussel, Wetstraat 12.
B. Administratie der Belastingen over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen, in de persoon van de Heer Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te 1000 Brussel, op vervolging en benaarstiging van de Heer Gewestelijk Directeur der Belastingen over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen te Antwerpen, in de persoon van de Rekenplichtige, eerstaanwezend inspecteur van het eerste BTW-ontvangkantoor te Antwerpen, wiens burelen gevestigd zijn te 2000 Antwerpen, 1e district, Italië lei 4 bus 4.
VERWERENDE PARTIJ
- verschijnende bij meester D. V. loco meester R. L., advocaat, kantoorhoudende te …, ….
Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer :
- het exploot van rechtsingang, betekend door het ambt van gerechtsdeurwaarder P. V. te Liedekerke op 9 augustus 2002 voor wat betreft verwerende partij sub A en betekend door het ambt van gerechtsdeurwaarder J. D. M. te Antwerpen op 12 augustus 2002 voor wat betreft verwerende partij sub B,
- de beschikking verleend overeenkomstig artikel 747, § 2 van het Gerechtelijk Wetboek op 27 februari 2004,
- de besluiten van partijen.
Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.
Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 van 03 mei 199S en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de Wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.
Gehoord de partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 8 oktober 2001.
De vordering strekt ertoe het dwangbevel Reg. 127/126-2002, uitgevaardigd op 3 juni 2002 en uitvoerbaar verklaard op 11 juni 2002, van nul en generlei waarde te verklaren, dienvolgens eiseres te ontslaan van de in dit dwangbevel gevorderde sommen, verweerder te veroordelen tot integrale terugbetaling van alle bedragen welke ten onrechte werden betaald of ingehouden en die toegerekend werden op de sommen vermeld in het dwangbevel, waarvan thans vernietiging wordt gevorderd, en verweerder tevens te veroordelen tot de kosten van het geding.
Beoordeling
Betreffende het bewijs van de intracommunautaire leveringen
Krachtens artikel 39bis, lid 1, 1° W.BTW zijn de leveringen van goederen vrijgesteld van de belasting indien :
- de leveringen worden verricht door de verkoper, andere dan een belastingplichtige die de regeling geniet bepaald in artikel 56, § 2,
- de leveringen worden verricht voor een andere belastingplichtige of voor een niet-belastingplichtige rechtspersoon, die als zodanig optreden in een andere Lid-Staat en die aldaar ertoe gehouden zijn hun intracommunautaire verwervingen van goederen aan de belasting te onderwerpen,
- de leveringen niet onderworpen zijn aan de bijzondere regeling van de belastingheffing over de winstmarge ingesteld bij artikel 58, § 4,
- de goederen worden verzonden of vervoerd buiten België maar binnen de Gemeenschap door de verkoper, de koper of voor hun rekening.
Artikel 39bis, lid 2 W.BTW heeft aan de Koning opgelegd de beperkingen en voorwaarden te bepalen die voor de toepassing van deze vrijstelling moeten worden nageleefd, hetgeen hij deed bij KB nr. 52 van 29 december 1992.
Krachtens voornoemd KB nr. 52 is de vrijstelling van artikel 39bis, lid 1, 1° W.BTW afhankelijk van de volgende voorwaarden :
- het bewijs dient geleverd te worden dat de goederen verzonden of vervoerd zijn buiten België maar binnen de Gemeenschap (artikel 1) en de verkoper, te dezen eiseres, moet te allen tijde in het bezit zijn van alle stukken waaruit de echtheid van de verzending of het vervoer van de goederen blijkt; die stukken zijn onder meer de contracten, de bestelbons, de vervoerdocumenten en de betalingsstukken (artikel 3),
- het bewijs dient geleverd te worden dat de levering is geschied voor een belastingplichtige of voor een niet-belastingplichtige rechtspersoon, die voor de belasting over de toegevoegde waarde geïdentificeerd is in een andere Lid-Staat (artikel 2).
Bijgevolg heeft eiseres, die zich beroept op de vrijstelling, de bewijslast en dient zij dan ook het bewijs te leveren dat zij voldoet aan alle voorwaarden van de vrijstelling, bij gebreke waaraan de belasting verschuldigd is.
a) Levering voor een belastingplichtige of voor een niet-belastingplichtige rechtspersoon. die voor de belasting over de toegevoegde waarde geïdentificeerd is in een andere Lid-Staat
Vooreerst dient te worden nagegaan of de goederen werkelijk werden geleverd aan een belastingplichtige of aan een niet-belastingplichtige rechtspersoon, die voor de belasting over de toegevoegde waarde geïdentificeerd is in een andere Lid-Staat.
Het staat ontegensprekelijk vast dat de opgegeven BTW nummers van de beweerde afnemers van eiseres niet bestonden ofwel niet meer geldig waren op het ogenblik waarin de leveringen zijn geschied.
Bijgevolg is er geen enkel bewijs dat de goederen werkelijk werden geleverd aan afnemers die voor de BTW geïdentificeerd waren in een andere Lid-Staat.
Eiseres, die zich beroept op de vrijstelling. heeft de bewijslast om aan te tonen dat zij voldoet aan de vrijstellingsvoorwaarde.
Bij gebreke aan dit bewijs is de administratie gerechtigd de vrijstelling te verwerpen. Er anders over oordelen zou immers de administratie elke werkelijkheid tot controle op het vervuld zijn van de vrijstellingsvoorwaarde ontnemen.
Aangezien uit geen enkel objectief element blijkt dat voornoemde afnemers geïdentificeerd waren voor de BTW in een andere Lid-Staat, faalt eiseres dan ook in haar bewijslast.
Eiseres heeft zich niet de minste moeite getroost om zelfs maar minimale inspanningen te doen teneinde te verifiëren of de BTW nummers van voornoemde afnemers bestonden of geldig waren op het ogenblik waarin de leveringen zijn geschied.
b) Verzending of vervoer van de goederen buiten België maar binnen de Gemeenschap
Verder dient te worden nagegaan of de goederen werkelijk werden verzonden of vervoerd buiten België maar binnen de Gemeenschap.
Eiseres dient het bewijs van het bestaan van de echtheid van het vervoer of de verzending van de goederen buiten België maar binnen de Gemeenschap te leveren via een geheel van gebruikelijke en overeenstemmende handelsstukken die aantonen dat aan de voorwaarden voor de vrijstelling is voldaan waarbij elk bewijsstuk is toegelaten, doch waarbij geen enkel bijzonder stuk op zich voldoende of noodzakelijk is; de opsomming van mogelijke bewijsstukken in artikel 3 KB nr. 52 is immers niet exhaustief.
De BTW-administratie moet zich immers door middel van een sluitend geheel van bewijselementen kunnen vergewissen van het feit dat de goederen werkelijk werden verzonden of vervoerd naar een andere Lid-Staat.
Krachtens het KB nr. 52 blijft eiseres verantwoordelijk voor de betaling van de BTW met betrekking tot de leveringen en is zij hiervan pas ontslagen wanneer zij kan bewijzen dat de goederen werkelijk werden verzonden of vervoerd buiten België maar binnen de Gemeenschap.
Zo nodig diende eiseres aan de koper dan ook BTW aan te rekenen en hem die BTW terug te betalen op het ogenblik dat het door middel van een geheel van overeenstemmende stukken zeker was dat de goederen werkelijk werden verzonden of vervoerd naar een andere Lid-Staat zodat aan eiseres dan ook een werkbare oplossing wordt aangeboden.
Indien eiseres niet in staat is om documenten voor te leggen die het vervoer van de goederen naar een andere Lid-Staat bewijzen, loopt zij immers het risico dat zij met eigen fondsen de Belgische BTW zal dienen te voldoen, alsmede desgevallend boetes en nalatigheidsintresten.
Eiseres, die zich beroept op de vrijstelling heeft immers de bewijslast om aan te tonen dat zij voldoet aan de vrijstellingsvoorwaarde en dat de goederen bijgevolg werkelijk werden verzonden of vervoerd buiten België maar binnen de Gemeenschap.
Bij gebreke aan dit bewijs is de administratie gerechtigd de vrijstelling te verwerpen. Er anders over oordelen zou immers de administratie elke werkelijkheid tot controle op het vervuld zijn van de vrijstellingsvoorwaarde ontnemen.
Eiseres faalt in haar bewijslast en bewijst dit evenmin door middel van feitelijke vermoedens.
Het staat integendeel vast dat eiseres zich omzeggens geen moeite getroostte om zelfs maar minimale inspanningen te doen om te bewijzen dat de goederen werkelijk werden verzonden of vervoerd naar een andere Lid-Staat.
c) De schending van de zesde BTW-richtlijn en de onmogelijke bewijslast
Eiseres kan de vrijstellingsvoorwaarden bewijzen met alle middelen van het gemeen recht, uitgezonderd de eed, zonder strikte, formele vereisten zodat deze voorwaarden dan ook niet strikt, doch integendeel ruim worden toegepast.
Men kan geenszins stellen dat de vrijstellingsvoorwaarden dermate rigide zijn en in het economisch handelsverkeer onhaalbaar zijn zodat het recht op vrijstelling nagenoeg onmogelijk of overdreven moeilijk wordt gemaakt.
Het is totaal onaanvaardbaar dat eiseres zich niet de minste moeite heeft getroost om over enig bewijs te beschikken.
De stelling van eiseres, dat haar bewijslast onmogelijk is, is dan ook totaal onjuist.
De vrijstellingsvoorwaarden zijn essentiële voorwaarden zonder dewelke fraude, misbruik en ongeoorloofde vrijstellingen zouden gestimuleerd worden die de belangen van de Gemeenschap ernstig zouden aantasten zodat deze voorwaarden dan ook redelijk zijn in verhouding tot het nagestreefde doel.
Bijgevolg zijn deze vrijstellingsvoorwaarden in geen geval in strijd met de zesde BTWrichtlijn en wordt er van eiseres geenszins een onmogelijk bewijs gevraagd.
De BTW administratie was dan ook gerechtigd de vrijstelling te verwerpen zodat de belastingen dan ook verschuldigd zijn door eiseres.
Betreffende de toepassing van artikel 45, § 1 W.BTW
Alleen het originele exemplaar van een factuur mag in principe als bewijs voor het recht op aftrek gelden.
Wanneer eiseres niet meer in het bezit is van originele facturen, mag zij met andere middelen bewijzen dat de handeling waarop het verzoek om BTW-aftrek betrekking heeft daadwerkelijk heeft plaatsgevonden (HvJ 5 december 1996, Jur.HvJ 1996, I, 6257).
Eiseres levert niet het minste bewijs dat de handelingen daadwerkelijk hebben plaatsgevonden zodat de administratie dan ook terecht de BTW-aftrek heeft verworpen.
Betreffende de opgelegde boeten
De rechtbank is van oordeel dat de opgelegde boeten in redelijke verhouding staan met de gepleegde inbreuken en met de ernst van de feiten.
Betreffende de uitvoerbaar verklaring bij voorraad
Door partijen worden er geen redenen voorgebracht die nopen tot de uitvoerbaar verklaring bij voorraad van huidig vonnis.
Beschikkend gedeelte
0M DIE REDENEN,
DE RECHTBANK,
Rechtdoende op tegenspraak.
Alle andere en strijdige conclusies verwerpend.
Verklaart de vordering toelaatbaar, doch ongegrond en wijst deze af.
Veroordeelt eiseres tot de kosten van het geding tot op heden door verweerder begroot op … EUR rechtsplegingsvergoeding en door de rechtbank ambtshalve vereffend op … EUR rechtsplegingsvergoeding.
N. D. P. W.
"Lasten en bevelen dat alle daartoe gevorderde gerechtsdeurwaarders dit arrest, dit vonnis, deze beschikking, dit bevel of deze akte ten uitvoer zullen leggen;
Dat Onze procureurs-generaal en Onze procureurs des Konings bij de rechtbanken van eerste aanleg daaraan de hand zullen houden en dat alle bevelhebbers en officieren van de openbare macht daartoe de sterke hand zullen bieden wanneer dit wettelijk van hen gevorderd wordt;
Ten blijke waarvan dit arrest, dit vonnis, deze beschikking, dit bevel of deze akte is ondertekend en gezegeld met het zegel van het "hof, de rechtbank of de notaris."
Voor eensluidende eerste grosse
afgeleverd aan : de BELGISCHE STAAT
ten verzoeke van Mr. R. L., advocaat
De Griffier,
R. A.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.