---
title: "15 oktober 2010 · Recht op aftrek van belasting, vervolging · Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen"
description: "Recht op aftrek van belasting, vervolging, geding, rechten en voorrechten schatkist. Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen (België), 15 oktober 2010."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-belasting-vervolging-geding-rechtbank-antwerpen-2010-10-15-b7a5"
lang: "nl"
---

# Recht op aftrek van belasting, vervolging, geding · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Antwerpen

**Datum**

15 oktober 2010

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

47 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Antwerpen d.d. 15.10.2010

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het vonnis**

### Tekst van de beslissing

**V O N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op vijftien oktober tweeduizend en tien in openbare zitting van de 1F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :**

**P. W.**, alleenzetelend rechter,

**N. V.**, griffier.

**In zake : AR nr. 06/3699/A**

**BVBA A. Y. B.**, ingeschreven in de kruispuntbank der ondernemingen onder nummer …, met zetel gevestigd te …, ….

**eisende partij,**

verschijnende bij meester **S. G.** loco meester **F. V.**, advocaat, kantoorhoudende te …, ….

**tegen :**

**de BELGISCHE STAAT**, Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te Brussel, op vervolging en benaarstiging van de Gewestelijk Directeur van de Administratie van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen te Antwerpen in de persoon van de eerstaanwezend inspecteur van het tweede BTW-ontvangkaritoor te Antwerpen, met burelen gevestigd te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4 bus 4.

**verwerende partij,**

verschijnende bij meester **D. V.** loco meester **R. L.**, advocaat, kantoorhoudende te …, ….

Gezien de stukken in net dossier der rechtspleging, onder meer :

\- het verzoekschrift neergelegd ter griffie op 7 juni 2006,

\- de beschikking verleend overeenkomstig artikel 747, § 2 van het Gerechtelijk Wetboek op 6 maart 2009,

\- de conclusies en stukken van partijen.

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.

Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 van 03 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.

Gehoord de partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 17 september 2010.

---

De vordering strekt ertoe het dwangbevel Reg. 127/4735, uitgevaardigd op 24 november 2005 en uitvoerbaar verklaard op 28 november 2005, te vernietigen / van nul en generlei waarde te verklaren, dienvolgens eiseres te ontslaan van de ten onrechte ingekohierde belasting en in voorkomend geval de teruggave te bevelen van de eventueel door eiseres reeds betaalde bedragen en/of de door verweerder ten onrechte ingehouden bedragen, vermeerderd met de intresten van artikel 91 W.BTW en de kosten van het geding.

## Beoordeling

## Betreffende het recht op aftrek

Krachtens artikel 45, § 1, W.BTW, waarin het beginsel van het recht op aftrek is vastgelegd, mag de belastingplichtige, op de belasting die hij verschuldigd is, in aftrek brengen de belasting geheven van de aan hem geleverde goederen en verleende diensten, van de door hem ingevoerde goederen en de door hem verrichte intracommunautaire verwervingen van goederen, in de mate dat hij die goederen en diensten bestemt voor zijn economische activiteiten die onderworpen zijn aan de BTW.

De belastingplichtige, die het recht op aftrek inroept, dient het bewijs te leveren dat hij zich in de vereiste voorwaarden bevindt om het recht op aftrek te kunnen uitoefenen.

De belastingplichtige dient dan ook het bewijs te leveren dat hij de goederen en diensten bestemt voor zijn economische activiteiten die onderworpen zijn aan de BTW.

In het proces-verbaal en in het bestreden dwangbevel heeft de administratie de in aftrek gebrachte BTW met betrekking tot de aankoop en de inrichting van een boot verworpen omdat eiseres de boot niet zou bestemmen voor zijn economische activiteiten die onderworpen zijn aan de BTW.

De thans voorgelegde stukken tonen aan dat eiseres meerdere casco schepen heeft aangekocht en ingericht en dit ontegensprekelijk met de bedoeling deze schepen te bestemmen voor haar economische activiteiten die onderworpen zijn aan de BTW.

Voor de rechtbank voert de administratie echter aan dat voornoemde aftrek toch terecht werd verworpen gezien de leveringen van de casco schepen en de materialen, alsook de diensten dienaangaande, in Nederland plaatsvonden zodat hierop geen Belgische BTW verschuldigd is en er dan ook geen recht op aftrek ontstaat overeenkomstig [artikel 2, 1° KB nr. 3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-december-betrekking-aftrekregeling-toepassing-belasting-8aeb#ar3-art2) van 10 december 1969 met betrekking tot de aftrekregeling voor de toepassing van de BTW.

Dit motief werd niet vermeld in het proces-verbaal of in het dwangbevel, verschilt van de motivering uiteengezet in het proces-verbaal of in het dwangbevel en ondersteunt de motivering van het proces-verbaal of het dwangbevel niet, zodat de administratie dit nieuw motief niet rechtsgeldig voor de eerste maal voor de rechtbank kan inroepen ter verantwoording van de BTW-schuld (Cass. 1 december 2005, **F.J.F.** 2007/62).

Niettegenstaande eiseres de controleagent op het ogenblik van het nazicht verkeerd zou geïnformeerd hebben omtrent het aantal casco schepen, doet dit geen afbreuk aan het feit dat de administratie voornoemd nieuw motief niet rechtsgeldig voor de eerste maal voor de rechtbank kan inroepen.

## Betreffende de intracommunautaire verwervingen

Het staat ontegensprekelijk vast dat eiseres ten onrechte intracommunautaire verwervingen heeft aangegeven gezien de leveringen en diensten in Nederland plaatsvonden.

Bijgevolg is eiseres geen BTW meer verschuldigd betreffende deze ten onrechte aangegeven intracommunautaire verwervingen.

## Betreffende de rechtsplegingsvergoeding

Wat de rechtsplegingsvergoeding betreft, zijn beide partijen in hun conclusies akkoord met een bedrag van 1.200,00 EUR, waarvan de rechtbank akte kan verlenen.

### Beschikkend gedeelte

**OM DEZE REDENEN,**

## DE RECHTBANKn

rechtdoende op **tegenspraak**,

alle andere en strijdige ?conclusies verwerpend,

Verklaart de vordering toelaatbaar en als volgt gegrond.

Verklaart het bestreden dwangbevel van nul en generlei waarde en ontslaat eiseres van alle in dit dwangbevel van haar gevorderde sommen.

Veroordeelt verweerder tot terugbetaling van alle dientengevolge geïnde bedragen, vermeerderd met de moratoriumintresten overeenkomstig artikel 91 W.BTW.

Veroordeelt verweerder tot de kosten van het geding tot op heden door eiseres begroot op 1.200,00 EUR rechtsplegingsvergoeding en door de rechtbank vereffend op 1.200,00 EUR rechtsplegingsvergoeding.

Wijst het meer en/of anders gevorderde af.

**N. V.** **P. W.**

## Aangehaalde teksten

1

[KB nr. 3 art. 2](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-december-betrekking-aftrekregeling-toepassing-belasting-8aeb) 1 voorkomen
