---
title: "Nieuwbouw, Omvorming/verbouwing · Rechtbank van eerste aanleg te Brugge, 27 juni 2005"
description: "Nieuwbouw, Omvorming/verbouwing. Rechtbank van eerste aanleg te Brugge (België), 27 juni 2005."
url: "https://juriel.be/nl/rechtspraak/nieuwbouw-omvorming-verbouwing-rechtbank-brugge-2005-06-27-7776"
lang: "nl"
---

# Nieuwbouw, Omvorming/verbouwing

**Rechtscollege**

Rechtbank van eerste aanleg

**Zetel**

Brugge

**Datum**

27 juni 2005

## Over het document

**Verzameling**

Belgische rechtspraak

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

99 paragrafen

### Tekst van de beslissing

**Vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brugge dd. 27.06.2005**

*Nieuwbouw - Omvorming/verbouwing*

Een kleinhandel in parlines en ijs koopt een oude hoeve aan en maakt er een moderne woning van. De werken worden gefactureerd aan het BTW-tarief van 6 % omdat het zou gaan om een omvorming en verbouwing.

Is er sprake van een nieuwbouw (onderworpen aan 21 %), dan wel van een verbouwing (onderworpen aan 6 %) ?

## Commentaar

Volgens een aanschrijving van de administratie gepubliceerd in de BTW-Revue nr. 110 van september 1994, is er sprake van een omvorming of verbouwing indien de oppervlakte van het oude gedeelte groter is dan de helft van de totale oppervlakte van de woning of het woningcomplex na de uitvoering van de werken. Bovendien moet het nieuwe gedeelte, het oude gedeelte aanvullen en er inzake aanwending van het gebouw een geheel mee vormen. Daarentegen is het niet nodig dat het nieuwe gedeelte zich onder hetzelfde dak bevindt als het oude gedeelte. Terecht is de rechtbank van oordeel dat de belastingplichtige die de toepassing vraagt van het verlaagd tarief, hiervan de bewijslast draagt. Teneinde een gelijke behandeling van de rechtsonderhorigen te garanderen, meent de rechtbank rekening te moeten houden met deze administratieve richtlijn.

In casu stond het vast dat de wezenlijke structuur van de oorspronkelijke gebouwen grotendeels behouden bleven en dat het nieuwe gedeelte niet onfhankelijk van het oude gedeelte kon functioneren. Bovendien werd aangetoond dat de vloeroppervlakte van het oude gedeelte groter was dan de helft van de totale oppervlakte van de woning na de uitvoering van de werken. Op basis van deze feitelijke vaststellingen, besloot de rechtbank dat het wel degelijk ging om een omvorming/verbouwing, onderworpen aan het BTW-tarief van 6 %.

*Auteur : J. Vanden branden*

04 - 27.06.2005 - EV

De Rechtbank van eerste aanleg te Brugge, VIERDE KAMER, heeft het hierna volgend vonnis verleend:

In de zaak 02/223/A

Rep.nr.2005/

**de N.V. D.** (H.R. B. nr...., Ondernemingsnr. ...), met zetel te ...,

**eiseres**

voor wie is opgetreden Meester T; C. loco Meester D. V., advocaat met kantoor te ...,

**TEGEN**

**De F.O.D. FINANCIËN** . Administratie der BTW, Registratie en Domeinen, in de persoon van de e.a. inspecteur van het BTW-Ontvangkantoor te Brugge, met burelen te 8000 BRUGGE, Vincke Dujardinstraat 4,

**verweerder**

voor wie optreedt Meester J. V. d. P., advocaat met kantoor te ...,

**l. RECHTSPLEGING.**

Gelet op de dagvaarding houdende verzet dwangbevel de dato 17 januari 2002.

De rechtbank nam kennis van het dossier van de rechtspleging en van de door partijen overgelegde bundels.

Partijen werden gehoord in hun middelen bij monde van hun raadsman in de openbare terechtzitting van 23 mei 2005.

Artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden in acht genomen.

**II. BIJZONDERSTE GEGEVENS VAN DE ZAAK.**

**2.1.** Eiseres is ingeschreven als BTW- belastingplichtige onder het BTW-registratienummer ..., ingevolge de door haar aangevatte activiteit van kleinhandel in pralines en ijs. Zij is derhalve onderworpen aan de bepalingen van de BTW- wetgeving en de ter uitvoering ervan genomen besluiten.

Op 17, 18 en 21 september 2000 werd door een ambtenaar van de administratie van de BTW een toezicht uitgevoerd over de toepassing van de wetgeving en de reglementering inzake de belasting over de toegevoegde waarde over de periode van 1 januari 1996 tot en met 31 december 1998.

Naar aanleiding van dit toezicht werden een aantal overtredingen op de wetgeving en de reglementering inzake de belasting over de toegevoegde waarde vastgesteld.

Voor de vastgestelde overtredingen waar een akkoord voor werd bekomen, werd een correctieopgave opgemaakt die door A. D'H., bestuurder van eiseres, voor akkoord werd ondertekend op 2 januari 2001.

Bij gebrek aan een akkoordverklaring over een aantal van de andere vastgestelde overtredingen werd door de controlerende ambtenaar, op 15 oktober 2001, een proces-verbaal opgemaakt waarin de door eiseres begane overtredingen werden geacteerd.

Wegens niet-betaling werd op 16 oktober 2001 een dwangbevel uitgevaardigd dat op diezelfde datum werd geviseerd en uitvoerbaar verklaard door K. V., e.a. inspecteur a.i van de BTW-controle te Brugge.

Bij dagvaarding de dato 17 januari 2002 stelt eiseres haar vordering in.

**2.2.** Eiseres vraagt dat:

· De vordering ontvankelijk en gegrond wordt verklaard.

· In hoofdorde, voor recht wordt gezegd dat op de verrichte werken in onroerende staat aan de woning, gelegen te D., in het algemeen, en op de facturen, uitgereikt tijdens de periode van 1.01.1996 tot 31.12.1998, en periode van 1.01.1999 tot heden, zoals opgesomd in het proces-verbaal van 16.10.2001 in het bijzonder, een BTW tarief van 6 % van toepassing is.

· Dienvolgens het bestreden dwangbevel wordt vernietigd.

· Dienvolgens verweerder wordt veroordeeld tot terugbetaling van alle sommen die zij ingevolge het opleggen van het BTW tarief van 21 % op de facturen betreffende de werken in onroerende staat ontving, meer bepaald 1.224,00 EUR en 168.224,76 EUR, verhoogd met de moratoire rente vanaf de dag der betaling en met de gerechtelijke rente.

· Het vonnis uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard, niettegenstaande elk rechtsmiddel en met uitsluiting van de mogelijkheid tot borgstelling of kantonnement.

· Verweerder wordt veroordeeld tot de kosten van het geding, in haar hoofde begroot op 284,42 EUR dagvaardingskosten en 349,53 EUR rechtsplegingsvergoeding.

· In ondergeschikte orde, alvorens recht te doen, een deskundige wordt aangesteld.

· Minstens, alvorens recht te doen, een plaatsbezoek wordt bevolen, zomede alsdan in aanwezigheid van de aan te stellen deskundige.

**2.3.** Verweerder vraagt dat de vordering van eiseres als ongegrond wordt afgewezen en dat eiseres wordt veroordeeld tot alle kosten van het geding.

**III. BEOORDELING.**

**3.1. nopens de ontvankelijkheid.**

Verweerder voert geen redenen aan die tot de onontvankelijkheid van de vordering kunnen leiden. Nu de rechtbank evenmin middelen van onontvankelijkheid, die hij ambtshalve zou moeten opwerpen, ontwaart, is de vordering ontvankelijk.

**3.2. nopens de grond.**

***3.2.1.*** *bindend akkoord.*

De correctieopgave die eiseres op 2 januari 2001 ondertekende bevat, in tegenstelling met wat eiseres voorhoudt, geen enkel element waaruit blijkt dat de administratie het toegepast verlaagd tarief zou hebben aanvaard. In voormelde opgave werd immers uitsluitend voor één welbepaalde factuur het toegepast tarief verworpen omwille van de niet-registratie als aannemer, zonder dat er melding werd gemaakt dat het BTW-tarief op de overige facturen werd aanvaard.

Het feit dat het dossier nog steeds op dit vlak in onderzoek was blijkt uit het schrijven van 14 februari 2001 waarin bijkomende inlichtingen werden gevraagd met betrekking tot uitgereikte attesten, kopies van offertes, situatieschetsen en de motivering voor het toepassen van het verlaagd tarief.

Het is derhalve zonneklaar dat er met betrekking tot de toepassing van het verlaagd tarief ten gronde geen akkoord was afgesloten.

In die omstandigheden heeft de administratie dan ook geen gerechtvaardigd vertrouwen opgewekt dat de werken onder de toepassing van het verlaagd tarief zouden vallen.

***3.2.2.*** *nieuwbouw - omvorming/verbouwing.*

**3.2.2.1.** Eiseres heeft een oude hoeve gekocht en er een moderne woning van gemaakt. In casu stelt zij dat het niet gaat over een nieuwbouw maar over de omvorming en verbouwing van een uit zijn aard onroerend goed zodat de werken onderworpen zijn aan het laagste BTW-tarief van 6 %.

**3.2.2.2.** Sinds 1 augustus 1986 zijn sommige werken in onroerende staat, onder bepaalde voorwaarden, bij toepassing van rubriek XXXI van tabel A van de bijlage bij het K.B. nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven, onderworpen aan het verlaagde BTW- tarief van 6 %. De toepassing van dit verlaagde tarief is beperkt tot de handelingen die de omvorming, renovatie, rehabilitatie, verbetering, herstelling of het onderhoud, met uitsluiting van de reiniging, geheel of ten dele van de woning tot voorwerp hebben.

Krachtens §1,1° van rubriek XXXI van tabel A zijn het werk in onroerende staat en de daarmee gelijkgestelde handelingen die het bouwen van een nieuw gebouw tot voorwerp hebben impliciet uitgesloten van het voordeel van het tarief A.

In de administratieve aanschrijving nr. 6 van 22 augustus 1986 wordt de toepassing van het verlaagd tarief in de onroerende sector toegelicht. In voormelde aanschrijving staat te lezen dat onder "omvorming" wordt verstaan de verbouwing zowel aan de buitenkant als aan de binnenkant van het gebouw of de vergroting door toevoeging van nieuwe vertrekken of uitbreiding van bestaande vertrekken.

In het BTW-revue nr.110 van september 1994 wordt verder verduidelijkt in welk geval een vergroting al dan niet kan worden aangemerkt als een omvorming in de zin van rubriek XXXI van de bijlage A van het K.B. nr. 20. In voormelde revue lezen we het volgende: "De uitbreiding van een bestaand gebouw kan worden aangemerkt als een omvorming (of verbouwing) van dat gebouw voor zover de oppervlakte van het oude gedeelte betekenisvol is ten aanzien van het nieuwe gedeelte. Er kan worden van uitgegaan dat dit het geval is wanneer de oppervlakte van het oude gedeelte groter is dan de helft van de totale oppervlakte van de woning of het woningcomplex na de uitvoering van de werken. Bovendien is vereist dat het nieuwe gedeelte niet onafhankelijk van het oude gedeelte kan functioneren maar het oude gedeelte aanvult en er dus inzake aanwending van het gebouw een geheel mee vormt. Daarentegen is niet vereist dat het nieuwe gedeelte zich onder hetzelfde dak bevindt als het oude gedeelte".

**3.2.2.3.** Het is duidelijk dat voormelde aanschrijving en mededeling geen andere bedoeling en draagwijdte hebben dan de bestaande wetgeving en reglementering in herinnering te brengen en/of toe te lichten, en daaraan eventueel aanbevelingen vast te knopen. Zij hebben met andere woorden niet de bedoeling de erin vervatte interpretaties of richtlijnen verplichtend te stellen, aan wie dan ook. Volgens een vaste rechtspraak van de Raad van State en van het Hof van Cassatie hebben dergelijke interpretatieve omzendbrieven geen bindend karakter.

Evenwel kan de rechtbank een dergelijke administratieve toegeving op de wettekst niet negeren, wil zij voor alle rechtsonderhorigen die in dezelfde omstandigheden zijn, een gelijke behandeling garanderen.

**3.2.2.4.** Het onderscheid tussen de vergrotingswerken, die als een omvorming kunnen worden aangemerkt en dus het tarief A kunnen genieten, en de vergrotingswerken, die bijdragen tot de oprichting van een nieuwbouw en dus uitgesloten blijven van de toepassing van het tarief A, is een feitenkwestie die geval per geval moet beoordeeld worden *(Vr. en Antw. , Kamer, 1992-93, nr. 70, 6703 - Vr. nr. 585 GEHLEN, b.t.w.-rev.. nr. 107, 106, nr. 3)*.

**3.2.2.5.** de versies van partijen steken schril af tegen mekaar. Voor verweerder is er nauwelijks iets behouden en voor eiseres is het wezenlijke gebleven. Eiseres wil gebruik maken van het verlaagd tarief en dus van de uitzondering. In die omstandigheden draagt zij de bewijslast.

Het eigenlijke woonhuis bevindt zich grotendeels nog in de toestand waarin het zich enkele jaren geleden bevond. Drie van de vier oorspronkelijke steunmuren van het woonhuis (nl. de zuidoostelijke gevel, de noordoostelijke gevel en de noordwestelijke gevel) werden met uitzondering van een aantal kleine verbeteringen volledig behouden en behandeld tegen vochtinfiltratie. De vierde steunmuur, nl. de zuidwestelijke gevel, werd volledig afgebroken daar deze grote barsten vertoonde en hij onmogelijk het gewicht van de nieuw te plaatsen derde schoorsteen kon dragen.

Tussen de oorspronkelijke stal en het eigenlijke woonhuis werd een verbinding gemaakt. De zuidwestelijke en de noordwestelijke gevel van de stal bleven grotendeels behouden.

Op basis van het voorgelegde en goedgekeurde bouwplan, de contracten en de vorderingsstaten blijkt dat de wezenlijke structuur van de oorspronkelijke gebouwen werd gerespecteerd en dat zij in casu geen bijzaak zijn t.a.v. het nieuwe gedeelte.

Verder blijkt uit de voorliggende stukken dat ook de oude dragende buitenmuren, na het uitvoeren van de nodige herstellingswerken, voor een stuk hun dragende functie hebben behouden en dat de binnenmuren, na het uitvoeren van de nodige vestevigings- en/of verbeteringswerken werden behouden.

De reeks handelingen die door de wetgever werden opgesomd, en waarop het verlaagd tarief van toepassing is, sluiten verder geenszins de vergroting en/of de uitbreiding van een woning uit.

In casu zijn de verbouwings- en uitbreidingswerken niet van die aard dat het oude bestaande gebouw nog slechts de bijzaak is. Verder is het ook zo dat de kwestieuze uitbreidingen en toevoegingen dienstig zijn in functie van de veranderingen aan de bestanddelen van het bestaande voorwerp en dat zij op zich geen eigen identiteit hebben verworven. De vloeroppervlakte van het behouden gedeelte van de bestaande woning is bovendien niet kleiner dan de helft van de totale oppervlakte van de woning na de uitvoering der werken.

Het is dan ook duidelijk dat voormelde werken weliswaar een ingrijpende omvorming van een woning vormen doch geenszins de bouw van een nieuwe woning betekenen. Het verlaagde tarief is dan ook van toepassing op de uitgevoerde werken.

Alle verdere argumentatie is niet langer dienend.

**3.2.2.6.** De vordering van eiseres is dan ook gegrond.

**3.3. nopens de kosten.**

**3.3.1.** Verweerder wordt voor in het ongelijk gesteld. Overeenkomstig artikel 1017, 1 ste lid van het gerechtelijk wetboek moet hij de gerechtskosten dragen.

**3.3.2.** Het artikel 89, 2° lid WBTW., in voege voor de wetten van 15 en 23 maart 1999 m.b.t. de beslechting en de rechterlijke inrichting in fiscale zaken, bepaalde dat de tenuitvoerlegging van het dwangbevel slechts kan worden gestuit bij een door de belastingschuldige gedaan en met redenen omkleed verzet met dagvaarding.

Artikel 59 van de wet van 15 maart 1999 betreffende de beslechting van fiscale geschillen (in werking getreden op 6 april 1999) bepaalt dat artikel 89, 2° lid WBTW. wordt vervangen door de volgende bepaling: "de tenuitvoerlegging van het dwangbevel kan slechts worden gestuit door een vordering in rechte".

Met betrekking tot de inwerkingtreding van de procedureregels stelt artikel 97 derde lid van voormelde wet van 15 maart 1999 dat voormeld artikel 59 van toepassing is op de belastingen, intresten en fiscale boeten wanneer de oorzaak van eisbaarheid zich heeft voorgedaan ten vroegste op 1 januari 1999.

De wet van 23 maart 1999 betreffende de rechterlijke inrichting in fiscale zaken (in werking getreden op 6 april 1999) stelt in artikel 9 het volgende:" In boek IV van het vierde deel van hetzelfde wetboek wordt een hoofdstuk XXIV met de artikelen 1385 decies en 1385 undecies ingevoegd, luidend als volgt: Hoofdstuk XXIV - geschillen betreffende de toepassing van een belastingwet. Artikel 1385 decies - Tegen de belastingadministratie wordt de vordering inzake de geschillen bedoeld in artikel 569, eerste lid, 32°, ingesteld bij verzoekschrift op tegenspraak".

In voormelde wet van 23 maart 1999 wordt de overgangsbepaling van artikel 97 van de wet van 15 maart 1999 niet afgeschaft.

Het is duidelijk dat het gemeen fiscaal gerechtelijk recht (artikel 1385 decies en artikel 1385 undecies van het gerechtelijk wetboek, zoals ingevoerd door de wet van 23 maart 1999) maar van toepassing is in zoverre er hierop geen uitzonderingen zijn voorzien in het bijzonder fiscaal procesrecht (Lex specialis derogat legi generali).

In casu is het duidelijk dat [artikel 89,tweede lid WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-89). en de artikelen 59 en 97 derde lid van de wet van 15 maart 1999 uitzonderingsbepalingen vormen op het gemeen fiscaal gerechtelijk recht (art. 1385 decies en undecies van het gerechtelijk wetboek).

Gelet op het voorgaande dient te worden besloten dat de nieuwe regels met betrekking tot de wijze waarop het fiscaal geding wordt ingeleid (verzoekschrift in plaats van dagvaarding) slechts van toepassing zijn op de geschillen inzake BTW die betrekking hebben op vorderingen of teruggaven waarvan de oorzaak van opeisbaarheid of teruggave zich vanaf 1 januari 1999 heeft voorgedaan. De twaalfde fiscale kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Gent kwam in haar vonnis de dato 9 november 2000 in de zaak C. C. vs. BELGISCHE STAAT tot dezelfde conclusie.

Uit de door partijen voorgelegde stukken blijkt dat de oorzaak van opeisbaarheid van de hier betwiste sommen zich grotendeels heeft voorgedaan voor 1 januari 1999, zodat in onderhavig geval de gedinginleiding dient te geschieden bij dagvaarding.

De dagvaardingskosten dienen derhalve door verweerder gedragen te worden.

**3.4. nopens de uitvoerbaarheid bij voorraad.**

Ingevolge artikel 377 WIB '92 en [artikel 92bis WBTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-92bis) kan een vonnis in fiscale zaken niet uitvoerbaar verklaard worden bij voorraad. Dit werd recent bevestigd door het Hof van Beroep te Gent in haar arrest van 2 maart 2004, nr. ... inzake NV D.

### Beschikkend gedeelte

**OM DEZE REDENEN,**

**De rechtbank,**

Wijzende in eerste aanleg en op tegenspraak.

Alle verdere middelen van partijen verwerpende als niet dienend.

Verklaart de vordering **ontvankelijk** en **gegrond** in de mate zoals hierna bepaald.

Vernietigt het bestreden dwangbevel.

Zegt voor recht dat op de verrichte werken in onroerende staat aan de woning, gelegen te D..., in het algemeen, en op de facturen, uitgereikt tijdens de periode van 1.01.1996 tot 31.12.1998, en periode van 1.01.1999 tot heden, zoals opgesomd in het proces-verbaal van 16.10.2001 in het bijzonder, een BTW tarief van 6 % van toepassing is.

Veroordeelt dienvolgens **verweerder** tot terugbetaling van alle sommen die hij ingevolge het opleggen van het BTW tarief van 21 % op de facturen betreffende de werken in onroerende staat ontving, meer bepaald 1.224,00 EUR en 168.224,76 EUR, verhoogd met de moratoire rente vanaf de dag der betaling en met de gerechtelijke rente.

Veroordeelt **verweerder** tot de gedingkosten, aan zijn zijde niet te begroten aangezien ze hem ten laste blijven, aan de zijde van eiseres begroot op op 284,42 EUR dagvaardingskosten en 356,97 EUR rechtsplegingsvergoeding.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting in het gerechtshof te Brugge op **zevenentwintig juni tweeduizend en vijf**.

Aanwezig zijn:

H. N., alleenrechtsprekend rechter

LH. N., e.a. adjunct-griffier

LH. N

H. N.

## Aangehaalde teksten

2

[WBTW art. 89](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-89) 1 voorkomen

[WBTW art. 92bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-92bis) 1 voorkomen

## Vergelijkbare beslissingen

8

[Intracommunautaire levering, vervoersdocumenten, administratieve sancties](https://juriel.be/nl/rechtspraak/intracommunautaire-levering-vervoersdocumenten-administratieve-rechtbank-bergen-2000-11-02-e05b) 2 gemeenschappelijke bepalingen

[Nietigheid dwangbevel, Openbare orde karakter van de belasting](https://juriel.be/nl/rechtspraak/nietigheid-dwangbevel-openbare-orde-karakter-hof-van-beroep-antwerpen-2021-10-05-474e) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Strafdossier, Inzage, Verjaring, Rechten van de verdediging, Aftrek, Neutraliteit](https://juriel.be/nl/rechtspraak/strafdossier-inzage-verjaring-rechten-verdediging-hof-van-beroep-luik-2020-04-24-5cae) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Vrijstelling, Recht op aftrek, Onroerende verhuur](https://juriel.be/nl/rechtspraak/vrijstelling-recht-aftrek-onroerende-verhuur-hof-van-beroep-luik-2020-10-07-7434) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Fiscale geldboete, Evenredigheid, Genaderecht, fiscale boete](https://juriel.be/nl/rechtspraak/fiscale-geldboete-evenredigheid-genaderecht-boete-cassatie-brussel-2023-03-24-7c10) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Verlenging van de verjaringstermijn, Voorafgaande kennisgeving, Motivering](https://juriel.be/nl/rechtspraak/verlenging-verjaringstermijn-kennisgeving-motivering-hof-van-beroep-luxemburg-2022-05-17-bad5) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Bezwaartermijn, Recht op aftrek, recht op aftrek van Btw](https://juriel.be/nl/rechtspraak/bezwaartermijn-recht-aftrek-btw-hof-van-beroep-antwerpen-2023-03-23-dc2b) 1 gemeenschappelijke bepalingen

[Aanwijzingen voor fraude, Regularisatieoverzicht, Proces-verbaal, Ontvangstregister](https://juriel.be/nl/rechtspraak/aanwijzingen-fraude-regularisatieoverzicht-proces-verbaal-rechtbank-nijvel-2024-01-08-5c8e) 1 gemeenschappelijke bepalingen
