---
title: "Onroerende verhuur, Aftrek BTW op verbouwingswerken · Rechtbank van eerste aanleg te Gent, 18 oktober 2001"
description: "Onroerende verhuur, Aftrek BTW op verbouwingswerken, herstelling van een privéwoning. Rechtbank van eerste aanleg te Gent (België), 18 oktober 2001."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/onroerende-verhuur-aftrek-btw-verbouwingswerken-rechtbank-gent-2001-10-18-b5af"
lang: "nl"
---

# Onroerende verhuur, Aftrek BTW op verbouwingswerken

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Gent

**Datum**

18 oktober 2001

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

96 paragrafen

### Tekst van de beslissing

**Vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Gent dd. 18.10.2001**

*BTW - Onroerende verhuur - Aftrek BTW op verbouwingswerken*

Een B.T.W.-belastingplichtige sloot met een derde partij een contract van «vrij zaakvoerderschap-huur handelsfonds» voor een café dat haar toebehoorde. Kort voor het aangaan van dit contract werden aan het café verbouwingswerken uitgevoerd. Het contract werd door de partijen beschouwd als een aan de B.T.W. onderworpen recht een beroepswerkzaamheid uit te oefenen. De B.T.W.-administratie verwerpt echter de aftrek van B.T.W. op o.m. de verbouwingswerken, aangezien zij van oordeel is dat het om een van B.T.W. vrijgestelde onroerende verhuur gaat. De rechtbank stelt inderdaad ook vast dat in casu de essentiële kenmerken van onroerende verhuur aanwezig zijn. Bij nazicht van het contract blijkt inderdaad dat de medecontractant een exclusief genot krijgt van de bedoelde lokalen tegen een maandelijkse vergoeding die gekoppeld is aan het indexcijfer. Het standpunt van de B.T.W.-administratie wordt derhalve voor de rechtbank bijgetreden.

**Zesde kamer**

Allenzetelend rechter: *Dhr. J. De Backer*

Griffier: *Dhr. J. De Temmerman*

Partij: N.V. Vanwyns & CO t. De Belgische Staat

Vonnist de rechtbank als volgt:

1\. Rechtspleging

Gelet op het dwangbevel van 24 maart 2000, geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 28 maart 2000 en aan eiseres bij aangetekend schrijven van 31 maart 2000 ter kennis gebracht.

Gelet op de inleidende dagvaarding aan verweerder betekend op 17 april 2001.

De rechtbank neemt kennis van het dossier van de rechtspleging en van de door partijen overgelegde stukken.

De partijen werden gehoord in hun middelen en conclusies op de openbare terechtzitting van 4 oktober 2001, waarna de debatten werden gesloten en de zaak in beraad werd genomen.

2\. De vordering

De vordering van eiseres strekt ertoe in een vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

de zaak te voegen met de zaak gekend onder het nummer AR 00/772/B;

te zeggen dat het dwangbevel dd. 24/3/2000 nietig is en dat de erin vermelde sommen niet verschuldigd zijn;

de terugbetaling te bevelen van alle ten onrechte geïnde sommen vermeerderd met de moratoriumintresten;

verweerder te veroordelen tot de kosten van het geding.

De verweerder vraagt het verzet ontvankelijk doch ongegrond te verklaren, eiseres te veroordelen tot de kosten van het geding.

3\. Feiten

De N.V. V. is geregistreerd als BTW belastingplichtige voor haar activiteit als boekhoudkantoor. Uit de statuten blijkt dat het maatschappelijk doel van de onderneming zeer ruim is en o.m. ook de uitbating van drank- eet- en slaapgelegenheid, de verhuur van onroerende goederen bevat.

Door eiseres werden aan het café «Chriscras» dat door haar werd uitgebaat van 1/9/1995 tot 31/12/1995, verbouwingswerken uitgevoerd. De BTW i.v.m. deze werken werd volledig in aftrek gebracht.

Volgens eiseres werd van 15/3/1996 tot 1/5/1996 een contract van «Vrij zaakvoerderschap-huur handelsfonds» afgesloten met dhr. W. B. Een dergelijke overeenkomst werd ook aangegaan met dhr. D. C. vanaf 15/9/1996 en vastgelegd in een geregistreerd contract dd. 30/9/1996.

Op 21 mei 1999 werd een controle uitgevoerd betreffende de toepassing van de BTW reglementering door eiseres over de periode van 1/1/1995 tot 30/9/1998.

Er werden onregelmatigheden in verband met de aftrek vastgesteld die resulteerden in een definitieve correctieopgave die op 22 oktober 1999 voor akkoordverklaring aan eiseres werd toegestuurd.

Eiseres kon slechts gedeeltelijk akkoord gaan met de regularisatieopgave wat leidde tot het opstellen van een procesverbaal dd. 3/3/2000 (st.7 verweerder).

Volgens verweerder is het contract van «Vrij zaakvoerderschap-huur handelsfonds» eigenlijk een contract van onroerende verhuur die buiten de werkingssfeer van de BTW valt, zodat de aftrek van de voorbelasting m.b.t. de verbouwing dient te worden herzien en de aftrek van 2 facturen dient verworpen (m.n. de factuur dd. 21/2/1997 betreffende onroerende handelingen m.b.t. vochtschade en de factuur dd. 10/3/1997 betreffende expertise m.b.t. vochtschade - st.7 p. 4 verweerder).

Eiseres stelt daarentegen dat het in casu om een contract gaat waarbij aan een ander het recht verleend wordt een beroepswerkzaamheid uit te oefenen zijnde een dienst zoals bedoeld in art. 18 § 1, tweede lid, 6° W.BTW zodat er geen reden is tot herziening van de aftrek of verwerping.

Daarnaast worden door de administratie een aantal minder belangrijke aftrekken van BTW geweigerd die eiseres betwist.

| Volgens hogervermeld procesverbaal is eiseres verschuldigd: |  |
| --- | --- |
| BTW | 636.223 frank |
| fiscale geldboete | 106.000 frank |
| Intresten | p.m. |

Eiseres weigerde te betalen wat resulteerde in de uitvaardiging van een dwangbevel.

Hangende de procedure voor de rechtbank werd door verweerder bij procesverbaal van 22/2/2001 nog een vaststelling ter plaatse verricht op het adres O.straat 8, 9000 Gent. (st.27 verweerder)

4\. Bespreking

Ter terechtzitting verzoeken beide partijen de zaak gekend onder AR. 00/772/B en ingeleid bij verzoekschrift dd. 14/3/2000 niet te voegen bij onderhavige zaak, hiermee kan worden ingestemd.

5.1.

Het aanvullend proces-verbaal van 22 februari 2001

Ten onrechte stelt eiseres dat de administratie lopende het geding geen aanvullend proces-verbaal kan opstellen dat bijzondere bewijswaarde heeft.

Niets belet partijen hun bewijsvoering aan te vullen in de loop van het geding. Indien na de betekening bij deurwaardersexploot van het dwangbevel, bepaalde aanduidingen van het proces-verbaal nader moeten worden gepreciseerd of aangevuld, desnoods door vaststellingen die na de opstelling van het proces-verbaal werden gedaan, is het steeds toegelaten, zelfs in de loop van een rechtsgeding, een bijvoeglijk proces-verbaal op te maken (zie Fiscale Documentatie Vandewinckele XIV, nr. 59/48.1).

Bovendien werden de rechten van eiseres geenszins geschonden nu zij de gelegenheid kreeg hierop te reageren, wat zij ook deed.

5.2.

Verbouwingswerken aan het café O.straat 8, 9000 Gent

De vraag die aan het oordeel van de rechtbank wordt onderworpen betreft de kwalificatie van de overeenkomst welke werd gesloten m.b.t. het café. Moet deze overeenkomst worden aanzien als een onroerende verhuur (stelling van verweerder) of is het de toekenning van het recht om een beroepswerkzaamheid uit te oefenen in de zin van art. 18 § 1 tweede lid, 6° W.BTW (stelling van eiseres).

In beginsel moet elke handeling die geen levering van een goed is in de zin van het W.BTW als een dienst worden beschouwd (art. 18 § 1 eerste lid W.BTW).

De verhuur van een uit zijn aard onroerend goed is van BTW vrijgesteld (art. 44 § 3, 2° W.BTW).

De rechtbank is geenszins gebonden door de juridische kwalificatie welke partijen aan hun overeenkomst hebben gegeven. Alleen telt wat men werkelijk bedoelde en deed.

Bij gebrek aan definitie van het begrip «onroerende verhuur» in de zesde BTW-richtlijn en/of in het W.BTW moet dit begrip uitgelegd worden in de zin welke eraan gegeven wordt in het B.W.

Met verweerder stelt de rechtbank vast dat in casu de essentiële kenmerken van onroerende verhuur aanwezig zijn.

Bij nazicht van het contract (st.10 verweerder) blijkt dat de medecontractant het exclusief genot krijgt van de lokalen en dat eiseres enkel het recht heeft het goed te bezichtigen in aanwezigheid van de medecontractant; dat de medecontractant voor de terbeschikkingstelling van het pand een maandelijkse vergoeding moet betalen die gekoppeld is aan de evolutie van het indexcijfer en daarnaast de verbintenis aangaat tegen vergoeding dranken en boekhoudkundige diensten af te nemen bij eiseres; dat het contract een duur heeft van 9 jaar.

Eiseres verklaart maar bewijst niet dat zijzelf het goed voor activiteiten gebruikt. Dit komt overigens weinig geloofwaardig over gelet op de verschillende aard van de activiteiten die zijzelf uitoefent m.n. boekhoudkantoor en de activiteiten die plaats vinden in het bewuste pand m.n. de uitbating van een café.

Het feit dat het terzake om een onroerende verhuur gaat wordt nog bevestigd door de vaststellingen gedaan in het proces-verbaal van 22/2/2001 nu blijkt dat thans

-eiseres met de huidige nieuwe uitbater, dhr. F. Coolsaet een contract van «Vrij zaakvoerderschap-huur handelsfonds» heeft gesloten terwijl het volgens de uitbater zelf een overeenkomst van onroerende huur betreft;

-eiseres noch haar zaakvoerder enige activiteit uitoefenen in het pand in kwestie, en zelfs niet over een sleutel beschikken;

-eiseres het pand volledig ter beschikking stelde van de uitbater.

Bovendien verklaarde de huidige uitbater dat zijn contract en de huidige feitelijke situatie dezelfde zijn als deze van zijn voorganger.

Eiseres slaagt er niet in om de vaststellingen die door de verbalisanten ter plaatse werden verricht te weerleggen.

Evenmin haalt eiseres enig argument uit het vonnis van de Arr.Gent, 27 september 1999 nu terzake blijkt dat de Arrondissementsrechtbank in haar voormelde beschikking niet besloot tot de onbevoegdheid van de Vrederechter voor het geschil ten gronde, maar tot haar eigen onbevoegdheid voor de beslechting van het gerezen bevoegdheidsgeschil.

5.3.

Aankopen dranken, een ijskast en een koffiezetapparaat

M.b.t. de aankoop van de ijskast en het koffiezetapparaat wordt door eiseres terecht de BTW in aftrek gebracht. Dit zijn bedrijfsmiddelen die in ieder bedrijf thuishoren en geenszins de beroepsbehoeften overtreffen.

De aftrek van BTW m.b.t. de facturen voor frisdrank en water wordt terecht verworpen wegens onregelmatigheden in de factuur zoals door verweerder beschreven in het proces-verbaal (st.7 p. 2 verweerder). Wat de bieren betreft wordt door eiseres zelf verklaard dat zij gedaan worden voor het onthaal en voor privé-gebruik zodat zij niet voor aftrek in aanmerking komen.

5.4.

Aankoop van beroepskledij (factuur nr. 131 dd. 14/3/1995 t.b.v. 4813 frank + 987 BTW) en een telefoontoestel (factuur nr. 88 dd. 20/4/1998 t.b.v. 4541 frank + 954 BTW)

Eiseres heeft de BTW m.b.t. deze facturen in aftrek gebracht.

Terecht verwerpt verweerder deze aftrek nu eiseres die terzake de bewijslast heeft niet aantoont dat deze goederen gebruikt worden voor het verrichten van handelingen bedoeld in art. 45 § 1 W.BTW.

M.b.t. de beroepskledij stelt de rechtbank vast dat de factuur (st.15 verweerder) enkel de aanduiding beroepskleding bevat als omschrijving van de geleverde goederen. Zelfs indien het een aankoop van veiligheidsschoenen betreft gebruikt op twee werven, wat door eiseres beweerd maar niet bewezen wordt dan nog kan geen recht op aftrek worden verleend nu eiseres niet aantoont dat deze goederen gebruikt worden voor de belastbare handelingen gesteld in het kader van haar economische activiteit.

M.b.t. het telefoontoestel stelt de rechtbank vast dat door eiseres niet wordt ontkend dat het toestel niet in de zaak aanwezig is en dat het volgens verklaring van eiseres ter beschikking staat van de vader van de afgevaardigd bestuurder van de N.V., die geen personeelslid is van eiseres (st. 11 pt. II A in fine verweerder).

5.5.

Facturen autokosten (st. 7 p. 5 verweerder)

Eiseres heeft de BTW ten belope van 12.061 frank op de kosten van onderhoud en verbruik van de personenwagen Fiat Barchetta, die door de heer *C. Van Wynsberghe* in persoonlijke naam werd aangekocht en ter beschikking werd gesteld van de N.V. afgetrokken.

Verweerder stelt dat hij niet langer de aftrek verwerpt op grond van art. 45 § 1 W.BTW doch op basis van onregelmatigheden in de facturen.

De uitoefingsvoorwaarden van het recht op aftrek zijn geregeld in [art. 3 § 1 van KB nr. 3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-artikel-historiek-236d) van 10/12/1969 in samenlezing met [art. 5 van KB nr. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-6caa) van 29/12/1992 m.n. een regelmatige factuur.

Na een grondig nazicht van de facturen (st.16 verweerder) stelt de rechtbank vast dat deze onregelmatigheden bevatten zoals door verweerder weergegeven in het proces-verbaal van 3/3/2000 (st. 7 p. 5 verweerder).

Terecht werd door verweerder de aftrek van de BTW m.b.t. de gefactureerde autokosten verworpen nu deze facturen een aantal vermeldingen niet bevatten die nodig zijn om de inning van de BTW en de controle ervan door de administratie te verzekeren, bovendien zijn deze vermeldigen niet zo talrijk en technisch dat zij de uitoefening van het recht op aftrek nagenoeg onmogelijk maken.

### Beschikkend gedeelte

OP DIE GRONDEN,

DE RECHTBANK,

Rechtdoende op tegenspraak,

Melding makende dat de bepalingen van de artikelen 2 en 30 tot 42 van de wet op het taalgebruik in gerechtszaken werden nageleefd;

Alle meeromvattende of strijdige conclusies verwerpend als niet terzake dienend;

Verklaart de vordering van eiser ontvankelijk en in de hierna bepaalde mate gegrond;

Vernietigt het dwangbevel in de mate dat geen rekening werd gehouden met de aftrek van BTW op de aankoop van de ijskast en de koffiezet;

Beveelt de herberekening van de boete rekening houdend met wat voorafgaat;

Veroordeelt de Belgische Staat tot terugbetaling van de bedragen die desgevallend inmiddels teveel werden geïnd;

Veroordeelt de eiser tot de kosten van het geding tot dusver begroot als volgt:

aan de zijde van eiseres:

dagvaardingskosten: 2828 frank

rechtsplegingsvergoeding: 12.900 frank;

aan de zijde van verweerder:

rechtsplegingsvergoeding: 12.900 frank;

Verklaart onderhavig vonnis uitvoerbaar bij voorraad, spijts alle verhaal en zonder borgstelling.

## Aangehaalde teksten

2

[KB nr. 1 art. 5](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-6caa) 1 voorkomen

[KB nr. 3 art. 3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-artikel-historiek-236d) 1 voorkomen

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Recht op aftrek, Aanwending voor de beroepsactiviteit, Bewijslast](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-aanwending-beroepsactiviteit-bewijslast-hof-van-beroep-luik-2021-01-18-0480) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Facturen van onderaannemers, Verplichte vermeldingen](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-facturen-onderaannemers-verplichte-rechtbank-bergen-2019-04-09-0896) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Btw-carrousel, Deelname, Weigering van de aftrek](https://juriel.be/nl/rechtspraak/btw-carrousel-deelname-weigering-aftrek-hof-van-beroep-brussel-2020-09-10-35f7) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Strafdossier, Inzage, Verjaring, Rechten van de verdediging, Aftrek, Neutraliteit](https://juriel.be/nl/rechtspraak/strafdossier-inzage-verjaring-rechten-verdediging-hof-van-beroep-luik-2020-04-24-5cae) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Valse facturen, factuur, valse factuur, fraude](https://juriel.be/nl/rechtspraak/valse-facturen-factuur-fraude-rechtbank-luik-2019-12-16-60c7) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, Tegoed op de rekening-courant](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-tegoed-rekening-courant-rechtbank-brussel-2023-01-18-76d4) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, recht op aftrek van Btw](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-boete-btw-fiscale-hof-van-beroep-antwerpen-2021-01-19-8d4d) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-onnauwkeurige-onregelmatige-facturen-rechtbank-brussel-2023-06-09-982e) 2 gemeenschappelijke bepalingen
