---
title: "29 juni 2007 · Recht op aftrek van belasting · Rechtbank van eerste aanleg te Leuven"
description: "Recht op aftrek van belasting. Rechtbank van eerste aanleg te Leuven (België), 29 juni 2007."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-belasting-rechtbank-leuven-2007-06-29-6987"
lang: "nl"
---

# Recht op aftrek van belasting · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Leuven

**Datum**

29 juni 2007

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

109 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Leuven d.d. 29.06.2007

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het vonnis**

### Tekst van de beslissing

## RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG LEUVEN, AFDELING BURGERLIJKE RECHTBANK, twaalfde kamer

Rol nr. : **05/1487/A**

## Zitting : 29 juni 2007

**Eindvonnis**

**NV S.**, met maatschappelijke zetel te …, … geïdentificeerd als BTW-plichtige onder het nummer BE …, met KBO nr. …;

**eiseres,**

ter zitting vertegenwoordigd door meester **M.** loco meester **D. B. L.**, advocaat te …, …;

**tegen :**

**De BELGISCHE STAAT**, Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit, sector van de BTW in de persoon van de met invordering belaste ambtenaar van het BTW-ontvangkantoor te Tienen, waarvan de kantoren gevestigd zijn te 3300 Tienen, Goossensvest 3;

**De BELGISCHE STAAT**, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12;

**verweerster,**

ter zitting vertegenwoordigd door meester **M. C.** loco meester **E. d. N.**, advocaat te …, …;

De rechtbank doet uitspraak in deze zaken die op de zitting van 2 februari 2007 in beraad werd genomen.

De procedure verliep met inachtneming van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken.

De rechtbank heeft onder meer kennis genomen van :

\- het inleidend verzoekschrift, neergelegd op 24 juni 2005

\- de neergelegde conclusies van partijen

\- de neergelegde bewijsstukken van partijen

\- de overige stukken van het rechtsplegingsdossier.

De advocaten van beide partijen werden gehoord op de openbare zitting van 2 februari 2007.

## I. FEITEN EN VOORWERP VAN DE V0RDERING

**1.** De NV **S.** is als belastingplichtige geregistreerd voor haar activiteit van het sorteren van fruit en groenten.

Er werd een BTW-controle gedaan op 3 mei 2004 omtrent de naleving van de BTW-reglementering met betrekking tot de jaren 2001 en 2002.

Blijkbaar werd er een minnelijke regeling bereikt omtrent een aantal vastgestelde overtredingen, waarbij een correctie-opgave werd ondertekend op 5 oktober 2004 door de gevolmachtigde van eiseres (stuk 8 van eiseres).

Een proces-verbaal werd opgesteld door de BTW-administratie op 19 oktober 2004 omtrent de twistpunten waarover geen akkoord kon worden bereikt (stuk 1 eiseres).

Hierin werd omtrent de aankoop van een voertuig Mitsubishi Pajero op 4 december 2002 het volgende vermeld :

*"Het voertuig waarvan sprake werd op mijn verzoek voorgereden. Ik heb kunnen vaststellen dat er twee rijen zetels in geïnstalleerd waren en dat de lengte van de laadruimte, die één geheel vormt met de ruimte voor de zetels, ongeveer 30 cm bedraagt.*

*Bij de Dienst voor Inschrijving van Voertuigen is het voertuig ingeschreven "voor diverse doeleinden", het aankoopfactuur spreekt van een "auto voor dubbel gebruik".*

*Het gaat derhalve om een voertuig dat zowel voor personenvervoer als voor goederenvervoer kan dienen.*

*(...)*

*De activiteit van de vennootschap bestaat uit het sorteren van fruit en bestaat derhalve niet uit een specifieke activiteit die bestaat uit de verkoop of verhuur van voertuigen, noch uit bezoldigd personenvervoer. Het voertuig maakte ook niet het voorwerp uit van een vrijgestelde levering in de zin van artikel 39bis.*

*In tegenstelling met de bepalingen van* [*artikel 45, § 2 BTW-wetboek*](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) *werd de BTW op deze twee facturen integraal afgetrokken. (...)"*

Op grond van dit proces-verbaal werd een dwangbevel op 17 februari 2005 uitgevaardigd.

Krachtens dit dwangbevel is eiseres een BTW-bedrag verschuldigd van 2.987,37 euro, een proportionele boete van 290,00 euro, te vermeerderen met de intresten en de kosten.

Dit dwangbevel werd aangetekend in kennis gebracht aan de belastingplichtige op 22 februari 2005.

Op 25 februari 2005 tekende eiseres bezwaar aan tegen dit dwangbevel.

Op 30 maart 2005 schrijft verweerster naar aanleiding van een bijeenkomst omtrent de kwalificatie van het voertuig Mitsubishi Pajero het volgende aan eiseres :

> *"Met betrekking tot het voertuig Mitsubishi Pajero (...) stelde hij vast dat :*
>
> *-* *volgens het inschrijvingsbewijs het voertuig bij de dienst van het wegverkeer is ingeschreven als een voertuig voor meerdere doeleinden;*
>
> *-* *er een tussenschot was geplaatst achter de tweede rij zetels, doch dat de bevestiging niet voldeed aan de vereisten gezien deze bevestiging gebeurde met winkelhaakjes die per winkelhaak met vier gewone vijzen waren vastgezet. Dit tussenschot kan bij middel van een gewone schroevendraaier gemakkelijk worden verwijderd.*
>
> *-* *de lengte van de laadruimte volgens ter plaatse uitgevoerde meting 82 cm bedroeg en als dusdanig korter is dan de helft van de wielbasis.*
>
> *Het feit dat het voertuig, in Luxemburg, voorheen werd aangemerkt als een lichte vracht heeft alles te maken met de afwijkende regels die daar van toepassing zijn en·die voordeliger zijn dan de normen in België. Door deze kwalificatie was het voor de NV* ***S.*** *mogelijk dit voertuig in te schrijven met vrijstelling van de belasting op de inverkeerstelling. Nochtans heeft dit gegeven geen invloed op de kwalificatie van het voertuig inzake BTW.*
>
> *Het is duidelijk uit de vaststellingen die ter plaatse werden gedaan en hierboven werden weergegeven dat het voertuig voor wat betreft de aftrek van de BTW onder de beperkingen valt van artikel 45, § 2.*
>
> De vordering van de heer **C.** is derhalve correct".

Eiseres vordert in haar verzoekschrift het dwangbevel nietig en ongegrond te verklaren en te horen zeggen voor recht dat het bedrag van 2.987,37 euro ten titel van rechten niet verschuldigd is, dat het bedrag van 290,00 euro ten titel van boete niet verschuldigd is en dat de intresten daaraan moeten worden aangepast.

In ondergeschikte orde vraagt zij de opgelegde geldboete kwijt te schelden minstens te verminderen en de Belgische Staat te veroordelen tot de kosten, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding.

## II. BEOORDELING

**1.** Het verzoekschrift van eiseres werd naar vorm en tijd regelmatig neergelegd zodat het ontvankelijk is.

**2.** Als algemene regel stelt [artikel 45, § 1 BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) dat elke belastingplichtige op de belasting die hij verschuldigd is, de belasting in aftrek mag brengen die geheven is op de aan hem geleverde goederen en verleende diensten, van de door hem ingevoerde goederen en de door hem verrichte intracommunautaire verwervingen van goederen, in de mate dat hij die goederen en diensten gebruikt voor het verrichten van belastbare handelingen.

[Artikel 45, § 2, lid 1 van het BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) stelt dat *"Ten aanzien van de levering, de invoer en de intracommunautaire verwerving van autovoertuigen bestemd voor het vervoer van personen en/of goederen over de weg, en ten aanzien van goederen en diensten met betrekking tot die voertuigen, mag de aftrek in geen geval hoger zijn dan 50 % van de betaalde belasting"*.

**3.** Dit [artikel 45, § 2, lid 1 BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) is een uitzondering op de algemene regel van [artikel 45, § 1 BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) : Verweerster moet dan ook het bewijs leveren dat deze uitzondering van toepassing is.

Eiseres van haar kant dient het bewijs te leveren dat zij recht heeft op aftrek van de betrokken BTW van de aankoopfactuur van het voertuig Mitsubishi Pajero in de zin van [artikel 45, § 1 BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45).

[Artikel 45, § 1 BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) bevat het principe dat elke belastingplichtige de belasting die geheven werd op aan hem geleverde goederen en verleende diensten in aftrek mag brengen op de belasting die hij verschuldigd is.

Eiseres stelt dat het voertuig gebruikt wordt voor belaste handelingen en dat deze een bedrijfsmatig karakter hebben.

In toepassing van [artikel 17, lid 2 van de zesde BTW-richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-17), is de aftrek van BTW enkel mogelijk voor de BTW op goederen en diensten die door een belastingplichtige zijn ontvangen én voor zover deze belastingplichtige de door hem ontvangen goederen of diensten gebruikt voor het verrichten van belastbare handelingen.

De aftrek is van BTW is dus enkel mogelijk wanneer de belastingplichtige de goederen en diensten gebruikt voor het verrichten van handelingen die werkelijk belast worden. Het recht op aftrek van de BTW op de ontvangen goederen of diensten wordt gedetermineerd door hun bestemming, m.n. door de BTW onderworpenheid van de handelingen die de belastingplichtige met de door hem ontvangen goederen of diensten wil stellen... (L. VANDENBERGHE, Aftrek en teruggaaf van BTW, Antwerpen-Groningen Intersentia, 1998, nr. 15)

Het rechtop aftrek van de BTW moet worden toegestaan voor die goederen en diensten die op een voldoende en redelijke wijze dienstbaar zijn aan de belaste activiteit van de belastingplichtige (L. VANDENBERGHE, 1.c., nr. 36).

De aftrek van de BTW wordt daarbij enkel toegestaan voor de BTW op goederen en diensten die door de belastingplichtige worden gebruikt voor het verrichten van handelingen in de uitoefening van zijn activiteit. De uitoefening van een belaste activiteit houdt in dat de belastingplichtige zijn handelingen verricht onder bezwarende titel.

In de voorliggende zaak is het vereiste verband van bestemming aannemelijk. Het is aannemelijk dat het gebruik van het voertuig Mitsubishi Pajero voor de levering van groenten en fruit naar de veiling zodat dit bijdraagt tot de optimalisering van de activiteiten van eiseres.

In toepassing van artikel 17, lid 1·van de zesde BTW-richtlijn en [artikel 10 van de zesde BTW-richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-10), is de BTW aftrekbaar zodra de goederen geleverd of de diensten verricht worden.

De BTW geheven op de uitgaven van eiseres voor de aankoop van het voertuig Mitsubishi Pajero kan dus in principe afgetrokken worden door eiseres in toepassing van [artikel 45, § 1 BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45).

Van bepaalde uitgaven, wordt de aftrek van BTW echter altijd beperkt of uitgesloten, ook al streeft de belastingplichtige er een bedrijfsdoel mee na.

De bestaande aftrekbeperkingen of aftrekuitsluitingen in het BTW-wetboek blijven voorlopig nog behouden, en dit in afwachting van een verdere Europese harmonisatie hieromtrent (zie [artikel 17, lid 6 van de zesde BTW-richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-17)). Hierbij kan worden verwezen naar het feit dat alle uitzonderingen op de neutraliteit van het BTW-stelsel strikt moet worden geïnterpreteerd.

[Artikel 17, lid 6 van de zesde BTW-richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-17) bevat immers een tweede alinea waarin wordt bepaald : "tot dat de hierboven bedoelde voorschriften in werking treden kunnen de lidstaten elke uitsluiting handhaven waarin hun wetgeving ten tijde van de inwerkingtreding van deze richtlijn voorzag". Vermits het in de eerste alinea, van artikel 17, lid 6 bedoelde besluit van de Raad tot nu toe is uitgebleven, is de in de tweede alinea van dezelfde bepaling beoogde machtiging (de zogenaamde standstill-bepaling) die de lidstaten toelaat om alle uitsluitingen van het recht op aftrek te handhaven waarin hun wetgeving ten tijde van de inwerkingtreding van de Zesde BTW-richtlijn voorzag (nl. op 1 januari 1978) nog steeds van kracht.

Aangezien de in [artikel 45, § 2 BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) bedoelde aftrekbeperking reeds in 1972 in de Belgische BTW-wetgeving werd opgenomen, dus voor de inwerkingtreding van de Zesde BTW-richtlijn, is ze in overeenstemming met dezelfde richtlijn.

[Artikel 45, § 2, lid 1 BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) beperkt de aftrek van BTW tot 50 %.

**4.** Verweerster betwist in de voorliggende zaak het bedrijfsmatig karakter van de aankoop van het voertuig Mitsubishi Pajero niet, maar zegt dat eiseres niet aantoont dat het voertuig een lichte vrachtwagen betreft en dus niet aantoont dat de aftrekbeperking dus niet van toepassing is.

**5.** Vermits [artikel 45, § 2, lid 1 BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) een uitzondering is op de algemene regel van [artikel 45, § 1 BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45), moet verweerster het bewijs leveren dat deze uitzondering van toepassing is. Het is slechts als deze uitzondering van toepassing is dat eiseres het bewijs dient te leveren dat de uitsluiting op de aftrekbeperking zoals voorzien in [artikel 45, § 2, lid 2 BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) van toepassing is.

Verweerster is van oordeel dat het voertuig Mitsubishi Pajero een voertuig is dat zowel voor personenvervoer als voor goederenvervoer kan dienen, zodat de aftrek van de BTW niet hoger mag zijn dan 50 %.

**6.** De rechtbank dient in elk concreet geval, aan de hand van de door verweerster aangevoerde feitelijke gegevens, in zoverre deze wettelijk bewezen zijn, na te gaan of het betrokken voertuig al dan niet een voertuig is dat zowel voor personenvervoer als voor goederenvervoer kan dienen.

Verweerster verwijst naar de aanschrijving nr. 10 van 11 september 1987. Deze aanschrijvingen zijn uitgewerkt door de uitvoerende macht, niet door de wetgevende macht. Zij hebben tot doel de wetgeving te verduidelijken, maar binden de rechter niet. De rechtbank dient na te gaan of verweerster. op basis van het opgestelde proces-verbaal, terecht kon oordelen dat de Mitsubishi Pajero een voertuig is dat zowel voor personenvervoer als voor goederenvervoer kan dienen.

Het BTW-wetboek geeft geen definitie voor de begrippen "automobielen voor personenvervoer" en "voertuigen die zowel voor personenvervoer als voor goederenvervoer kunnen dienen".

[Art. 4](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-4) van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen verwijst, voor de verkeersbelasting, naar de reglementering nopens de inschrijving van motorvoertuigen. Art. 1, 6°, a) van het koninklijk besluit van 20 juli 2001 betreffende de inschrijving van voertuigen verwijst naar artikel 1, § 2, van het koninklijk besluit van 15 maart 1968 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen. Dit artikel geeft de volgende definities :

\- personenauto : elke auto waarvan de binnenruimte uitsluitend is opgevat en gebouwd voor het vervoer van personen en die, bij gebruik voor het bezoldigde vervoer van personen, ten hoogste acht plaatsen mag bevatten, zonder die van de bestuurder;

\- auto voor dubbel gebruik : elke auto opgevat en gebouwd voor het vervoer van personen en zaken die, bij het gebruik voor het bezoldigde vervoer van personen, ten hoogste acht plaatsen mag bevatten, zonder die van de bestuurder;

\- lichte vrachtauto : elke auto opgevat en gebouwd voor het vervoer van zaken waarvan de hoogste toegelaten massa 3 500 kg niet overschrijdt.

De aanschrijving nr. 10 van 11 september 1987 sluit aan bij deze definitie van lichte vrachtauto en definieert de lichte vrachtwagen als *"elke auto met een hoogste toegelaten gewicht van niet meer dan 3 500 kg, gebouwd of definitief omgevormd voor het vervoer van goederen en essentieel voor dit doel bestemd"*,

De aanschrijving is wel ruimer dan artikel 1, § 2 van het koninklijk besluit van 15 maart 1968. De aanschrijving aanvaard ook als lichte vrachtauto een auto die definitief omgevormd is voor het vervoer van goederen en essentieel voor dit doel bestemd is. terwijl artikel 1, § 2 van het koninklijk besluit van 15 maart 1968 enkel spreekt van "opgevat en gebouwd", zodat voertuigen die omgebouwd zijn uitgesloten zijn.

**7.** In het proces-verbaal staat te lezen dat er twee rijen zetels in het voertuig geïnstalleerd waren en dat de lengte van de laadruimte, die één geheel vormt met de ruimte voor de zetels, ongeveer 30 cm bedraagt.

Deze tweede rij zetels of deze zitbank dient uiteraard voor het vervoer van passagiers. Dit wijst erop dat het voertuig bestemd is om gebruikt te worden zowel voor het vervoer van passagiers als het vervoer van zaken.

Daarenboven is het voertuig afgeleid van een personenauto of een auto voor dubbel gebruik. De passagiersruimte is dezelfde als deze van een personenauto of een auto voor dubbel gebruik zodat moeilijk kan staande gehouden worden dat het voertuig niet zou opgevat zijn voor het vervoer van passagiers. Dit blijkt trouwens uit de foto's die in het dossier zijn bijgebracht door eiseres (stuk 4) én door verweerster (stukken 6, 9 en 10)

Het voertuig van eiseres is een voertuig dat gebouwd en opgevat is zowel voor personenvervoer als voor goederenvervoer. De administratie heeft de aftrek van de BTW terecht beperkt tot 50 %.

**8.** De betwisting tussen de partijen omtrent het feit of :

\- het voertuig op een bepaald ogenblik door het Ministerie van Verkeerswezen werd goedgekeurd als lichte vrachtwagen

\- en op het ogenblik van de eerdere ingebruikname ingeschreven werd als lichte vrachtwagen

\- er een vaste of wegneembare scheidingswand is tussen de laadruimte en de bestuurdersruimte zodat het voertuig alsdan niet eenvoudig kan worden omgevormd voor personenvervoer zoals dit wordt beschreven in de aanschrijving nr. 10 van 11 september 1987

\- het verzekeringsbewijs van het voertuig onder code C vermeld : C MITSUBISHI PAJERO 3,5 T”

\- de vermeldingen op de technische fiche van het voertuig

is in se niet relevant en doet geen afbreuk aan het feit dat het voertuig van eiseres een voertuig is dat gebouwd en opgevat is zowel voor personenvervoer als voor goederenvervoer. De rechtbank is niet gebonden door deze gegevens.

**9.** Wat de feitelijke vaststellingen betreffen van het proces-verbaal van 19 oktober 2004, zoals ze hoger werden aangehaald, bevatten deze de bewijswaarde tot het bewijs van het tegendeel in toepassing van [artikel 59, § 1 BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-59).

Eiseres slaagt er niet in het tegendeel te bewijzen; eiseres verwijst naar de brief van verweerster van 30 maart 2005 omtrent de controle van het voertuig op 22 maart 2005 tijdens de bijeenkomst van de partijen n.a.v. het bezwaar van eiseres. De vermeldingen in deze brief bevatten vooreerst niet de bijzondere bewijswaarde als de vaststellingen die werden vermeld in het proces-verbaal van 19 oktober 2004, daarenboven gebeurde deze voorgehouden controle op een ander ogenblik zodat de toestand van het voertuig m.b.t. de laadruimte en de scheidingswand tussen de laadruimte en het passagiersgedeelte kon gewijzigd zijn in tussentijd.

**10.** De argumentatie van eiseres omtrent de nietigheid van het dwangbevel om de voorgehouden reden dat verweerster slechts nà het uitvaardigen van het dwangbevel (op 17 februari 2005) tot controle van het voertuig overging, kan niet gevolgd worden vermits eiseres er ten onrechte van uitgaat dat er geen controle gebeurde van het voertuig op 3 mei 2004.

**11.** De rechtbank stelt tot slot vast dat de geen van de partijen betwisten dat de toestand van het voertuig tijdens de controle hetzelfde was als de toestand ervan tijdens de periode die werd gecontroleerd, met name de periode 2001-2002.

**12.** Ten gronde is de rechtbank met volle rechtsmacht bevoegd de wettelijkheid en de evenredigheid van de toegepaste boete te beoordelen, waarbij zij niet mag oordelen op grond van loutere billijkheid.

De boete werd door verweerster verminderd tot 10 % van de verschuldigde belasting overeenkomstig de tabellen van de bijlage bij het KB nr. 41 van 30 januari 1987.

Rekening houdend met de concrete omstandigheden van de zaak is de rechtbank van oordeel dat de opgelegde proportionele geldboete evenredig met het bewezen verzuim werd opgelegd.

### Beschikkend gedeelte

## IV. UITSPRAAK

De rechtbank doet uitspraak na tegenspraak en in eerste aanleg,

De vordering is ontvankelijk maar ongegrond.

De rechtbank veroordeelt eiseres tot de kosten en stelt deze als volgt vast :

\- voor eiseres : 364,41 euro (rechtsplegingsvergoeding)

\- voor verweerster : 364,41 euro (rechtsplegingsvergoeding).

Aldus gedaan en uitgesproken in de openbare terechtzitting van de **twaalfde kamer** der rechtbank van eerste aanleg, zitting houdende te Leuven op vrijdag **29 juni 2007**, waar :

mevrouw **K. G.**, rechter;

mevrouw **J. C.**, griffier.

**J. C.** **K. G.**

## Aangehaalde teksten

5

[WBTW art. 45](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) 13 voorkomens

[Zesde richtlijn 77/388 art. 17](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-17) 3 voorkomens

[WBTW art. 4](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-4) 1 voorkomen

[WBTW art. 59](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-59) 1 voorkomen

[Zesde richtlijn 77/388 art. 10](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-10) 1 voorkomen

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Recht op teruggaaf, niet in België gevestigde belastingplichtigen, verjaring](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-teruggaaf-in-belgie-gevestigde-hof-van-beroep-brussel-2019-12-03-1e6c) 4 gemeenschappelijke bepalingen

[Passieve of actieve holding, Externe dienstverlening (managementadvies)](https://juriel.be/nl/rechtspraak/passieve-actieve-holding-externe-dienstverlening-rechtbank-nijvel-2022-07-01-69ab) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-rechtstreeks-onmiddellijk-verband-rechtbank-luxemburg-2022-10-12-cbcc) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Transport, Schulden, Weigering BTW-aftrek, vervoer, weigering van de Btw-aftrek](https://juriel.be/nl/rechtspraak/transport-schulden-weigering-btw-aftrek-rechtbank-2026-03-02-0053) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Belastingplicht, Economische activiteit, Investeringen, Oorspronkelijke kunstwerken, belastbaarheid, kunstvoorwerp](https://juriel.be/nl/rechtspraak/belastingplicht-economische-activiteit-investeringen-cassatie-brussel-2024-02-22-11ab) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Belastingplichtige, Kwalificatie actieve en passieve holding, Recht op aftrek](https://juriel.be/nl/rechtspraak/belastingplichtige-kwalificatie-actieve-passieve-holding-rechtbank-2024-02-05-1892) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Gemene bepaling, bewijs, controlemaatregel, recht op aftrek van belasting](https://juriel.be/nl/rechtspraak/gemene-bepaling-bewijs-controlemaatregel-recht-rechtbank-kortrijk-1998-01-05-0c63) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Automobielen voor personenvervoer](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-automobielen-personenvervoer-beperking-cassatie-brussel-2016-02-04-0fbf) 3 gemeenschappelijke bepalingen
