---
title: "Nultarief, Taxatie · Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen, 28 april 2025"
description: "Nultarief, Taxatie, Abonnement van kranten. Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen (België), 28 april 2025."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/nultarief-taxatie-abonnement-kranten-krant-rechtbank-antwerpen-2025-04-28-a2bb"
lang: "nl"
---

# Nultarief, Taxatie, Abonnement van kranten

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Antwerpen

**Datum**

28 april 2025

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

118 paragrafen

### Fiche van de FOD Financiën

Vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen d.d. 28.04.2025

\[ doorverwijzing \]

*BTW – Nultarief – Taxatie - Abonnement van kranten*

**Volledige tekst:**

### Tekst van de beslissing

**Vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen d.d. 28.04.2025**

**(23/3544/A)**

Inzake:

Hoofdzaak

**X.** met zetel te …, KBO: …

eisende partij

 vertegenwoordigd ter zitting door Mr. L.J. te …,

**BTW-EENHEID X.**

met zetel te …, KBO: …

eisende partij

\- vertegenwoordigd ter zitting door Mr. L.J. te …,

TEGEN:

## BS-INSPECTIE BBI GENT

met zetel te 9000 GENT, Gaston Crommenlaan 6/803, KBO: 0308.357.159

verwerende partij

 vertegenwoordigd ter zitting door Mr. B.K. loco Mr. M.K. te …,

Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer :

 het verzoekschrift, ingeschreven ter griffie op 06/09/2023

 de beschikking gewezen overeenkomstig artikel 747§1 Ger. W. op 08/12/2023 en 08/11/2024 waarbij de conclusietermijnen en de rechtsdag werden bepaald

 de besluiten van partijen

 de bundels van partijen

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.

Gehoord partijen in hun middelen en besluiten, ontwikkeld in de Nederlandse taal op de terechtzitting van 18/03/2025;

## 1. Feiten en procedurele voorgaanden

De betwisting heeft betrekking tot het toepassen van het btw-nultarief op bepaalde abonnementsformules voor kranten die door X. werden uitgegeven.

Eiseres heeft twee processen-verbaal van taxatie ontvangen van de BBI (stukken 1 en 2 eiseres), elk gevolgd door een betaalbericht, met betrekking tot het toepassen van het btw-nultarief op bepaalde abonnementsformules voor kranten uitgegeven door Mediahuis:

 Het proces-verbaal d.d. 16 december 2020 en betaalbericht dd. 14 januari 2021 voor de periode 2016 tot en met 2018 (zie stuk 3 eiseres).

Dit proces-verbaal werd opgesteld op naam van X. BTWE (lees btw-eenheid) met zetel te ... Op 17 december 2020 werd dit proces-verbaal aangetekend verzonden aan X. BTWE op het adres te ... De zending werd geweigerd, waarna dit proces-verbaal op 21 december 2020 met aangetekende zending werd overgemaakt aan X. NV met adres te Katwilgweg 2, 2050 Antwerpen (stuk 1 eiseres).

 Het proces-verbaal d.d. 22 november 2022 en betaalbericht d.d. 1 december 2022 voor het eerste kwartaal van 2019 (zie stuk 4 eiseres). Dit proces-verbaal van 22 november 2022 (zie stuk 2 eiseres, blz. 1) werd opgesteld op naam van de btw-eenheid X. en verstuurd naar de maatschappelijke zetel te …

De twee betaalberichten werden allebei geadresseerd aan de btw-eenheid X. gevestigd op de … (zie stukken 3 en 4 eiseres):

 wat betreft de kalenderjaren 2016 tot en met 2018: het betaalbericht van 14 januari 2021 uitgereikt door het Team Invordering Rechtspersonen Vilvoorde 1, gelegen te Philipssite 3 A bus 2, 3001 Leuven (zie stuk 3 eiseres).

Eiseres betaalde de btw-schulden op 25 januari 2021 onder voorbehoud en bracht het Team Invordering Rechtspersonen Vilvoorde 1 gelegen te Philipssite 3 A bus 2, 3001 Leuven hiervan op de hoogte (stuk 28 eiseres);

 wat betreft het eerste kwartaal van 2019: het betaalbericht van 1 december 2022 uitgereikt door het Team Invordering Rechtspersonen Leuven 1, gelegen te Philipssite, 3001 Leuven (zie stuk 4 eiseres).

Eiseres betaalde de btw-schulden op 16 december 2022 onder voorbehoud en bracht het Team Invordering Rechtspersonen Leuven 1, gelegen te Philipssite, 3001 Leuven hiervan op de hoogte (stuk 29 eiseres).

Bij verzoekschrift neergelegd ter griffie op 6 september 2023 stelde eiseres een vordering in rechte in bij de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen, afdeling Antwerpen, om de terugbetaling te bekomen van alle sommen betaald onder voorbehoud en zonder enige nadelige erkentenis.

De vordering is gericht tegen de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, van wie het kabinet is gevestigd te 1000 Brussel, Wetstraat 12, vertegenwoordigd door :

\- De Adviseur Invordering - ontvanger van het Team invordering rechtspersonen Leuven 1 gevestigd op Philipssite 3001 Leuven;

\- De Algemene Administratie van de Bijzondere Belastinginspectie, Directie Gent, Inspectie BBI Gent 2, Gaston Crommenlaan 6/803 te 9000 Gent.

## 2. Vorderingen van partijen

Eiseres verzoekt de rechtbank:

De vordering van eiseres ontvankelijk en gegrond te verklaren en dienvolgens;

A. In hoofdorde: de naheffing van de Belgische Staat is ongegrond op grond van de Europese en Belgische regelgeving en dient te worden vernietigd

Te oordelen dat de navordering van verweerder van 21% btw in plaats van de toepassing van het btw-nultarief onterecht is:

\* Voor de periode 1 januari 2016 tot en met 31 december 2018 wat betreft de abonnementsformule bestaande uit combinatieverkopen van de digitale replica's met toepassing van de opt-in en opt-out (overeenkomstig voorwaarde 3, b) van het Protocolakkoord 2016); en

\* Voor het eerste kwartaal van 2019 wat betreft de abonnementsformule bestaande uit combinatieverkopen van de digitale replica's met toepassing van de mogelijkheid tot opt-in en opt-out (overeenkomstig voorwaarde 3, b) van het Protocolakkoord 2016), en de abonnementsformule bestaande uit combinatieverkopen met digitale replica's waarbij niet alle edities op papier worden aangeboden (overeenkomstig voorwaarde 3, c) van het Protocolakkoord 2016).

De inschrijving in het innings- en invorderingsregister:

1.met nummer 500.2361.98208 voor de periode 2016 tot en met 2018, en

2.met nummer 500.2634.18125 voor het eerste kwartaal van 2019 te horen vernietigen c.q. te ontheffen.

Alle processen-verbaal in het administratief dossier met kenmerk GNT/16/0030 die de Belgische Staat in andersluidende zin heeft opgesteld te vernietigen en van nul en generlei waarde te verklaren, in het bijzonder de processen-verbaal van 21 december 2020 (zie stuk 1) en 22 november 2022 (zie stuk 2).

De opgelegde geldboetes en nalatigheidsinteresten te vernietigen en dienvolgens te verklaren dat ze onverschuldigd betaald zijn.

Te bevelen tot terugbetaling van de betalingen onder voorbehoud van de onverschuldigd betaalde btw, geldboetes en nalatigheidsinteresten, zijnde:

\*Wat betreft de btw-navordering voor de periode 1 januari 2016 tot en met 31 december 2018 (zie stuk 28): de nagevorderde btw (4.214.276,18 euro), de geldboetes (421.420,00 euro), en de nalatigheidsintresten aangerekend tot en met 20 februari 2021 (842.853,97 euro); voor een totaal van 5.478.550,15 euro, te verhogen met de moratoriumintresten aan te rekenen vanaf 25 januari 2021 in toepassing van oud [artikel 91, § 4 WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-91), en deze moratoriumintresten te kapitaliseren met ingang van 19 april 2024 in toepassing van artikel 1154 oud Burgerlijk Wetboek; en;

\* Wat betreft de btw-navordering voor de periode 1 januari 2019 tot en met 31 maart 2019 (zie stuk 29): de nagevorderde btw (897.080,40 euro), de geldboetes (89.700,00 euro), en de nalatigheidsintresten aangerekend tot en met 20 december 2022 (290.653,92 euro); voor een totaal van 1.277.434,32 euro, te verhogen met de moratoriumintresten aan te rekenen vanaf 16 december 2022 in toepassing van oud [artikel 91, § 4 WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-91), en deze moratoriumintresten te kapitaliseren met ingang van 19 april 2024 in toepassing van artikel 1154 oud Burgerlijk Wetboek.

B. In ondergeschikte orde: de btw-navordering is ongegrond wegens schending van het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel, gelet op het bindend karakter van het Protocol, erkend door de BBI en de AAFisc tot en met — bil een opzeg door de Minister, quod non — 30 juni 2019

Te oordelen dat er geen btw verschuldigd is, nu de Minister het Protocolakkoord niet heeft opgezegd zoals gevraagd door de Adviseurs-Generaal van de AAFisc en de BBI (brief dd. 15 maart 2018, zie stuk 31), en deze opzeg, quod non, maar zou zijn ingegaan op 1 juli 2019. Dit is na het verstrijken van de door de beide Adviseurs-Generaal voorgestelde overgangsperiode van 18 maanden. Deze zou starten op 1 januari 2018 en eindigen op 1 juli 2019. Voor de BBI en de AAFisc bleef het Protocolakkoord 2016 dus toepasselijk voor alle aangeboden abonnementen, niet alleen in 2016 en 2017, maar ook in 2018 en het eerste kwartaal 2019, nu de overgangsregel zou blijven gelden tot en met 1 juli 2019. Bijgevolg kan er geen btw worden nagevorderd van 1 januari 2016 tot en met 31 maart 2019.

De inschrijving in het innings- en invorderingsregister:

1.met nummer 500.2361.98208 voor de periode 2016 tot en met 2018, en

2.met nummer 500.2634.18125 voor het eerste kwartaal van 2019 te horen vernietigen c.q. te ontheffen.

Alle processen-verbaal in het administratief dossier met kenmerk GNT/16/0030 die de Belgische Staat in andersluidende zin heeft opgesteld te vernietigen en van nul en generlei waarde te verklaren, in het bijzonder de processen-verbaal van 21 december 2020 (zie stuk 1) en 22 november 2022 (zie stuk 2).

De opgelegde geldboetes en nalatigheidsinteresten te vernietigen en dienvolgens te verklaren dat ze onverschuldigd betaald zijn.

Te bevelen tot terugbetaling van de betalingen onder voorbehoud van de onverschuldigd betaalde btw, geldboetes en nalatigheidsinteresten, zoals hiervoor bepaald.

### C. In meer ondergeschikte orde

De opgelegde geldboetes en nalatigheidsinteresten volledig kwijt te schelden.

Verweerder te bevelen tot de terugbetaling van de (onverschuldigde) betalingen die onder voorbehoud werden gedaan, zoals hiervoor bepaald.

#### In meest ondergeschikte orde: uitstel van de opgelegde geldboeten en nalatigheidsinteresten

Eiseres uitstel van de tenuitvoerlegging van de opgelegde geldboetes en de opgelegde nalatigheidsinteresten te verlenen.

Verweerder te bevelen tot de terugbetaling van de betalingen die onder voorbehoud werden gedaan, zoals hiervoor bepaald.

### D. In ieder geval: de Belgische Staat te veroordelen tot de maximale rechtsplegingsvergoeding

Eiseres verzoekt de Rechtbank verweerder te veroordelen tot de betaling van alle kosten van het geding, daarin begrepen de maximale rechtsplegingsvergoeding, thans begroot op 45.000 euro (maximumbedrag voor in geld waardeerbare vorderingen) conform artikel 1022 Ger.W. juncto het Koninklijk Besluit d.d. 26 oktober 2007, zoals gewijzigd bij Koninklijk Besluit dd. 16 mei 2024, desgevallend te verhogen bij een indexatie.

Verweerder verzoekt :

 het proces-verbaal d.d. 16 december 2020 gekend onder het nummer RCIV 500/2361/9820 geldig te verklaren voor alle daarin opgenomen verschuldigde bed ragen;

 het proces-verbaal d.d. 22 november 2022 gekend onder het nummer RCIV 500/2634/18125 geldig te verklaren voor alle daarin opgenomen verschuldigde bedragen;

 Eiseres te veroordelen tot de betaling van alle kosten van het geding, daarin begrepen de rechtsplegingsvergoeding begroot op 22.500,00 euro (conform artikel 1022 Ger.W. juncto het Koninklijk Besluit d.d. 26 oktober 2007).

## 3. Bevoegdheid : verwijzing naar de arrondissementsrechtbank

Op de zitting van 18 februari 2025 stelde de rechtbank ambtshalve de vraag waarom partijen van oordeel zijn dat deze rechtbank territoriaal bevoegd is. De zaak werd verdaagd naar de zitting van dinsdag 18 maart 2025.

De raadsman van eiseres Iegde met instemming van verweerder, op 3 maart 2025 een vervangende syntheseconclusie neer.

De raadsman van verweerder Iegde op 11 maart 2025 met instemming van eiseres, een vervangende syntheseconclusie neer.

Beide partijen zijn van oordeel dat deze rechtbank territoriaal bevoegd is kennis te nemen van het fiscaal geschil en Iichtten hun standpunt mondeling toe tijdens de terechtzitting van 18 maart 2025.

De territoriale bevoegdheid in fiscale zaken wordt geregeld door artikel 632 Ger. W. dat in het eerste lid bepaalt:

> *"leder geschil betreffende de toepassing van een belastingwet staat ter kennisneming van de rechter die zitting houdt ter zetel van het Hof van beroep in wiens rechtsgebied het kantoor gelegen is waar de belasting is of moet worden geïnd of, indien het geschil geen verband houdt met de inning van een belasting, in wiens gebied de belastingdienst is gevestigd die de bestreden beschikking heeft getroffen. Wanneer evenwel de procedure in het Duits wordt gevoerd, is alleen de rechtbank van eerste aanleg van Eupen bevoegd."*

Aangezien artikel 632 Ger. W. de openbare orde raakt, dient de fiscale rechter zijn territoriale bevoegdheid ambtshalve na te gaan, zelfs nu beide partijen deze rechtbank als de bevoegde rechtbank aanwijzen.

Huidig geschil betreft de vraag hoe de clausule "waar de belasting is of moet worden geïnd", dient te worden begrepen.

Eiseres betwist niet dat de betwiste belastingen in casu werden geïnd door het Team Invordering Rechtspersonen Vilvoorde 1, resp. Leuven 1, maar verdedigt de stelling dat dient te worden gekeken naar het Team Invordering waar de belasting had moeten worden geïnd.

Eiseres stelt dat het bevoegd ontvangkantoor zich bevindt in het ambtsgebied waar de maatschappelijke zetel van eiseres is gevestigd en dit is Antwerpen nu zowel de btw-eenheid Mediahuis (ondernemingsnummer 0982.244.897) als de NV Mediahuis (ondernemingsnummer 0439.849.666) gevestigd zijn op de Katwilgweg 2, 2050 Antwerpen.

Eiseres verwijst naar diverse rechtspraak ter ondersteuning van haar standpunt.

Verweerder volgt het standpunt van eiseres en licht verder toe dat aangezien in het eerste proces-verbaal van 16 december 2020, …. als adres van de btw-eenheid wordt vermeld, overeenkomstig artikel 6, §3 van het Besluit van de Voorzitter d.d. 22 jun 2015, het Team Invordering Rechtspersonen Vilvoorde 1 bij de inbreng van het invorderingsorder bevoegd werd voor de invordering/inning van de schuld.

Verweerder vermeldde in het eerste proces-verbaal van 22 november 2022 het correcte adres van de btw-eenheid Mediahuis maar door het principe van de eenheid van de ontvanger, werd de schuld in de administratieve bestanden eveneens opgenomen onder de bevoegdheid van het Team Invordering Rechtspersonen Vilvoorde 1.

Partijen betwisten niet dat de maatschappelijke zetel van de btw-eenheid wordt bepaald in functie van de maatschappelijke zetel van de vertegenwoordiger, dit is voor de btw-eenheid X., sedert 1 september 2017, de NV X. Deze vennootschap is sedert 6 december 2013 gevestigd te Katwilgweg 2, 2050 Antwerpen.

Verweerder stelt dat de eerdere vertegenwoordigers van de btw-eenheid, C.P. NV (tot 1 oktober 2015) en de X. Partners NV (tot 31 augustus 2017) beiden nog gevestigd waren te ... Om een onbekende reden werd geen wijziging doorgevoerd van het adres van de btw-eenheid dat ook na 1 september 2017 behouden bleef te ... Uit het door eiseres voorgelegd uittreksel uit de KBO blijkt dat het adres van de zetel van de btw-eenheid slechts werd geregistreerd sinds 8 april 2021, dit is nadat het eerste proces-verbaal reeds werd verzonden naar een verkeerd adres van de btw-eenheid en het schuldartikel m.b.t. dit proces-verbaal, in de administratieve bestanden van het Team Invordering Rechtspersonen Vilvoorde 1 opgenomen werd.

De rechtbank is niet overtuigd van het standpunt van partijen.

Artikel 632 Ger W. is immers duidelijk en behoeft geen verdere interpretatie (vgl. Rechtbank Antwerpen, 11 oktober 2013, AR 12/418/A).

Er moet ingevolge artikel 632 Ger W. enkel worden gekeken naar de plaats waar het kantoor gelegen is waar de belasting is OF moet worden geïnd.

Wanneer de belasting is geïnd, wat in huidig geding duidelijk het geval is, dient er naar het oordeel van de rechtbank enkel rekening te worden gehouden met de plaats waar het Team Invordering is gelegen in wiens handen de betaling plaatsvond.

Eiseres verantwoordt de territoriale bevoegdheid van deze rechtbank dan ook ten onrechte vanuit het tweede wettelijk voorziene criterium opgenomen in artikel 632 Ger. W, te weten "moet worden geïnd".

Voor de plaats waar het kantoor gelegen is waar de belasting is geïnd, moet in casu rekening worden gehouden met het Team Invordering Rechtspersonen Vilvoorde 1, voor de btw-schuld

m.b.t. het eerste proces-verbaal d.d. 16 december 2020 en het Team Invordering

Rechtspersonen Leuven 1, voor de btw-schuld m.b.t. het tweede proces-verbaal d.d. 22 november 2022.

Het Team Invordering Rechtspersonen Vilvoorde 1 was tevens gelegen te Philipssite 3 A bus 2, 3001 Leuven (stuk 3 eiseres).

Niet betwist wordt dat de beide schuldartikelen onder de bevoegdheid van het Team Invordering Rechtspersonen Leuven 1 zijn gekomen ingevolge de wijziging op 15 april 2021 van het Besluit van de Voorzitter d.d. 22 jun 2015 waarbij de bevoegdheden van het Team Invordering Rechtspersonen Vilvoorde 1 werden overgedragen naar het team het Team Invordering Rechtspersonen Leuven 1.

Gelet op het voorgaande valt dit geschil naar het oordeel van de rechtbank enkel onder de territoriale bevoegdheid van de rechtbank van eerste aanleg te Leuven.

Ten overvloede merkt de rechtbank op dat enkel het Team Invordering Rechtspersonen Leuven in huidig geding tussenkomt als procespartij.

Rekening houdende met het feit dat eiseres in casu enkel een vordering tot terugbetaling heeft ingesteld voor de betalingen die zij onder voorbehoud heeft gedaan en dat de bevoegdheden van het Team Invordering Rechtspersonen Vilvoorde 1 werden overgedragen naar het Team Invordering Rechtspersonen Leuven 1, heeft eiseres er wellicht voor gekozen om tevens het Team Invordering Rechtspersonen Leuven 1 te betrekken in dit geding als procespartij naast de BBI, directie Gent (taxatiedienst).

Ten overvloede merkt de rechtbank op dat in de door eiseres voorgelegde rechtspraak, de vordering tot terugbetaling, niet het voorwerp was van het geschil en het bevoegde Team Invordering bovendien geen procespartij was in deze procedures.

De door eiseres voorgelegde rechtspraak is bijgevolg niet relevant voor huidige discussie.

Ingevolge artikel 640 Ger. W. is de rechtbank, wanneer zij zoals hier ambtshalve een middel aanvoert dat uit haar onbevoegdheid voortkomt, verplicht de zaak naar de arrondissementsrechtbank te verwijzen.

### Beschikkend gedeelte

## OM DEZE REDENEN

**DE RECHTBANK**

Rechtdoende op tegenspraak.

Alle andere en strijdige conclusies verwerpend.

Verwijst deze zaak naar de arrondissementsrechtbank van Antwerpen.

Laat de beslissing over de kosten aan de bevoegde rechter.

Dit vonnis werd uitgesproken op achtentwintig april tweeduizend vijfentwintig in openbare zitting van de Kamer AFil, die samengesteld was uit:

V. J., RECHTER

L. N., GRIFFIER

## Aangehaalde teksten

1

[WBTW art. 91](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-91) 2 voorkomens

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Recht op aftrek, Facturen van onderaannemers, Verplichte vermeldingen](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-facturen-onderaannemers-verplichte-rechtbank-bergen-2019-04-09-0896) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Recht op aftrek, recht op aftrek van Btw](https://juriel.be/nl/rechtspraak/recht-aftrek-btw-reikwijdte-uitsluiting-hof-van-beroep-gent-2022-09-06-1075) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Overschrijding drempel IC-verwervingen, afstand van verlopen tijd van verjaring](https://juriel.be/nl/rechtspraak/overschrijding-drempel-ic-verwervingen-afstand-cassatie-all-cassation-2022-11-25-125b) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Aftrek van de voorbelasting, Bewijslast, Diensten, Management-fees, Wederkerig contract](https://juriel.be/nl/rechtspraak/aftrek-voorbelasting-bewijslast-diensten-management-rechtbank-2020-11-30-1f06) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Diensten, Vergoeding, Transfer voetbalspeler, Transfer trainer](https://juriel.be/nl/rechtspraak/diensten-vergoeding-transfer-voetbalspeler-trainer-hof-van-beroep-gent-2021-09-21-25c3) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Voetbalclub, Gemengde belastingplichtige, Werkelijk gebruik](https://juriel.be/nl/rechtspraak/voetbalclub-gemengde-belastingplichtige-werkelijk-gebruik-hof-van-beroep-antwerpen-2021-09-21-28a1) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Btw-carrousel, Deelname, Weigering van de aftrek](https://juriel.be/nl/rechtspraak/btw-carrousel-deelname-weigering-aftrek-hof-van-beroep-brussel-2020-09-10-35f7) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Bijzondere rekening, Formele wettigheid van de kennisgeving](https://juriel.be/nl/rechtspraak/bijzondere-rekening-formele-wettigheid-kennisgeving-rechtbank-namen-2020-04-30-3b6e) 1 gemeenschappelijke bepalingen
