Recht op aftrek van belasting · Belgische rechtspraak

Naar de tekst
Juriel

Hof van beroep Brussel 13 januari 2011

Zoeken

Recht op aftrek van belastingBelasting over de toegevoegde waarde

https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-belasting-hof-van-beroep-brussel-2011-01-13-879b

Rechtscollege
Hof van beroep
Zetel
Brussel
Datum
13 januari 2011

Procesverloop

2 stappen · 5 jaar 11 maanden
  1. Bestreden beslissingRechtbank van eerste aanleg te Brussel11.02.2005
  2. Weergegeven beslissingHof van beroep te Brussel13.01.2011

Over het document

Verzameling
Belgische rechtspraak
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

32 paragrafen

Fiche van de FOD Financiën

Arrest van het Hof van beroep te Brussel d.d. 13.01.2011

Samenvatting niet beschikbaar

Tekst van het arrest

Tekst van de beslissing

HOF van BEROEP te BRUSSEL, Zesde fiscale kamer - Openbare terechtzitting van 13/01/2011

Nr. van de zaak : 2005/AR/870

IN ZAKE VAN :

DE BELGISCHE STAAT, FOD Financiën, Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, vertegenwoordigd door de Eerstaanwezend Inspecteur van het BTW-Ontvangkantoor te Halle, waarvan de burelen gevestigd zijn te 1500 Halle, Zuster Bernardastraat, 32,

appellant,

vertegenwoordigd door Meester B. loco J. H. advocaat te …, ….

tegen :

De NV E. B., als rechtsopvolgster ten algemene titel van de NV E. F. S., ingevolge fusie door opslorping (BS 2 december 2005), met maatschappelijke zetel gevestigd te … (…), …; met ondernemingsnummer BE …,

geïntimeerde,

vertegenwoordigd door Meester M. loco A. V., advocaat te …, ….


R.2011/311 EINDARREST - akkoord

Het hof, na beraad, spreekt in openbare terechtzitting volgend arrest uit :

Gelet op de procedurestukken, inzonderheid het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel van 11 februari 2005, waartegen hoger beroep werd aangetekend bij verzoekschrift op de griffie van het hof neergelegd op 31 maart2005, en het tussenarrest van dit hof van 24 juni 2010.

Bij tussenarrest van 24 juni 2010 stelde het hof vast dat een lid van de zetel het bestreden vonnis heeft uitgesproken, en beval de heropening der debatten teneinde de zaak te laten beoordelen door de zesde fiscale kamen van het hof in een andere samenstelling.

Op basis van de rechtspraak van het Hof van cassatie gaat appellant akkoord om te beschouwen dat de toepassing van de aftrekbeperking uit artikel 45, § 2, tweede lid, a) W.BTW niet langer verdedigbaar is wanneer de belastingplichtige, zoals geïntimeerde, o.m. geregeld autovoertuigen ter; beschikking stelt van verbonden ondernemingen.

In een akkoordconclusie, op de griffie van het hof neergelegd op 19 maart 2010, vragen partijen aan het hof akte te verlenen van hun onderstaand akkoord.

Beschikkend gedeelte

OM DEZE REDENEN,

HET HOF, rechtsprekend na tegenspraak,

Gelet op art 24 vab de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken;

Verleent akte aan partijen van hun akkoord, en verklaart dienovereenkomstig het hoger beroep ongegrond en bevestigt het bestreden vonnis;

Vernietigt dienovereenkomstig het dwangbevel van 26 maart 2002 in de mate dat het betrekking heeft op de problematiek van de leasingactiviteit van voertuigen en zegt voor recht dat de erin opgenomen sommen niet verschuldigd zijn (conform de rechtspraak van het·Hof van cassatie), en veroordeelt dientengevolge appellant tot integrale terugbetaling van de door hem in 2002 geïnde bedragen die betrekking hebben op punt 1 van het proces-verbaal van 13 maart 2002 m.b.t. de aftrekregeling m.b.t. personenwagens, veroordeelt appellant meer bepaald tot integrale terugbetaling van de in 2002 geïnde bedragen aan BTW van 242.511,86 EUR en aan boete van 24.250,00 EUR, beide te ·verhogen met wettelijke interesten, te rekenen vanaf de inhouding tot de dagvaarding en met gerechtelijke interesten, te rekenen vanaf de dagvaarding, berekend overeenkomstig artikel 91, § 4 W.BTW,

Veroordeelt appellant tot de rechtsplegingvergoeding van 1.000,00 EUR.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van de 6de fiscale kamer van het hof van beroep te Brussel, op 13/01/2011.

alwaar aanwezig waren en zitting namen :

P. V., raadsheer dd voorzitter, raadsheer,

G. D. C., raadsheer,

C. V., raadsheer,

C. D. N., griffier.

C. D. N. C. V. G. D. C. P. V.