---
title: "27 juni 2011 · Recht op aftrek van belasting, bewijs · Rechtbank van eerste aanleg te Brugge"
description: "Recht op aftrek van belasting, bewijs, controlemaatregel, strafbepaling. Rechtbank van eerste aanleg te Brugge (België), 27 juni 2011."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-belasting-bewijs-controlemaatregel-rechtbank-brugge-2011-06-27-2eda"
lang: "nl"
---

# Recht op aftrek van belasting, bewijs, controlemaatregel, strafbepaling · Belasting over de toegevoegde waarde

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Brugge

**Datum**

27 juni 2011

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

83 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Brugge d.d. 27.06.2011

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het vonnis**

### Tekst van de beslissing

**De Rechtbank van eerste aanleg te Brugge, VIERDE KAMER, heeft het hiernavolgend vonnis verleend**

In de zaak **10/1724/A** Rep. nr. 2011/8428

**BVBA A. D. M. – V.**, …, … - KBO nr. …

**eiseres,**

voor wie optreedt Meester **K. G.**, advocaat te …, …

**tegen :**

**BELGISCHE STAAT - FOD FINANCIËN**, Wetstraat 12 te 1000 Brussel in de persoon van de EA Inspecteur-diensthoofd van de administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit (AOIF) te 8500 Kortrijk, Hoveniersstraat 31, Team 7

**verweerder,**

voor wie optreedt de heer **E. M.**, e.a. Inspecteur bij een fiscaal bestuur.

## I. RECHTSPLEGING

Gelet op het inleidend verzoekschrift d.d. 31 mei 2010.

De rechtbank nam kennis van het dossier van de rechtspleging en van de door partijen overlegde bundels.

Partijen werden gehoord in hun middelen in de openbare terechtzitting van 6 juni 2011.

Artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden in acht genomen.

## II. BIJZONDERSTE GEGEVENS VAN DE ZAAK

**1.** Eiseres is ingeschreven als BTW-belastingplichtige onder het BTW­registratienummer BE …, voor de activiteit van accountantskantoor. Zij is derhalve onderworpen aan de bepalingen van de BTW-wetgeving en de ter uitvoering ervan genomen besluiten.

Op 22 oktober 2009 wordt aan eiseres een kennisgeving verzonden voorzien in artikel 84ter W.BTW.

Op 22 oktober 2009 wordt door **K. V. P.**, fiscaal deskundige verbonden aan de administratie van de BTW en ter beschikking gesteld van de administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit van controlecentrum Kortrijk, een controle gestart bij eiseres betreffende de toepassing van de BTW-wetgeving in de periode van 1 januari 2004 tot 31 december 2004. De controle heeft betrekking op de relaties en/of de geleverde goederen en diensten van **K.** aan eiseres.

Op 27 april 2010 worden de overtredingen en vaststellingen opgenomen in een proces­verbaal door vermelde ambtenaar. In dit proces-verbaal wordt (o.a.) verwezen naar artikel 81bis W.BTW. In het proces-verbaal is opgenomen dat eiseres fictieve facturen ontvangen heeft van NV **L. U. (K.)** waartegenover geen of slechts pro forma·prestaties staan. De BTW werd zodoende ten onrechte afgetrokken door eiseres. Eiseres is verschuldigd 6.804,00 EUR als BTW, 13.600,00 EUR als boete en intresten vanaf 21 januari 2005.

Op 19 mei 2010 heeft eiseres, onder voorbehoud van alle rechten, het bedrag van 23.893,60 EUR overgeschreven op het rekeningnummer van het BTW­ontvangkantoor.

Door eiseres wordt op 31 mei 2010 een verzoekschrift op tegenspraak neergelegd bij de rechtbank.

**2.** Eiseres vraagt dat :

\- de vordering ontvankelijk en gegrond wordt verklaard;

\- voor recht gezegd wordt dat de vordering van de administratie verjaard is verweerder veroordeeld wordt tot teruggave aan eiseres van alle betaalde bedragen onder voorbehoud van alle rechten, zijnde 23.893,60 EUR te vermeerderen met intresten vanaf 31 mei 2010;

\- subsidiair de boete wordt kwijtgescholden, minstens wordt herleid tot 40 %;

\- verweerder wordt veroordeeld tot alle kosten van het geding, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding t.b.v. 2.200,00 EUR.

**3.** Verweerder vraagt dat de vordering van eiseres ongegrond wordt verklaard en dat eiseres wordt veroordeeld tot de kosten van het geding.

## III. BEOORDELING

### A. Betreffende de toelaatbaarheid

Verweerder voert geen redenen aan die tot de ontoelaatbaarheid van de eis kunnen leiden. Nu de rechtbank evenmin middelen van ontoelaatbaarheid, die zij ambtshalve zou moeten opwerpen, vaststelt, is de eis toelaatbaar.

### B. Betreffende.de grond

#### 1. verjaring

**1.1.** Conform artikel 81bis, § 1, eerste lid W.BTW verjaart de vordering tot voldoening van de belasting, de intresten en de administratieve geldboeten na het verstrijken van het derde kalenderjaar volgend op dat waarin de oorzaak van opeisbaarheid van die belasting, intresten en administratieve geldboeten zich heeft voorgedaan. Conform artikel 81bis, § 1, tweede lid W.BTW (zoals van toepassing vóór de Programmawet van 22 december 2008) wordt de verjaring verlengd tot na het verstrijken van het vijfde kalenderjaar volgend op dat waarin de oorzaak van opeisbaarheid van de belasting de intresten en de administratieve geldboeten zich heeft voorgedaan, zodra de overtreding bedoeld in de artikelen 70 of 71 begaan is met bedrieglijk opzet of met het oogmerk te schaden.

Conform artikel 84ter W.BTW (zoals van toepassing vóór de Programmawet van 22 december 2008) dient de administratie wanneer zij de verjaringstermijn wil uitbreiden tot 5 jaar (artikel 81, bis § 1, tweede lid), op straffe van nietigheid, voorafgaandelijk aan de betrokkene schriftelijk en nauwkeurig kennis te geven van de vermoedens van de belastingontduiking die tegen hem bestaan in de betreffende periode.

Conform artikel 81bis, § 1, derde lid, 2° W.BTW (zoals van toepassing vóór de Programmawet van 22 december 2008) is er verjaring na het verstrijken van het zevende kalenderjaar volgend op dat waarin de oorzaak van opeisbaarheid zich heeft voorgedaan, wanneer een rechtsvordering aantoont dat in België belastbare handelingen niet werden aangegeven of belastingaftrekken werden toegepast met overtreding van de wettelijke en verordeningsbepalingen die erop van toepassing zijn.

**1.2.** Artikel 81bis W.BTW werd gewijzigd bij artikel 191 van de Programmawet van 22 december 2008. Door deze wijziging blijft de gewone verjaringstermijn van drie jaar behouden (artikel 81bis, § 1, eerste lid W.BTW), verdwijnt de verjaringstermijn van vijf jaar en wordt de verjaringstermijn van zeven jaar uitgebreid tot wanneer de overtreding bedoeld in de artikelen 70 of 71 begaan is met bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden (artikel 81bis, § 1, tweede lid, 4° W.BTW). De verjaringstermijn van zeven jaar blijft bestaan (en wordt deels aangepast) wanneer een rechtsvordering aantoont dat, in België, belastbare handelingen niet werden aangegeven, handelingen ten onrechte werden vrijgesteld of belastingaftrekken werden toegepast met overtreding van de wettelijke en verordeningsbepalingen die erop van toepassing zijn (artikel 81bis, § 1, tweede lid, 2° W.BTW).

Artikel 84ter W.BTW werd gewijzigd bij artikel 192 van de Programmawet van 22 december 2008 in die zin dat de voorafgaandelijke, schriftelijke en nauwkeurige kennisgeving van de vermoedens van de belastingontduiking moet gebeuren in geval van artikel 81bis, § 1, tweede lid, 4° W.BTW.

De nieuwe bepalingen zijn in werking getreden op de dag waarop de Programmawet is gepubliceerd in het Belgisch Staatblad, zijnde op 29 december 2008.

#### 2. artikel 84ter W.BTW

**2.1.** Op 22 oktober 2009 werd aan eiseres een schrijven verzonden betreffende kennisgeving voorzien in artikel 84ter W.BTW. In het schrijven wordt verwezen naar 3 gerechtsdossiers waar omtrent toelating tot inzage werd verkregen. Uit deze gerechtsdossiers (nl. PV nr. … van 27 augustus 2007) blijkt dat eiseres subsidies voor opleidingen en/of advies ontvangen heeft. Uit de gerechtsdossiers blijkt verder dat de noodzakelijke uitgaven voor het verkrijgen van de subsidies vaak geen werkelijke prestaties vertegenwoordigen. De verjaringstermijn wordt uitgebreid tot 7 jaar bij toepassing van artikel 81bis, § 1, tweede lid, 4° W.BTW om de administratie toe te laten te verifiëren of de door eiseres afgetrokken BTW in de aangifte onjuist is en dit bij vermoeden van bedrieglijk opzet of met het oogmerk te schaden.

**2.2.** De administratie heeft met vermeld schrijven de verjaringstermijn uitgebreid tot 7 jaar alvorens te starten met de controle bij eiseres.

De rechtbank is van oordeel dat het schrijven d.d. 22 oktober 2009 wel een nauwkeurige kennisgeving is van de vermoedens van belastingontduiking in hoofde van eiseres.

In het schrijven wordt gesteld dat uit een bepaald proces-verbaal blijkt dat eiseres subsidies heeft ontvangen voor opleidingen en/of advies. Verder wordt gesteld dat uit de gerechtsdossiers ook blijkt dat de noodzakelijke uitgaven die een voorwaarde vormen voor het verkrijgen van deze subsidies vaak geen werkelijke prestaties vertegenwoordigen. Dit heeft tot gevolg dat in hoofde van eiseres kan vermoed worden dat ook geen werkelijke prestaties werden verricht.

In de kennisgeving hoeft de belastingontduiking niet bewezen te worden, een vermoeden van belastingontduiking is voldoende. Het onderzoek dient om de BTW­aftrek m.b.t. de facturen voor de opleiding en het advies te controleren en het bewijs te leveren van het bedrieglijk opzet of het oogmerk om te schaden. M.a.w. het vermoeden van belastingontduiking moet door het onderzoek omgevormd worden tot een bewijs van belastingontduiking.

**2.3.** Artikel 84ter W.BTW werd derhalve niet geschonden.

#### 3. aftrek van BTW

**3.1.** Conform artikel 45, § 1 W.BTW mag elke belastingplichtige op de belasting die hij verschuldigd is in aftrek brengen : de belasting geheven op de aan hem geleverde goederen en verleende diensten, op de door hem ingevoerde goederen en op de door hem verrichte intracommunautaire verwerving van goederen. Dit alles in de mate dat hij die goederen en diensten gebruikt voor het verrichten van handelingen bedoeld in artikel 45, § 1, 1° tot 5° W.BTW (zijnde o.a. belaste handelingen en intracommunautaire leveringen).

Conform artikel 59, § 1 W.BTW kan het bewijs van de overtredingen tegen de bepalingen van het wetboek of van de ter uitvoering gegeven regelen, of van de verschuldigdheid van de belasting of van een geldboete aantonen of daartoe bijdragen, door de administratie geleverd worden volgens de regels en door alle middelen van het gemene recht, getuigen en vermoedens inbegrepen, uitgezonderd de eed, en daarenboven door de processen-verbaal van de ambtenaren van het Ministerie van Financiën.

De processen-verbaal leveren bewijs op zolang het tegendeel niet is bewezen.

**3.2.** In het proces-verbaal d.d. 27 april 2010 is opgenomen dat eiseres in 2004 in totaal 5 facturen heeft ontvangen van NV **L. U. (K.)**, zijnde 3 voor adviesprojecten en 2 voor cursussen. De BTW op de facturen werd door eiseres betaald in 2005.

Op aandringen van de bestuurder van NV **L. U.** heeft eiseres adviesprojecten laten uitvoeren. Pas na aandringen door eiseres wordt een bundel ontvangen. De inhoud van de bundel is zeer pover (kopies uit **B.**, geen onderzoek, geen advies). De nummers van de adviesprojecten komen ook niet overeen met de gefactureerde adviesprojecten.

Wat betreft de cursus netwerkbeheer kan niet worden aangetoond dat ze effectief werd gevolgd of wat de cursus juist inhield. Volgens de zaakvoerster van eiseres ging de cursus niet door en heeft zij een document ontvangen dat zij kon instuderen. Bewijzen hieromtrent kunnen niet worden voorgelegd. Ook wat betreft de cursus mailings uitsturen kan niet worden aangetoond dat ze effectief werd gevolgd of wat de cursus juist inhield.

**3.3.** De rechtbank stelt dan ook vast dat de adviesprojecten inhoudelijk niets inhielden en er geen bewijs is dat de cursussen werden georganiseerd en gevolgd. Toch zou eiseres zonder opmerkingen (bewijzen omtrent opmerkingen worden alleszins niet voorgelegd) in totaal 24.600 EUR (exclusief BTW) voor de adviesprojecten en7.800 EUR (exclusief BTW) voor de cursussen hebben betaald. De facturen werden wel betaald via advies- en opleidingscheques, Deze cheques werden door eiseres besteld, maar werden persoonlijk opgehaald door de bestuurder van NV **L. U.**. Eiseres legt geen enkel bewijs voor dat zij de cheques zelf heeft betaald en ten laste genomen (en niet NV **L. U.**). In het proces-verbaal d.d. 27 april 2010 is ook nergens opgenomen dat eiseres de cheques zelf betaald heeft. Enkel de BTW werd door eiseres effectief betaald in 2005 op rekening van NV **L. U. (K.)**.

Uit niets blijkt dat de gefactureerde diensten effectief (en niet enkel pro forma met bundels zonder inhoud) werden geleverd. Eiseres zou dus 32.400 EUR (exclusief BTW) betaald hebben voor niets. Alleen hieruit blijkt al het bedrieglijk opzet. Indien er geen goederen werden geleverd of diensten werden verstrekt is de BTW niet aftrekbaar, ook al is deze BTW doorgestort aan de schatkist.

**3.4.** Verweerder heeft dan ook terecht toepassing gemaakt van artikel 81bis, § 1, tweede lid, 4° W.BTW. Verweerder heeft ook terecht de aftrek van de BTW verworpen

#### 4. boete

**4.1.** De boete t.b.v. 13.600,00 EUR werd opgelegd overeenkomstig artikel 70, § 1bis W.BTW.

**4.2.** Een boete heeft een repressief karakter. Het zou strijdig zijn met het gelijkheidsbeginsel mochten de rechtbanken het recht ontzegd worden om op de betwiste administratieve beslissing om een dergelijke geldboete op te leggen, een toetsing met volle rechtsmacht uit te oefenen. Een toetsing met volle rechtsmacht houdt in dat de rechter moet nagaan of een administratieve beslissing met repressief karakter in rechte en in feite verantwoord is en of zij de wettelijke bepalingen en algemene beginselen die de administratie in acht moet nemen, waaronder het evenredigheidsbeginsel, eerbiedigt (Arbitragehof, 24 februari 1999, rolnr. 1279, arrest nr. 22/99).

Dat kan alleen in die zin begrepen worden dat de rechtbank (onder andere) de macht heeft om na te gaan of de concrete administratieve boete al dan niet in een redelijke verhouding staat tot de feiten waaraan de belastingplichtige zich bezondigd heeft. Een dergelijke toetsing brengt nog niet noodzakelijk met zich dat de rechtbank de belastingplichtige, om loutere redenen van opportuniteit of billijkheid, zou bevrijden van de verplichtingen die hem wettelijk zijn opgelegd door de overheid.

**4.3.** Uit het voorgaande en de neergelegde stukken blijkt dat eiseres meegewerkt heeft aan een fraudesysteem met advies- en opleidingscheques en dat eiseres onterecht BTW heeft afgetrokken. De feiten zijn ernstig en zwaarwichtig en zij werden door eiseres meermaals gesteld. Niet betwistbaar is het feit dat eiseres bewust heeft meegewerkt aan een fraude systeem.

Het opleggen van een administratieve boete beantwoordt aldus aan een juiste toepassing van de betreffende wettelijke en reglementaire bepalingen op de vastgestelde feiten. Het opleggen van een administratieve boete is in deze zaak verantwoord. Er moet tevens mee rekening worden gehouden dat de boete een ontradend effect moet hebben.

Anderzijds houdt de rechtbank ermee rekening dat eiseres de BTW op de facturen heeft voldaan.

Rekening houdende met de ernstige feiten en het voorgaande, acht de rechtbank een boete van 6.800,00 EUR gepast.

**4.4.** Voor het gedeelte van de boete dat voormeld bedrag overtreft, is de eis gegrond.

### C. Betreffende de kosten

Gezien het wederzijds gelijk en ongelijk van elke partij moeten zij elk hun eigen gerechtskosten dragen.

### Beschikkend gedeelte

**OM DEZE REDENEN,**

**DE RECHTBANK,**

Wijzende in eerste aanleg en op **tegenspraak**,

Alle verdere middelen van partijen verwerpend als niet dienend.

**Verklaart de eis toelaatbaar en gedeeltelijk gegrond.**

**Zegt voor recht dat de boete opgenomen in het proces-verbaal d.d. 27 april 2010 verlaagd wordt tot 6.800,00 EUR.**

**Veroordeelt verweerder tot terugbetaling aan eiseres van het betaalde bedrag van de boete dat hoger is dan 6.800 EUR, inclusief de betaalde intresten op dit hogere gedeelte van de boete, te vermeerderen met de intresten vanaf de datum van betaling door eiseres tot datum van terugbetaling door verweerder.**

**Wijst het anders en meer gevorderde af als ongegrond.**

Verwijst elke partij tot zijn eigen gerechtskosten, in welk geval het overbodig is deze kosten vast te stellen.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting in het gerechtshof te Brugge op **maandag, zevenentwintig juni tweeduizend en elf**.

Aanwezig zijn :

**D. P. L.**, alleenrechtsprekend rechter;

**S. C.**, griffier.

**S. C.** **L. D. P.**
