---
title: "Plaats van de dienst, cross-border leasing · Hof van beroep te Brussel, 26 november 1996"
description: "Plaats van de dienst, cross-border leasing. Hof van beroep te Brussel (België), 26 november 1996."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/plaats-dienst-cross-border-leasing-hof-van-beroep-brussel-1996-11-26-7e2d"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/non-discrimination-basee-nationalite-libre-cour-appel-bruxelles-1996-11-26-6774"
---

# Plaats van de dienst, cross-border leasing · plaats van de dienst - cross-border leasing

**Rechtscollege**

Hof van beroep

**Zetel**

Brussel

**Datum**

26 november 1996

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

6 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

**Arrest van het Hof van Beroep te Brussel dd. 26.11.1996**

**De Fiscale Koerier 1997/236**

*Plaats van de dienst*

*Cross-border leasing*

## Samenvatting

Leidt de aanwezigheid in België van een reeks verhuurde voertuigen die eigendom zijn van een buitenlandse leasingmaatschappij tot het bestaan van een Belgische vaste inrichting? De discussie tussen de belastingplichtige en de Administratie draait rond de interpretatie van het begrip 'vaste inrichting' (art. 9 Zesde Richtl. Raad E.E.G. nr. 77/388, 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde). Alvorens een uitspraak te doen ten gronde besluit de de rechtbank aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen drie prejudiciële vragen te stellen: 1. Kan een buitenlandse leasingonderneming die in een andere lidstaat een aantal wagens verhuurt geacht worden als gevolg van deze verhuur in de andere lidstaat over een vaste inrichting te beschikken? 2. Moet men aannemen dat de verhuring vanuit een Belgische vaste inrichting geschiedt wanneer blijkt dat de zetel van de verhuurder in Luxemburg is gevestigd en alle overeenkomsten van daaruit werden afgesloten? 3. Is de Belgische wetgeving die bij teruggave van Belgische B.T.W. aan buitenlandse belastingplichtigen, voorziet in de betaling van lagere intresten strijdig met art. 6 en 59 E.E.G.-Verdrag?
