---
title: "Proportionele geldboete, intresten · Rechtbank van eerste aanleg te Gent, 25 januari 2017, 15/415/A"
description: "Proportionele geldboete, intresten. Rechtbank van eerste aanleg te Gent (België), 25 januari 2017, 15/415/A."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/proportionele-geldboete-intresten-verzoek-vermindering-rechtbank-gent-2017-01-25-7cbf"
lang: "nl"
---

# Proportionele geldboete, intresten

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Gent

**Rolnummer**

15/415/A

**Datum**

25 januari 2017

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

**Strekking volgens de FOD**

gunstig voor de Belgische Staat

## Tekst

104 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de Rechtbank van eerste aanleg te Gent dd. 25.01.2017 (15/415/A)

\[Gunstig voor de administratie\]

WF 709-15-15/008633

*Belasting over de toegevoegde waarde – proportionele geldboete – intresten – verzoek tot vermindering of kwijtschelding van geldboeten door minister van financiën – bevoegdheid tot verlenen vrijstelling van intresten – discretionaire bevoegdheid*

## Wettelijke bepalingen

[Art. 70](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70), [72](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-72), [84](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-84) en [84bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-84bis) WBTW; [art. 91, § 1 WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-91)

Koninklijk besluit nr. 41 van 30 januari 1987, tot vaststelling van het bedrag van de proportionele geldboeten op het stuk van btw

## Samenvatting

## 1. De feiten

De belastingplichtige is als bedrijfsrevisor geconfronteerd met tegenvallende bedrijfsresultaten en voert aan dat de consultancy-sector waarin zij actief is, algemeen getroffen is door een economische malaise. In de periode 2000 tot 2009 werden niet minder dan 30 bijzondere rekeningen opgemaakt. De hoge fiscale schuldenlast maakt het volgens eiseres onmogelijk om het hoofd boven water te houden. Het voorliggend geschil is beperkt tot de vraag om kwijtschelding van de administratieve geldboete, opgelegd wegens laattijdige indiening van btw-aangiften en de nalatigheidsintresten.

## 2. Vraag tot kwijtschelding btw-geldboeten

In zijn beslissing motiveert de Gewestelijk Directeur waarom niet wordt ingegaan op de vraag tot kwijtschelding. Het is onaanvaardbaar dat een bedrijfsrevisor de btw-verplichtingen meermaals heeft verwaarloosd. Ook wordt verwezen naar de gelijkberechtiging van alle belastingplichtigen in dezelfde situatie en het feit dat eiseres onroerend goed bezit, waardoor niet kan gesteld worden dat de vennootschap onvermogend zou zijn.

Naar het oordeel van de rechtbank is de inbreuk des te erger nu eiseres als revisor juist de taak heeft te auditen en te controleren of bedrijven de wettelijke regels naleven.

De opgelegde boete beoogt eiseres ertoe aan te zetten stipt de fiscale verplichtingen na te leven. Er is geen disproportie tussen inbreuk en straf.

## 3. Vraag tot vermindering van de nalatigheidsintresten

De gewestelijk directeur mag in bijzondere gevallen vrijstelling verlenen van nalatigheidsintresten. Deze mogelijkheid is een gunstmaatregel die tot de discretionaire bevoegdheid van de gewestelijk directeur behoort.

De rechtbank mag in materies van discretionaire bevoegdheid de beoordelingsvrijheid van de gewestelijk directeur niet ontnemen, noch kan zij in zijn plaats treden. In deze heeft de rechtbank enkel rechtsmacht te oordelen over de wettelijkheid van de bestreden beslissing van de gewestelijk directeur.

De rechtbank stelt vast dat de beslissing van de gewestelijk directeur op afdoende wijze onderzocht en gemotiveerd of eiseres zich in ‘bijzondere gevallen’ bevindt door haar afbetalingspotentieel en vermogenstoestand te toetsen aan de openstaande belastingschuld, boete en verschuldigde intres-ten. De rechtbank ziet geen reden om de beslissing van de directeur te vernietigen.

Het vonnis is betekend en wordt uitgevoerd. De beroepstermijn is verstreken.

Tekst van het vonnis

### Tekst van de beslissing

## Vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Gent

**dd. 25.01.2017**

**(15/415/A)**

In de zaak van:

**P. C. BVBA**, met zetel te …, …, met als ondernemingsnummer …, EISENDE PARTIJ, vertegenwoordigd door mr. **C. A.**, advocaat te …, …,

**Tegen:**

**De BELGISCHE STAAT, FOD Financiën** - Stafdienst Logistiek - Koning Albert II laan 33 bus 971 te 1030 Brussel, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, op vervolging en benaarstiging van de Algemene Administratie van de Fiscaliteit, Adviseur-generaal-Centrumdirecteur, KMO Centrum Aalst, met kantoor te 9300 Aalst, Dr. A. Sierensstraat 16 bus 1, VERWERENDE PARTIJ, voor wie optreedt mevr. **C. A.**, attaché bij een fiscaal bestuur,

Vonnist de rechtbank als volgt :

### 1. DE RECHTSPLEGING

De partijen werden gehoord in hun middelen op de openbare terechtzitting van 30 november 2016 waarna het debat gesloten werd en de zaak in beraad genomen.

Het dossier van rechtspleging en de overtuigingsstukken werden ingezien, in het bijzonder het verzoekschrift op tegenspraak van 30 januari 2015, de conclusies en de stavingstukken van de partijen.

### 2. DE VORDERING

De eiseres vordert de volledige, dan wel gedeeltelijke kwijtschelding van de administratieve geldboete en van de nalatigheidsintresten. Daarnaast vordert zij de vernietiging van de administratieve beslissing van 24 november 2011 en de verweerder te veroordelen tot terugbetaling van alle ingehouden, betaalde of in beslag genomen sommen, te vermeerderen met de moratoire en/of de gerechtelijke intresten. Tot slot vordert zij de verweerder te veroordelen tot de kosten van het geding.

De verweerder vraagt de vordering van de eiseres ontvankelijk doch ongegrond te verklaren.

### 3. RELEVANTE FEITEN EN GESCHIL

3.1.

De eiseres oefent sinds 1996 de activiteit van bedrijfsrevisor uit en is als BTW­ belastingplichtige aan te merken. Alzo is zij onderworpen aan de BTW­ regelgeving en is zij verplicht kwartaalaangiften in te dienen.

De eiseres zet uiteen dat ingevolge een aantal geopolitieke (9/11) en lokale economische (faillissement **L. & H.**) gebeurtenissen zij geconfronteerd werd met tegenvallende bedrijfsresultaten. De eiseres en haar zaakvoerder stellen met financiële problemen te hebben gekampt, met vertragingen in de indiening van BTW-aangiften tot gevolg.

In de periode 2000 tot 2009 werden niet minder dan 30 bijzondere rekeningen opgemaakt.

3.2.

De administratie stelde een proces-verbaal op nadat de eiseres de kwartaalaangifte 4/2008 laattijdig had ingediend.

Volgens het proces-verbaal is eiseres volgende sommen verschuldigd:

• BTW: … euro

• fiscale geldboeten ([artikel 70, §1, WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70)): … euro

• interesten ([artikel 91,§1, WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-91)): … euro

(gerekend vanaf 21 oktober 2008 tot 20 januari 2009)

De boete zoals voorzien in [artikel 70, § 1 WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70) wordt verminderd tot … euro ingevolge de bepalingen van [artikel 1, eerste lid](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-41-januari-vaststelling-bedrag-proportionele-fiscale-d48c#ar41-art1), [10](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-41-januari-vaststelling-bedrag-proportionele-fiscale-d48c) van het K.B. nr. 41 van 30 januari 1987 tot vaststelling van het bedrag van de proportionele fiscale geldboeten op het stuk van de BTW en van tabel G, eerste afdeling, rubriek 1, punt 2, A van de bijlage bij dit K.B.

De administratie verzendt dit proces-verbaal per aangetekende brief van 4 november 2009 naar de eiseres.

3.3.

De eiseres richt op 15 augustus 2011 een verzoek tot kwijtschelding van de geldboete aan de Gewestelijke Directeur van de BTW-Directie Gent.

Bij beslissing van 24 november 2011 wordt het verzoek gemotiveerd afgewezen. Er wordt gewezen op het persisterend karakter van niet­betalingen of niet-indieningen van kwartaalaangiften, het gestadig oplopen van de openstaande schulden en de onmogelijkheid om tot compensatie van reeds betaalde boetes met openstaande belastingschulden over te gaan.

3.4.

Op 19 november 2010 vaardigt de administratie een dwangbevel uit met RCIV nummer …, dat geviseerd en uitvoerbaar verklaard werd door de daartoe aangewezen inspecteur.

Het dwangbevel werd door een gerechtsdeurwaarder betekend aan de eiseres op 27 maart 2015.

De eiseres verzet zich tegen dit dwangbevel door op 30 januari 2012 een verzoekschrift op tegenspraak ter griffie neer te leggen.

### 4. BESPREKING

4.1.

Het voorliggend geschil is beperkt tot de vraag om kwijtschelding van de administratieve geldboete van … euro, opgelegd wegens laattijdige indiening van twee BTW-kwartaalaangiften, en de nalatigheidsintresten.

Er is geen betwisting tussen partijen dat de kwestieuze kwartaalaangiften laattijdig werden ingediend, noch omtrent de wettelijkheid van de opgelegde boete als van de aangerekende nalatigheidsintresten.

De verweerder verwijst naar de artikelen [70](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70), [72](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-72) en [84](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-84) WBTW en de uitvoeringsbepalingen, krachtens dewelke de administratieve geldboete werd opgelegd.

De bestreden geldboete werd bepaald op 10% op grond van het bovenvermelde K.B. nr. 41 van 30 januari 1987 tot vaststelling van het bedrag van de proportionele fiscale geldboeten op het stuk van de BTW.

De interesten, zoals bepaald in [artikel 91, §1, WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-91) werden berekend op basis van een intrestvoet van 0,8 % per maand vertraging te rekenen over het totaal van de verschuldigde BTW.

4.2. Schending van het evenredigheidsbeginsel.

i.

De eiseres werpt op dat het opleggen van een administratieve boete van 10% niet in proportie is met de door haar begane inbreuk.

In concreto hadden de laattijdig ingediende aangiften betrekking op een verschuldigde BTW van … euro (3de kwartaal 2008) en van … euro (4de kwartaal 2008), hetzij in totaal : … euro.

De verminderde geldboete werd berekend op … euro.

De eiseres voert aan dat de consultancy-sector waarin zij actief is, algemeen getroffen is door een economische malaise en dat de groep KPMG-België waarbinnen zij werkzaam was geconfronteerd was met de zaak **L. & H.**. De eiseres en haar zaakvoerder kregen te kampen met financiële problemen en de zaakvoerder kreeg daarenboven gezondheidsproblemen.

Deze situatie had gevolgen voor de administratieve opvolging in de schoot van de eiseres, met onder meer de laattijdigheid van de kwartaalaangiften.

De hoge fiscale schuldenlast maakt het volgens de eiseres onmogelijk om het hoofd boven water te houden en uit de negatieve spiraal te ontsnappen.

De eiseres stelt de overtredingen niet moedwillig te hebben begaan en vraagt daarom de boete volledig kwijt te schelden.

ii.

In zijn beslissing motiveert de Gewestelijke Directeur waarom niet wordt ingegaan op de vraag tot kwijtschelding :

\- bij een beslissing van de toenmalige gewestelijke directeur van 27/05/2003 werd al eens uitzonderlijk een boetevermindering toegestaan tot de helft en dit met betrekking tot 7 schulden van de jaren 2001 en 2002,

\- in diezelfde beslissing werd u tevens medegedeeld dat de boeten wegens de laattijdige indiening van de btw-aangiften onmogelijk konden worden verminderd omdat het onaanvaardbaar was dat u als bedrijfsrevisor de btw-verplichtingen meermaals verwaarloosd heeft,

\- in het kader van een gelijkberechtiging van alle belastingplichtigen die zich in dezelfde situatie bevinden.

In de bestreden beslissing wordt verder nog verwezen dat de eiseres twee onroerende goederen bezit, waardoor niet kan gesteld worden dat de vennootschap onvermogend zou zijn.

iii.

De eiseres heeft als BTW-belastingplichtige de wettelijke taak om de btw te innen en deze dan over te dragen aan de Schatkist. De inbreuk van de eiseres bestaat erin dat zij geen of laattijdig kwartaalaangiften indient en de ontvangen btw voor zich houdt. Uit het betoog van de eiseres kan daarenboven afgeleid worden dat zij deze gelden heeft aangewend om haar schuldeisers mee te betalen. Dergelijke inbreuk is des te ernstiger nu de eiseres een bedrijfsrevisor is, die als taak heeft te auditen en te controleren of bedrijven de wettelijke regels naleeft.

Naar het oordeel van de rechtbank is dergelijk laakbare wijze van handelen passend bestraft met de opgelegde boete. Er is geen disproportie tussen inbreuk en straf vast te stellen.

De opgelegde boete beoogt tevens de eiseres ertoe aan te zetten in de toekomst niet meer tot dergelijk handelen over te gaan en stipt de fiscale verplichtingen na te leven.

De verweerder legt ter terechtzitting een overzicht voor waaruit blijkt dat in de periode 2011 tot 2016 de eiseres opnieuw en herhaaldelijk buiten de termijn de kwartaalaangiften heeft ingediend. Dit feit staat in schril contrast met haar bewering dat zij "*sindsdien de aangifte- en betalingstermijnen inzake BTW scrupuleus* \[heeft\] *nageleefd*”.

De rechtbank ziet geen redenen om de opgelegde boete kwijt te schelden, dan wel te verminderen.

iv.

De eiseres vraagt verder de vermindering van de nalatigheidsinteresten.

De interesten, zoals bepaald in [artikel 91, §1, WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-91) werden berekend op basis van een intrestvoet van 0,8 % per maand vertraging te rekenen over het totaal van de verschuldigde BTW.

Overeenkomstig [artikel 84bis WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-84bis) kan de gewestelijke directeur van de BTW in bijzondere gevallen vrijstelling verlenen van nalatigheidsinteresten. De mogelijkheid om een dergelijke vrijstelling te bekomen is een gunstmaatregel die tot de discretionaire bevoegdheid van de gewestelijke directeur behoort.

In materies die tot de discretionaire bevoegdheid van de gewestelijke directeur behoren, mag de rechtbank de beoordelingsvrijheid van de gewestelijke directeur niet ontnemen, noch kan zij in zijn plaats treden (zie onder meer Cass. 4 maart 2004 inzake rolnummer …, http://www.cass.be, Cass. 17 april 2000, Arr.Cass, 2000, 258 en Cass. 2 februari 1998, R.W. 1998-99, 1142).

In deze heeft de rechtbank enkel rechtsmacht om te oordelen over de wettelijkheid van de bestreden beslissing van de gewestelijke directeur. (zie onder meer Gent 12 september 2006; Fisc. nr. 1073, p. 12, Antwerpen, 27 mei 2008, Fisc., 10 september 2008, ed .1128 p. 3)

De rechtbank stelt vast dat de beslissing van de gewestelijke directeur in overeenstemming met [artikel 84bis WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-84bis) werd genomen. De gewestelijke directeur heeft op afdoende wijze onderzocht en gemotiveerd of de eiseres zich "in bijzondere gevallen" bevindt door haar toenmalige afbetalingspotentieel en vermogenstoestand te toetsen aan de openstaande belastingschuld, de boete en de verschuldigde intresten.

De rechtbank ziet dan ook geen redenen om de beslissing van de gewestelijke directeur te vernietigen.

### 5. KOSTEN VAN HET GEDING

In toepassing van de artikelen 279 en 162 4° van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten is geen rolrecht verschuldigd.

De kosten van het geding beperken zich tot de rechtsplegingsvergoeding.

Aangezien de verweerder niet wordt vertegenwoordigd door een advocaat, kan hem geen rechtsplegingsvergoeding worden toegekend. Het is dus overbodig de rechtsplegingsvergoeding te begroten.

### Beschikkend gedeelte

## OM DEZE REDENEN

**DE RECHTBANK, recht doende op tegenspraak,**

Met inachtneming van artikel 2, 34, 36, 37 en 41 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken.

Verklaart de vordering ontvankelijk doch ongegrond.

Bevestigt het dwangbevel met RCIV nummer ….

Stelt vast dat tot dusver geen kosten van het geding te begroten zijn.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting door de zesde burgerlijke kamer van de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, op woensdag·25 januari tweeduizend zeventien, waar aanwezig waren :

**C. S.**, rechter, voorzitter van deze kamer,

Ondertekeningen

## Aangehaalde teksten

7

[WBTW art. 70](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70) 5 voorkomens

[WBTW art. 91](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-91) 5 voorkomens

[WBTW art. 84bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-84bis) 4 voorkomens

[WBTW art. 72](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-72) 3 voorkomens

[WBTW art. 84](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-84) 3 voorkomens

[KB nr. 41 art. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-41-januari-vaststelling-bedrag-proportionele-fiscale-d48c) 1 voorkomen

[KB nr. 41 art. 10](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-41-januari-vaststelling-bedrag-proportionele-fiscale-d48c) 1 voorkomen

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Bijzondere rekening, Formele wettigheid van de kennisgeving](https://juriel.be/nl/rechtspraak/bijzondere-rekening-formele-wettigheid-kennisgeving-rechtbank-namen-2020-04-30-3b6e) 4 gemeenschappelijke bepalingen

[Geldboeten, Vermindering van de geldboeten bij wijze van gunst](https://juriel.be/nl/rechtspraak/geldboeten-vermindering-wijze-gunst-uitstel-hof-van-beroep-luik-2021-10-26-7d90) 4 gemeenschappelijke bepalingen

[Wedersamenstelling van het omzetcijfer, Herziening van de aftrekken, Willekeurig](https://juriel.be/nl/rechtspraak/wedersamenstelling-omzetcijfer-herziening-aftrekken-willekeurig-rechtbank-2024-05-16-f981) 4 gemeenschappelijke bepalingen

[Volle rechtsmacht](https://juriel.be/nl/rechtspraak/volle-rechtsmacht-grondwettelijk-hof-all-constit-2008-05-15-79f7) 4 gemeenschappelijke bepalingen

[Besluit van de Regent van 18 maart 1831](https://juriel.be/nl/rechtspraak/regent-maart-uitsluiting-bevoegdheid-prejudiciele-grondwettelijk-hof-all-2008-05-15-e36b) 4 gemeenschappelijke bepalingen

[Strafbepaling, administratieve geldboete, strafrechtelijke sanctie, vervolging, geding](https://juriel.be/nl/rechtspraak/strafbepaling-administratieve-geldboete-strafrechtelijke-hof-van-beroep-antwerpen-2013-04-16-36c7) 4 gemeenschappelijke bepalingen

[Geldboete, verminderde geldboete, tegenvordering bij conclusie, sanctie](https://juriel.be/nl/rechtspraak/geldboete-verminderde-tegenvordering-conclusie-sanctie-rechtbank-gent-2014-01-14-4551) 4 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Facturen van onderaannemers, Verplichte vermeldingen](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-facturen-onderaannemers-verplichte-rechtbank-bergen-2019-04-09-0896) 3 gemeenschappelijke bepalingen
