Recht op aftrek van belasting · Belgische rechtspraak

Naar de tekst
Juriel

Rechtbank van eerste aanleg Leuven 9 september 2005

Zoeken

Recht op aftrek van belastingBelasting over de toegevoegde waarde

https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-belasting-rechtbank-leuven-2005-09-7448

Rechtscollege
Rechtbank van eerste aanleg
Zetel
Leuven
Datum
9 september 2005

Over het document

Verzameling
Belgische rechtspraak
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

64 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Leuven d.d. 09.09.2005

Samenvatting niet beschikbaar

Tekst van het vonnis

Tekst van de beslissing

RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG LEUVEN, AFDELING BURGERLIJKE RECHTBANK, twaalfde kamer

Zitting : 09 september 2005

eindvonnis

Rol nr. : 03/357/A

Inzake :

V. R. NV, met zetel te …, …, ingeschreven in het handelsregister te Leuven onder nummer …, met als BTW-nummer BE …

eiseres,

ter zitting vertegenwoordigd door meester V. H., advocaat te …, …

tegen :

De BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, Sector van de BTW-vertegenwoordigd door de heer Hoofdcontroleur van het AOIF controlecentrum Tienen, met burelen gevestigd te 3300 Tienen, Goossensvest 11

verweerder,

ter zitting vertegenwoordigd door meester de N. E., advocaat te …, ….

In deze zaak, in beraad genomen ter zitting van 10 juni 2005, spreekt de rechtbank volgend vonnis uit.

Gelet op de in regelmatige vorm voorgelegde stukken van de rechtspleging, inzonderheid :

- de gedinginleidende dagvaarding op 30 januari 2003 op verzoek van de NV V. R. betekend aan de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, in de persoon van de hoofdcontroleur van de administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit, controlecentrum Tienen;

- de conclusie en de aanvullende conclusie op respectievelijk 26 juni 2003 en 8 februari 2005 op de griffie neergelegd door de BELGISCHE STAAT;

- de conclusie op 12 januari 2005 op de griffie neergelegd door de NV V. R..

Gehoord de advocaten van partijen ter openbare terechtzitting van 10 juni 2005, waarna de bundels met stavingsstukken van partijen neergelegd werden en de zaak in beraad genomen werd.

1. Feiten en procesverloop

1.1. De NV V. R., hierna genoemd "eiseres", paté-producent, hield in 1999 opendeurdagen. Zij ontving een factuur van 31 december 1999 betreffende deelname kosten open huis (uitreiking HACCP-certificaat en voorstelling puntje paté) ten bedrage van 26.963,77 EUR, meer 5.662,38 EUR, BTW die zij als aftrekbare BTW in haar BTW-aangifte van december 1999 opnam.

Naar aanleiding van een BTW-controle verwierp de administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit de aftrek van deze BTW op grond van artikel 45, derde paragraaf, 4 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, omdat de kosten gemaakt voor de opendeurdagen moeten worden beschouwd als kosten van onthaal.

Een proces-verbaal werd op 17 september 2001 in die zin opgesteld, volgens hetwelk eiseres volgende bedragen is verschuldigd :

BTW 5.662,38 EUR

Boete 545,36 EUR

interesten

Op grond van dit proces-verbaal werd door de administratie een voor teruggaaf aan eiseres vatbaar bedrag van 7.202,50 EUR toegerekend op de beweerde BTW-schuld.

1.2. Eiseres dagvaardde op 30 januari 2003 in teruggaaf. Zij vordert de terugbetaling van het bedrag van 7.202,50 EUR, meer de interesten vanaf de datum van betekening van de dagvaarding, en de veroordeling van de BELGISCHE STAAT in de kosten.

De BELGISCHE STAAT, hierna genoemd "verweerder", vraagt de vordering ontvankelijk doch ongegrond te verklaren, en eiseres in de kosten te veroordelen.

2. In rechte

2.1. Het standpunt van eiseres.

Volgens eiseres blijkt uit de analyse van het concrete verloop van de opendeurdagen dat de gemaakte kosten als reclamekosten, waarvan de BTW wel aftrekbaar is, en niet als kosten van onthaal dienen te worden beschouwd.

Eiseres betoogt dat zij in 1999 de kosten maakte voor de voorstelling van een nieuw product in de patés, zijnde het "puntje", waarbij uit publicitaire overwegingen, bepaalde kosten, zoals tent, diavoorstellingen, proefmenu's met deze patés als garnering erbij, muziekentertainment, voordrachten door professionelen in de branche met zelfs een toespraak van minister G., werden gemaakt met de enige doelstelling het paté-product te promoten, te leren kennen en te leren waarderen; dat deze opendeurdagen tot doel hadden de uitstalling van alle gevoerde koopwaren uit het gamma dat zij produceert, met zelfs een rondleiding in de fabriek waarbij het ganse productieproces werd uitgevoerd, terwijl de genodigden dit in de tent konden volgen bij middel van een diavoorstelling van dit productieproces, en waarbij er voor alle paté-soorten proeverij was, middels een aangepast menuutje dat men kon nemen als selfservice; dat de klanten van eiseres en dealers van het R.-product hierbij aanwezig waren, alsmede meerdere toeleveranciers van grondstoffen om het paté-product te realiseren.

Eiseres onderstreept het publicitair karakter van de. Opendeurdagen : het betrof een promotiecampagne voor de promotie en de verkoop van het puntje en de patés in het algemeen met het oog op het verhogen van haar omzet.

Op basis van de rechtspraak van onder meer het Hof van Justitie, verdedigt eiseres een ruime definitie van het begrip reclamediensten: een dienst op het gebied van reclame ligt voor wanneer public-relations-manifestaties worden georganiseerd met de bedoeling het publiek in te lichten over het bestaan en de kwaliteiten van de aangeprezen dienst, met als doel ervan de verkoop te doen toenemen.

Op basis van het arrest van het Hof van cassatie van 8 april 2005 verdedigt eiseres een strikte interpretatie van het begrip onthaalkosten.

2.2. Het standpunt van verweerder

Verweerder betwist dat het driedaagse evenement niets anders was dan de voorstelling van een nieuw product in de patés met name het puntje.

Verweerder verwijst naar het proces-verbaal van 17 september 2001 waaruit blijkt dat de in het geding zijnde kosten werden gedaan voor een driedaagse viering in het kader van het behalen van een HACCP-attest en de wederopbouw van de verkoop na de dioxinecrisis en waarbij ook een nieuw verpakkingssysteem volgens het systeem "puntjespaté" werd voorgesteld. Volgens verweerder was hier dus geen voorstelling van een nieuw product; maar van een bestaand product dat op een andere wijze werd verpakt.

Verweerder refereert aan rechtspraak die oordeelt dat het ondenkbaar is dat de wetgever, wanneer hij de aftrek op de kosten van onthaal uitstoot, uit het oog verloor dat deze kosten uiteindelijk tot doel hebben de winst van het bedrijf gunstig te beïnvloeden (Gent, 16 oktober 1998). Het feit dat de kosten een publicitair karakter hebben, klantenwerving beogen en bijdragen tot de naambekendheid van het bedrijf, kan dan ook, aldus verweerder, geen reden zijn om de aftrek toe te staan.

2.3. Beoordeling

Men leest in het proces-verbaal van 17 september 2001 dat het volgens de verklaring van de interne boekhouder van eiseres ging om de ontvangst van klanten en leveranciers naar speciale genodigden waaronder minister G., ter gelegenheid van een driedaagse viering naar aanleiding van het behalen van het HACCP-attesten van de wederopbouw van de verkoop na de dioxinecrisis en ter gelegenheid van de voorstelling van het nieuwe verpakkingssysteem van de patés, met name volgens het systeem "puntjespaté".

In de arresten van 17 november 1993 waaraan eiseres refereert overwoog het Hof van Justitie dat een promotie-actie, zoals de verkoop van goederen aan een verlaagde prijs, de gratis uitdeling van producten, de dienstverlening aan verminderde prijs of gratis, of de organisatie van een cocktail of een banket, als een reclamedienst kan worden beschouwd wanneer deze actie de overdracht van een boodschap inhoudt, die bestemd is om het publiek te informeren over het bestaan en de kwaliteiten van dat product of van die dienst, met het oog op de verhoging van de verkoop ervan (Hof van Justitie, 17 november 1993, C-68/92, Commissie/Frankrijk, Jurispr., 1993, I-5881; Hof van Justitie, 17 november 1993, C-69/92, Commissie/Luxemburg, Jurispr., 1993, I-5907; Hof van Justitie, 17 november 1993, C-73/92, Commissie/Spanje. Jurispr., 1993, I-5997).

Uit deze arresten van het Hof van Justitie kan worden afgeleid dat er een duidelijk (redelijk) verband moet bestaan tussen de door de belastingplichtige gemaakte uitgaven en de publiciteit voor zijn producten of diensten (L. VANDENBERGHE, Aftrek en teruggaaf van BTW, Antwerpen-Groningen, Intersentia, 1998, nr. 208).

De hazars analysis control point is een door levensmiddelenbedrijven te behalen norm inzake veiligheid van eet- en drinkwaren. De viering van het behalen van het HACCP-attest kan worden beschouwd als een actie die de overdracht van een boodschap inhoudt, die bestemd is om het publiek te informeren over de kwaliteit namelijk de veiligheid van de producten van eiseres, met het oog op de verhoging van de verkoop ervan, anders gezegd als een reclamedienst.

In marketingtermen is de verpakking nagenoeg even belangrijk als de inhoud. Er moet bijgevolg worden aangenomen dat met de promotie van de nieuwe verpakking, het puntjespaté zelf werd gepromoot. Dit onderdeel van de opendeurdagen kwalificeert dan ook als een reclamedienst.

Uiteindelijk ontbreekt een redelijk verband tussen de gemaakte uitgaven en de publiciteit voor de producten van eiseres enkel wat betreft het derde onderdeel van haar opendeurdagen, namelijk de wederopbouw van de verkoop na de dioxinecrisis. Wat betreft dit onderdeel is er sprake van onthaalkosten.

In het arrest van 8 april 2005 waaraan eiseres refereert, oordeelde het Hof van Cassatie dat als kosten van onthaal in aanmerking komen de kosten gedaan voor onthaal en ontvangst, desgevallend gepaard gaande met vermaak of ontspanning, van aan het bedrijf vreemde bezoekers, inzonderheid klanten en leveranciers, met het oog op het bestendigen of verstevigen van zakelijke relaties; dat evenwel wanneer de betrokken activiteit hoofdzakelijk en rechtstreeks tot doel heeft de eindkoper in te lichten over het bestaan en de hoedanigheden van een product of dienst met de bedoeling de verkoop ervan te bevorderen, zij een reclame is waarvan de kosten niet van aftrek uitgesloten zijn (Cass., 8 april 2005, www.cass.be ).

De opendeurdagen van eiseres hadden hoofdzakelijk, namelijk op twee van de drie onderdelen ervan, en rechtstreeks tot doel het publiek in te lichten over de hoedanigheden van haar producten. De gemaakte kosten zijn dan ook geen onthaalkosten, maar publiciteitskosten met recht op aftrek.

De vordering is gegrond.

Beschikkend gedeelte

OP DEZE GRONDEN,

DE RECHTBANK,

gelet op de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken,

rechtsprekend op tegenspraak,

alle andersluidende en meer omvattende conclusies van de hand wijzende als niet terzake en/of overbodig,

verklaart de vordering ontvankelijk en in de hierna bepaalde mate gegrond,

veroordeelt·verweerder tot terugbetaling van het bedrag van 7.202,50 EUR, meer de interesten vanaf 30 januari 2003,

veroordeelt verweerder in de kosten, aan zijn zijde niet begroot omdat hij ze zelf moet dragen, en aan de zijde van eiseres begroot op het bedrag van 565,27 EUR (dagvaarding : 208,30 EUR; rechtsplegingsvergoeding : 356,97 EUR).

Aldus gedaan en uitgesproken in de openbare terechtzitting van de twaalfde kamer der rechtbank van eerste aanleg, zitting houdende te Leuven op vrijdag 09 september 2005, waar zetelden :

de heer P. V., alleenzetelend rechter;

mevrouw J. C., griffier.

J. C. P. V.

Aangehaalde teksten

3