---
title: "Proportionele btw-boete, toetsing met volle rechtsmacht · Rechtbank van eerste aanleg te Brugge, 10 maart 2025"
description: "Proportionele btw-boete, toetsing met volle rechtsmacht, proportionele fiscale geldboete. Rechtbank van eerste aanleg te Brugge (België), 10 maart 2025."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/proportionele-btw-boete-toetsing-volle-rechtbank-brugge-2025-03-10-e158"
lang: "nl"
---

# Proportionele btw-boete, toetsing met volle rechtsmacht, proportionele fiscale geldboete

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Brugge

**Datum**

10 maart 2025

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

84 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge d.d. 10.03.2025 - rolnr. 23/937/A

\[ Gunstig vonnis \]

*Belasting over de toegevoegde waarde – proportionele btw-boete – toetsing met volle rechtsmacht*

Wettelijke bepalingen

[Art. 70, §1bis WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70), art. 1 eerste aanvullend protocol EVRM

## Samenvatting van het vonnis / het arrest

1\. Feiten

Eiseres is ingeschreven als btw-belastingplichtige voor de activiteit van ingenieurs en technische adviseurs en overige zakelijke dienstverlening. Op 11 april 2022 deelde de fiscale administratie mee dat er een bijzondere rekening zal worden opgemaakt voor de periode voorafgaand aan 31 maart 2022. Eiseres heeft voor deze periode btw-aangiften (laattijdig) ingediend met verschuldigde bedragen aan btw, maar heeft deze btw nooit betaald. De btw-rc werd op nul gezet en er werd een bijzondere rekening opgemaakt die op 22 april 2022 aan eiseres ter kennis gebracht werd. De verschuldigde btw bedroeg 120.891,39 EUR en er werd een proportionele boete van 15%, zijnde 18.130,00 EUR, opgelegd. Een innings- en invorderingsbericht volgde en eiseres ging over tot betalingen.

Eiseres vroeg kwijtschelding of vermindering van de geldboete maar haar verzoek werd afgewezen bij beslissingen d.d. 4 augustus en 13 september 2022.

Eisers tekende fiscaal verhaal aan met een verzoekschrift neergelegd ter griffie op 9 maart 2023. Eiseres betwist enkel de proportionele boete van 15% (18.130,00 EUR).

2\. Het vonnis

Een geldboete van 18.130,00 EUR (15% van het btw-bedrag) heeft een repressief karakter.

Een toetsing met volle rechtsmacht houdt in dat de rechter moet nagaan of een administratieve beslissing met repressief karakter in rechte en in feite verantwoord is en of zij de wettelijke bepalingen en algemene beginselen die de administratie in acht moet nemen, waaronder het evenredigheidsbeginsel, eerbiedigt. Een dergelijke toetsing brengt nog niet noodzakelijk met zich dat de rechtspraak de belastingplichtige, om loutere redenen van opportuniteit of billijkheid, zou bevrijden van de verplichtingen die hem wettelijk zijn opgelegd door de overheid.

De administratieve geldboete wordt opgelopen door het enkele feit van de overtreding (niet-tijdig betalen van de verschuldigde btw), ongeacht de goede of kwade trouw van de belastingplichtige.

Uit het dossier blijkt dat eiseres sedert 31 januari 2017 bijna geen enkele maand het volledige verschuldigde btw-bedrag onmiddellijk heeft voldaan. Er werd reeds 4 maal een bijzondere rekening opgemaakt. De betalingsachterstand bij eiseres is dus structureel en niet (enkel) het gevolg van de betalingsachterstand van 1 Russische klant in 2022. Verder blijkt dat eiseres zelden haar btw-aangiften tijdig indient.

De rechtbank stelt vast dat de administratieve boete beantwoordt aan een juiste toepassing van de betreffende wettelijke en reglementaire bepalingen op de vast gestelde feiten, ondanks het relatief hoge bedrag ervan berekend in absolute cijfers. Het opleggen van de boete is verantwoord en niet onevenredig met de inbreuken. De rechtbank ziet geen enkele reden om een uitstel te verlenen. Er is ook geen sprake van een schending van artikel 1 van het eerste aanvullend protocol van het EVRM.

**Volledige tekst**

### Tekst van de beslissing

**Vonnis rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge dd. 10.03.2025**

**23/937/A**

De rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge, sectie burgerlijke rechtbank, Kamer B.10, heeft het volgend vonnis verleend:

**In de zaak : 23/937/A**

## Hoofdzaak :

**B.T. (KBO: …),** maatschappelijke zetel te …,

**eisende partij,**

hebbende als raadsman meester Meester T.J. en meester D.T., beiden

advocaten te …

tegen :

**de BELGISCHE STAAT — FOD FINANCIËN (KBO: 0308.357.159),** in de persoon van de Minister van Financiën, met kantoren gevestigd te 1000 BRUSSEL, Wetstraat 12, handelend ten verzoeke van de Adviseur-generaal, Directeur van het Centrum KMO Brugge, met kantoor te 8200 Brugge, Koning Albert l-laan 1-5, bus 6,

**verwerende partij,**

voor wie optreedt V.C., attaché

## I. RECHTSPLEGING

Gelet op het inleidend verzoekschrift d.d. 9 maart 2023.

De rechtbank nam kennis van het dossier van de rechtspleging en van de door partijen neergelegde stukken.

Partijen werden gehoord op de zitting van 27 januari 2025.

Artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden in acht genomen.

## II. BIJZONDERSTE GEGEVENS VAN DE ZAAK

**1.** Eiseres is ingeschreven als BTW-belastingplichtige onder het BTW-registratienummer …, voor de activiteit van ingenieurs en technische adviseurs en overige zakelijke dienstverlening.

Zij is derhalve onderworpen aan de bepalingen van de BTW-wetgeving en de ter uitvoering ervan genomen besluiten.

Op 11 april 2022 deelt verweerder aan eiseres mee dat een bijzondere rekening zal worden opgemaakt voor de periode voorafgaand aan 31 maart 2022. Door verweerder wordt een bijzondere rekening opgemaakt en op 22 april 2022 ter kennis gebracht van eiseres. De verschuldigde BTW bedraagt 120.891,93 EUR. Een proportionele boete van 15% (18.130,00 EUR) wordt opgelegd. Een innings- en invorderingsbericht volgt (artikel 500254007307). Eiseres verricht betalingen en op 21 juni 2024 bedraagt de openstaande schuld nog 10.137,22 EUR.

Eiseres vraagt kwijtschelding of vermindering van de geldboete. Dit verzoek wordt afgewezen bij beslissingen d.d. 4 augustus en 13 september 2022.

Door eiseres wordt fiscaal verhaal aangetekend met een verzoekschrift neergelegd ter griffie op 9 maart 2023.

2.Eiseres vraagt dat:

\- de vordering ontvankelijk en gegrond wordt verklaard;

\- de geldboete van 15% wordt kwijtgescholden, minstens uitstel wordt verleend, minstens wordt verminderd;

verweerder wordt veroordeeld tot terugbetaling aan eiseres van de onterecht ingevorderde of betaalde sommen, te vermeerderen met de moratoriumintresten;

\- verweerder wordt veroordeeld tot de kosten van het geding, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding.

3.Verweerder vraagt dat:

de eis ontvankelijk doch ongegrond wordt verklaard;

eiseres wordt veroordeeld tot de kosten van het geding.

## IV. BEOORDELING

### A. Betreffende de toelaatbaarheid

Verweerder voert geen redenen aan die tot de ontoelaatbaarheid van de eis kunnen leiden. Nu de rechtbank evenmin middelen van ontoelaatbaarheid, die zij ambtshalve zou moeten opwerpen, vaststelt, is de eis toelaatbaar.

### B. Betreffende de grond

#### 1. Verschuldigde BTW

Uit het dossier blijkt dat eiseres voor de periode voorafgaand aan 31 maart 2022 BTW-aangiften (laattijdig) heeft ingediend met verschuldigd bedragen aan BTW. Deze BTW-bedragen werden niet betaald. De BTW-rc werd op nul gezet en een bijzondere rekening werd opgemaakt voor de periode van 31 augustus 2021 tot 31 maart 2022. Deze bijzondere rekening werd aan eiseres ter kennis gebracht op 22 april 2022. Op 21 juni 2022 werd een innings- en invorderingsbericht aan eiseres verzonden.

Het verschuldigde BTW-bedrag op 31 maart 2022 bedraagt 120.891,93 EUR. Een proportionele geldboete van 15% wordt opgelegd, evenals een boete van 100 EUR wegens een laattijdige aangifte.

Eiseres heeft in delen betalingen verricht en op 21 juni 2024 bedraagt de openstaande schuld nog 10.137,22 EUR.

Eiseres betwist de verschuldigde BTW niet, maar betwist enkel de proportionele geldboete t.b.v. 15% (18.130,00 EUR).

#### 2. Geldboete

Een geldboete t.b.v. 18.130,00 EUR (15% van het BTW-bedrag) heeft een repressief karakter. Het zou strijdig zijn met het gelijkheidsbeginsel mochten de rechtbanken het recht ontzegd worden om op de betwiste administratieve beslissing om een dergelijke geldboete op te leggen, een toetsing met volte rechtsmacht uit te oefenen. Een toetsing met voile rechtsmacht houdt in dat de rechter moet nagaan of een administratieve beslissing met repressief karakter in rechte en in feite verantwoord is en of zij de wettelijke bepalingen en algemene beginselen die de administratie in acht moet nemen, waaronder het evenredigheidsbeginsel, eerbiedigt (Arbitragehof, 24 februari 1999, roinr. 1279, arrest nr. 22/99).

Dat kan alleen in die zin begrepen worden dat de rechtbank (onder andere) de macht heeft om na te gaan of de concrete administratieve boete al dan niet in een redelijke verhouding staat tot de feiten waaraan de belastingplichtige zich bezondigd heeft. Een dergelijke toetsing brengt nog niet noodzakelijk met zich dat de rechtbank de belastingplichtige, om loutere redenen van opportuniteit of billijkheid, zou bevrijden van de verplichtingen die hem wettelijk zijn opgelegd door de overheid.

Uit de dossier blijkt dat eiseres spontaan te betalen BTW-bedragen heeft opgenomen in haar (soms laattijdige) aangiften, maar deze bedragen niet heeft betaald. De administratieve geldboete wordt in principe opgelopen door het enkele feit van de overtreding (niet-tijdig betalen van de verschuldigde BTW) en dit ongeacht of de belastingplichtige ter goede of ter kwade trouw is. Vermits werd aangenomen dat eiseres niet ter kwader trouw is, werd de geldboete reeds verminderd tot 15%.

Volgens eiseres was de betalingsachterstand te wijten aan cash-flow problemen bij een Russische klant die de openstaande facturen niet kon betalen wegens EU-sancties en maatregelen van de Belgische overheid in het kader van de oorlog tussen Rusland en Oekraïne.

Uit het dossier blijkt dat eiseres 30 klanten heeft. Zij heeft een omzet van 3.808.202,32 EUR exclusief BTW. De omzet die wordt gerealiseerd via de Russische klant bedraagt 238.206,36 EUR. De facturen die niet tijdig konden betaald worden door de Russische klant bedragen 105.378,70 EUR. De betalingsproblemen bij eiseres zijn derhalve niet (enkel) het gevolg van de tijdelijke betalingsachterstand van 1 Russische klant. Uit het dossier blijkt verder dat eiseres sedert 31 januari 2017 bijna geen enkele maand het volledige verschuldigde BTW-bedrag onmiddellijk heeft voldaan. Er werd reeds 4 maal een bijzondere rekening opgemaakt: op 31 januari 2017, op 28 februari 2021, op 31 maart 2022 en op 29 februari 2024. De betalingsachterstand bij eiseres is dus structureel en niet (enkel) het gevolg van de tijdelijke betalingsachterstand van 1 Russische klant in 2022.

Verder blijkt dat eiseres zelden haar BTW-aangiften tijdig indient.

De rechtbank stelt op basis van de vaststellingen en de inbreuk vast dat de door verweerder bepaalde administratieve boete beantwoordt aan een juiste toepassing van de betreffende wettelijke en reglementaire bepalingen op de vast gestelde feiten, ondanks het relatief hoge bedrag ervan berekend in absolute cijfers. Net opleggen van de boete is in deze zaak verantwoord en niet onevenredig met de inbreuken.

Eiseres heeft betalingen gedaan maar dit pas na de aangetekende kennisgeving van 11 april 2022 en na het opmaken van de bijzondere rekening.

De rechtbank ziet geen enkele reden om een uitstel te verlenen. Er is geen enkel reden die een uitstel zou kunnen verantwoorden.

De geldboete heeft niet alleen een vergoedende aard, maar hebben ook een bestraffend en afradend karakter.

De geldboete werd opgelegd bij toepassing van [artikel 70 §1bis WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70), zijnde een grondwetsconforme bepaling die door de Belgische Staat overeenkomstig zijn soevereine belastingbevoegdheid werd uitgevaardigd. De bepaling is onontbeerlijk voor de verwezenlijking van een doelstelling van algemeen belang, berust op uitzonderlijke omstandigheden en beantwoordt aan dwingende motieven van algemeen belang. De rechtbank is van oordeel dat er dan ook geen sprake is van een onevenredige geldboete. Er is dan ook geen sprake van een schending van artikel 1 van het Eerste aanvullend protocol van het E.V.R.M..

C. Betreffende de kosten

Gezien eiseres in het ongelijk wordt gesteld, moet zij de gerechtskosten dragen.

Aangezien verweerder niet bijgestaan wordt door een advocaat, heeft hij geen recht op een rechtsplegingsvergoeding en zijn de gerechtskosten in hoofde van verweerder onbestaande.

### Beschikkend gedeelte

**OM DEZE REDENEN,**

De rechtbank,

Wijzende in eerste aanleg en op tegenspraak.

Alle verdere middelen van partijen verwerpend als niet dienend.

Verklaart de eis toelaatbaar doch ongegrond.

Veroordeelt eiseres tot de gedingkosten, in haar hoofde niet te begroten aangezien ze haar ten laste biijven en in hoofde van verweerder begroot op 00,00 EUR.

---

Aldus gevonnist en uitgesproken in openbare terechtzitting van de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge, burgerlijke sectie, tiende kamer, op **maandag tien maart tweeduizend vijfentwintig** waar zitting hadden:

L.D., rechter;

J.T., griffier.

### Nota van de FOD Financiën

## Referentie WF

Finaliti 55419200/01a

## Aangehaalde teksten

1

[WBTW art. 70](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70) 3 voorkomens

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Creditnota, Overeenkomst tussen partijen, Neutraliteit, Fiscale geldboete](https://juriel.be/nl/rechtspraak/creditnota-overeenkomst-tussen-partijen-neutraliteit-rechtbank-namen-2022-09-22-0018) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Herziening recht op aftrek](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-herziening-uitoefening-beroepswerkzaamheid-hof-van-beroep-antwerpen-2021-02-0056) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Aanwending voor de beroepsactiviteit, Bewijslast](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-aanwending-beroepsactiviteit-bewijslast-hof-van-beroep-luik-2021-01-18-0480) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Geldboeten, Kwijtschelding van geldboeten, Laattijdige indiening van de btw-aangifte](https://juriel.be/nl/rechtspraak/geldboeten-kwijtschelding-laattijdige-indiening-btw-rechtbank-bergen-2022-02-24-058e) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Motivering van het dwangbevel, Nietigheid dwangbevel](https://juriel.be/nl/rechtspraak/boete-motivering-dwangbevel-nietigheid-openbare-cassatie-brussel-2021-01-29-081b) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Facturen van onderaannemers, Verplichte vermeldingen](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-facturen-onderaannemers-verplichte-rechtbank-bergen-2019-04-09-0896) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Wedersamenstelling van het omzetcijfer, Forfait caféhouders, Motivering van bestuurshandelingen](https://juriel.be/nl/rechtspraak/wedersamenstelling-omzetcijfer-forfait-cafehouders-motivering-hof-van-beroep-luik-2021-10-08-0aae) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Horecasector, Geregistreerd kassasysteem, Gebrek aan een kassa](https://juriel.be/nl/rechtspraak/horecasector-geregistreerd-kassasysteem-gebrek-kassa-rechtbank-namen-2020-12-10-0baa) 1 gemeenschappelijke bepalingen
