---
title: "Prejudiciële vraag · Hof van Cassatie van België, 2 september 2004, C.03.0076.F"
description: "Prejudiciële vraag, Gemeenschappelijke rechtsregel voor België, Luxemburg en Nederland. Hof van Cassatie van België, 2 september 2004, C.03.0076.F."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/prejudiciele-gemeenschappelijke-rechtsregel-belgie-luxemburg-cassatie-brussel-2004-09-02-ad41"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/interpretation-regle-juridique-commune-belgique-cassation-bruxelles-2004-09-02-fd97"
---

# Prejudiciële vraag, Gemeenschappelijke rechtsregel voor België, Luxemburg en Nederland

**Rechtscollege**

Hof van Cassatie

**Rolnummer**

C.03.0076.F

**Datum**

2 september 2004

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

**Strekking volgens de FOD**

gemengd

## Tekst

41 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Arrest van het Hof van Cassatie dd. 02.09.2004 (C.03.0076.F)

*Prejudiciële vraag – Gemeenschappelijke rechtsregel voor België, Luxemburg en Nederland*

## Wettelijke bepalingen

Art. 92bis, W.BTW

Art. 1385bis, 1° alinea, Gerechtelijk Wetboek

## Samenvatting

Wanneer een vraag over de uitlegging van een rechtsregel die gemeenschappelijk is voor België, Luxemburg en Nederland, die als zodanig is aangemerkt krachtens art. 1 van het Verdrag betreffende de instelling en het statuut van het Benelux-gerechtshof, voor het Hof van cassatie is gerezen, zoals de vraag of, inzake dwangsom, de veroordeling tot betaling van een geldsom betrekking heeft op het bevel dat het hof van beroep bij de uitspraak over het hoger beroep tegen een beslissing van de beslagrechter, aan de belastingadministratie heeft gegeven om aan de wederpartij een geldsom terug te betalen die overeenstemt met een krediet, moet het Hof van cassatie in de regel die vraag aan het Benelux-gerechtshof stellen.

**Tekst van het arrest**

### Tekst van de beslissing

## Arrest van het Hof van Cassatie

**dd. 02.09.2004**

**(C.03.0076.F)**

BELGISCHE STAAT, Minister van Financiën, Mr. François T'Kint, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

D. L. F. S., Mrs. Marc Baltus en Pierre Willemart, advocaten bij de balie van Brussel.

## I. Bestreden beslissing

Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest dat op 25 oktober 2002 door het Hof van Beroep te Brussel is gewezen.

## II. Rechtspleging voor het Hof

Afdelingsvoorzitter Claude Parmentier heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal André Henkes heeft geconcludeerd.

## III. Middelen

## IV. Beslissing van het Hof

*Eerste middel*

Over de door verweerder tegen het middel opgeworpen grond van niet-ontvankelijkheid : het middel is nieuw :

Overwegende dat de wetsbepalingen over de dwangsom niet enkel het belang van de schuldeiser bij werkelijke nakoming door de schuldenaar van zijn verbintenissen betreffen ; dat ze ook het gezag van de rechterlijke beslissingen willen versterken en de tenuitvoerlegging ervan vergemakkelijken ; dat ze de essentiële belangen van de Staat dienen en derhalve van openbare orde zijn ;

Dat het op zodanige bepalingen gegrond middel voor het eerst in cassatie mag worden aangevoerd ;

Dat de grond van niet-ontvankelijkheid niet kan worden aangenomen ;

*Over het middel*

Overwegende dat, luidens artikel 1385bis, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, een dwangsom niet kan worden opgelegd in geval van een veroordeling tot betaling van een geldsom ;

Overwegende dat uit de vaststellingen van het arrest blijkt dat de BTW-ontvanger belastingkredieten heeft ingehouden, wat geldt als bewarend beslag onder derden, dat eiser, na de vonnissen waarbij de opheffing van die inhoudingen werd bevolen, de ingehouden gelden in kantonnement heeft gegeven en dat het hof van beroep, dat verweerders vordering heeft aangenomen, bij het bestreden arrest, eiser veroordeeld heeft tot terugbetaling aan verweerder van de "bedragen die ten laste van laatstgenoemde werden ingehouden bij de akten van 17 juni 1999, 2 oktober 2000 en 19 december 2000, zijnde een totaal bedrag van 341.512, 86 euro, op straffe van een dwangsom van 10.000 euro per dag vertraging" ;

Overwegende dat het middel staande houdt dat laatstgenoemd bevel een veroordeling tot betaling van een geldsom is in de zin van artikel 1385bis, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, zodat de daaraan gekoppelde dwangsom onwettig is ;

Overwegende dat de beoordeling van de gegrondheid van het middel de uitlegging van dat artikel vereist ;

Dat voornoemd artikel overeenstemt met artikel 1, eerste lid, van de Bijlage bij de Benelux-overeenkomst van 26 november 1973 houdende eenvormige wet betreffende de dwangsom ;

Dat de bepalingen van de eenvormige wet rechtsregels zijn die gemeenschappelijk zijn voor België, Luxemburg en Nederland in de zin van artikel 1 van het Verdrag betreffende de instelling en het statuut van het Benelux-gerechtshof ;

Overwegende dat de beslissing over de uitlegging van artikel 1, eerste lid, van de voornoemde eenvormig wet vereist is om uitspraak te kunnen doen ; dat het Hof bijgevolg ertoe genoopt is de vraag om uitlegging aan het Benelux-gerechtshof voor te leggen ;

### Beschikkend gedeelte

## OM DIE REDENEN

**HET HOF,**

Houdt iedere nadere uitspraak aan tot het Benelux-gerechtshof zich over de volgende vraag heeft uitgesproken:

Moet artikel 1, eerste lid, van de Bijlage bij de Benelux-overeenkomst van 26 november 1973 houdende eenvormige wet betreffende de dwangsom in die zin worden uitgelegd dat de bewoordingen "veroordeling tot betaling van een geldsom", ook betrekking hebben op het bevel dat hof van beroep, bij de uitspraak over het hoger beroep tegen een beslissing van de beslagrechter, aan de belastingadministratie heeft gegeven om aan de wederpartij een geldsom terug te betalen die overeenstemt met een BTW-krediet ?

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Claude Parmentier, de raadsheren Christian Storck, Didier Batselé, Albert Fettweis en Philippe Gosseries, en in openbare terechtzitting van twee september tweeduizend en vier uitgesproken door afdelingsvoorzitter Claude Parmentier, in aanwezigheid van advocaat-generaal André Henkes, met bijstand van griffier Marie-Jeanne Massart.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van afdelingsvoorzitter Edward Forrier en overgeschreven met assistentie van griffier Philippe Van Geem.

De griffier, De afdelingsvoorzitter,

## Rechtspraak

1

### België

1

Rechtbank van eerste aanleg te Brussel 23.11.2007

#### [Vrijstelling, andere vrijstelling, recht op aftrek van belasting](https://juriel.be/nl/rechtspraak/vrijstelling-andere-recht-aftrek-belasting-rechtbank-brussel-2007-11-23-bbf7)
