---
title: "Opdrachthoudende vereniging, Emanatietheorie · Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen, 7 oktober 2022"
description: "Opdrachthoudende vereniging, Emanatietheorie. Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen (België), 7 oktober 2022."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/opdrachthoudende-vereniging-emanatietheorie-diensten-verricht-rechtbank-antwerpen-2022-10-07-bc48"
lang: "nl"
---

# Opdrachthoudende vereniging, Emanatietheorie, Diensten verricht aan autonome gemeentebedrijven · Belasting over de toegevoegde waarde – Opdrachthoudende vereniging – Emanatietheorie – Diensten verricht aan autonome gemeentebedrijven

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Antwerpen

**Datum**

7 oktober 2022

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

176 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen d.d. 07.10.2022 (rolnrs. 20/4299/A en 21/1309/A)

\[ Tussenarrest \]

*Belasting over de toegevoegde waarde – opdrachthoudende vereniging – emanatietheorie – diensten verricht aan autonome gemeentebedrijven*

## Wettelijke bepalingen

Artikelen [4](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-4), [6](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-6) en [44 § 2, 2°](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) WBTW

Artikelen [2](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-2), [9](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-9), [13](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-13) en [132](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-132) van de richtlijn 2006/112/EG en artikel 267 VWEU

## Samenvatting van het vonnis

1\. Feiten en vonnis in eerste aanleg

In 2003 werd een opdrachthoudende vereniging opgericht, zijnde een samenwerkingsvorm met rechtspersoonlijkheid en met beheersoverdracht. Deze vereniging verrichtte ICT-diensten en gerelateerde leveringen van computermateriaal aan leden (2 steden en 2 OCMW’s) en niet-leden. In 2010 traden ook enkele autonome gemeentebedrijven toe tot de vereniging.

In 2017 vond een btw-controle plaats voor de jaren 2014, 2015 en 2016. De administratie meende dat de vergoedingen en bijdragen die aangerekend werden aan de leden van de opdrachthoudende vereniging die niet werden beoogd door [art. 6 WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-6), onderworpen dienden te worden aan btw. Deze rechtspersonen waren volgens de administratie te beschouwen als extern verzelfstandigde agentschappen en dus onderhevig aan [art. 4](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-4) en [44 §2, 2°](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) WBTW. Er werden twee processen-verbaal opgesteld en een dwangbevel uitgevaardigd.

Gelet op het standpunt van de administratie heeft de opdrachthoudende vereniging voor de boekjaren 2017, 2018, 2019 en 2020 btw afgedragen op de vergoedingen aangerekend aan niet door art. 6 btw beoogde leden en het recht op aftrek uitgeoefend. In de btw-aangiften van november en december 2020 heeft zij dit evenwel gecorrigeerd en de afgedragen btw teruggevorderd. De administratie betwistte dit en heeft de teruggave geweigerd.

De opdrachthoudende vereniging tekende verzet aan.

De eerste rechter verklaarde de btw-vordering met betrekking tot de boekjaren 2014, 2015 en 2016 ongegrond, en heropende de debatten aangaande de vordering tot teruggaaf over de boekjaren 2017, 2018, 2019 en 2020 om partijen toe te laten hierover standpunt in te nemen. Volgens de eerste rechter bestond er geen betwisting tussen partijen dat eiseres kwalificeerde als een opdrachthoudende vereniging en dat de emanatietheorie gold voor de deelnemende overheidsinstellingen in de zin van [art. 6 WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-6), m.n. dat eiseres handelde in plaats van deze overheidsinstellingen. De eerste rechter oordeelde dat door de toetreding aan de opdrachthoudende vereniging alle deelnemers afstand hadden gedaan van hun reglementerings- en beheersrechten m.b.t. de telematicadiensten en daaraan verbonden toepassingen. Eiseres voerde de handelingen uit als verlengstuk van de deelnemende leden en deze handelingen vormden geen tegenprestatie voor belastbare handelingen. Er diende dan ook geen onderscheid gemaakt te worden op basis van het btw-statuut van de leden.

Tegen dit vonnis stelde de administratie hoger beroep in.

**Volledige tekst:**

### Tekst van de beslissing

**Rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen d.d. 07.10.2022**

*Inzake: 20/4299/A*

**AG D1.**

Autonoom Gemeentebedrijf naar Belgisch recht, met zetel te …, KBO: 07…50

**AG D2.**

Autonoom Gemeentebedrijf naar Belgisch recht, met zetel te …, KBO: 07…54

\- beiden als rechtsopvolger van D., Opdrachthoudende Vereniging, met zetel gevestigd te …, KBO : 08…95, vervroegd ontbonden per 1 januari 2021 en in vereffening gesteld, met sluiting van de vereffening op 30 juni 2021.

eisers — gedinghervattende partijen

\- beiden vertegenwoordigd ter zitting door meester F.S., advocaat, met kantoor te…

TEGEN:

**BELGISCHE STAAT,**

A.Algemene Administratie van de Inning en de Invordering van de FOD Financiën, vertegenwoordigd door de Adviseur Invordering — Ontvanger van het Team Invordering Rechtspersonen Antwerpen 1, waarvan de kantoren gevestigd zijn te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4 bus 1, KBO : 0308.357.159

B.Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie der Directe Belastingen, Gewestelijke Directie AABBI Antwerpen, vertegenwoordigd door de Gewestelijk Directeur der Directe Belastingen AABBI Antwerpen, met als correspondentie adres Gaston Crommenlaan 6 bus 804 te 9050 Gent, KBO : 0308.357.159

verweerder

\- vertegenwoordigd ter zitting door mevrouw S.L., in hoedanigheid van rijksambtenaar voor de Federale Overheidsdienst Financiën.

*En inzake: 21/1309/A*

## AG D1

Autonoom Gemeentebedrijf naar Belgisch recht, met zetel te …, KBO: 07…50

**AG D.**

Autonoom Gemeentebedrijf naar Belgisch recht, met zetel te …, KBO: 07…54

\- beiden als rechtsopvolger van D., Opdrachthoudende Vereniging, met zetel gevestigd te …, KBO : 08…95, vervroegd ontbonden per 1 januari 2021 en in vereffening gesteld, met sluiting van de vereffening op 30 juni 2021.

eisers

\- beiden vertegenwoordigd ter zitting door meester F.S., advocaat, met kantoor te…

TEGEN:

**DE BELGISCHE STAAT,**

Federale Overheidsdienst Financiën, Algemene Administratie van de Fiscaliteit, vertegenwoordigd door de Adviseur-generaal, Directeur van het Centrum GO Antwerpen, met kantoren gevestigd te 2000 Antwerpen, Italiélei 4, KBO : 0308.357.159,

verweerder

\- vertegenwoordigd ter zitting door mevrouw F. D., in hoedanigheid van rijksambtenaar voor de Federale Overheidsdienst Financiën.

Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer:

*Inzake: 20/4299/A*

\- het verzoekschrift toegekomen ter griffie op 7 oktober 2020, ingeschreven op 7 oktober

2020,

\- de beschikking verleend overeenkomstig artikel 747, §1 van het Gerechtelijk Wetboek op 21

mei 2021,

\- de akte van hervatting van geding toegekomen ter griffie op 19 augustus 2021,

\- de besluiten van partijen.

*Inzake: 21/1309/A*

\- het verzoekschrift toegekomen ter griffie op 19 maart 2021, ingeschreven op 19 maart 2021,

\- de beschikking verleend overeenkomstig artikel 747, §1 van het Gerechtelijk Wetboek op 21

mei 2021,

\- de besluiten van partijen.

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in de gerechtszaken.

Gehoord partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 2 september 2022.

---

## 1. Procedurele voorgaanden en relevante feiten

*i.* *Statuten D. en relevante decretale bepalingen*

In 2003 wordt door stad Gent, OCMW Gent, stad Antwerpen en OCMW Antwerpen een publieke rechtspersoon onder de vorm van een opdrachthoudende vereniging, genaamd D., opgericht (stuk 11 van eisers). D. verricht ICT-diensten en gerelateerde leveringen van computermateriaal aan haar Ieden en aan niet-leden.

De stad Gent krijgt 200 aandelen en de stad Antwerpen 100 aandelen toegekend, de OCMW's bezitten geen aandelen. In artikel 2 van de statuten wordt bepaald dat D. onderworpen is aan de bepalingen van het Decreet op de Intergemeentelijke Samenwerking van 6 juli 2001. In artikel 4 wordt bepaald dat:

*'De opdrachthoudende vereniging heeft als maatschappelijke doelstelling het beheer, de exploitatie, de ontwikkeling en de promotie van telematica en zijn toepassingen. De vereniging zal zich blijvend opstellen als strategisch instrument van elk van haar deelnemers. Ze zal daartoe haar beleid, strategie en werking afstemmen op deze van de deelnemers. De deelnemers stellen zich hierbij tot doel om opportuniteiten tot onderlinge synergie op te sporen, gezamenlijke projecten uit te voeren en gemeenschappehjke telematicadiensten te organiseren, die voor elk van de individuele deelnemers optimaler zijn op bedrijfseconomisch en functioneel vlak, dan indien ze door de deelnemers apart zouden georganiseerd worden.'*

In 2010 vindt een statutenwijziging plaats (publicatie *BS* 31.05.2010) en wordt artikel 7 van de statuten als volgt aangepast:

*'De vereniging bestaat uit stichtende deelnemers en desgevallend uit deelnemers die tot de vereniging toetreden. De stichtende deelnemers zijn de deelnemers die de vereniging hebben opgericht, met name de steden Gent en Antwerpen en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn van de steden Gent en Antwerpen. De mogelijke toetredende deelnemers zijn de extern verzelfstandigde agentschappen van de stichtende deelnemers, in zover ze kunnen toetreden krachtens het decreet op de intergemeentehjke samenwerking.'*

In het register van de deelnemers worden de volgende toetredende deelnemers, zonder toekenning van aandelen, vermeld:

\- AG Stedelijk Onderwijs Antwerpen

AG Kinderopvang Antwerpen

\- Zorgbedrijf Antwerpen

AG Stadsontwikkelingsbedrijf Gent.

Volgens de bepalingen van het toenmalig van toepassing zijnde Decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking (opgeheven en vervangen door Decreet van 22 december 2017 over het Lokaal Bestuur met ingang van 1 januari 2019), bevestigen partijen dat D. ais een opdrachthoudende vereniging kwalificeert, zijnde een samenwerkingsvorm met rechtspersoonlijkheid en met een beheersoverdracht die statutair is vastgelegd.

Artikelen 10 en 12 van het Decreet van 6 juli 2001 luidden ais volgt:

*'Artikel 10*

*Twee of meer gemeenten kunnen een samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid tot stand brengen om doelstellingen te verwezenlijken die behoren tot een of meer inhoudelijk samenhangende beleidsdomeinen. Onverminderd andersluidende decretale bepalingen kunnen hieraan naast gemeenten en provincies uitsluitend deelnemen autonome gemeentebedrijven, openbare centra voor maatschappelijk welzijn en hun verenigingen, in zoverre die uitsluitend uit openbare rechtspersonen bestaan, en andere samenwerkingsverbanden, opgericht volgens de bepalingen van dit decreet.'*

*'Artikel 12*

§1

*De gemeenten beslissen over de beheersoverdracht overeenkomstig de statuten van het samenwerkingsverband.*

*Onder beheersoverdracht wordt verstaan het toevertrouwen door de deelnemende gemeenten aan het samenwerkingsverband van de uitvoering van door hen genomen beslissingen in het kader van zijn doelstellingen, in die zin dat de deelnemende gemeenten zich het recht ontzeggen zelfstandig of samen met derden dezelfde opdracht uit te voeren.*

*§2*

*Er bestaan drie vormen van een samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid:*

*1 °projectvereniging: een samenwerkingsverband zonder beheersoverdracht dat tot doel heeft een duidelijk omschreven project te plannen, uit te voeren en te controleren; 2°dienstverlenende vereniging: een samenwerkingsverband zonder beheersoverdracht dat tot doel heeft een duidelijk omschreven ondersteunende dienst te verlenen aan de deelnemende gemeenten, eventueel voor verschillende beleidsdomeinen;* ***3'opdrachthoudende*** *vereniging: een samenwerkingsverband met beheersoverdracht waaraan de deelnemende gemeenten de uitvoering van een of meer duidelijk omschreven bevoegdheden met betrekking tot een of meer functioneel samenhangende beleidsdomeinen toevertrouwen.'*

*ii.* *Btw-controle boekjaren 2014, 2015 en 2016*

In 2017 vindt een btw-controle plaats over de jaren 2014, 2015 en 2016.

Tussen partijen bestaat geen betwisting dat de leveringen en diensten verricht door D. en bestemd voor niet-leden aan btw zijn onderworpen. Tussen partijen bestaat ook geen betwisting dat de vergoedingen en bijdragen aangerekend door D. aan haar leden die worden beoogd door artikel 6 W.BTW, zijnde de steden en OCMW's, niet onderworpen zijn aan btw.

De betwisting tussen partijen betreft de vraag of de vergoedingen en bijdragen aangerekend door D. aan haar leden, die niet worden beoogd door artikel 6 W.BTW, al dan niet onderworpen zijn aan btw. Volgens eisers zijn deze vergoedingen niet ontworpen aan btw, volgens verweerder wel en dient er aldus een onderscheid gemaakt te worden op basis van de btw-hoedanigheid van de leden van D. De uitgaande handelingen verricht voor de leden en zonder aanrekening van btw worden niet opgenomen in de btw-aangiften van D.

Op 15 december 2017 wordt een proces-verbaal opgesteld (stuk 1 van verweerder). De volgende bedragen worden van D. gevorderd:

6.090.547,00 euro btw

\- 1.218.100,00 euro geldboete (20%)

\- te vermeerderen met interesten.

De gevorderde bedragen worden opgenomen in het btw-dwangbevel nr. 500/1901/47254 (stuk 3 van verweerder).

Op 9 januari 2018 wordt een aanvullend proces-verbaal opgesteld waarbij wordt rekening gehouden met aangepaste cijfers en worden de volgende bedragen gevorderd van D. (stuk 2 van verweerder):

5.644.297,00 euro btw

\- 1.128.800,00 euro geldboete (20%)

\- te vermeerderen met interesten.

Eisers betwisten deze btw-vordering en hebben op 7 oktober 2020 een fiscaal verzoekschrift neergelegd ter griffie (zaak gekend onder rolnummer 20/4299/A).

iii. Boekjaren 2017, 2018, 2019 en 2020

Gelet op het standpunt van de btw-administratie heeft D. voor de boekjaren 2017, 2018, 2019 en 2020 de btw afgedragen op de vergoedingen aangerekend aan haar leden, niet beoogd door artikel 6 W.BTW, en het recht op aftrek hieraan gerelateerd uitgeoefend. In de btw-aangiften van november en december 2020 heeft D. dit evenwel gecorrigeerd en de afgedragen btw teruggevorderd (de btw afgedragen op de vergoedingen werd opgenomen in rooster 62 en de verrichte btw-aftrekken werden geregulariseerd via rooster 61), eisers blijven aldus bij hun standpunt. Deze correcties hebben geleid tot een btw-tegoed. Verweerder betwist evenwel dit tegoed en blijft eveneens bij zijn standpunt.

In het kader van deze betwisting hebben eisers een fiscaal verzoekschrift neergelegd op 19 maart 2021 (zaak gekend onder rolnummer 21/1309/A).

In 2020 heeft D. haar activiteiten overgedragen enerzijds aan het autonoom gemeentebedrijf D1. Antwerpen en anderzijds aan het autonoom gemeentebedrijf D2 en op 1 januari 2021 werd D. ontbonden en in vereffening gesteld, met sluiting van de vereffening op 30 juni 2021 (stukken 4-8 van eisers).

## 2. Samenvoeging

Eisers hebben in conclusies de samenvoeging van beide zaken gevraagd. Ter terechtzitting verzoekt verweerder eveneens de samenvoeging van de beide zaken en betwist verweerder niet langer de territoriale bevoegdheid van onderhavige rechtbank.

De rechtbank stelt vast dat de zaken met de rolnummers 20/4299/A en 21/1309/A samenhangend zijn en deze zaken bij toepassing van artikel 30 van het Gerechtelijk Wetboek dan ook met het oog op een goede rechtsbedeling dienen te worden samengevoegd.

## 3. Vorderingen van partijen

De vordering van eisers in de zaak gekend onder rolnummer 20/4299/A strekt ertoe:

\- het bestreden dwangbevel nr. 500/1901/47254 te vernietigen, minstens ongegrond te verklaren;

\- het bestreden proces-verbaal van 15 december 2017, alsook het bestreden aanvullend proces-verbaal van 9 januari 2018 te vernietigen, minstens ongegrond te verklaren;

\- te zeggen voor recht dat de in het bestreden dwangbevel en de bestreden processen-verbaal gevorderde bedragen niet verschuldigd zijn;

\- verweerder te veroordelen tot terugbetaling van de ten onrechte betaalde en/of ingehouden sommen vermeerderd met de moratoriuminteresten;

verweerder te veroordelen tot de kosten van het geding, m.i.v. de rechtsplegingsvergoeding begroot op 19.500,00 euro, ter terechtzitting vorderen eisers de geïndexeerde rechtsplegingvergoeding.

In ondergeschikte orde, indien geoordeeld zou worden dat D. kwalificeert als een zelfstandige groepering van personen, verzoeken eisers de debatten te heropenen teneinde partijen toe te laten de eventueel verschuldigde btw te berekenen.

Verweerder verzoekt de rechtbank om de vordering van eisers ontvankelijk doch ongegrond te verklaren.

De vordering van eisers in de zaak gekend onder rolnummer 21/1309/A strekt ertoe:

\- de bestreden beslissing van 24 januari 2021 te vernietigen, minstens ongegrond te verklaren;

\- te zeggen voor recht dat de, via rooster 62 van de btw-aangiften van D. over de maanden november en december 2020 teruggevraagde bedragen aan btw, beantwoorden aan hetgeen werd opgenomen in artikel 77 W.BTW, alsook dat de voornoemde teruggaven wettelijk en geoorloofd zijn;

\- verweerder te veroordelen tot teruggave van de eventueel ingehouden sommen vermeerderd met de moratoriuminteresten;

\- verweerder te veroordelen tot de kosten van het geding, m.i.v. de rechtsplegingsvergoeding begroot op 18.000,00 euro, ter terechtzitting vorderen eisers de geïndexeerde rechtsplegingvergoeding.

In ondergeschikte orde, indien geoordeeld zou worden dat D. kwalificeert ais een zelfstandige groepering van personen, verzoeken eisers de debatten te heropenen teneinde partijen toe te laten de eventueel verschuldigde btw te berekenen.

In volkomen strikt ondergeschikte orde, verzoeken eisers terugbetaling van de sommen opgenomen in rooster 61 van de aangiften over de maanden november 2020 en december 2020, namelijk een bedrag van 7.176.894,79 euro.

Verweerder verzoekt de rechtbank om:

### In hoofdorde

Het verzoekschrift onontvankelijk te verklaren;

Het verzoekschrift ongegrond te verklaren.

De teruggaven verricht via de roosters 62 van de btw-aangiften over november en december 2020 ontoelaatbaar te verklaren en de teruggaven ongedaan te maken te vermeerderen met wettelijke en gerechtelijke interesten;

De 'emanatietheorie', het beschouwen van diensten aan de leden van de opdrachthoudende vereniging D. die niet ressorteren onder de toepassing van [artikel 6, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-6), ais niet onderworpen aan de btw, onwettig te verklaren;

Voor recht te zeggen dat geen gewettigd vertrouwen werd gewekt door de btw-administratie.

Eiseressen tot de kosten te veroordelen.

in ondergeschikte orde

Het met terugwerkende kracht toepassen van het toenmalige [artikel 44, § 2, 1 bis, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44), vanaf 1 juli 2016 vervangen door [artikel 44, § 2bis, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44), niet toelaatbaar te verklaren.

Mocht besloten worden dat het met terugwerkende kracht toepassen van het toenmalige [artikel 44, § 2, 1 bis, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44), vanaf 1 juli 2016 vervangen door [artikel 44, § 2bis, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44), toch toelaatbaar is, dan dient een grondig onderzoek te worden bevolen naar de voorwaarden waaraan deze toepassing onderhevig is en dient rekening te houden worden gehouden met de voorschriften inzake verjaring.

### In volkomen strikt ondergeschikte orde

De bewerkingen uitgevoerd in de btw-aangiften over november en december 2020 dienen teruggedraaid te worden, rekening houdende met alle wettelijke bepalingen en na verder onderzoek.

## 4. Ontvankelijkheid

De ontvankelijkheid van de vorderingen van eisers wordt door verweerder niet langer betwist.

Er zijn evenmin ambtshalve aan te voeren bezwaren betreffende de ontvankelijkheid.

De rechtbank oordeelt dat de vorderingen van eisers ontvankelijk zijn.

**5.** **Beoordeling boekjaren 2014, 2015 en 2016: middel in hoofdorde van eisers: vallen de handelingen verricht door DIGIPOLIS aan haar leden onder het btw-toepassingsgebied?**

De betwisting tussen partijen betreft aldus de vraag of de handelingen verricht door D. aan haar leden, andere dan de steden en OCMW's, onderworpen zijn aan btw.

Volgens eisers geldt de emanatietheorie voor al haar leden. Volgens eisers is er sprake van interne handelingen, prestaties verricht aan zichzelf. Volgens eisers hebben ook de andere leden beheersoverdracht gedaan door hun toetreding tot D. en is het btw-statuut van de leden niet relevant.

Volgens verweerder geldt de emanatietheorie niet voor de leden die kwalificeren ais btw-belastingplichtige overeenkomstig artikel 4 W.BTW.

Tussen partijen bestaat geen betwisting dat D. kwalificeert ais een opdrachthoudende vereniging en dat de \`emanatietheorie' geldt voor de deelnemende overheidsinstellingen (beoogd door artikel 6 W.BTW), met name dat de opdrachthoudende vereniging handelt in de plaats van deze overheidsinstellingen (de opdrachthoudende vereniging wordt beschouwd als een emanatie/verlengstuk van de gemeente). De rechtbank stelt aldus vast dat verweerder aanvaardt, op basis van de door eisers voorgelegde statuten, dat de vier stichtende deelnemers (steden Antwerpen en Gent en de OCMW's van deze steden) afstand hebben gedaan van hun reglementerings- en beheersrechten m.b.t. de telematicadiensten en daaraan verbonden toepassingen en dat de emanatietheorie van toepassing is op deze stichtende leden.

Te dezen blijkt ook duidelijk uit artikel 10 van het Decreet van 6 juli 2001 én de btw-beslissing nr. ET. 111.703 d.d. 6 september 2006 dat naast gemeenten en provincies ook samenwerkingsverbanden zoals autonome gemeentebedrijven kunnen toetreden tot de opdrachthoudende vereniging. Ten onrechte stelt verweerder dan ook dat de beslissing van 6 september 2006 zou beperkt zijn tot enkel gemeenten.

In de btw-beslissing d.d. 6 september 2006 wordt uitdrukkelijk gesteld:

*'Naast gemeenten en provincies kunnen behoudens andersluidende decretale bepalingen uitsluitend autonome gemeentebedrifven, OCMW's en hun verenigingen, in zoverre die uitsluitend uit openbare rechtspersonen bestaan, en andere samenwerkingsverbanden, opgericht volgens de bepalingen van het decreet van 6 juli 2001, hieraan deelnemen.'*

Er bestaat tussen partijen geen betwisting dat de toegetreden deelnemers overeenkomstig het decreet van 6 juli 2001 konden toetreden tot de opdrachthoudende vereniging D.

Op basis van deze concrete vaststellingen oordeelt de rechtbank dat door de toetreding aan de opdrachthoudende vereniging DIGIPOLIS, waarvoor de deelnemers bewust en met kennis van de toepasselijke bepalingen hebben gekozen, alle deelnemers afstand hebben gedaan van

hun reglementerings- en beheersrechten m.b.t. de telematicadiensten en daaraan verbonden toepassingen.

Terecht stellen eisers dan ook dat wat betreft de handelingen verricht aan de deelnemende leden, D. deze handelingen uitvoert ais verlengstuk van de deelnemende leden en dat deze handelingen geen tegenprestatie voor belastbare handelingen vormen. Er dient dan ook geen onderscheid gemaakt te worden op basis van het btw-statuut van de leden.

Eisers verwijzen dan ook terecht naar het antwoord van de Minister van Financiën d.d. 25 mei 2018 (stuk 14 van eisers en zie eveneens VANDEBERGH, H. (ed.), *BTW-Handboek editie 2019,* Intersentia, p. 241-242) op een Parlementaire Vraag nr. 2188 van 19 april 2018 (een antwoord dat aldus dateert van na de beslissing E.T. 132.641 d.d. 6 oktober 2017 — stuk 5. van verweerder) die stelde dat:

*'Het feit dat onder de emanatietheorie abstractie wordt gemaakt van het feit dat de activiteit door de vereniging wordt uitgeoefend en voor btw-doeleinden de activiteit wordt geacht te zijn uitgeoefend door de deelnemers zelf, heeft ook gevolgen voor de prestaties die door de opdrachthoudende vereniging aan de deelnemers worden geleverd. Prestaties verricht door een opdrachthoudende vereniging aan de deelnemers worden geacht prestaties aan zichzelf te zijn. De opdrachthoudende vereniging wordt in het kader van de beheersoverdracht geacht op te treden "in de plaats van" en niet "voor rekening van" haar deelnemers. Prestaties aan zichzelf vallen in beginsel niet binnen de toepassing van btw waardoor in de relatie tussen de opdrachthoudende vereniging en haar deelnemers in beginsel ook geen sprake is van btw-belaste prestaties. Het btw-statuut van de deelnemers is hier niet relevant vermits interne handelingen niet binnen de werkingssfeer van de btw vallen en dit ongeacht of de deelnemer kwalificeert als een publiekrechtelijk lichaam overeenkomstig* [*artikel 6 van het btw-wetboek*](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-6) *dan wel een normale btw-belastingplichtige overeenkomstig* [*artikel 4 van het btw-wetboek*](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-4)*.'*

De vordering van eisers is in die mate gegrond.

Gelet op het oordeel van de rechtbank, wijst de rechtbank de overige middelen af ais niet ter zake dienend en/of overbodig.

De rechtbank oordeelt dat de btw-vordering van verweerder zoals opgenomen in de bestreden processen-verbaal d.d. 15 december 2017 en 9 januari 2018 en het bestreden dwangbevel d.d. 18 december 2017 ongegrond is en dat eisers de daarin gevorderde sommen niet verschuldigd zijn.

## 6. Beoordeling boekjaren 2017, 2018, 2019 en 2020

De rechtbank verwijst dienaangaande naar hetgeen hoger geoordeeld, weliswaar rekening houdende met de opheffing van het Decreet van 6 juli 2001 en de vervanging ervan door het Decreet van 22 december 2017 over het Lokaal Bestuur met ingang van 1 januari 2019 (in het bijzonder verwijst de rechtbank naar de artikelen 396 en 398 van het Decreet). De statuten

van D. werden ook aangepast rekening houdende met het nieuwe Decreet CBS 3 januari 2019).

De rechtbank oordeelt dat de handelingen verricht door D. aan haar leden niet onder het btw-toepassingsgebied vallen.

Op basis van het aan de rechtbank voorgelegde dossier kan evenwel niet beoordeeld worden of aan alle wettelijke voorwaarden teneinde teruggaaf te bekomen werd voldaan. Verweerder stelt bovendien zelf dat de administratie hierover nog geen nazicht heeft gedaan.

Dienvolgens verzoekt de rechtbank partijen standpunt in te nemen aangaande het recht op teruggaaf en de cijfermatige berekeningen aan de rechtbank voor te leggen.

### IDIV1 DEZE REDENEN

### Beschikkend gedeelte

**DE RECHTBANK**

Rechtdoende op tegenspraak.

Alle andere en strijdige conclusies verwerpend.

Voegt de zaken gekend onder de rolnummers 20/4299/A en 21/1309/A samen wegens samenhang en in het belang van een goede rechtsbedeling doet uitspraak in één vonnis.

Verleent aan AG D.1 en AG D.2 akte van het feit dat zij het geding hervatten ais rechtsopvolgers van D., oorspronkelijk eiseres inzake 20/4299/A.

Verklaart de btw-vordering van verweerder, hoofdsom, geldboete en interesten inbegrepen en zoals opgenomen in de bestreden processen-verbaal d.d. 15 december 2017 en 9 januari 2018 en het bestreden dwangbevel nr. 500/1901/47254 met betrekking tot de boekjaren 2014, 2015 en 2016 ongegrond.

Veroordeelt verweerder tot terugbetaling van de ten onrechte ingehouden of betaalde bedragen te vermeerderen met de wettelijke moratoriuminteresten.

Heropent de debatten teneinde partijen toe te laten de nodige toelichtingen, stukken en berekeningen aangaande de vordering tot teruggaaf over de boekjaren 2017, 2018, 2019 en 2020 voor te leggen en hierover standpunt in te nemen.

Verleent volgende termijnen :

\- voor neerlegging en mededeling van conclusie door verweerder : uiterlijk op 15.12.2022

\- voor neerlegging en mededeling van conclusie door eisers : uiterlijk op 16.01.2023

\- voor neerlegging en mededeling van conclusie door verweerder : uiterlijk op 16.02.2023.

Stelt de zaak in voortzetting op de zitting van **vrijdag, eenendertig maart tweeduizend drieëntwintig om 11.30 uur tot 12.00 uur** van de AFi1 kamer van deze rechtbank (zaal A4).

Houdt de beslissing met betrekking tot de kosten aan.

Dit vonnis werd uitgesproken op **zeven oktober tweeduizend tweeëntwintig** in openbare zitting van de Kamer AFi1, die samengesteld was uit:

A. B., rechter

N. D., griffier

## Aangehaalde teksten

8

[WBTW art. 44](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) 7 voorkomens

[WBTW art. 6](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-6) 6 voorkomens

[WBTW art. 4](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-4) 4 voorkomens

[btw-richtlijn 2006/112 art. 13](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-13) 2 voorkomens

[btw-richtlijn 2006/112 art. 132](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-132) 2 voorkomens

[btw-richtlijn 2006/112 art. 2](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-2) 2 voorkomens

[btw-richtlijn 2006/112 art. 9](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-9) 2 voorkomens

VWEU art. 267 1 voorkomen

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Opdrachthoudende vereniging, emanatietheorie, diensten verricht aan autonome gemeentebedrijven](https://juriel.be/nl/rechtspraak/opdrachthoudende-vereniging-emanatietheorie-diensten-hof-van-beroep-antwerpen-2024-10-11-0c82) 7 gemeenschappelijke bepalingen

[Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde](https://juriel.be/nl/rechtspraak/wetboek-belasting-toegevoegde-waarde-art-grondwettelijk-hof-brussel-2021-12-02-914d) 5 gemeenschappelijke bepalingen

[Vrijstelling van BTW, Uitzendarbeid, Verpleegkundige, uitzendkracht](https://juriel.be/nl/rechtspraak/vrijstelling-btw-uitzendarbeid-verpleegkundige-uitzendkracht-hof-van-beroep-antwerpen-2026-05-16d2) 4 gemeenschappelijke bepalingen

[Belastingplicht](https://juriel.be/nl/rechtspraak/belastingplicht-werkzaamheden-handelingen-grondwettelijk-hof-brussel-2008-07-17-104-2008) 4 gemeenschappelijke bepalingen

[Belasting over de toegevoegde waarde Vrijstelling artikel 44, Onderwijsdiensten](https://juriel.be/nl/rechtspraak/belasting-toegevoegde-waarde-vrijstelling-artikel-rechtbank-namen-2018-10-18-6730) 4 gemeenschappelijke bepalingen

[Begrip nieuwbouw, herziening, herzieningstijdvak van vijftien jaar, onroerend goed](https://juriel.be/nl/rechtspraak/begrip-nieuwbouw-herziening-herzieningstijdvak-vijftien-hof-van-beroep-gent-2022-11-22-71fc) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Historische btw-aftrek, Niet belastingplichtige rechtspersoon](https://juriel.be/nl/rechtspraak/historische-btw-aftrek-belastingplichtige-rechtspersoon-hof-van-beroep-brussel-2022-09-13-905e) 3 gemeenschappelijke bepalingen

[Begrip nieuw gebouw](https://juriel.be/nl/rechtspraak/begrip-nieuw-gebouw-omzetting-europese-cassatie-brussel-2023-11-13-03f0) 3 gemeenschappelijke bepalingen
