---
title: "21 april 2004 · Recht op aftrek van belasting · Rechtbank van eerste aanleg te Gent"
description: "Recht op aftrek van belasting. Rechtbank van eerste aanleg te Gent (België), 21 april 2004."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-belasting-rechtbank-gent-2004-04-21-4b6a"
lang: "nl"
---

# Recht op aftrek van belasting · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Gent

**Datum**

21 april 2004

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

143 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Gent d.d. 21.04.2004

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het vonnis**

### Tekst van de beslissing

## ZESDE FISCALE KAMER – OPENBARE TERECHTZITTING VAN 21 APRIL 2004

**01/302/A**

In de zaak :

**BVBA D. W. T.**, met maatschappelijke zetel te …, …, ingeschreven in het HR te Gent onder nr. …,

**eiseres,**

hebbende als raadsman Mter **A. D.**, advocaat te …, …;

**tegen :**

**DE BELGISCHE STAAT**, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, wiens kabinet gevestigd is aan de Wetstraat 12 te 1000 BRUSSEL, op vervolging en benaarstiging van Ontvanger van het eerste BW-Ontvangkantoor te Gent, met kantoren te 9000 Gent, Martelaarslaan 23,

**verweerder,**

hebbende als raadsman Mter **W. D. V.**, advocaat te …, …,

vonnist de rechtbank als volgt :

## 1. PROCEDURE

**1.1.** Partijen werden gehoord in hun middelen en conclusies op de openbare terechtzitting van deze rechtbank en kamer van 24 maart 2004; De debatten werden gesloten en de zaak werd in beraad genomen;

**1.2.** Het dossier van de rechtspleging en de overtuigingsstukken werden ingezien, in het bijzonder het geding inleidend verzoekschrift, de onderscheiden conclusies van partijen evenals de onderscheiden dossiers van partijen;

## 2. DE VORDERING

De vordering, zoals laatst gelibelleerd in besluiten, luidt als volgt :

> "
>
> Het verzet van concluante ontvankelijk en gegrond te verklaren en dienvolgens :
>
> In hoofdorde,
>
> Na inwilliging van de argumenten uitgewerkt sub a of c zoals omschreven in de verzetsakte,
>
> Het dwangbevel uitvoerbaar verklaard op 27 november 2000 en aan concluante betekend op 12 december 2000 tot betaling van een bedrag aan BTW van 4.978,02" EUR (zijnde 200.813 BEF) in hoofdsom, vermeerderd met de intresten, en nog vermeerderd met de administratieve boete van 495,79 EUR (zijnde 20.000 BEF) te vernietigen;
>
> Eveneens, verweerder te veroordelen tot terugbetaling van de bedragen die onder voorbehoud van alle rechten zouden zijn ingevorderd bij concluante, vermeerderd met de wettelijke intresten vanaf datum van betaling;
>
> In subsidiaire orde
>
> Een prejudiciële vraag te stellen aan het Europees Hof van Justitie als volgt : “Het heeft de Belgische Staat haar bevoegdheden overtreden door na het verstrijken van de termijn bedoeld in artikel 17 (6) van de Zesde Richtlijn nog aftrekbeperkingen zoals bedoeld in artikel 45, par. 2 Wb. BTW in stand te houden en kan artikel 45 par. 2 Wb. BTW om die reden nog rechtskracht behouden in de Belgische rechtsorde ?" (argument uitgewerkt in de verzetsakte sub b).
>
> Verweerder te veroordelen tot alle kosten van het geding met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding.
>
> …"

## 3. FEITEN EN GESCHIL

**3.1.** Eiseres heeft als activiteit handel in air­conditioning;

**3.2.** Eiseres maakt in de uitoefening van haar activiteit gebruik van 2 voertuigen van het merk CHRYSLER; Zij zijn beiden van het type "Grand Voyager Crew Cab"; Het betreft monovolumewagens met beiden vooraan twee rijen zetels (één rij met een zetel voor de chauffeur en een zetel voor één passagier en een rij aaneensluitende zetels met drie hoofdsteunen, bestemd voor drie passagiers), afgescheiden van de laadruimte door een wand;

**3.3.** Op 8 juni 1999 en 6 juli 1999 werd op de maatschappelijke zetel van eiseres een controle uitgevoerd met betrekking tot de periode 1 januari 1996 tot 31 december 1997 door de heer **M. V. H.**, eerstaanwezend inspecteur van de BTW, Registratie en Domeinen, ter beschikking gesteld van de Administratie voor Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit, controlecentrum Gent 1;

**3.4.** Volgend op deze controle ontving eiseres op 24 september 1999 een correctieopgave waarin de 100 % aftrek van voorbelasting op kosten van de voertuigen “Chrysler Voyager” van eiseres werd verworpen en gereduceerd tot 50 %; Er werd voorgesteld de zaak te regelen door betaling door eiseres van :

\- BTW : 152.757 BEF

\- intresten vanaf 21/1/1998 : PM

\- administratieve boete : 15.000 BEF

**3.5.** Op 13 oktober 1999 heeft de gevolmachtigde accountant van eiseres in een gemotiveerd schrijven aan de fiscale administratie gemeld niet akkoord te gaan met de in de correctieopgave voorgestelde regeling;

**3.6.** Op 21 augustus 2000 werd aan eiseres een voor eensluidend verklaard afschrift betekend van het PV waarin de 100 %-aftrek van de BTW met betrekking tot de voormelde voertuigen werd verworpen; Eiseres werd uitgenodigd zich alsnog akkoord te verklaren door betaling van de hiernavolgende bedragen voor de jaren 1996, 1997 en 1998 (hoewel er in de oorspronkelijke correctieopgave geen sprake was van 1998) :

\- BTW : 200.813 BEF

\- intresten vanaf 21/1/1999 : PM

\- administratieve boete : 20.000 BEF

**3.7.** Op 28 augustus 2000, 16 oktober 2000·en 20 november 2000 werd een betalingsbericht met refertenummer 400/0823/25252 aan eiseres verzonden tot betaling van :

\- BTW : 200.813 BEF

\- intresten : PM

\- boete : 20.000 BEF

Totaal : 220.813 BEF

**3.8.** Ten slotte werd er op 12 december 2000 bij gerechtsdeurwaardersexploot ten verzoeke van het BTW-ontvangkantoor Gent 1 een dwangbevel betekend; Dit dwangbevel was uitgevaardigd op 20 november 2000 en uitvoerbaar verklaard op 27 november 2000, tot het betalen van :

\- BTW : 200.813 BEF

\- intresten : 36.800 BEF

(tot 20.12.2000)

\- boete : 20.000 BEF

totaal : 257.613 BEF

vermeerderd met het inningsrecht en de kosten van de betekening, ten bedrage van 6.125 BEF;

## 4. BESPREKING

De betwisting betreft de vraag of eiseres de BTW die zij betaald heeft enerzijds aan de leasing­maatschappij en anderzijds voor onderhoud, herstellingen en brandstoffen van de litigieuze voertuigen volledig in aftrek mag brengen of slechts voor 50 %;

### 4.1. De (al of niet) strijdigheid van de Belgische wet met het EG-recht

Volgens eiseres is de aftrekbeperking voorzien in artikel 45, par. 2 W.BTW strijdig met het EG-recht, meerbepaald de Zesde Richtlijn;

Ter zake wenst eiseres een prejudiciële vraag te laten stellen aan het Europees Hof van Justitie;

De beperking van het recht op aftrek van artikel 45, par. 2 W.BTW bestaat in zijn huidige vorm in de Belgische BTW-Wetgeving reeds sedert 1 maart 1972;

[Artikel 17, lid 6, van de zesde Richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-17) (77/388/EEG) van de Raad bepaalt in de eerste alinea dat “uiterlijk binnen vier jaar te rekenen vanaf de datum van de inwerkingtreding van deze richtlijn, de Raad, op voorstel van de Commissie, met. eenparigheid van stemmen, bepaalt welke uitgaven geen recht op aftrek van de belasting over de toegevoegde waarde bestaat (...)";

Genoemd artikel 17, lid 6, bevat nog een tweede alinea waarin wordt bepaald : "Totdat de hierboven bedoelde voorschriften in werking treden kunnen de Lid-staten elke uitsluiting handhaven waarin hun wetgeving ten tijde van de inwerkingtreding van deze richtlijn voorzag.";

Vermits het in de eerste alinea van voornoemd artikel 17, lid 6, bedoelde besluit van de Raad tot nu toe is uitgebleven, is de in de tweede alinea van dezelfde bepaling beoogde machtiging (de zogenaamde “standstill”-bepaling) die de Lidstaten toelaat om alle uitsluitingen van het recht op aftrek te handhaven waarin hun wetgeving ten tijde van de inwerkingtreding van Zesde Richtlijn voorzag (nl. op 1 januari 1978), nog steeds van kracht (zie H.v.J. 18 juni 1998, Commissie tegen Franse Republiek, zaak [C-43/96](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-43-96-arrest), .Jur., 1998, I, 3903; H.v.J., 19 september 2000, **A.** SA en **S.**, gevoegde zaken [C-177/99](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-177-99-arrest) en [C-181/99](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-177-99-arrest), Rec., 2000, I, 7013; zie ook terzake : Antwerpen, 13 januari 2004, inzake 2002/AR/1046, niet gepubliceerd; Rb. Brussel, 6 juni 2003, inzake AR 99/4131/A, niet gepubliceerd);

Aangezien de in artikel 45 par. 2 W.BTW bedoelde aftrekbeperking reeds in 1972 in de Belgische BTW-wetgeving werd opgenomen, zijnde voor de inwerkingtreding van de Zesde Richtlijn, is ze, gelet op de bepaling van [artikel 17, lid 6, tweede alinea](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-17), van deze richtlijn, volkomen in overeenstemming met dezelfde richtlijn;

Er bestaat dan ook geen aanleiding om terzake een prejudiciële vraag te stellen aan het Europees Hof van Justitie;

### 4.2. De toepassing van artikel 45, par. 2 W.BTW en de administratieve aanschrijvingen

#### 4.2.1. Standpunten van partijen

Verweerder is van oordeel dat de litigieuze voertuigen zowel voor personenvervoer als voor goederenvervoer kunnen dienen en niet kunnen beschouwd worden als een lichte vrachtwagen, zodat de aftrek van de BTW niet hoger mag zijn dan 50 % in toepassing van artikel 45, par. 2 W.BTW;

Verweerder steunt zich hiervoor op de gepubliceerde [aanschrijving nr. 10 van 11/9/1987](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/10-1987-aanschrijving-voiture-automobile-vehicule-double-0985), zoals gewijzigd bij gepubliceerde [aanschrijving nr. 25 van 11/12/1990](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/25-1990-aanschrijving-voiture-automobile-vehicule-double-b252) en op feitelijke vaststellingen;

De bewuste voertuigen voldoen niet aan de bijzondere voorwaarden voor kwalificatie als lichte vrachtwagen zoals bepaald in de punten 6 en 10 van de [aanschrijving nr. 10/1987](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/10-1987-aanschrijving-voiture-automobile-vehicule-double-0985), zoals gewijzigd door de [aanschrijving nr. 25/1990](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/25-1990-aanschrijving-voiture-automobile-vehicule-double-b252);

Verweerder verwijst naar de vaststellingen van haar controlerende ambtenaar, die luiden als volgt :

> "…
>
> Ik heb vastgesteld dat de voertuigen welke verder in dit proces-verbaal opgenomen zijn, voorzien zijn van twee rijen zetels, waarbij zich achter de tweede rij zetels een scherm bevindt. Bovendien heb ik vastgesteld dat de betrokken voertuigen werden afgeleid van een personenauto of een auto voor dubbel gebruik en dat de ruiten van de goederenruimte niet werden afgedicht. Derhalve is niet voldaan aan de voorwaarden zoals vermeld in voormelde punten 6 en 10 van de [aanschrijving nr. 17/1987](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/17-1987-aanschrijving-exoneration-e4f9), zoals gewijzigd bij [aanschrijving nr. 25/1990](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/25-1990-aanschrijving-voiture-automobile-vehicule-double-b252) en kunnen navermelde voertuigen niet aangemerkt worden als lichte vrachtwagen zoals hoger gesteld.
>
> …"

(PV d.d. 8 augustus 2000, stuk 1 verweerder)

Alsmede :

"…

Ik ondergetekende, **M. V H.**, (…) verklaar :

1\. Dat tijdens mijn plaats bezoek van 6 juli 1999 bij de BVBA **D. W. T.** de heer **P. P. D. W.**, zaakvoerder van de vennootschap, mij verklaarde dat de garage **V.** destijds een lot Chryslers had aangekocht als personenwagen en ze had laten verbouwen in Nederland.

2\. Mij op 5 december 2001 begeven te hebben bij de NV **N.-V.**, … te …, met zetel te …, …, teneinde nadere inlichtingen in te winnen betreffende de voertuigen van het type Chrysler Grand Voyager Crew Cab.

Ik werd er ontvangen door de heer **P. V.**, die optrad als bestuurder van voornoemde vennootschap.

Op mijn vraag of de voertuigen van voornoemd type als dusdanig gefabriceerd worden, werd mij medegedeeld dat al deze voertuigen afgeleid zijn van de personenwagens type Chrysler Grand Voyager.

Op mijn vraag hoe de omvorming van een Chrysler Grand Voyager tot een Chrysler Grand Voyager Crew Cab tot stand komt, werd mij het volgende medegedeeld :

De omvorming van een Chrysler Grand Voyager tot Chrysler Grand Voyager Crew Cab gebeurt door de invoerder of in zijn opdracht.

Door de omvorming bekomt men een voertuig met dubbele cabine, waarbij de bestuurdersruimte twee rijen zetels bevat en volledig is afgesloten van de laadruimte.

De verankeringspunten in de laadruimte voor de derde rij zetels, zoals die voorzien zijn in de originele versie van de wagen, worden toegelast.

Tevens heb ik aan de heer **P. V.** voornoemd gevraagd mij zijn aankoopfacturen van de twee voertuigen Chrysler Grand Voyager Crew Cab met respectieve chassisnummers (…) en (...) voor te leggen. Kopies van deze facturen worden als bijlagen 1 en 2 bij dit proces-verbaal gevoegd om er één geheel mee uit te maken.

Uit deze facturen blijkt dat door de importeur-leverancier aan garage **V.** een bedrag werd aangerekend voor de omvorming van het voertuig tot Crew-Cab (aanduiding op factuur : "Conversion Crew-Cab").

…”

(PV d.d. 5 december 2001, stuk 6 verweerder)

Eiseres betwist vooreerst (met verwijzing naar Rb. Antwerpen, 8 juni 1999, T.F.R., 1999, p. 970 e.v., met noot H. VANDENBERGHE, "de motivering van het dwangbevel inzake BTW") de latere bijvoeging van voormeld PV d.d. 5 december 2001;

Eiseres stelt dat het begrip "lichte vrachtwagen" in eerste instantie moet omschreven worden door de wet en dat de litigieuze aanschrijvingen slechts een indicatieve waarde hebben en niet bindend zijn voor de rechtbank;

Voor zover de rechtbank aan de litigieuze aanschrijvingen een bindende waarde zou toekennen, dient volgens eiseres te worden vastgesteld dat deze aanschrijvingen in strijd zijn met de Zesde Richtlijn;

Eiseres verwijst vooreerst naar de resp. "PV' s van goedkeuring" (stukken 1 en 2 eiseres) waaruit blijkt dat de kwestige wagens zijn ingevoerd als "lichte vrachtwagens";

Eiseres verwijst bovendien naar de stukken terzake de DIV (stukken 3 t/m 6 eiseres) waar tevens de vermelding "lichte vrachtwagen" uitdrukkelijk wordt gebruikt;

Eiseres verwijst bovendien naar wetsbepalingen waarin een omschrijving wordt gegeven van het begrip "lichte vrachtwagen", zoals het artikel 1, par. 2, 5° KB van 15 maart 1968 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan auto's, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen : volgens eiseres voldoet zij aan de wettelijke omschrijving van het begrip "lichte vrachtwagen";

#### 4.2.2. Principes

Art. 15, par. 1 W.BTW legt het principe vast dat de belastingplichtige, op de belasting die hij verschuldigd is, in aftrek mag brengen de belasting geheven van de aan hem geleverde goederen in de mate dat hij die goederen gebruikt voor het verrichten van belaste handelingen.

Art. 45, par. 2, 1ste lid W.BTW bepaalt het volgende :

> "Ten aanzien van de levering, de invoer en de intracommunautaire verwerving van automobielen voor personenvervoer, daaronder begrepen de voertuigen die zowel voor personenvervoer als voor goederenvervoer kunnen dienen, en ten aanzien van goederen en diensten met betrekking tot die voertuigen, mag de aftrek in geen geval hoger zijn dan 50 % van de betaalde belasting."

#### 4.2.3. Beoordeling

Eiseres betwist vooreerst (met verwijzing naar Rb. Antwerpen, 8 juni 1999, **T.F.R.**, 1999, p. 970 e.v., met noot H. VANDENBERGHE, "de motivering van het dwangbevel inzake BTW") de latere bijvoeging van voormeld PV d.d. 5 december 2001 (stuk 6 verweerder); De Rechtbank stelt evenwel vast dat het PV d.d. 8 augustus 2000 (stuk 1 verweerder) afdoende het dwangbevel schraagt, en dat de latere bijvoeging van het PV d.d. 5 december 2001 (stuk 6 verweerder) geldig is als bijkomend bewijsmiddel (zie H. VANDENBERGHE, "De motivering van het dwangbevel inzake BTW", noot onder Rb. Antwerpen, 8 juni 1999, T.F.R., 1999, p. 973; zie ook Rb. Brugge, 2 april 2001, inzake AR 01/248/A, niet gepubliceerd);

De rechtbank dient thans aan de hand van de wettelijke bepalingen en op basis van de feitelijke vaststellingen na te gaan of verweerder terecht kon oordelen dat de kwestige wagens onder het toepassingsgebied van artikel 45, par. 2 W.BTW vallen;

De administratie is van oordeel dat de voertuigen van eiseres niet als een "lichte vrachtwagen" kunnen worden aangemerkt en aldus niet kunnen genieten van een volledige aftrek van BTW;

Verweerder verwijst naar de gepubliceerde [aanschrijving nr. 10 van 11/9/1987](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/10-1987-aanschrijving-voiture-automobile-vehicule-double-0985) en de gepubliceerde [aanschrijving nr. 25 van 11/12/1990](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/25-1990-aanschrijving-voiture-automobile-vehicule-double-b252); In deze aanschrijvingen wordt het onderscheid tussen personenauto's, auto's voor dubbel gebruik en minibussen enerzijds en lichte vrachtwagens anderzijds afgelijnd; Nu de kwestige voertuigen niet voldoen aan de voorwaarden zoals bepaald in deze aanschrijvingen, kan volgens de administratie eiseres niet genieten van volledige aftrek;

De voormelde aanschrijvingen zijn uitgewerkt door de uitvoerende macht, niet door de wetgevende macht;

Deze aanschrijvingen bezitten geen rechtskracht en hebben slechte een indicatieve waarde (zie : [Cass., 15 november 2001](https://juriel.be/nl/rechtspraak/voertuigen-gemengd-gebruik-beoordeling-tijdstip-cassatie-brussel-2001-11-15-8d64), R.W., 2002-03, p. 583; VANDENBERGHE, L., "Betreffende de waarde van de BTW-aanschrijvingen inzake de classificatie van de voertuigen", (noot onder Rb. Brugge, 2 april 2001, en Rb. Antwerpen, 7 november 2001), R.W., 2002-03, p. 512-513);

Het artikel 17, par. 6, tweede lid, van de Zesde BTW-richtlijn verzet er zich tegen dat een Lid­staat, na de inwerkingtreding van de Zesde BTW­Richtlijn, de uitgaven voor bepaalde motorvoertuigen van het recht op BTW-aftrek uitsluit, wanneer voor deze uitgaven ten tijde van de inwerkingtreding van deze Richtlijn recht op BTW-aftrek bestond (H.v.J., 8 januari 2002, nr. [C-409/99](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-409-99-arrest), Metropol Treuhand & Stadler); Het bestuur is dan ook niet gerechtigd om een voertuig als een wagen voor personenvervoer of voor dubbel gebruik, en dus niet als een (lichte) vrachtwagen te beschouwen louter wegens het niet vervuld zijn van een voorwaarde die wel in de momenteel toegepaste aanschrijving is opgenomen, maar die nog niet gold voor de datum van inwerkingtreding van de Zesde BTW-Richtlijn (VANDENBERGHE, L., "Betreffende de waarde van de BTW-aanschrijvingen inzake de classificatie van de voertuigen", (noot onder Rb. Brugge, 2 april 2001, en Rb. Antwerpen, 7 november 2001), **R.W.**, 2002-03, p. 513);

In het W.BTW wordt nergens een omschrijving gegeven van een "lichte vrachtwagen" en van "een auto voor dubbel gebruik” en van “voertuigen die zowel voor personenvervoer als voor goederenvervoer kunnen dienen";

In het KB van 15/3/1968 betreffende het algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen, wordt wel een omschrijving teruggevonden van zowel het begrip "lichte vrachtwagen" als van het begrip "auto voor dubbel gebruik";

Artikel 1, par. 2, 5° van voormeld KB van 15/3/1968 omschrijft een lichte vrachtwagen als "elke auto opgevat en gebouwd voor het vervoer van zaken waarvan de maximale toegelaten massa 3.500 kg. niet overschrijdt.";

Artikel 1, par. 2, 35° van het KB van 15/3/1968 definieert een auto voor dubbel gebruik als zijnde "elke auto opgevat en gebouwd voor het vervoer van personen en zaken die bij het gebruik voor het bezoldigde vervoer van personen ten hoogste 8 plaatsen mag bevatten, zonder die van de bestuurder";

Het onderscheid tussen een voertuig dat opgevat en gebouwd is voor het vervoer van goederen en een wagen voor dubbel gebruik (goederen- en personenvervoer) waarop de beperking van aftrekbare BTW overeenkomstig art. 45, par. 2 W.BTW van toepassing is, is een feitenkwestie die geval per geval moet beoordeeld worden;

De elementen die hierbij van belang zijn om de aard van het voertuig te bepalen zijn o.m. de structuur van het voertuig, de aanwezigheid van één of meerdere rijen zetels, de oppervlakte van de laadvloer, de onmogelijkheid om zetels en gordels in de laadruimte te voorzien en de afscheiding van passagiers- en laadruimte (zie ook : Rb. Hasselt, 26 februari 2003, F.J.F., nr. 2003/171; Rb. Gent, 27 november 2003, inzake AR 02/484/A, niet gepubliceerd; Antwerpen, 13 januari 2004, inzake 2002/AR/1046, niet gepubliceerd);

De processen-verbaal van goedkeuring van het Ministerie van Verkeerswezen waarbij de litigieuze wagens als "lichte vrachtwagen" werden erkend evenals de resp. inschrijvingen bij de DIV in dezelfde zin, kunnen de BTW-administratie niet binden, nu de inschrijving op zich geen bewijs levert dat het voertuig niet zou kunnen gebruikt worden voor zowel personen- als goederenvervoer (zie ook : Rb. Hasselt, 26 februari 2003, F.J.F., nr. 2003/171; Rb. Gent, 27 november 2003, inzake AR 02/484/A, niet gepubliceerd), dit geldt a fortiori indien het Ministerie van Verkeerswezen een fout zou hebben begaan door haar erkenning van het bewuste model als lichte vrachtwagen (zie ook : Antwerpen, 13 januari 2004, inzake 2002/AR/1046, niet gepubliceerd);

De kwalificatie van de litigieuze voertuigen dient evenmin te worden getoetst, zoals reeds gezegd, aan de administratieve aanschrijvingen en wettelijke criteria die niet golden voor de datum van de inwerkingtreding van de Zesde BTW-Richtlijn;

Derhalve dient nader te worden onderzocht of de litigieuze voertuigen (merk CHRYSLER, van het type "Grand Voyager Crew Cab") volgens de criteria van het Koninklijk Besluit van 15 maart 1968 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen (BS, 28 maart 1968), zoals deze van toepassing waren voor 1 januari 1978, als een lichte vrachtwagen dan wel als een personenwagen of een wagen voor dubbel gebruik moeten worden beschouwd (zie ook : Antwerpen, 13 januari 2004, inzake 2002/AR/1046, niet gepubliceerd);

De Rechtbank beschikt niet over de nodige technische kennis om de in de dossiers van partijen voorhanden zijnde stukken en gegevens met betrekking tot de technische kenmerken van de kwestieuze voertuigen te toetsen aan de technische criteria vastgelegd in het Koninklijk Besluit van 15 maart 1968;

Partijen twisten bovendien over een aantal technische kenmerken van de litigieuze voertuigen (nl. het al of niet omgebouwd zijn zoals vastgesteld in het PV d.d. 5 december 2001, stuk 6 verweerder);

Het komt dan ook gepast voor om, alvorens nader recht te doen, een deskundige aan te stellen teneinde zijn technisch advies hieromtrent in te winnen (zie ook : Antwerpen, 13 januari 2004, inzake 2002/AR/1046, niet gepubliceerd);

### Beschikkend gedeelte

**OP DIE GRONDEN,**

**DE RECHTBANK,** rechtdoende **OP TEGENSPRAAK**,

Gelet op de artikelen 2, 24, 34, 37 en 41 van de Wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken;

Alle andersluidende conclusies van de hand wijzend;

Verklaart de vordering van eiseres ontvankelijk;

Alvorens verder recht te doen ten gronde,

Stelt aan als deskundige de heer **Ph. W.**, wonende te …, …, tel.nr. …, met als opdracht :

\- na partijen regelmatig en in overeenstemming met de wettelijke vereisten te hebben opgeroepen, hun uitleg over de situatie te hebben gehoord en na kennis genomen te hebben van hun stukken,

\- na eveneens alle mogelijke inlichtingen te hebben ingewonnen bij partijen en derden betreffende de feiten die deel uitmaken van zijn opdracht en,

\- na zich desnoods te hebben laten bijstaan door elke gespecialiseerde deskundige die hij nodig zou achten :

\- zijn technisch advies te verlenen over de kwalificatie van de litigieuze voertuigen CHRYSLER, "Grand Voyager Crew Cab", als een lichte vrachtwagen dan wel als een personenwagen of een wagen voor dubbel gebruik en zulks overeenkomstig de technische criteria vastgelegd in het Koninklijk Besluit van 15 maart 1968 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen (BS, 28 maart 1968), zoals deze van toepassing waren voor 1 januari 1978;

\- te antwoorden op alle nuttige vragen van partijen;

\- partijen zo mogelijk te verzoenen en, zo dit niet mogelijk zou blijken, al zijn bevindingen en overwegingen in een onder eed opgesteld verslag neer te schrijven, hetwelk ter griffie zal neergelegd worden binnen de 6 maanden na kennisname van zijn opdracht;

Beveelt dat de meest gerede partij, die rechtstreeks en zonder toepassing van art. 965 Ger. W. de aangestelde deskundige in werking heeft gesteld, daarvan de rechter in kennis zal stellen;

Verstaat dat - in toepassing van artikel 973 Ger. W. - het deskundig onderzoek zal doorgaan onder toezicht van de rechter, zodat zowel de deskundige als de partijen bij gewone brief de tussenkomst van de rechter kunnen vragen met het oog op het toezicht op zijn werkzaamheden;

Zegt voor recht dat de partijen en de deskundige of diegene die ingevolge overeenkomst tussen de partijen zou zijn aangeduid (art. 964 Ger. W.) in raadkamer dienen te verschijnen op de terechtzitting van **woensdag 12 JANUARI 2005 om 11 uur** teneinde de rechtbank in te lichten over het verloop van de werkzaamheden van de deskundige;

Verstaat evenwel dat deze verschijning vervalt, ingeval het verslag wordt neergelegd binnen de in dit vonnis voorziene termijn of ingeval alle betrokken partijen bij een gezamenlijk ondertekend akkoord afzien van deze verschijning in raadkamer;

Stelt vast dat de zaak niet in staat van wijzen is en verwijst ze naar de bijzondere rol;

Houdt de beslissing over de kosten aan;

Aldus gewezen en uitgesproken door de **zesde fiscale kamer** van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Gent in de openbare terechtzitting van **21 april 2004**, waar aanwezig waren :

alleenzetelend rechter **M. V. d. B.**,

griffier **R. D.**

**R. D.** **M. V. d. B.**

## Aangehaalde teksten

4

[Zesde richtlijn 77/388 art. 17](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-17) 2 voorkomens

[C-177/99 en C-181/99, arrest van 19 september 2000](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-177-99-arrest) 1 voorkomen

[C-409/99, arrest van 8 januari 2002](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-409-99-arrest) 1 voorkomen

[C-43/96, arrest van 18 juni 1998](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-43-96-arrest) 1 voorkomen

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Voetbalclub, Gemengde belastingplichtige, Werkelijk gebruik](https://juriel.be/nl/rechtspraak/voetbalclub-gemengde-belastingplichtige-werkelijk-gebruik-hof-van-beroep-antwerpen-2021-09-21-28a1) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Beroepsmatig gebruik van het gebouw](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-beroepsmatig-gebruik-gebouw-rechtbank-bergen-2020-10-15-3d88) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Proportionele fiscale geldboeten, Beroepsmatig gebruik van de woning](https://juriel.be/nl/rechtspraak/proportionele-fiscale-geldboeten-beroepsmatig-gebruik-rechtbank-brussel-2021-05-03-5bda) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Passieve of actieve holding, Externe dienstverlening (managementadvies)](https://juriel.be/nl/rechtspraak/passieve-actieve-holding-externe-dienstverlening-rechtbank-nijvel-2022-07-01-69ab) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Historische btw-aftrek, Niet belastingplichtige rechtspersoon](https://juriel.be/nl/rechtspraak/historische-btw-aftrek-belastingplichtige-rechtspersoon-hof-van-beroep-brussel-2022-09-13-905e) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Verhoudingsgetal, recht op aftrek van Btw](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-verhoudingsgetal-btw-gemengde-cassatie-brussel-2021-05-21-a623) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Verhoudingsgetal, recht op aftrek van Btw](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-verhoudingsgetal-btw-gemengde-cassatie-brussel-2021-05-21-c531) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-rechtstreeks-onmiddellijk-verband-rechtbank-luxemburg-2022-10-12-cbcc) 1 gemeenschappelijke bepalingen
