---
title: "Proportionele geldboeten, Geldboeten verminderd naar 15% · Rechtbank van eerste aanleg te Brussel, 7 november 2024"
description: "Proportionele geldboeten, Geldboeten verminderd naar 15%, Geen strafrechtelijk karakter. Rechtbank van eerste aanleg te Brussel (België), 7 november 2024."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/proportionele-geldboeten-verminderd-geen-strafrechtelijk-rechtbank-brussel-2024-11-07-c54c"
lang: "nl"
---

Tekst in het Frans

# Proportionele geldboeten, Geldboeten verminderd naar 15%, Geen strafrechtelijk karakter

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Brussel

**Datum**

7 november 2024

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Frans

**Nederlandse versie**

niet door de FOD gepubliceerd

De tekst van dit document is in het Frans. De FOD publiceert er geen Nederlandse versie van.

## Tekst

135 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Franstalige rechtbank van eerste aanleg van Brussel d.d. 07.11.2024 (RG 22/5791/A)

*Belasting over de toegevoegde waarde – Proportionele geldboeten – Geldboeten verminderd naar 15% - Geen strafrechtelijk karakter – Geen evenredigheidscontrole – Artikel 6 EVRM*

*Gerechtelijke procedure - Verzoekschrift op tegenspraak – Ontvankelijkheid – Onderwerp van het verzoek*

\[ Gunstig vonnis voor de Belgische Staat \]

## Samenvatting van het vonnis

feiten en achtergrond

De eisende partij is btw-plichtig vanwege haar activiteit als leverancier van alle soorten lampen en verlichtingsmaterialen.

Het verzoek betreft een btw-geldboete van 3.770 EUR wegens niet-betaling/laattijdige betaling, opgelegd in de bijzondere rekening van de eisende partij voor de periode van 3 januari 2021 tot 31 januari 2022.

Een beslissing van 13 juli 2022 heeft het administratief verzoek om kwijtschelding van deze boete, ingediend door de eisende partij, afgewezen.

De laattijdige betaling en de overtreding worden dan ook vastgesteld en niet betwist door de eisende partij.

Het geschil beperkt zich daarom tot de beoordeling van het verzoek tot kwijtschelding van de betwiste geldboete. Koninklijk Besluit nr. 41 van 30 januari 1987, tot vaststelling van het bedrag van de proportionele fiscale geldboeten, bepaalt dat bij niet-betaling en laattijdige betaling van de btw die voortvloeit uit de periodieke aangiften een geldboete van 15% van de verschuldigde belasting wordt opgelegd.

Beslissing

### a) Ontvankelijkheid

De Belgische Staat concludeert dat het verzoekschrift onontvankelijk is op grond van een schending van artikel 1034ter van het Gerechtelijk Wetboek, aangezien het verzoekschrift op tegenspraak geen volledig, duidelijk en nauwkeurig omschreven voorwerp bevat.

Uit het geheel van de aan de rechtbank voorgelegde elementen blijkt dat het voorwerp het gerechtelijke vordering betrekking heeft op de betwisting van de litigieuze geldboete en de kwijtschelding ervan gelet op het vooraf ingediend administratief verzoek tot kwijtschelding van geldboeten.

Voorts bepaalt artikel 861 van het Gerechtelijk Wetboek dat de verwerende partij moet aantonen dat de niet-naleving van de verplichte vermelding in artikel 1034ter (het vermelden van het voorwerp van het verzoek) haar een reëel, concreet en direct procesrechtelijk nadeel heeft berokkend, waardoor haar recht op verdediging wordt geschaad.

Er wordt echter geen nadeel aangetoond door de verwerende partij, die gemotiveerde conclusies en een dossier met bewijsstukken heeft ingediend, waaruit blijkt dat zij haar rechten op verdediging heeft kunnen uitoefenen en het verzoek heeft kunnen betwisten. Het verzoekschrift is derhalve ontvankelijk.

#### b) Geldboeten

Ingevolge vaste rechtspraak heeft het Hof van Cassatie (zie Cass., [F.21.0172.F](https://juriel.be/nl/rechtspraak/proportionele-geldboeten-evenredigheid-bevoegdheid-rechter-cassatie-brussel-2023-03-02-bf34) dd. 02.03.2023, Fisconetplus) voor recht bepaalt dat de bevoegdheid van de rechter om een administratieve geldboete te verlagen voortvloeit uit artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), aangezien administratieve geldboeten een strafrechtelijk karakter hebben in de zin van deze bepaling.

Om te beoordelen of een fiscale administratieve sanctie als een strafrechtelijke sanctie in de zin van artikel 6 EVRM kan worden beschouwd, moet worden nagegaan of ze:

\- zonder onderscheid elke belastingplichtige treft, niet slechts een bepaalde groep met een bijzonder statuut;

\- een bepaald gedrag voorschrijft en op de naleving ervan een sanctie stelt;

\- niet alleen maar een financiële vergoeding van een geleden schade betreft, maar essentieel ertoe strekt te straffen om de herhaling van vergelijkbaar gedrag te voorkomen;

\- stoelt op een norm met een algemeen karakter, waarvan het oogmerk tezelfdertijd preventief en repressief is;

\- zeer zwaar is gelet op het bedrag ervan.

In onderhavig geval wordt een proportionele geldboete van 15% ten bedrage van 3.770 EUR niet als repressief en afschrikkend beschouwd en heeft ze dus geen strafrechtelijk karakter in de zin van artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.

Daarom heeft de rechtbank niet de bevoegdheid om de boete te verlagen.

Opmerkingen

Gezien het om opgelegde proportionele geldboeten gaat die reeds verlaagd werden op grond van KB nr. 41, besluit de rechtbank dat een proportionele geldboete tegen een tarief van 15%, ten bedrage van 3.770 EUR, geen repressief en afschrikkend karakter heeft en dus geen strafrechtelijke aard heeft in de zin van artikel 6 van het EVRM. Daardoor heeft de rechtbank niet de bevoegdheid om deze te verminderen in het kader van een evenredigheidscontrole.

Gelet op het ontbreken van een strafrechtelijk karakter kan daaruit ook worden afgeleid dat de rechtspraak met betrekking tot uitstel van geldboetes niet van toepassing is.

Meerdere andere gerechtelijke beslissingen hebben al geoordeeld dat lage btw-boetes, gezien de bedragen die in een geschil aan de orde zijn, een schadevergoedend karakter hebben en vergelijkbaar zijn met "contractuele boeteclausules" in civiele en commerciële zaken. Ze hebben geen repressief of afschrikkend karakter in de zin van artikel 6 EVRM (zie onder andere: Brussel, 8 juni 2022, 2020/5265/A, Fisconetplus; Brussel, 8 februari 2023, RG 2021/3768/A, Fisconetplus; Brussel, 14 november 2024, RG 22/5900/A, Fisconetplus).

Er wordt ook verwezen naar de nota met opmerkingen, waarin wordt gerefereerd aan de ruime rechtspraak in deze zin, onder het gunstig vonnis van de Franstalige Rechtbank van Eerste Aanleg te Brussel van 22.09.2022 (RG 2020/1696/A), gepubliceerd in Fisconetplus.

**Volledige tekst**

**Het vonnis wordt enkel gepubliceerd in de oorspronkelijke taal.**

### Tekst van de beslissing

Vonnis van de Franstalige rechtbank van eerste aanleg van Brussel d.d. 07.11.2024

(RG 22/5791/A)

**EN CAUSE DE** **:**

**E.,** inscrite à la B.C.E. sous le n°0812.014.912, ayant son siège social à … ;

demanderesse,

représentée par M. D.L. en sa qualité de personne déléguée à la gestion journalière,

**CONTRE** **:**

**L'ETAT BELGE,** Service Public Fédéral Finances, enregistré à la B.C.E. sous le n° 0308.357.159, représenté par Monsieur le Ministre des Finances, dont les bureaux sont sis à 1000 Bruxelles, rue de la Loi 12, en la personne de Monsieur le Conseiller général-Directeur à l'Administration Générale de la Fiscalité, Centre PME de Bruxelles Il, dont les bureaux sont sis à 1000 Bruxelles, boulevard du Jardin Botanique 50, boîte 3408, poursuites et diligences de Monsieur le Conseiller-Receveur à l'Administration Générale de la Perception et du Recouvrement, Team Personnes Morales de Bruxelles 10, dont les bureaux sont sis à 1000 Bruxelles, boulevard du Jardin Botanique 50, boîte 3111;

défendeur,

comparaissant en personne à l'intervention de M. P.V., attaché, …

---

En cette cause, tenue en délibéré le 17 octobre 2024, le tribunal prononce le jugement suivant.

Vu les pièces de la procédure, et notamment :

 la requête contradictoire déposée au greffe du tribunal de céans le 07 novembre 2022 ;

 l'ordonnance rendue le 22 décembre 2022 en application de l'article 747 § 2 du Code judiciaire ,

 les conclusions de synthèse déposées par le défendeur le 30 août 2024 ;

Entendu les parties en leurs dires et moyens à l'audience publique du 17 octobre 2024 ;

---

## I. Objet du litige

**1.-**

La demande a trait à une amende TVA de 3.770€ pour défaut de paiement/paiement tardif infligée dans le compte spécial de la partie demanderesse pour la période du 3 janvier 2021 au 31 janvier 2022 notifié le 25 février 2022.

**2.-**

Dans sa requête du 7 novembre 2022, la partie demanderesse conteste l'imposition de cette amende.

La partie défenderesse postule à titre principal, à l'irrecevabilité de la demande et à titre subsidiaire, à son non-fondement.

### Recevabilité

**3.-**

La partie défenderesse conclut à l'irrecevabilité de la demande au motif qu'en violation de l'article 1034ter du Code judiciaire 1, la requête contradictoire ne contient aucun objet complet, clair et précis de la demande.

Dans sa requête contradictoire, la partie demanderesse indique :

« Concerne : Requête contradictoire à l'encontre de la décision de l'administration TVA SPF FINANCES AGFISC PME BRUXELLES 2 GESTION TEAM 3.

Il est joint à la requête la décision du 13 juillet 2022 concernant la demande en remise d'amende introduite par la partie demanderesse le 8 mars 2022.

**4.-**

Il résulte de l'ensemble de ces éléments que l'objet de la requête porte sur la contestation de l'amende litigieuse comprise comme la remise de cette dernière vu la demande introduite précédemment.

**5.-**

Surabondamment, l'article 861 du Code judiciaire 2 est applicable en l'espèce. Cet article implique que la partie défenderesse doit démontrer que l'inobservance de la mention prévue à peine de nullité à l'article 1034ter du Code judiciaire (soit l'indication de l'objet de la demande) lui a causé un grief procédural, réel, concret et direct portant atteinte à l'exercice de son droit de la défense.

Or, aucun grief n'est démontré par la partie défenderesse qui a déposé des conclusions motivées de 9 pages ainsi qu'un dossier de 109 pièces permettant de conclure qu'elle a pu exercer ses droits de la défense et contester la demande.

La demande est dès lors recevable.

## III. Faits

**6.-**

La partie demanderesse est assujettie à la TVA pour son activité de fournisseur de tout type d'ampoule et de matériel d'éclairage.

Le 22 février 2021, elle dépose la déclaration TVA du mois de janvier 2021 accusant un solde en faveur de l'État de 66.784,08 € payé le 18 février 2021.

**7.-**

Le 19 janvier 2022, elle rentre une déclaration TVA rectificative du mois de janvier 2021 accusant un solde en faveur de l'État de 89.789,01 € soit un supplément de 23.004,93 €.

**8.-**

Suite à la déclaration de ce supplément et au défaut de paiement de celui-ci, le compte courant de la partie demanderesse a été mis à zéro le 31 janvier 2022 et elle a été avertie, par courrier recommandé du 10 février 2022, que « *conformément à l'*[*article 8, §1er de l'arrêté royal n° 24*](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-24-december-betrekking-voldoening-belasting-toegevoegde-9d45#ar24-art8) *du 29 décembre 1992, un compte spécial de régularisation sera bientôt établi à votre nom par votre Team gestion pour la période antérieure au 31/01/2022 ».*

**9.-**

Le supplément de 23.004,93 € a été payé le 14 février 2022.

**10.-**

Le compte spécial, pour la période du 3 janvier 2021 au 31 janvier 2022, a été notifié, le 25 février 2022, en raison du défaut de paiement de ce supplément au 31 janvier 2022, et imposant une amende proportionnelle de 15% de la taxe due soit 3.770,00 €.

Un registre de perception et recouvrement n° 2022.04.FR.020, fondé sur ce compte spécial, a été rendu exécutoire le 27 avril 2022 pour cette dette enrôlée sous le n° 500.2516.78495 et communiqué par avis du 5 mai 2022.

**11.-**

Une décision du 13 juillet 2022 rejette la requête administrative en remise de cette amende introduite par la partie demanderesse le 8 mars 2022.

## IV. Discussion

**12.-**

Le litige est dès lors limité à l'examen de la demande de remise de l'amende litigieuse.

L'[article 1er, alinéa 1 er, 1° de l'arrêté royal n° 41](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-41-januari-vaststelling-bedrag-proportionele-fiscale-d48c#ar41-art1), du 30 janvier 1987 fixant le montant des amendes fiscales proportionnelles dispose qu'en cas de défaut de paiement et de paiement tardif de la TVA résultant de déclarations périodiques, une amende de 15% de la taxe due est imposée.

**13.-**

En l'espèce, le supplément de TVA déclaré le 19 janvier 2022 a été payé le 14 février 2022 en lieu et place du 20 février 2021. Le paiement tardif et en conséquence l'infraction sont dès lors établis, ce qui n'est pas contesté par la partie demanderesse.

**14.-**

Par une jurisprudence constante, la Cour de cassation 3 a dit pour droit que le pouvoir du juge de réduire l'amende administrative découle de l'article 6 de la Convention de sauvegarde des droits de l'homme et des libertés fondamentales dès lors que les amendes administratives ont un caractère pénal au sens de cette disposition.

**15.-**

Pour décider si une sanction administrative en matière fiscale peut constituer une sanction pénale au sens de l'article 6 de la Convention de sauvegarde des droits de l'homme et des libertés fondamentales, il y a lieu de vérifier si :

elle concerne sans distinction tous les contribuables et non uniquement un groupe déterminé doté d'un statut particulier ;

elle prescrit un comportement déterminé et prévoit une sanction en vue de son respect ; elle ne concerne pas seulement une réparation pécuniaire d'un préjudice mais tend essentiellement à sanctionner afin d'éviter la réitération d'agissements similaires ; elle se fonde sur une norme à caractère général dont le but est à la fois préventif et répressif ;

elle est très sévère eu égard à son montant.

**16.-**

En l'espèce, une amende proportionnelle au taux de 15% aboutissant au total de 3.770€ ne présente pas un caractère répressif et dissuasif et n'est donc pas de nature pénale au sens de l'article 6 de la Convention de sauvegarde des droits de l'homme et des libertés fondamentales.

Par conséquent, le Tribunal n'a pas le pouvoir de réduire l'amende.

### Beschikkend gedeelte

**PAR CES MOTIFS,**

**LE TRIBUNAL,**

Statuant contradictoirement,

Vu la loi du 15 juin 1935 sur l'emploi des langues en matière judiciaire,

Dit la demande recevable mais non fondée.

En déboute dès lors la partie demanderesse.

Condamne aux dépens de l'instance la partie demanderesse, mais constate l'absence de dépens dans le chef de la défenderesse ; délaisse à la partie demanderesse la charge de la contribution au fonds budgétaire pour l'aide juridique de deuxième ligne de 24,00 €.

**Ainsi jugé et prononcé à l'audience publique de la 34ème chambre du tribunal de première instance francophone de Bruxelles, le 07 novembre 2024,**

Où étaient présents et siégeaient :

Mme C. G., juge,

Mme L. D., greffière,

1\. Article *1034ter* Code judiciaire :

> *« La requête contient à peine de nullité:*
>
> *1°* *l'indication des jour, mois et an;*
>
> *2°* *les nom, prénom**2**1**.**...1**2**, domicile du requérant, ainsi que, le cas échéant, ses qualités let* *4**\[son numéro de*
>
> *registre nationale\[, numéro d'identification dans le registre bis1**5* *ou numéro d'entreprise\]**4**\]3•*
>
> *3°* *les nom, prénom, domicile et, le cas échéant, la qualité de la personne à convoquer;*
>
> *4°* *l'objet et l'exposé sommaire des moyens de la demande;*
>
> 5° *l'indication du juge qui est saisi de la demande;*
>
> *6°* *la signature du requérant ou de son avocat. »*

Requête: le 07 novembre 2022 pour une contestation de l'amende imposée par l'administration de la TVA pour la période d'imposition TVA du 01 janvier 2021 au 31 janvier 2021.

(...)

Nous contestons l'amende de 3.628,16€ + 255,81€ de frais d'huissier (total de 3.883,97€) que nous avons payé. En effet, nous n'avons en aucun cas essayé de nous exonérer de notre devoir de paiement de la TVA. »

2\. Article 861 Code judiciaire :

> *« Le juge ne peut déclarer nul un acte de procédure ou sanctionner le non-respect d'un délai prescrit à peine de*
>
> *nullité que si l'omission ou l'irrégularité dénoncée nuit aux intérêts de la partie qui invoque l'exception. »*

3 Par exemple, [Cass., 2 mars 2023](https://juriel.be/nl/rechtspraak/proportionele-geldboeten-evenredigheid-bevoegdheid-rechter-cassatie-brussel-2023-03-02-bf34), T.F.R., 2023/15, pp. 802-803.

### Nota van de FOD Financiën

## Opmerkingen of commentaar

Wetgeving

Artikelen [70](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70) en [84](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-84) WBTW

Koninklijk Besluit nr. 41

Artikelen 861 en 1034ter van het Gerechtelijk Wetboek

Artikel 9 van het Regentbesluit van 18 maart 1831

Artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM)

## Referentie WF

WF 702-15-22/062305 – FINALITI 5521357501

## Aangehaalde teksten

4

[KB nr. 24 art. 8](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-24-december-betrekking-voldoening-belasting-toegevoegde-9d45) 1 voorkomen

[KB nr. 41 art. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-41-januari-vaststelling-bedrag-proportionele-fiscale-d48c) 1 voorkomen

[WBTW art. 70](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70) 1 voorkomen

[WBTW art. 84](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-84) 1 voorkomen

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Recht op aftrek, Facturen van onderaannemers, Verplichte vermeldingen](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-facturen-onderaannemers-verplichte-rechtbank-bergen-2019-04-09-0896) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Fiscale controle, Proces-verbaal](https://juriel.be/nl/rechtspraak/fiscale-controle-proces-verbaal-rechten-rechtbank-namen-2021-06-23-191f) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Levering van nieuwe gebouwen, Geen periodieke betaling, Bijzondere rekening](https://juriel.be/nl/rechtspraak/levering-nieuwe-gebouwen-geen-periodieke-hof-van-beroep-luik-2023-03-17-1a65) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Kunstmatige constructie, kopiename computerbestanden, fraude, controlemaatregel, inzagerecht](https://juriel.be/nl/rechtspraak/kunstmatige-constructie-kopiename-computerbestanden-fraude-rechtbank-gent-2022-03-14-1dfe) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Verlaagd tarief, vertrouwensbeginsel, levering van goederen](https://juriel.be/nl/rechtspraak/verlaagd-tarief-vertrouwensbeginsel-levering-goederen-rechtbank-gent-2022-06-13-1e62) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Niet-indiening, bankonderzoek, wedersamenstelling van de omzet, wettelijke boete](https://juriel.be/nl/rechtspraak/indiening-bankonderzoek-wedersamenstelling-omzet-wettelijke-rechtbank-gent-2022-06-23-1e9c) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Btw-carrousel, Deelname, Weigering van de aftrek](https://juriel.be/nl/rechtspraak/btw-carrousel-deelname-weigering-aftrek-hof-van-beroep-brussel-2020-09-10-35f7) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Bijzondere rekening, Formele wettigheid van de kennisgeving](https://juriel.be/nl/rechtspraak/bijzondere-rekening-formele-wettigheid-kennisgeving-rechtbank-namen-2020-04-30-3b6e) 2 gemeenschappelijke bepalingen
