---
title: "F.16.0127.F · 12 januari 2018 · Proportionele fiscale geldboeten · Hof van Cassatie van België"
description: "Proportionele fiscale geldboeten, Administratieve sancties met repressief karakter. Hof van Cassatie van België, 12 januari 2018, F.16.0127.F."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/proportionele-fiscale-geldboeten-administratieve-sancties-cassatie-brussel-2018-01-12-aa91"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/taxe-valeur-ajoutee-amendes-fiscales-cassation-bruxelles-2018-01-12-abd3"
---

# Proportionele fiscale geldboeten, Administratieve sancties met repressief karakter

**Rechtscollege**

Hof van Cassatie

**Zetel**

Brussel

**Rolnummer**

F.16.0127.F

**Datum**

12 januari 2018

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

**Strekking volgens de FOD**

gunstig voor de Belgische Staat

## Tekst

70 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Arrest van het Hof van Cassatie d.d. 12.01.2018 (F.16.0127.F)

WF 704-15-09/047472

\[Gunstig voor de administratie\]

*Belasting over de toegevoegde waarde – Proportionele fiscale geldboeten – Administratieve sancties met repressief karakter – Uitstel van betaling van fiscale geldboeten*

## Wetgeving

[Artikel 70, § 2 van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70)

Artikel 8 en 18bis van de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie.

## Samenvatting

## I.Vastgestelde feiten en aan de procedure voorafgaande feiten

1.Voor het Hof van beroep te Bergen, verwijzende rechter na cassatie (Cass. 20 juni 2013, [F.11.0007.F](https://juriel.be/nl/rechtspraak/rechter-toepassing-maakt-artikel-70-cassatie-brussel-2013-06-20-c78a)), was het geschil beperkt tot de vraag of in dit geval de belastingplichtige al dan niet had kunnen genieten van uitstel. De inbreuk en het proportionele karakter van de geldboete konden niet langer meer ter discussie worden gesteld.

In haar arrest van 6 mei 2016 (2014/RG/1051), heeft het hof van beroep te Bergen beslist dat gelet op de aard van de gepleegde fiscale inbreuk, de houding van de belastingplichtige ten aanzien van een duidelijke wetsovertreding, en het feit dat het bedrag van de fiscale geldboete niet onevenredig is met de ernst van de overtreding, er geen reden zou zijn geweest om uitstel te verlenen zelfs indien de wet deze maatregel had voorzien.

De voorziening in cassatie van belastingplichtige bevatte drie middelen die aanvoeren dat het hof van beroep de bepalingen van de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie heeft geschonden.

## II. Samenvatting van het arrest

2.Het Hof van Cassatie merkt op dat de bepalingen van de wet van 29 juni 1964 niet van toepassing zijn op de fiscale geldboete bedoeld in artikel 70,§ 2 van het BWT-Wetboek.

Het Hof van Cassatie beslist dat het hof van beroep niet verplicht was om haar beslissing volgens dewelke geen uitstel moest worden verleend - zelfs indien deze maatregel voorzien zou zijn geweest voor fiscale geldboeten - te motiveren met verwijzing naar de voorwaarden van de wet van 29 juni 1964.

3.Verwijzende naar het arrest 13/2013 van 21 februari 2013 van het Grondwettelijk Hof, oordeelt het Hof van Cassatie dat, indien de fiscale rechter stelt dat er een uitstel had verleend moeten worden indien deze maatregel was voorzien door de wet, dient hij een gepast herstel toe te staan door het weigeren van de toepassing van voormeld artikel 70, § 2.

Wanneer hij van mening is dat er geen reden was om uitstel toe te staan, zelfs indien deze maatregel door de wet was voorzien, moet er geen rechtzetting gebeuren.

Het enkele feit dat – bij het bepalen of er al dan niet een uitstel had moeten worden verleend – de fiscale rechter niet gebonden is door de beperkingen opgelegd door de strafrechter, houdt niet in dat personen die veroordeeld zijn tot een fiscale geldboete niet zouden kunnen genieten van een daadwerkelijk beroep voor de fiscale rechter in de zin van artikel 13 van het EVRM.

## Opmerkingen

1.Voor een uiteenzetting van de feiten en voorafgaandelijke procedure wordt verwezen naar de publicatie van de samenvatting van het arrest van het hof van beroep te Bergen van 6 mei 2016 (2014/RG/1051).

De hogere voorziening was gericht tegen genoemd arrest van het hof van beroep te Bergen, uitgesproken na verwijzing ingevolge de cassatie van het arrest van het hof van beroep te Luik van 28 april 2010 (2006/RG/1270) dat aanleiding gaf tot het arrest van het Hof van Cassatie van 20 juni 2013, [F.11.0007.F](https://juriel.be/nl/rechtspraak/rechter-toepassing-maakt-artikel-70-cassatie-brussel-2013-06-20-c78a). Dit laatste arrest van het Hof van Cassatie volgde uit het antwoord op een prejudiciële vraag door het Grondwettelijk Hof in het arrest nr. 13/2013 van 21 februari 2013.

De wettelijke bepalingen inzake administratieve fiscale geldboeten mogen door de rechtbanken verder worden toegepast - ondanks het feit dat de wetgever geen uitstel heeft georganiseerd inzake fiscaliteit - gezien na onderzoek door het Grondwettelijk Hof, de rechter tot de conclusie komt dat er geen reden zou zijn geweest om in onderhavig geval uitstel te verlenen.

2.Uit het arrest van het Hof van Cassatie van 12 januari 2018 volgt dat de wet van 29 juni 1964 in geen enkel geval van toepassing is voor fiscale geschillen die niet plaatsvinden voor een strafrechtbank en die betrekking hebben op een geldboete bedoeld in [artikel 70, § 2 van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70).

Het gegeven dat een fiscale geldboete bedoeld in [artikel 70, § 2 van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70) een strafrechtelijke geldboete in de zin van artikel 6.1 van het EVRM zou zijn (zie arrest van het Grondwettelijk Hof nr. 157/2008 van 6 november 2008, overweging B.3.2) maakt niet dat het een straf is in de zin van artikel 1 van het Belgisch Strafwetboek, zodat derhalve de interne regels van het strafrecht en de strafprocedure er als zodanig niet op van toepassing zijn.

3.Er was derhalve voor het hof van beroep te Bergen geen reden om, in het kader van het onderzoek naar de mogelijkheid om een uitstel toe te staan - indien de wetgever dit had georganiseerd inzake fiscale materie - om deze analyse enkel uit te voeren op basis van de voorwaarden voorzien in de wet van 29 juni 1964.

Tevens beschikt de rechtzoekende inzake fiscale geldboeten over een daadwerkelijk beroep voor een fiscale rechter in de zin van artikel 13 van het EVRM voor zover de fiscale rechter de toepassing van de betwiste geldboete kan weigeren.

4.Ingevolge de verwerping van de hogere voorziening is het arrest van het hof van beroep te Bergen onherroepelijk geworden.

**Tekst van het arrest**

***Het arrest wordt enkel gepubliceerd in de oorspronkelijke taal***

### Tekst van de beslissing

**Arrêt de la Cour de cassation du 12.01.2018 (F.16.0127.F)**

I.-**D., société anonyme** dont le siège social est établi à …,…, demanderesse en cassation, ayant pour conseil Maître **J.-P. D.**, avocat au …, dont le cabinet est établi à …, …, où il est fait élection de domicile,

**contre**

**ÉTAT BELGE**, représenté par le ministre des Finances, dont le cabinet est établi à Bruxelles, rue de la Loi, 12, défendeur en cassation, représenté par Maître G. d. F., avocat **à** la Cour de cassation, dont le cabinet est établi à …, …, où il est fait élection de domicile.

## La procédure devant la Cour

Le pourvoi en cassation est dirigé contre l'arrêt rendu le 6 mai 2016 la cour d'appel de Mons, statuant comme juridiction de renvoi ensuite de l'arrêt de la Cour du 20 juin 2013.

Le 22 décembre 2017, le premier avocat général **A. H.** à déposé des conclusions au greffe.

Le président de section **M. R.** a fait rapport et le premier a général **A. H.** a été entendu en ses conclusions.

## Les moyens de cassation

Dans la requête en cassation, jointe au présent arrêt en copie ce fiée conforme, la demanderesse présente trois moyens.

## La décision de la Cour

## *Sur le premier moyen :*

*Quant à la première branche :*

La loi du 29 juin 1964 concernant la suspension, le sursis et la probation n'est pas applicable à l'amende fiscale visée à l'article 70, § 2, du Code de 1 taxe sur la valeur ajoutée. La cour d'appel n'était dès lors pas tenue de motive par référence aux conditions de la loi du 29 juin 1964 sa décision qu'il n'y aurait pas lieu d'accorder à la demanderesse un sursis même si cette mesure avait été prévue pour les amendes fiscales.

Le moyen, en cette branche, ne peut être accueilli.

*Quant à la seconde branche :*

L'arrêt attaqué considère que « l'octroi d'un sursis à l'exécution de l'amende fiscale \[est\] une modalité d'exécution d'une condamnation laissée à l'appréciation du juge du fond, en ce compris le juge fiscal » et que, « eu égard à la nature de l'infraction commise, au comportement de l'assujetti face à une illégalité manifeste et au fait que le montant de l'amende fiscale n'est pas disproportionné à la gravité de celle-ci, il n'y aurait pas lieu d'accorder un sursis,· même si cette mesure avait été prévue par la loi ».

L'arrêt répond ainsi, en les contredisant, aux conclusions de la demanderesse qui soutenait que le caractère proportionné de ·l'amende ne faisait pas perdre le droit au sursis et invoquait à l'appui de sa demande de sursis l'absence d'intention frauduleuse et de condamnation antérieure.

Le moyen, en cette branche, manque en fait.

## *Sur le deuxième moyen :*

Les articles 8 et 18bis de la loi du 29 juin 1964 concernant la suspension, le sursis et la probation ne sont pas applicables à l'amende fiscale visée à l'[article 70, § 2, du Code de la taxe sur la valeur ajoutée](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70).

Le moyen, qui repose sur le soutènement contraire, manque en droit.

## *Sur le troisième moyen :*

*Quant à la première branche :*

Les articles 8, § 1er, et 18bis de la loi du 29 juin 1964 précitée fixent les conditions dans lesquelles il peut être sursis à l'exécution d'une condamnation pénale. Lorsque le condamné se trouve dans les conditions légales pour bénéficier du sursis, il appartient à la juridiction de jugement d'apprécier, sur la base de·considérations qui lui sont propres, s'il convient d'ordonner cette mesure.

Le moyen: qui: en cette branche: suppose que les juridictions de juge pénales ne peuvent refuser le sursis que pour les motifs énumérés par les articles 8, § 1er, et 18bis précités, manque en droit.

Et il n'y a pas lieu de poser à la Cour constitutionnelle la question formulée par la demanderesse qui procède d'une prémisse juridique erronée.

*Quant à la seconde branche :*

Aux termes de l'article 13 de la Convention de sauvegarde des droit de l'homme et des libertés fondamentales, toute personne dont les droits et libertés reconnus dans cette convention ont été violés a droit à l'octroi d'un recours effectif devant une instance nationale, alors même que la violation aurait été commise par des personnes agissant dans l'exercice de leurs fonctions officielles.

Par l'arrêt n° 13/2013 du 21 février 2013, la Cour constitutionnelle a dit pour droit qu'en ce qu'il ne permet pas au tribunal de première instance d'assortir d'un sursis l'amende qu'il prévoit, l'[article 70, § 2, alinéa 1er](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70), du Code de la e sur la valeur ajoutée viole les articles 10 et 11 de la Constitution. Elle précise toutefois que ce constat d'inconstitutionnalité n'a pas pour conséquence que cette disposition ne pourrait plus, dans l'attente d'une intervention législative, appliquée par les juridictions lorsque celles-ci constatent que les infractions établies, que le montant de l'amende n'est pas disproportionné à la gravité de l'infraction et qu'il n'y aurait pas eu lieu d'accorder un sursis même si cette mesure avait été prévue par la loi.

Lorsque le juge fiscal estime qu'il y aurait eu lieu d'accorder un surs si cette mesure avait été prévue par la loi, il accorde le redressement approprié au demandeur en refusant de faire application de l'[article 70, § 2, alinéa 1er](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70), précité.

Lorsqu'il estime qu'il n'y aurait pas eu lieu d'accorder un sursis si mesure avait été prévue par la loi, il n'y a pas matière à redressement.

Le seul fait que, pour décider s'il aurait convenu ou non d'accorder un sursis, le juge fiscal ne soit pas lié par les restrictions à l'octroi imposées au juge pénal n'implique pas que la personne condamnée à une amende fiscale ne bénéficie pas d'un recours effectif devant le juge fiscal.

Le moyen, qui, en cette branche, repose sur le soutènement contraire, manque en droit.

### Beschikkend gedeelte

**Par ces motifs,**

**La Cour**

Rejette le pourvoi;

Condamne la demanderesse aux dépens.

Les dépens taxés à la somme de cent quatre euros quatre-vingt-trois centimes envers la partie demanderesse.

Ainsi jugé par la Cour de cassation, première chambre, à Bruxelles, où siégeaient le président de section **M. R.**, les conseillers **D. B.**, **M.-Cl. E.**, **S. G.** et **A. J.**, et prononcé en audience publique du douze janvier deux mille dix-huit par le président de section **M. R.**, en présence du premier avocat général **A. H.**, avec l'assistance du greffier **P. D. W.**.

Signatures

## Aangehaalde teksten

1

[WBTW art. 70](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70) 6 voorkomens

## Rechtspraak

45

### België

45

Hof van Cassatie 22.05.2020

#### [Recht op aftrek](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-gebrek-direct-onmiddellijk-cassatie-brussel-2020-05-22-da05)

Hof van Cassatie 22.05.2020

#### [Recht op aftrek, Verwerping van de gedane aftrek](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-verwerping-gedane-aankoop-cassatie-brussel-2020-05-22-53d0)

Hof van Cassatie 13.03.2020

#### [Proportionele fiscale geldboeten, Administratieve sancties met een repressief karakter](https://juriel.be/nl/rechtspraak/proportionele-fiscale-geldboeten-administratieve-sancties-cassatie-brussel-2020-03-13-e05f)

## Administratieve doctrine

3

[Fiches van de administratieve commentaar 3](https://juriel.be/nl/rechtspraak/proportionele-fiscale-geldboeten-administratieve-sancties-cassatie-brussel-2018-01-12-aa91/documenten?type=commentaar)

[Bekijk de 48 documenten](https://juriel.be/nl/rechtspraak/proportionele-fiscale-geldboeten-administratieve-sancties-cassatie-brussel-2018-01-12-aa91/documenten)

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Creditnota, Overeenkomst tussen partijen, Neutraliteit, Fiscale geldboete](https://juriel.be/nl/rechtspraak/creditnota-overeenkomst-tussen-partijen-neutraliteit-rechtbank-namen-2022-09-22-0018) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Herziening recht op aftrek](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-herziening-uitoefening-beroepswerkzaamheid-hof-van-beroep-antwerpen-2021-02-0056) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Aanwending voor de beroepsactiviteit, Bewijslast](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-aanwending-beroepsactiviteit-bewijslast-hof-van-beroep-luik-2021-01-18-0480) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Geldboeten, Kwijtschelding van geldboeten, Laattijdige indiening van de btw-aangifte](https://juriel.be/nl/rechtspraak/geldboeten-kwijtschelding-laattijdige-indiening-btw-rechtbank-bergen-2022-02-24-058e) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Motivering van het dwangbevel, Nietigheid dwangbevel](https://juriel.be/nl/rechtspraak/boete-motivering-dwangbevel-nietigheid-openbare-cassatie-brussel-2021-01-29-081b) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Facturen van onderaannemers, Verplichte vermeldingen](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-facturen-onderaannemers-verplichte-rechtbank-bergen-2019-04-09-0896) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Wedersamenstelling van het omzetcijfer, Forfait caféhouders, Motivering van bestuurshandelingen](https://juriel.be/nl/rechtspraak/wedersamenstelling-omzetcijfer-forfait-cafehouders-motivering-hof-van-beroep-luik-2021-10-08-0aae) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Horecasector, Geregistreerd kassasysteem, Gebrek aan een kassa](https://juriel.be/nl/rechtspraak/horecasector-geregistreerd-kassasysteem-gebrek-kassa-rechtbank-namen-2020-12-10-0baa) 1 gemeenschappelijke bepalingen
