Fiche van de FOD Financiën
Arrest van het Hof van beroep te Antwerpen d.d. 09.06.2005
Samenvatting niet beschikbaar
Tekst van het arrest
Tekst van de beslissing
Het HOF VAN BEROEP, zitting houdend te ANTWERPEN - VIJFDE KAMER, recht doende in burgerlijke zaken, heeft volgend arrest gewezen :
Inzake : 2002/AR/211
V.Z.W. I. L. C.,
met zetel te …, …, …, ondernemingsnummer …;
APPELLANTE
tegen een vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen d.d. 5 oktober 2001
vertegenwoordigd door Mr. G. S. loco Mr. F. V., advocaat te …, …;
TEGEN :
De BELGISCHE STAAT, Administratie van de BTW, registratie en domeinen, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, wiens kantoren gevestigd· zijn te Brussel, op vervolging en benaarstiging van de Gewestelijk Directeur der BTW, registratie en domeinen te Antwerpen, in de persoon van de REKENPLICHTIGE VAN HET DERDE BTW-ONTVANGKANTOOR TE ANTWERPEN, waarvan de kantoren gevestigd zijn te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4 bus 4;
GEINTIMEERDE
vertegenwoordigd door Mr. D. V. loco Mr. R. L., advocaat te …, …;
1. De antecedenten en de vorderingen
1.1. VZW I. L. C. heeft in het jaar 1994 in totaal … EUR (… BEF) aan BTW betaald. Zij heeft die BTW in aftrek gebracht op basis van een breuk met in de teller het totaal bedrag van de belastbare handelingen en in de noemer ditzelfde bedrag, vermeerderd met de ontvangen lidgelden. Dit leverde een breuk van 74 % op. In het jaar 1995 paste zij dezelfde breuk toe op een in 1995 ontvangen factuur die op een in 1994 ontvangen levering of dienst betrekking had.
Naar aanleiding van een op 17.11.1998 gedane controle werd op 19.01.1999 een proces-verbaal opgesteld, waarbij ervan werd uitgegaan dat in de noemer ook het bedrag diende opgenomen dat vzw I. L. C. ten titel van subsidies had ontvangen naar aanleiding van een biënnale «World Logo Design» die zij in het jaar 1994 had ingericht. Toevoeging van deze bedragen leidde ertoe dat de breuk een uitkomst gaf van 20 %. Het teveel in aftrek genomen bedrag werd bepaald op … EUR (… BEF) voor het jaar 1994 en op … EUR (… BEF) voor het jaar 1995.
Met een op 11.02.1999 uitgevaardigd en op 16.02.1999 uitvoerbaar verklaard dwangbevel werd van VZW I. L. C. betaling gevraagd van … EUR (… BEF) aan BTW, … EUR (… BEF) aan boete en interesten.
1.2. vzw I. L. C. heeft op 22.06.1999 de Belgische Staat doen dagvaarden om te verschijnen voor de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen teneinde het dwangbevel van nul en generlei waarde te horen verklaren en haar te horen ontslaan van de in dit dwangbevel gevorderde sommen.
Met het bestreden vonnis dd. 05.10.2001 heeft de eerste rechter de vordering ongegrond verklaard.
1.3. Met een verzoekschrift, dat op 24.01.2002 ter griffie van dit hof werd neergelegd, heeft vzw I. L. C. hoger beroep ingesteld teneinde de toekenning van haar voor de eerste rechter gestelde eis te bekomen. De Belgische Staat besluit tot de ongegrondheid van het hoger beroep.
2. Beoordeling
De partijen zijn het over volgende feitelijke gegevens eens :
• vzw I. L. C. stelt zowel belastbare handelingen als niet belastbare handelingen;
• inzonderheid voor wat de in 1994 georganiseerde biënnale betreft, richtte zij zowel activiteiten in waarvoor een toegangsgeld werd aangerekend als activiteiten die gratis toegankelijk waren voor het grote publiek;
• de subsidies die zij ontving vormden niet de tegenprestatie van een welbepaalde belastbare handeling maar beoogden de ondersteuning van de algemene werking en dienen beschouwd als werkingstoelage.
Het hof vond de essentie van het standpunt van vzw I. L. C. op blz. 9 van haar conclusie als volgt samengevat :
«In casu draait de discussie echter om een gedeeltelijke belastingplichtige VZW die enerzijds BTW-handelingen stelt en anderzijds handelingen die 'buiten het toepassingsgebied' van de BTW vallen. De Eerste Rechter bevestigde dat concluante een gedeeltelijke belastingplichtige is.
Het bestreden dwangbevel is gesteund op de toepassing van artikel 46 W.BTW. Bijgevolg werd in het bestreden dwangbevel ten onrechte toepassing gemaakt van het arfikel 46 W.BTW. Inzake het algemeen verhoudingsgetal daar dit artikel betrekking heeft op een gemengde belastingplichtige en niet op een gedeeltelijke belastingplichtige. Artikel 46 W.BTW is in casu niet van toepassing.
Er dient daarenboven betwist te worden dat het algemeen verhoudingsgetal van artikel 46 W.BTW dat van toepassing is bij gemengde belastingplichtigen, zonder meer overgeheveld mag worden om een bijzonder verhoudingsgetal te berekenen bij gedeeltelijke belastingplichtigen zoals de Eerste Rechter in het bestreden vonnis a quo ten onrechte doet (infra sub B).
Eén en ander leidt tot het besluit dat concluante subsidies ontving in haar hoedanigheid van gedeeltelijke belastingplichtige, zodat zij bij toepassing van artikel 45 W.BTW en het bestemmingsbeginsel, recht heeft op de volledige aftrek van de voorbelasting die betrekking heeft op de belastbare activiteit. Het feit op zich dat een gedeeltelijke belastingplichtige subsidies heeft ontvangen, beïnvloedt geenszins het recht op aftrek van de BTW».
De vaststelling van de eerste rechter, dat het niet mogelijk is de ontvangen goederen en diensten - die VZW I. L. C. bestemt voor haar economische activiteiten (en waarvan zij de door haar betaalde BTW in aftrek bracht tot beloop van het hoger vermelde breukdeel) - toe te wijzen aan haar onderscheiden activiteiten, wordt niet betwist. Er kan dus niet worden vastgesteld of en in welke mate de goederen en diensten (bij de verwerving waarvan zij de in het geding zijnde BTW betaalde) werden gebruikt voor het verrichten van in art. 45,1° - 5°, W.BTW bedoelde handelingen. VZW I. L. C. schrijft wel dat de meeste kosten werden bestemd voor haar belastbare activiteit, maar zij licht dit op geen enkele wijze toe en levert hiervoor geen enkele aanwijzing of bewijs.
De eerste rechter heeft er terecht op gewezen dat het precies is om te verhelpen aan dat probleem, dat een probleem in hoofde van de belastingplichtige is die de aftrek doet, dat de Belgische Staat een bijzonder verhoudingsgetal heeft gehanteerd om te bepalen in welke mate deze goederen en diensten konden worden geacht te zijn gebruikt voor het verrichten van deze handelingen. De omstandigheid dat de subsidies ten behoeve, van de algemene werking werden verstrekt staat er niet aan in de weg dat, zoals de eerste rechter terecht aannam, «een bijzonder verhoudingsgetal waarvan de teller het bedrag van de belastbare handelingen omvat en de noemer het bedrag van de totale ontvangsten, met inbegrip van de subsidies ... ontegensprekelijk een objectieve verdeelsleutel is». Het hof neemt de in het bestreden vonnis op blz. 5 weergegeven motivering tot de zijne.
Het gaat er hier niet om, het recht op aftrek te bepalen van de belasting die door een belastingplichtige werd betaald op goederen en diensten die hij deels gebruikte voor in het wetboek bedoelde handelingen waarvoor het recht op aftrek bestaat en deels voor in het wetboek bedoelde handelingen waarvoor dit recht niet bestaat.·
Het gaat er integendeel om te bepalen in welke mate deze goederen en diensten werden gebruikt voor in het wetboek bedoelde handelingen en in welke mate voor niet in het wetboek bedoelde handelingen. De opmerkingen die vzw I. L. C. maakt ten aanzien van de vraag of subsidies, die enkel als algemene werkingstoelage al dan niet in de noemer van de in art. 46 W.BTW bedoelde breuk mogen worden opgenomen, dragen daarom niet bij tot de oplossing van het geschil.
Vermits vzw I. L. C. niet aantoont dat zij de goederen en diensten die zij verwierf en waarop zij de door haar in aftrek gebrachte BTW betaalde, voor meer dan 20 % heeft gebruikt voor in het wetboek bedoelde handelingen, heeft de Belgische Staat de aftrek terecht tot 20 % beperkt.
Beschikkend gedeelte
OM DIE REDENEN,
HET HOF,
Rechtdoende op tegenspraak,
Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935;
Verklaart het hoger beroep ongegrond;
Verwijst vzw I. L. C. in de kosten van het hoger beroep en begroot deze tot op heden aan de zijde van de Belgische Staat op € … (rechtsplegingsvergoeding).
Aldus gedaan en uitgesproken in openbare terechtzitting van NEGEN JUNI TWEEDUIZEND EN VIJF
waar aanwezig waren :
de heer R. H., Voorzitter
de heer J. E., Raadsheer
de heer D. T., Raadsheer
mevrouw G. V., Griffier.
G. V. D. T.
J. E. E. H.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.