---
title: "19 juni 2006 · Recht op aftrek van belasting, vervolging · Rechtbank van eerste aanleg te Brugge"
description: "Recht op aftrek van belasting, vervolging, geding, rechten en voorrechten schatkist. Rechtbank van eerste aanleg te Brugge (België), 19 juni 2006."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-belasting-vervolging-geding-rechtbank-brugge-2006-06-19-f89a"
lang: "nl"
---

# Recht op aftrek van belasting, vervolging, geding · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Brugge

**Datum**

19 juni 2006

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

48 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Brugge d.d. 19.06.2006

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het vonnis**

### Tekst van de beslissing

**De Rechtbank van eerste aanleg te Brugge, VIERDE KAMER, heeft het hierna volgend vonnis verleend :**

**In de zaak 03/3860/A** Rep.nr.2006/8398

**de NV C. R.**, garage-onderneming (Ondernemingsnr. …), met zetel te …, …,

**eiseres,**

voor wie is opgetreden Meester **R. V.** (balie Brugge) loco Meester **A. C.**, advocaat met kantoor te …, …,

**tegen :**

**de BELGISCHE STAAT**, Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit, in de persoon van de e.a. inspecteur van het BTW-Ontvangkantoor te Brugge, met kantoren te 8000 BRUGGE, G. Vincke Dujardinstraat 4,

**verweerder,**

voor wie optreedt Meester **L. D. S.**, advocaat met kantoor te …, …,

## I. RECHTSPLEGING

Gelet op het inleidende verzoekschrift houdende verzet dwangbevel de dato 19.12.2003.

De rechtbank nam kennis van het dossier van de rechtspleging en van de door partijen overgelegde bundels.

Partijen werden gehoord in hun middelen bij monde van hun raadsman in de openbare terechtzitting van 22 mei 2006.

Artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden in acht genomen.

## ll. BIJZONDERSTE GEGEVENS VAN DE ZAAK

**2.1.** Eiseres is ingeschreven als BTW-belastingplichtige onder het BTW­registratienummer …, voor haar beroepsactiviteit van garage-onderneming. Zij is derhalve onderworpen aan de bepalingen van de BTW-wetgeving en de ter uitvoering ervan genomen besluiten.

Op 21 januari 2003 werd een toezicht uitgevoerd over de toepassing van de wetgeving en de reglementering inzake de belasting over de toegevoegde waarde en dit m.b.t. de periode van 1 januari 2000 tot 31 december 2001.

Door de controlerende ambtenaar werd op 20 juni 2003 een proces-verbaal opgesteld waarin de door eiseres begane overtredingen werden geacteerd.

Op 17 november 2003 werd door de met invordering belaste ontvanger, overeenkomstig artikel 85, § 1 W.BTW, een dwangbevel uitgevaardigd.

Voormeld dwangbevel werd op 18 november 2003 geviseerd en uitvoerbaar verklaard door **V. T.**, e.a. inspecteur a.i. van het BTW-controlekantoor te Brugge 2, daartoe aangewezen door de gewestelijke directeur bij de administratie van de BTW, Registratie en Domeinen te Brugge en op 26 november 2002 bij gerechtsdeurwaardersexploot aan eiseres betekend.

**2.2.** Eiseres vraagt dat het verzet ontvankelijk en gegrond wordt verklaard en dat dienvolgens het bestreden dwangbevel, geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 18.11.2003, als ongegrond wordt afgewezen. Verder vordert eiseres de vrijgave van de bij de consignatiekas geconsigneerde gelden, verhoogd met de kosten bevel, kosten inningsrecht en kosten kantonnement. Verder vraagt eiseres nog dat het vonnis uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard, niettegenstaande alle verhaal en zonder borgstelling. Tenslotte vordert zij dat verweerder wordt veroordeeld tot de kosten van het geding, in haar hoofde begroot op de uitgavenvergoeding verzoekschrift ten bedrage van 59,47 EUR en de geïndexeerde rechtsplegingsvergoeding.

**2.3.** Verweerder vraagt dat het verzet ontvankelijk en ongegrond wordt verklaard en dat eiseres wordt veroordeeld tot de kosten van het geding, in zijn hoofde begroot op de geïndexeerde rechtsplegingsvergoeding.

## III. BEOORDELING

### 3.1. nopens de ontvankelijkheid

Verweerder voert geen redenen aan die tot de onontvankelijkheid van de vordering kunnen leiden. Nu de rechtbank evenmin middelen van onontvankelijkheid, die hij ambtshalve zou moeten opwerpen, ontwaart, is de vordering ontvankelijk.

### 3.2. nopens de grond

Tussen partijen bestaat er geen discussie omtrent het feit dat de bewijslast van het recht op aftrek van de BTW geheven op de aankopen van wisselstukken, motors, frames, helmen, overalls enz ... m.b.t. de kartingsport bij eiseres ligt.

Verder zijn partijen het eens dat voor aftrek in geen geval in aanmerking komt de belasting geheven van de goederen en diensten die een belastingplichtige bestemt voor privé-doeleinden of voor andere doeleinden dan die van zijn economische activiteit van garage-onderneming (artikelen 45, § 1 W.BTW en 1, § 2 KB nr. 3 van 10 december 1969).

Tijdens het plaats bezoek van 21 januari 2003 werd door de bestuurder van eiseres, de heer **R. C.**, aan de ambtenaar medegedeeld dat de aankopen van wisselstukken, motoren, frames enz. van de karting voertuigen werden gebruikt voor de uitrusting en het onderhoud en herstel van karting wagens waarmee zijn beide zoons **J.** en **P.** deelnamen aan karting wedstrijden onder de benaming **J. R. T.**. Verder werd tijdens het plaats bezoek bij de NV garage **C. R.** vastgesteld dat er bij het betreden van de toonzaal twee karts stonden opgesteld aan weerszijden van de ingang. Tevens heeft de controlerende ambtenaar toen kunnen vaststellen dat er door middel van stickers op de karts publiciteit werd gemaakt voor **B. P.** en **A. C.** en dat er geen publiciteit was aangebracht voor de **M.**-garage (eiseres).

De door eiseres voorgelegde persartikels die dateren van 1993 en enkel een bloemlezing bevatten van de prestaties van de piloten **J.** en **P. C.**, een aantal onduidelijke foto's en de bijgevoegde verklaringen die allemaal werden opgesteld na de redactie van het proces-verbaal van 20 juni 2003 kunnen het bewijs niet leveren dat de facturen die betrekking hebben op kosten in verband met de uitoefening van de kartingsport in een rechtstreeks en onmiddellijk verband staan met de belaste garage­ activiteit van eiseres.

Verder kunnen de kosten in verband met de uitoefening van de kartingsport niet als publiciteitskosten worden gekwalificeerd aangezien niet werd aangetoond dat er een rechtstreeks verband bestaat tussen die kosten en de stimulering van de verkoop van Mazda auto's of het verrichten van onderhouds- en herstellingswerken aan voormelde auto's.

De BTW geheven van de kosten met betrekking tot het uitoefenen van de karting­ hobby van de zoons van **R. C.** is dan ook niet aftrekbaar.

### 3.3. nopens de kosten

Eiseres wordt in het ongelijk gesteld. Overeenkomstig artikel 1017, 1 ste lid van het gerechtelijk wetboek moet zij de gerechtskosten dragen.

### Beschikkend gedeelte

**OM DEZE REDENEN,**

**DE RECHTBANK,**

Wijzende in eerste aanleg en op **tegenspraak**.

Alle verdere middelen van partijen verwerpende als niet dienend.

Verklaart het verzet dwangbevel ontvankelijk doch wijst het af als ongegrond.

Veroordeelt eiseres tot de gedingkosten, aan haar zijde niet te begroten aangezien ze haar ten laste blijven en aan de zijde van verweerder begroot op 356,97 EUR, uit hoofde van de geïndexeerde rechtsplegingsvergoeding.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting in het gerechtshof te Brugge op **maandag negentien juni tweeduizend en zes**.

Aanwezig zijn :

**H. N.**, alleenrechtsprekend rechter;

**L. N.**, griffier.

**N. L.** **N. H.**
