---
title: "27 juni 2012 · Recht op aftrek van belasting · Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen"
description: "Recht op aftrek van belasting. Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen (België), 27 juni 2012."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-belasting-rechtbank-antwerpen-2012-06-27-9b97"
lang: "nl"
---

# Recht op aftrek van belasting · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Antwerpen

**Datum**

27 juni 2012

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

69 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Antwerpen d.d. 27.06.2012

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het vonnis**

### Tekst van de beslissing

**V O N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op zevenentwintig juni tweeduizend en twaalf in openbare zitting van de 4 F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :**

**P. W.**, enig rechter,

**N. D.**, griffier.

In zake : AR nr. **11/1536/A**

**F. K. BVBA**, ingeschreven in de kruispuntbank der ondernemingen onder nummer …, met maatschappelijke zetel gevestigd te …, ….

**eisende partij,**

\- verschijnende bij meester **D. F.**, advocaat, kantoorhoudende te …, …,

\- eveneens verschijnende bij meester **K. D. M.** loco meester **D. F.**, advocaat, kantoorhoudende te …, ….

**tegen :**

**DE BELGISCHE STAAT**, Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te Brussel, op vervolging en benaarstiging van de Gewestelijk Directeur van de Administratie van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen te Antwerpen in de persoon van de eerstaanwezend inspecteur van het tweede BTW-ontvangkantoor te Antwerpen, met burelen gevestigd te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4 bus 4.

**verwerende partij,**

verschijnende bij de heer **P. M.**, in hoedanigheid van inspecteur.

---

Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer :

\- het verzoekschrift neergelegd ter griffie op 2 maart 2011,

\- de beschikking verleend overeenkomstig artikel 747, § 1 van het Gerechtelijk Wetboek op 8 april 2011,

\- de besluiten van partijen.

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.

Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 van 03 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.

Gehoord de partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 20 juni 2012.

---

De vordering strekt ertoe het dwangbevel Reg. 127/165, uitgevaardigd op en uitvoerbaar verklaard op 22 december 2010, te vernietigen, terugbetaling te bevelen van de sommen die eiseres ter aanzuivering van het betwiste dwangbevel reeds zou hebben betaald of die daartoe zijn ingehouden, vermeerderd met de moratoriumintresten, met de aan eiseres aangerekende en door haar betaalde vervolgingskosten en met de kosten van het geding.

## Beoordeling

## Betreffende het BTW-tarief

Eiseres is uitbater van een fitnesscentrum.

Eiseres verleent aan haar klanten recht op toegang tot het fitnesscentrum, alsmede het recht ervan gebruik te maken, hetgeen onderworpen is aan een tarief van 6 %.

Daarnaast begeleidt eiseres haar klanten door het afnemen van testen en het verstrekken van adviezen.

Door een computerprogramma wordt voor de klanten een persoonlijk oefenschema uitgewerkt, hetgeen bepaalt aan welke toestellen moet geoefend worden en hoelang die oefening duurt om dan naar een ander toestel te gaan.

Het computerprogramma volgt de klant doordat bij zijn chipkaart in het fitnesstoestel brengt, gedurende een voorgeprogrammeerde en in de tijd afgemeten muziek op het fitnesstoestel oefent, en vervolgens op het ogenblik waarop de muziek aangeeft dat bij van toestel moet wisselen van het ene naar het andere toestel doorschuift volgens een bepaalde doorloopvolgorde; dit alles gebeurt in groepsverband, per oefenbeurten van telkens een uur op vooraf bepaalde dagen en uren met hoogstens 24 personen wegens het aantal beschikbare toestellen.

Volgens verweerder worden door de begeleiding van de klanten, waaronder verweerder zowel de persoonlijke als de geautomatiseerde begeleiding verstaat, de door eiseres verrichte handelingen voor het geheel aangemerkt als een dienst waarop het BTW-tarief van 6 % voor het recht op toegang tot het fitnesscentrum, alsmede het recht ervan gebruik te maken, niet van toepassing is zodat het BTW-tarief van 21 % toepasselijk is.

Het recht op toegang tot' het fitnesscentrum, het recht ervan gebruik te maken en de begeleiding van de klanten is ongetwijfeld een complexe handeling waarbij economisch gesproken slechts één niet te splitsen dienst wordt verleend; voor de modale klanten is de begeleiding, die te dezen ongetwijfeld slechts beperkt is, immers vereist om op een medisch verantwoorde wijze te fitnessen en van de fitnesstoestellen gebruik te maken zodat deze diensten zo nauw met elkaar verbonden zijn dat zij objectief gezien één economische, niet te splitsen dienst vormen, waarvan het kunstmatig zou zijn die uit elkaar te halen; deze beperkte begeleiding moet dan ook als een bijkomende dienst worden beschouwd om de hoofddienst, het recht op toegang tot het fitnesscentrum en het recht ervan gebruik te maken, voor de modale klant op een medisch verantwoorde wijze klant mogelijk te maken (vergelijk H.v.J. 27 oktober 2005 inzake [C-41/04](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-41-04-arrest)).

Bijgevolg volgt de bijkomende dienst het BTW-tarief van de hoofddienst, zijnde het recht op toegang tot het fitnesscentrum en het recht ervan gebruik te maken, waarop het BTW-tarief van 6 % van toepassing is, en dient het geheel aldus belast te worden tegen dit BTW-tarief van 6 %.

## Betreffende de BTW-aftrek

Eiseres baat haar fitnesscentrum uit in de gebouwen van het Koninklijk Atheneum te Kapellen.

Er werd overeengekomen dat het fitnesscentrum tijdens de schooldagen en gedurende de gebruikelijke lesuren uitsluitend door de leerlingen en leerkrachten lichamelijk opvoeding van de school kosteloos gebruikt kan worden; verder werd overeengekomen dat het fitnesscentrum tijdens de jaarlijkse sluiting van de school in de zomer, namelijk van 15 juli tot 15 augustus, eveneens gesloten zal zijn.

Aangezien de economische activiteit van eiseres bijgevolg slechts voor een deel bestaat in het verrichten van leveringen van goederen en diensten, namelijk het uitbaten van een fitnesscentrum waarvoor aan haar klanten lidgeld werd aangerekend, en voor het ander deel in het geregeld verrichten van handelingen die niet in het wetboek van BTW omschreven zijn, namelijk het kosteloos ter beschikking stellen van het fitnesscentrum aan de leerlingen en leerkrachten lichamelijk opvoeding van de school waarvoor geen directe tegenprestatie werd geleverd, is zij een gedeeltelijke belastingplichtige.

Het feit, dat eiseres zou betalen voor het gebruik van de gebouwen van het Koninklijk Atheneum te Kapellen, verandert niets aan feit dat zij haar fitnesscentrum kosteloos ter beschikking stelt.

Juist zoals de gemengde belastingplichtige, wiens economische activiteit voor een deel bestaat in het verrichten van leveringen van goederen en diensten waarvoor hij recht op aftrek van de voorbelasting heeft en voor het ander deel in het verrichten van vrijgestelde handelingen waarvoor het recht op aftrek van de voorbelasting is uitgesloten, heeft de gedeeltelijke belastingplichtige eveneens slechts recht op een gedeeltelijke aftrek van de voorbelasting.

Krachtens artikel 45, § 1 W.BTW en [artikel 1 KB nr. 3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-december-betrekking-aftrekregeling-toepassing-belasting-8aeb#ar3-art1) van 10 december 1969 heeft de belastingplichtige immers enkel recht op aftrek van de voorbelasting met betrekking tot de goederen en de diensten die hij bestemt voor het verrichten van in artikel 45, § 1, 1° tot 5° van het wetboek bedoelde handelingen.

Eiseres, een gedeeltelijke belastingplichtige, heeft bijgevolg enkel recht op aftrek van de voorbelasting met betrekking tot de ontvangen goederen en diensten die zij bestemt voor haar economische activiteit die bestaat in het verrichten van leveringen van goederen en diensten, namelijk het uitbaten van een fitnesscentrum waarvoor aan haar klanten lidgeld werd aangerekend.

Zij heeft daarentegen geen recht op aftrek van de voorbelasting met betrekking tot de ontvangen goederen en diensten die zij niet bestemt voor het verrichten van in artikel 45, § 1, 1° tot 5° van het wetboek bedoelde handelingen.

Bijgevolg heeft eiseres geen recht op aftrek van de voorbelasting met betrekking tot de ontvangen goederen en diensten die zij bestemt voor het kosteloos ter beschikking stellen van het fitnesscentrum aan de leerlingen en leerkrachten lichamelijk opvoeding van de school.

Eiseres bestemt de ontvangen goederen en diensten ontegensprekelijk zowel voor haar economische activiteit, die bestaat in het verrichten van leveringen van goederen en diensten, namelijk het uitbaten van een fitnesscentrum waarvoor aan haar klanten lidgeld werd aangerekend, als voor haar economische activiteit, die bestaat in het geregeld verrichten van handelingen die niet in het wetboek van BTW omschreven zijn, namelijk het kosteloos ter beschikking stellen van het fitnesscentrum aan de leerlingen en leerkrachten lichamelijk opvoeding van de school waarvoor geen directe tegenprestatie werd geleverd.

Te dezen kunnen voornoemde ontvangen goederen en diensten, die eiseres bestemt voor haar economische activiteiten, onmogelijk worden toegewezen aan haar onderscheiden activiteiten; hierbij dient te worden opgemerkt dat eiseres niet het minste bewijs levert waarvoor voornoemde ontvangen goederen en diensten werden bestemd.

Aangezien artikel 46 W.BTW spreekt over de belastingplichtige die in de uitoefening van zijn economische activiteit ook andere handelingen verricht dan handelingen waarvoor op grond van artikel 45 aanspraak op aftrek bestaat, hetgeen duidelijk verwijst naar handelingen die in het wetboek van BTW omschreven zijn, is dit artikel enkel van toepassing op de gemengde belastingplichtige.

De gedeeltelijke belastingplichtige, zoals eiseres, verricht immers in de uitoefening van zijn economische activiteit ook handelingen die niet in het wetboek van BTW omschreven zijn, zodat artikel 46 W.BTW in beginsel niet kan worden toegepast op eiseres.

Aangezien eiseres niet het minste bewijs levert waarvoor voornoemde ontvangen goederen en diensten werden bestemd, aangezien op basis van de gegevens waarover de administratie en de rechtbank beschikt voornoemde ontvangen goederen en diensten onmogelijk kunnen worden toegewezen aan de onderscheiden activiteiten van eiseres, aangezien bovendien geen wettelijke regeling bestaat om de aftrekbaarheid van de voorbelasting voor de gedeeltelijke belastingplichtige alsdan te berekenen, en aangezien de gedeeltelijke belastingplichtige, conform artikel 45, § 1 W.BTW en [artikel 1 KB nr. 3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-december-betrekking-aftrekregeling-toepassing-belasting-8aeb#ar3-art1) van 10 december 1969, enkel recht heeft op aftrek van de voorbelasting met betrekking tot de in het wetboek van BTW omschreven handelingen, werd de aftrek van de voorbelasting door de administratie terecht bepaald aan de hand van het tijdsgebruik van de fitnesstoestellen.

Aangezien het werkelijk tijdsgebruik van de fitnesstoestellen niet kan nagegaan worden en de beweringen dienaangaande tegenstrijdig zijn, dient de aftrek van de voorbelasting bepaald te worden aan de hand van de nuttige tijd dat de fitnesstoestellen ter beschikking stonden van enerzijds de school en anderzijds eiseres, hetgeen ontegensprekelijk een objectieve verdeelsleutel is.

Gelet op deze objectieve verdeelsleutel is het beweerde effectieve gebruik van de fitnesstoestellen door de school en door eiseres niet relevant, doch wel de nuttige tijd dat deze toestellen ter beschikking stonden van de school en eiseres; bijgevolg zijn noch de beweerde openingsuren van eiseres noch het beweerde beperkte gebruik door de school relevant voor het bepalen van deze objectieve verdeelsleutel.

Aangezien de fitnesstoestellen per jaar gedurende 37 weken, zijnde 52 weken - 15 vakantieweken, maandag, dinsdag, donderdag en vrijdag van 8u20 tot 11u50 en van 12u40 tot 16u10 en woensdag van 8u20 tot 11u50, zijnde 31,5u x 37 weken ofte 1165,5u per jaar ter beschikking stonden van de school en aangezien de fitnesstoestellen per jaar gedurende 48 weken, zijnde 52 weken - 4 overeengekomen vakantieweken, tijdens de resterende nuttige tijd ter beschikking stonden van eiseres, zijnde gemiddeld 10u per dag of 70u per week x 48 weken ofte 3360u per jaar- 11.65,5u per jaar (tijd ter beschikking van school) ofte 2194,5u per jaar, dient de verhouding bepaald te worden op 1165,5/3360 ofte 34,7 % voor handelingen die niet in het wetboek van BTW omschreven zijn en voor 2194,5/3360 ofte 65,3% voor het verrichten van leveringen van goederen en diensten.

Bijgevolg werd de BTW ten onrechte in aftrek gebracht voor 34,7 %.

## Betreffende de geldboete van 10 %

De geldboete van 10 % is wettelijk, voldoende gemotiveerd en de rechtbank is van oordeel dat deze boete in redelijke verhouding staat met de gepleegde inbreuk en met de ernst van de feiten.

### Beschikkend gedeelte

**OM DEZE REDENEN,**

**DE RECHTBANK,**

Rechtdoende op tegenspraak,

Alle andere en strijdige conclusies verwerpend,

Verklaart de vordering toelaatbaar en als volgt gegrond.

Verklaart het bestreden dwangbevel van nul en generlei waarde in de mate dat :

\- op de lidgelden van de klanten een hoger BTW-tarief werd toegepast dan 6 % en hierop een geldboete werd toegepast;

\- de BTW-aftrek werd verworpen op meer dan 34,7 % en op het ten onrechte verworpen gedeelte een geldboete werd toegepast.

Beveelt de herberekening van het dwangbevel.

Veroordeelt verweerder tot terugbetaling van alle dientengevolge geïnde bedragen, vermeerderd met de moratoriumintresten overeenkomstig artikel 91 W.BTW.

Veroordeelt eiseres tot 1/5 en verweerder tot 4/5 van de kosten van het geding tot op heden door :

\- eiseres begroot op 2.200,00 EUR rechtsplegingsvergoeding en door de rechtbank ambtshalve vereffend op 4/5 van 2.200,00 EUR rechtsplegingsvergoeding;

\- verweerder niet begroot en derhalve door de rechtbank niet vereffend.

Wijst het meer en/of anders gevorderde af.

**N. D.** **P. W.**

## Aangehaalde teksten

2

[KB nr. 3 art. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-december-betrekking-aftrekregeling-toepassing-belasting-8aeb) 2 voorkomens

[C-41/04, arrest van 27 oktober 2005](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-41-04-arrest) 1 voorkomen
