---
title: "Onroerende verhuur, Definitie · Hof van beroep te Bergen, 11 december 2008, 2007/RG/898"
description: "Onroerende verhuur, Definitie, vrijgestelde activiteit, Rechtsplegingsvergoeding. Hof van beroep te Bergen (België), 11 december 2008, 2007/RG/898."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/onroerende-verhuur-definitie-vrijgestelde-activiteit-hof-van-beroep-bergen-2008-12-11-e54a"
lang: "nl"
---

Tekst in het Frans

# Onroerende verhuur, Definitie, vrijgestelde activiteit, Rechtsplegingsvergoeding · Belasting over de toegevoegde waarde – onroerende verhuur – Definitie – vrijgestelde activiteit - Rechtsplegingsvergoeding – Bedrag van de vordering – Berekening

**Rechtscollege**

Hof van beroep

**Zetel**

Bergen

**Rolnummer**

2007/RG/898

**Datum**

11 december 2008

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Frans

**Nederlandse versie**

niet door de FOD gepubliceerd

De tekst van dit document is in het Frans. De FOD publiceert er geen Nederlandse versie van.

## Tekst

105 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Arrest van het Hof van Beroep te Bergen dd. 11.12.2008 (2007/RG/898)

## Onderwerp

*Belasting over de toegevoegde waarde – onroerende verhuur – Definitie – vrijgestelde activiteit*

*Rechtsplegingsvergoeding – Bedrag van de vordering – Berekening*

## Wetgeving

WBTW, artikel 44, §3, 2°, a), artikel 45, § 1

Ger.W., artikelen 557 en 1022

Koninklijk besluit van 26 oktober 2007 tot vaststelling van het tarief van de rechtsplegingsvergoeding bedoeld in artikel 1022 van het Gerechtelijk Wetboek, artikel 2

## Samenvatting

1\. Elke handeling die niet voldoet aan de definitie van onroerende verhuur is - volgens de strikte uitlegging, en rekening houdend met, enerzijds, de regels volgens dewelke alle niet vrijgestelde handelingen onderworpen worden aan de btw, en anderzijds , de bepalingen van artikel 135 van de BTW-Richtlijn (eerder de bepaling van [artikel 13, B, onder b) van de Zesde richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-13))- een belastbare handeling.

Het is degene die zich beroept op de vrijstelling die moet bewijzen dat de handeling wel degelijk beantwoordt aan de definitie van onroerende verhuur.

Het gebrek aan een hier beoogde definitie, wordt gecompenseerd door de jurisprudentie van het Hof van Justitie. Het begrip onroerende verhuur is een autonoom begrip van gemeenschapsrecht. De verhuur van onroerende goederen in de zin van de BTW-richtlijn bestaat in het feit dat een verhuurder aan een huurder, voor een overeengekomen tijdsduur en tegen vergoeding, het recht verleend om een onroerend goed te gebruiken als ware hij de eigenaar ervan en om ieder ander van het genot van dat recht uit te sluiten.

Dat in de overeenkomst met de organisatoren, beperkingen van het recht het gehuurde goed te gebruiken zijn opgenomen, neemt niet weg dat dit gebruik uitsluitend is ten opzichte van eenieder die niet op basis van de overeenkomst een recht kan doen gelden ten aanzien van het goed dat het voorwerp van de huurovereenkomst vormt; hetzelfde geldt voor de korte duur van de huur welke inherent is aan de bestemming van een multifunctionele hall die ontworpen is om tijdelijke evenementen zoals beurzen, tentoonstellingen, culturele manifestaties en sportactiviteiten in te organiseren.

De diverse diensten verstrekt door verzoekster, bovenop de terbeschikkingstelling van lokalen, zijn bijkomende handelingen ten aanzien van de onroerende verhuur (dus geen actieve onroerende verhuur in casu).

2\. Het bedrag van de rechtsplegingsvergoeding wordt bepaald aan de hand van de waarde van de vordering. In fiscale zaken is dit het bedrag van de betwiste fiscale schuld (belastingen, boetes en belastingverhogingen), verhoogd met de nalatigheidsintresten tot aan de dag van de inleiding van het rechtsgeding (Ch. Lenoir, actualités 2007 en matière de procédure fiscale, Le Droit fiscal en 2008, Actualités et jurisprudence, p.289, n°2.5.3.).

## Opmerkingen

Dit arrest past de uitlegging van het Hof van Justitie betreffende het begrip ‘onroerende verhuur’ toe.

De cassatievoorziening tegen dit arrest van het Hof van Beroep te Mons werd verworpen op 4 juni 2010 (Pas., 2010, n°395, p. 1733), behalve wat de boetes betreft.

Het arrest herinnert aan de basisberekening van de rechtsplegingsvergoeding met verwijzing naar artikel 557 Ger.W. De intresten die in rekening moeten worden genomen voor het bepalen van de rechtsplegingsvergoeding zijn, zoals voorzien in [artikel 91 WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-91), deze die lopen vanaf het ogenblik dat de belasting opeisbaar wordt en waarvan de invordering via de uitvoering van het dwangbevel opgeschort is door het inleiden van een rechtsvordering overeenkomstig [artikel 89 WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-89).

Worden dus niet bedoeld: de ‘gerechtelijke’ intresten die door de rechter toegekend worden vanaf de dag van de inleiding van het rechtsgeding tot op de dag van de volledige betaling.

**Volledige tekst**

***Het arrest wordt enkel gepubliceerd in de oorspronkelijke taal***

### Tekst van de beslissing

## Arrêt de la Cour d’appel de Mons– Vingt-deuxième chambre civile

**dd. 25.11.2014**

**2007/RG/898**

EN CAUSE DE:

**S.A. M.**,inscrite à la Banque Carrefour des Entreprises sous le numéro ..., dont le siège social est établi à 7000 MONS, ...,

partie appelante représentée par Maître A. T., avocat à …;

CONTRE:

**ETAT BELGE, SERVICE PUBIC FEDERAL Finances**, poursuites et diligence en la personne de Monsieur l'Inspecteur principal en charge du bureau de recette TVA de Mons, dont les bureaux sont sis à 7000 MONS, ..., partie intimée, représentée par Maître H. O., avocat à ...

La Cour, après en avoir délibéré, prononce l'arrêt suivant :

Vu, produites en forme régulière, les pièces de la procédure requise par la loi, et notamment :

\- la requête d'appel du 17 octobre 2007;

\- le jugement du 6 septembre 2007 de la chambre temporaire fiscale du tribunal de 1ère Instance de Mons ;

\- les conclusions des 30 janvier, 30 juin et 29 septembre 2008 de l'intimé;

\- les conclusions des 30 avril et 1er septembre 2008 de l'appelante;

\- les dossiers des parties ;

Attendu que l'appel, interjeté dans les formes et délai légaux, est recevable;

Attendu que, quant aux faits de la cause et à l'objet de la demande, il convient de renvoyer à l'exposé du premier juge;

Qu'il suffit de rappeler que la Ville de Mons a constitué un droit réel d'emphytéose au profit de la SA M., portant sur un hall multifonctionnel sis à Mons, moyennant le paiement d'un canon de 21.632.802,20 €;

Que la **SA M.** entend déduire la TVA afférente à cette opération, soit 3.754,45 €, alors que le fisc estime qu'il n'y a pas lieu à déduction;

I) Quant à la requête d'appel :

Attendu que l'intimé soutient que la requête d'appel manque de consistance et ne rencontre pas le prescrit de l'article 870 du Code judiciaire ;

Attendu que la motivation de l'acte d'appel doit être suffisamment claire et précise pour permettre à l'intimé de préparer ses conclusions et au juge d'appel d'en

percevoir la portée ;

Que cela dit, la motivation ne doit pas être circonstanciée: il suffit d'énoncer les griefs; il n'est pas nécessaire de les développer (V.S. DUFRENE, « Questions relatives à l'appel», Recyclage en droit, session 2003, Facultés universitaires

Saint-Louis, p 14, n°16);

Attendu qu'en l'espèce, la requête d'appel est motivée à suffisance et que la critique de l'intimé sur ce point n'est pas pertinente;

II) Qualification des opérations réalisées par l'appelante :

Attendu que l'appelante entend opérer la déduction de la taxe litigieuse en application de l'[article 45 § 1er du Code de la TVA](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45);

Que l'intimé y objecte que les activités de l'appelante consistent en des locations immobilières, lesquelles sont exemptées de la TVA, en application de l'article 44 § 3.2 a du Code de la TVA, et sont par conséquent exclues du droit à déduction;

Que l'appelante soutient en réponse que les opérations qu'elle réalise constituent des prestations de services soumises à la TVA et qu'elle peut donc déduire la taxe litigieuse ;

Attendu qu'il convient d'examiner si les opérations réalisées par l'appelante constituent des locations immobilières ou des prestations de service ;

Que la cour est suffisamment éclairée par les pièces produites, de sorte qu'il n'y a pas lieu d'ordonner une vue' des lieux ;

Attendu que, tenant compte d'une part de la règle selon laquelle toutes les opérations qui ne sont pas exonérées sont soumises à la TVA et d'autre part de ce que les termes utilisés par l'article 135 de la directive TVA sont d'interprétation stricte, toute opération qui ne répond pas à la définition de la location immobilière est une opération taxée ;

Que c'est à celui qui se prévaut de l'exonération qu'il appartiendra de prouver que l'opération répond bien à la définition de la location immobilière;

Qu'en l'absence de définition, il convient de s'en référer à la jurisprudence de la Cour de Justice des Communautés Européennes;

Que la notion de location immobilière est autonome en droit communautaire ;

Qu'elle implique « que le propriétaire d'un immeuble cède au locataire contre un loyer et pour une durée convenue, le droit d'occuper son bien et d'en exclure d'autres personnes » (CJCE, 4 octobre 2001, en cause de Stichting Goed Wonen, et 9 octobre 2001, en cause de Mirror Group) ;

Que la Cour de Justice a encore précisé que "Constituent des opérations de "locations de biens immeubles" au sens de cette disposition des opérations par lesquelles une société octroie simultanément, par des contrats différents à des sociétés qui lui sont liées, un droit précaire d'occupation sur le même immeuble contre le paiement d'une indemnité fixée principalement en fonction de la surface occupée et lorsque ces contrats, tels qu'ils sont exécutés, ont essentiellement pour objet la mise à disposition passive de locaux ou de surfaces d'immeubles, moyennant une rémunération liée à l'écoulement du temps et non une prestation de service susceptible de recevoir une autre qualificaüon" (CJCE, 18 novembre 2004, en cause de Temco);

Attendu qu'en l'espèce, l'appelante admet qu'une minime partie des locaux (140,94 m2, 24,48 m2 et 15,44 m2 selon le contrat de bail produit, pièce 18 dossier appelante) est donné en location à la Sabam;

Qu'elle admet également que des locaux ont été mis gratuitement à la disposition de la Ville de Mons, de son CPAS et de la police fédérale, ce qui ne peut davantage ouvrir un droit à déduction ;

Qu'elle conteste toutefois qu'il y ait une mise à disposition permanente gratuite et ajoute que le CPAS a quitté les lieux et que la police n'a utilisé les locaux qu'une dizaine de fois maximum pendant les deux premières années d'exploitation;

Attendu que, toutefois, l'essentiel des activités de l'appelante consiste en la mise à disposition de tout ou partie des installations de son hall multifonctions en faveur d'organisateurs d'événements divers, moyennant paiement;

Qu'elle estime que cette activité diffère fondamentalement de celle d'une location d'immeuble en raison d'une part de la nature des lieux en question, son hall n'étant pas un immeuble qu'on loue mais une structure qu'on gère, et d'autre part

de l'importance de ses prestations;

Attendu que l'argument tiré de la nature des lieux est peu convainquant, ceux-ci se prêtant à des locations, et l'appelante ne les assortissant de prestations de services que dans un souci, certes légitime, de préservation et de meilleure exploitation de

son hall;

Attendu que quant aux prestations de services longuement vantées par l'appelante en ses conclusions, tels le nettoyage des locaux, les assurances, les raccordements et coffrets électriques, le personnel technique, d'entretien et d'accueil, la mise à disposition de conteneurs, etc (V. notamment ses conclusions, p 20), ils ne constituent que des prestations accessoires à la mise à disposition des locaux;

Que la mise à disposition de parkings, d'espaces à usage de cafétaria, de cuisine, de salles de conférences, de vestiaires, ainsi que de lignes téléphoniques et ADSL, etc, ne sont également que des prestations accessoires à la location des locaux ;

Que les conventions avec les organisateurs ont essentiellement pour objet la mise à disposition de surfaces d'exposition, à propos desquelles la brochure de présentation de l'appelante insiste sur leur volume, soit 7.985 m2 et leur caractère modulable, plusieurs activités pouvant s'y dérouler simultanément;

Attendu que le fait que c'est le personnel de l'appelante qui ouvre et ferme les locaux, les clés n'étant pas remises aux occupants, ne modifie pas la nature de l'activité ;

Que la présence dans les contrats signés avec les organisateurs de limitations au droit d'occuper les lieux loués n'empêche pas cette occupation d'être exclusive à l'égard de toute autre personne non visée par le contrat ;

Attendu qu'il en va de même de la faible durée des locations, laquelle est inhérente à la destination du hall multifonctions, conçu pour accueillir des événements temporaires, tels que foires et expositions, manifestations culture11es et activités

sportives;

Attendu que l'appelante fait encore valoir que le coût des services qui lui sont facturés correspond à un pourcentage important de son chiffre d'affaires ;

Que l'appelante n'ayant pas d'autres activités que l'exploitation de son hall multifonctionnel, cela peut expliquer l'importance relative de ces frais par rapport à son chiffre d'affaire ;

Que cet élément ne suffit pas à mettre sérieusement en doute la nature des activités exercées;

Attendu que c'est à bon droit et par de judicieux motifs que la cour fait siens que le premier juge a considéré que les activités de l'appelante sont des locations de biens immeubles, de sorte qu'il n'y a pas lieu à déduction de la taxe litigieuse;

III ) Violation des articles 10 et 11 de la Constitution

Attendu que l'appelante se plaint d'être traitée différemment que d'autres exploitants de halls d'exposition, lesquels peuvent déduire la TVA;

Que les quelques éléments qu'elle produit concernant d'autres contribuables, dont la situation n'est ainsi connue que de manière fort incomplète, ne permettent pas de

retenir la discrimination alléguée;

Qu'il n'est en effet pas établi à suffisance que ces autres contribuables se trouvent dans une situation objectivement comparable à celle de l'appelante ;

IV) Quant aux amendes

Attendu que l'appelante fait valoir qu'elle n'a pas éludé la TVA et qu'elle n'a fait que réclamer la restitution de son solde créditeur TVA

Qu'elle en déduit qu'aucune amende ne peut lui être réclamée;

Attendu que l'[article 70 du Code de la TVA](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70) sanctionne non seulement le fait d'éluder la taxe mais encore le fait de la payer tardivement ou de la déduire indûment;

Qu'il n'est pas contesté que la taxe n'a pas été payée et qu'elle le sera donc tardivement ;

Que l'amende réduite, fixée en application des articles [70 § 1er et 84 alinéa 3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70) du Code de la TVA et des dispositions de l'AR n°41, est bien due ;

V) Indemnité de procédure :

Attendu que l'intimé sollicite que l'indemnité de procédure d'appel soit fixée à son montant maximal, eu égard à la complexité de la cause ;

Attendu que le montant de l'indemnité de procédure est déterminé en fonction de la valeur du litige, soit, en matière fiscale, en fonction du montant de la dette fiscale litigieuse (impôts, amendes, accroissements) auquel il convient d'ajouter les intérêts de retard calculés sur la dette fiscale jusqu'au jour de l'introduction de la procédure (V. Ch. LENOIR, « Actualités 2007 en matière de procédure fiscale » in « Le droit fiscal en 2008, Actualités et jurisprudence », p 289, n° 2.5.3);

Que la cause n'apparaît pas d'une complexité telle qu'il conviendrait de s'écarter du montant de base, et ce d'autant plus que celui-ci, eu égard au montant en litige, est conséquent, s'élevant à 15.000 €;

### Beschikkend gedeelte

PAR CES MOTIFS,

La Cour,

Statuant contradictoirement;

Vu l'article 24 de la loi du 15 juin 1935, relative à l'emploi des langues en matière judiciaire;

Reçoit l'appel;

Le dit non fondé;

Condamne l'appelante aux frais et dépens d'appel, ramenés à 15.000 € pour l'intimé, et lui délaisse ses frais et dépens en cette instance;

Ainsi signé el prononcé en audience publique, par la vingtième chambre civile de la Cour d'appel de Mons, le 11 décembre 2008.

Où étaient présents :

Monsieur J. M., Conseiller présidant les débats

Madame B. B., Greffier

## Aangehaalde teksten

6

[WBTW art. 70](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70) 2 voorkomens

Zesde richtlijn 77/388 art. 135 2 voorkomens

[WBTW art. 45](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) 1 voorkomen

[WBTW art. 89](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-89) 1 voorkomen

[WBTW art. 91](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-91) 1 voorkomen

[Zesde richtlijn 77/388 art. 13](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-13) 1 voorkomen

## Administratieve doctrine

2

[Fiches van de administratieve commentaar 2](https://juriel.be/nl/rechtspraak/onroerende-verhuur-definitie-vrijgestelde-activiteit-hof-van-beroep-bergen-2008-12-11-e54a/documenten?type=commentaar)

« … vloeit voort uit de lezing a contrario van het artikel 557 van het Gerechtelijk Wetboek (Vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Luik nr. RG/07/5921/A, van 16.10.2008, Vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Luik nr. RG/07/3246/A, van 18.10.2008, Arrest van het Hof van Beroep te Bergen, nr. 2007/RG/898, van 11.12.2008 , Arrest van het Hof van Beroep te Brussel, nr. 2011/AR/2149, van 07.02.2014 en Arrest van het Hof van Beroep te Brussel nr. 2010/AR/2922, van 18.10.2014). De barema’s bepaald in het voormelde koninklijk besluit van 26.10.2007 bevatten een basisbedrag, een … »

[Het geding (01.05.2023)](https://juriel.be/nl/btw-commentaar/geding-d0af) Administratieve commentaar 06.11.2023

[Bekijk de 2 documenten](https://juriel.be/nl/rechtspraak/onroerende-verhuur-definitie-vrijgestelde-activiteit-hof-van-beroep-bergen-2008-12-11-e54a/documenten)

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Vervolging, rechten en voorrechten schatkist, vrijstelling, andere vrijstelling](https://juriel.be/nl/rechtspraak/vervolging-rechten-voorrechten-schatkist-vrijstelling-hof-van-beroep-gent-2007-09-11-3e36) 5 gemeenschappelijke bepalingen

[Aanwijzingen voor fraude, Regularisatieoverzicht, Proces-verbaal, Ontvangstregister](https://juriel.be/nl/rechtspraak/aanwijzingen-fraude-regularisatieoverzicht-proces-verbaal-rechtbank-nijvel-2024-01-08-5c8e) 4 gemeenschappelijke bepalingen

[Belastingen over toegevoegde waarde, Akkoordverklaring, Afstand van Geding, Verjaring](https://juriel.be/nl/rechtspraak/belastingen-toegevoegde-waarde-akkoordverklaring-afstand-hof-van-beroep-2026-01-27-bd27) 4 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, onroerende werken, onroerende verhuur, vrijgestelde handeling](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-onroerende-werken-verhuur-hof-van-beroep-brussel-2015-10-15-c01b) 4 gemeenschappelijke bepalingen

[Hof van beroep te Gent, 27 september 2011](https://juriel.be/nl/rechtspraak/hof-van-beroep-gent-2011-09-27-0347) 4 gemeenschappelijke bepalingen

[Aanslag in de PB, administratie van de bijzondere belastinginspectie](https://juriel.be/nl/rechtspraak/bbi-aanslag-in-pb-administratie-rechtbank-namen-2017-02-15-1f39) 4 gemeenschappelijke bepalingen

[Vrijstelling, andere vrijstelling, recht op aftrek van belasting, strafbepaling](https://juriel.be/nl/rechtspraak/vrijstelling-andere-recht-aftrek-belasting-hof-van-beroep-gent-2008-03-25-39f0) 4 gemeenschappelijke bepalingen

[Terbeschikkingstelling van bergruimte voor het opslaan van goederen;onroerende verhuur;belastbaar feit](https://juriel.be/nl/rechtspraak/terbeschikkingstelling-bergruimte-opslaan-goederen-onroerende-rechtbank-brussel-2004-05-19-4683) 4 gemeenschappelijke bepalingen
