---
title: "Proportionele boete, strafrechtelijk karakter · Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen, 29 september 1997"
description: "Proportionele boete, strafrechtelijk karakter, bevoegdheid rechter. Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen (België), 29 september 1997."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/proportionele-boete-strafrechtelijk-karakter-bevoegdheid-rechtbank-antwerpen-1997-09-29-c061"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/presomptions-amendes-fiscales-administratives-controle-tribunal-anvers-1997-09-29-17a6"
---

# Proportionele boete, strafrechtelijk karakter, bevoegdheid rechter, proportionele fiscale geldboete · proportionele boete - strafrechtelijk karakter - bevoegdheid rechter

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Antwerpen

**Datum**

29 september 1997

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

8 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

**Vonnis van de Correctionele Rechtbank te Antwerpen dd. 29.09.1997**

**De Fiscale Koerier 1998/142**

*Proportionele boete*

*Strafrechtelijk karakter*

*Bevoegdheid rechter*

## Samenvatting

1.Er bestaat geen automatische relatie tussen winst en omzet. De B.T.W.-Administratie moet steeds bewijzen dat de meerwinst die inzake directe belastingen werd weerhouden te wijten is aan een hoger omzetcijfer. Dit bewijs kan ook door vermoedens worden geleverd. Aangezien de belastingplichtige in het voorliggende geval geen rechtvaardiging kon geven voor de verhoging van het aangegeven winstcijfer, kan de Administratie terecht vermoeden dat de meerwinst het resultaat was van een belastbare meeromzet.

2.De rechtbank acht zich bevoegd om het bedrag van de boete te beoordelen. Een boete gelijk aan 200% van de verschuldigde rechten heeft immers een strafrechtelijk karakter. Door dergelijke ongewoon hoge boeten op te leggen tracht de Administratie de bestraffing van een soort fiscaal misdrijf te organiseren. Een boete van 200% heeft geen schadevergoedend karakter. Belangrijke B.T.W.-boeten vallen binnen het toepassingsgebied van het E.V.R.M. Dit impliceert dat de rechtbank de bevoegdheid heeft om zich over de hoogte van de sanctie uit te spreken. Gezien de Administratie in het voorliggende geval geen duidelijk bewijs kon leveren van de kwade trouw van de belastingplichtige, wordt de opgelegde boete herleid van 200% naar 20%.
